Over deze site
Welkom op m'n "studieblog"!

Deze site is ontstaan nadat ik begon met het "op afstand studeren" aan een Bijbelschool (Moody Bible Institute). Deze studie is inmiddels afgerond, en het vervolg via ECS is gestart.

Op deze site staan daarnaast ook notities en artikelen over gerelateerde onderwerpen waar ik zelf interesse in heb, zoals Bijbelse Archeologie, en uitgewerkte studies en predikingen van mijn hand.

Alle rechten © 2007-2012
Rudy Brinkman

Ongewijzigde overname van artikelen, met volledige bronvermelding inclusief verwijzing naar deze website, is toegestaan. Ik zou het prettig vinden als je me van overname op de hoogte stelt!

Archive for February, 2008

De Psalmen

Als Christenen werd gevraagd alle boeken uit het Oude Testament op te geven, uitgezonderd één dan zou de keuze van de meeste gelovigen vallen op de Psalmen. We zien dit ook terug in de edities van het Nieuwe Testament die te koop zijn: vaak worden de Psalmen daar bij gevoegd.

De oorspronkelijke hebreeuwse naam voor de Psalmen is een woord dat “aanbiddings-liederen” of “lofzangen” betekent. Een heel toepasselijke naam, want het beschrijft de inhoud prima. De naam ‘psalmen’ –uit de Septuagint overgenomen- beschrijft de vórm, niet de inhoud. Het is namelijk een collectie van 150 liederen..

De meest prominente schrijver van een groot aantal psalmen is David. Er zijn 75 psalmen van zijn hand in de Bijbel opgenomen, bij 73 psalmen is zijn naam vermeld en van psalm 2 en psalm 95, vgl. Handelingen 4:25, weten we dat ze ook van zijn hand zijn. Andere schrijvers zijn Asaf, Salomo, Mozes, e.a.

Inspiratie
De psalmen zijn geïnspireerde, vaak ook profetische, liederen. In de psalmen komen we ook menselijke emoties tegen; van diep verdriet tot grote vreugde. Het is een boek van doorleefd geloven waarbij God’s Geest door de mensen héén werkt zónder hun emoties en gevoelens tekort te doen.

Thematiek
Er zijn veel verschillende thema’s terug te vinden in de psalmen. Zelfs zodanig veel dat het niet eenvoudig is om een indeling te maken van de psalmen naar thema of onderwerp. Een veel terugkerend thema is echter de ‘messiaanse’ toekomst. Er zijn een groot aantal Messiaanse psalmen, waaronder 2, 8, 16, 22,31, 40, 41, 45, 68, 69, 102, 110 en 118. Daaraan gerelateerd zijn de op het millennium gerichte psalmen, de periode waarin Christus duizend jaren zal heersen zoals psalm 89, 46 en 72.

Een ander belangrijk thema in de psalmen is bekering en zondebesef.

Vijf boeken
De psalmen zijn onderverdeeld in vijf boeken:

1 – Psalm 1 t.m. 41
2 – Psalm 42 t.m. 72
3 – Psalm 73 t.m. 89
4 – Psalm 90 t.m. 106
5 – Psalm 107 t.m. 150

Al deze boeken eindigen met een duidelijk herkenbaar slot. Het is algemeen aanvaard dat de volgorde is gerelateerd aan de vijf boeken van Mozes c.q. als zodanig zijn ‘gebundeld’. Daarbij zijn de vijf boeken van Mozes qua thematiek als volgt te benoemen:

1 – Schepping, de Mens (Genesis)
2 – Verlossing (Exodus)
3 – Het Heiligdom (Leviticus)
4 – De Pelgrimsreis (Numeri)
5 – Het Woord van God (Deuteronomium)

Share

Job

Eén van de oudste boeken uit de Bijbel is, zonder twijfel, het boek Job. Het boek maakt onderdeel uit van de vijf “poëtische boeken”. Dat de boeken “poëtisch” genoemd worden komt door de vorm waarin ze geschreven zijn, niet de inhoud.

De belangrijkste karakteristiek van de Hebreeuwse poëzie is de herhaling. Herhaling van ideeën, over het algemeen bekend als “parallelisme” – ‘een stijlfiguur waarbij twee of meer zinswendingen naar inhoud of vorm gelijk zijn‘ (Wikipedia). Het is niet voor niets dat op de Wikipedia-site voor een voorbeeld hiervan naar de Psalmen verwezen wordt, één van de bekdendste boeken uit de Bijbel.

Gezien deze vorm is het mogelijk de Hebreeuwse poëzie in alle talen te vertalen zónder de poëtische vorm te verliezen.

Het boek Job
De grote vraag waarom het boek Job draait is: “Waarom lijden (rechtvaardige) mensen?”. Het probleem van het (menselijk) lijden is een universeel probleem. God geeft op de vraag géén abstract of theoretisch antwoord. Hij geeft antwoord door het verslag van het leven van Job, een concreet vóórbeeld.

Het boek speelt in de tijd van de patriarchen, de ‘aartsvaders’, en is ingedeeld in vijf delen:

  1. Proloog (wat er in de Hemelse gewesten plaatsvond, 1-2);
  2. De controverse tussen Job en zjin drie vrienden (3-31);
  3. De rede’s van Elihu (32-37);
  4. Het antwoord van God (38-41);
  5. Epiloog (42).

In de proloog zien we het antwoord op de vraag naar het lijden van de rechtvaardige al doorschemeren. Toch volharden veel mensen ondanks dat in dezelfde fout als de drie vrienden van Job. Ze zien het feit over het hoofd dat God van Job zegt dat hij “vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad” is (Job 1:1, 1:8, 2:3). God zegt dus “geen kwaad woord” over Job! Job is een rechtváárdige! Het kwaad dat hem overkomt is dus niet te wijten aan hemzelf. Wanneer we dat niet in ons achterhoofd houden, kunnen we het boek nooit op de juiste waarde schatten en er daarom ook niet van leren.

1. proloog
In de proloog zien we wie de satan is: de aanklager van de gelovigen (Openb. 12:10). Zijn theorie is dat Job de Here dient omdat de Here zegende. Oftewel hij zegt, “Job doet dat omdat hij er voor beloond wordt”. Hier zien we dat satan een gelovige niets kan (aan)doen tenzij de Here God dit toestaat. Er worden ook grenzen gesteld aan wat de satan Job mag aandoen: “En de HERE zeide tot de satan: Zie, al wat hij bezit, zij in uw macht; alleen tegen hemzelf zult gij uw hand niet uitstrekken.” (Job 1:12).

Het is verschrikkelijk te zien dat Job niet alleen zijn bezit verliest -dat is iets wat de meeste mensen wel verdragen- maar dat de satan zo keihard en niets ontziend is dat zelfs Job’s kinderen laat omkomen – waarvan de Here zegt dat de satan Job “zonder oorzaak in het verderf (ongeluk) stort”.

Desondanks blijft Job trouw aan de Here! Hij neemt de Here God niets kwalijk en ondanks zijn verdriet zegt hij: “De HERE heeft gegeven, de HERE heeft genomen, de naam des HEREN zij geloofd.” (Job 1:21). Job zondigde niet.

De lessen die we hier direct al uit kunnen trekken zijn:

  • God is niet de veróórzaker van het kwaad, en wij kunnen Hem dit dan ook niet toerekenen c.q. kwalijk nemen. Doen wij dit wél, dan zondigen wij tegen de Here God!;
  • Het geloof in de Here God is géén “garantie” voor een succesvol leven met allerlei “materiële zegeningen”. Integendeel! De gelovige, zie ook Openb. 12:10, zal voortdurend door de satan worden ‘aangeklaagd’ en bestreden. Geloof gaat daarom meestal eerder gepaard met lijden, in welke vorm dan ook, dan met ‘succes’. *)

Job en zijn vriendenDe volgende klap die Job te verduren krijgt is de aantasting van zijn gezondheid; hij wordt melaats. Ook hier zondigde Job niet!

Dit is dus de achtergrond tegen welke we het boek Job moeten (gaan) lezen: Job, de rechtváárdige, die níet zondigde tegen God ondanks de aanvallen van de satan.

De proloog eindigt met de vrouw van Job, die hem aanraadt om “God vaarwel te zeggen en te sterven”. Hij wijst haar terecht, en, zondigt daarin wederom niet. Dan arriveren de vrienden van Job, die zeven dagen lang -in rouw- zonder een woord te spreken bij hem gaan zitten (afbeelding).

2. De controverse tussen Job en zijn vrienden
In de hoofdstukken 3-31 zijn er drie discussies tussen Job en zijn vrienden. Alle discussies verlopen via een vast patroon: Job spreekt, zijn vrienden antwoorden, Job antwoord hen.

Hoewel de vrienden van Job medelijden hebben en hem willen troosten heeft hij aan hun troost niets. Zij gaan namelijk uit van de vóóronderstelling dat Job het lijden aan hemzelf te danken heeft. Hij is, volgens hen, een “groot zondaar”. Zij zijn van mening dat al dit lijden zijn eigen schuld is vanwege zijn zonde (alhoewel ze niet eens kunnen duiden wat dat dan wel niet zou mogen zijn). Veel van wat ze naar voren brengen is wáár, maar.. de beschuldiging dat Job een zondaar is, is een grote en grove onwaarheid; immers: Gód had gezegd dat hij een rechtvaardige was!

Het is waar dat zonde leidt tot terechtwijzing, door God, en dat dit soms -in onze ogen- een lijden is. Niemand wil immers getuchtigd worden? Maar de fout van de vrienden is dat zij daarmee ál het lijden zien als “straf op de zonde”. Hun beperkte begrip hierover leidt er toe dat zij van mening zijn dat Job -gezien zijn enorme lijden- wel een groot zondaar moet zijn. Job claimt ook niet dat hij zonder zonde is. Hij begrijpt niet waarom hij lijdt, maar weet ook dat zijn lijden niet gerelateerd kan worden áán zijn zonden. Het is, zo zouden wij zeggen, immers een buitenproportioneel lijden. Desondanks spreekt Job zijn vertrouwen nog steeds uit in God: “Maar ik weet: mijn Losser leeft” (Job 19:25).

Job brengt tegen de aanklacht van zijn vrienden in dat de kwade mensen, de slechterikken, die overduidelijk in zonde leven wél voorspoed kennen. De vrienden kunnen echter niet anders dan volharden in hun mening.. Zijn vriend Elifaz beschuldigd hem zelfs keihard: “Is niet uw boosheid groot, en zijn uw ongerechtigheden niet eindeloos?” (Job 22:5).

3. De rede’s van Elihu
Elihu, een jonge man die alles tot op dat moment aanhoorde, kan zichzelf niet meer inhouden en neemt het woord. Zijn these is dat lijden een ‘genezende’ of ‘helende’ werking heeft; hij is van mening dat God de lijdende mens wil tuchtigen om hem tot God te doen terugkeren.

De Bijbel maakt duidelijk dat sommigen lijden vanwege (en door of onder) hun zonden. Sommigen inderdaad getuchtigd worden. Maar ook Elihu’s gedachte is niet de volledige waarheid. In de epiloog zien we dat ook terug; God verklaart dat de vrienden van Job niet juist hebben gesproken.

4. Het antwoord van God
De Bijbel maakt heel duidelijk dat Job uiteindelijk van God zélf antwoord krijgt. Het meest vreemde -voor ons- is dat het antwoord bestaat uit een aantal vrágen aan Job. God vertelt Job niet waaróm hij moest lijden maar in plaats daarvan legt God hem vragen voor, vragen waarvan op voorhand duidelijk is dat Job niet bij machte is ze te beantwoorden.. God laat hem daarmee zien dat hij, Job, niet in staat is om alle geestelijke vragen te beantwoorden.

Job ontdekt, door de antwoorden -in vraagvorm- van God dat hij niet hoeft te weten waaróm hij lijdt als hij God kent. Een waar inzicht in God, gaf hem daarmee waar inzicht in hemzelf. Zij die God kennen, hebben de grootste zelfkennis en beseffen des te meer dat zij God nodig hebben.

Romeinen 7:18
Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet.

Onze eigen ónmacht beseffend, schuilen, vlúchten, we naar God.

5. Epiloog
God wordt verheerlijkt. De tegenstander, satan, moet ‘in het stof bijten’. Job heeft zijn geloof behouden en zelfs een verdieping in zijn geloofsleven meegemaakt, hij is dichter tot God genaderd dan ooit. De conclusie moet dan zijn dat soms het lijden inderdaad veroorzaakt wordt door de zonde; soms is het tuchtiging en soms.. is het om God te verheerlijken!

Het zinloos lijkende lijden, door de satan veroorzaakt, wordt ten goede gekeerd. Nogmaals: God veroorzaakte het niet, maar door het lijden van Job heen werd God wél verheerlijkt en de satan de ‘grote verliezer’. Is dan het doel van het lijden van Job het verheerlijken van God? Nee, dat wás het niet. Het doel van de satan was om hem van God af te doen keren. Maar het verheerlijken van God was uiteindelijk wél wat er werd bereikt!

Is daarmee het lijden verklaard? Jazeker! Job’s leven, maar bovenal zijn trouw aan God, is een groot voorbeeld voor ons. We zien ditzelfde lijden -en de overwinning op dit door satan veroorzaakte lijden, immers: hoewel het geprofeteerd was dat dit moest gebeuren was het de ultieme poging van satan om God’s heilsplan tegen te houden- terug in het leven van Christus Jezus. Hij leed en stierf om, uiteindelijk, God de Overwinning te geven en daarmee God te verheerlijken:

Johannes 13:32
Als God in Hem verheerlijkt is, zal God ook Hem in Zich verheerlijken, en Hem terstond verheerlijken.

________
*) Hier blijkt onder andere dat het ‘succes-evangelie’ een volstrekt valse leer is.

Share

Israël bij Kades

Prediking/verkondiging gebaseerd op eerdere notities en artikelen van deze site.

Israël’s ongehoorzaamheid bij Kades (Kades Bernea) leidde tot de omzwervingen in de woestijn (of: wildernis). Een ‘geestelijke dood’ als gevolg van ongehoorzaamheid, van zonde.

1 Korinthe 10:11
“Dit is hun overkomen tot een voorbeeld (voor ons) en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is.”

Israëls ervaringen zijn dus een waarschuwing, een les, voor ons als gelovigen.

> Lees de prediking: Israël bij Kades (PDF)
> Beluister of download de audio-opname (mp3) van de dienst

Share

Biblical Studies Certificate (II)

De doos staat er nog steeds… Eigenlijk ben ik in dat soort dingen best wel gemakzuchtig. Maar er was ook een goed excuus: “druk, druk, druk..”. Privé-activiteiten (gezin), de Gemeente waar ik toe behoor vraagt ook tijd, en.. dan is er ook nog zoiets als je werk!

Desondanks was op 2 februari jl. het moment daar: 4 examens gemaakt! Het studeren in de trein werkt, zo stel ik vast. De tijd die anders verloren ging aan een beetje uit het raam staren of wat praten wordt nu vaak gebruikt om te studeren.

De “Old Testament Survey I” is daarmee afgerond. Nu wachten op de cijfers en, hopelijk, het éérste deel-certificaat…! Valt niet tegen. Normaliter staat er -maximaal- 6 maanden voor een module, en ik heb er net iets meer dan 2 maand over gedaan. Daar ben ik niet ontevreden mee, gezien de beperkte studietijd. Maar ik geef eerlijk toe dat er natuurlijk sprake is van enige ‘voorkennis’. Ondertussen heb ik een kleine inhaalslag gedaan en weer wat samenvattingen geschreven (en online gezet) en begin ik nu aan de “Old Testament Survey II”.

Tot mijn (grote) verbazing zijn er tussen de 700-800 “meelezers” per maand hier. Hopelijk beleeft u/jij als meelezer net zoveel plezier aan de samenvattingen en andere artikeltjes hier als dat ik heb gehad bij het maken. In elk geval vind ik het geweldig leuk om te ontdekken dat ik de samenvattingen klaarblijkelijk niet voor niets plaats!

Share

I & II Kronieken

Ook I & II Kronieken waren, net als Samuël en Koningen, eerst één boek. De originele naam betekent “journalen” of “dagverslag”. De Kronieken moeten niet verward worden met de “kronieken der koningen van Israël” en de “kronieken der koningen van Juda” (1 Kon 22:39, 46). Dit waren namelijk officiële verslagen, zogenaame “rechtbankverslagen”, van de twee landen.

De Kronieken zijn later geschreven dan Koningen, aan het einde van de Babylonische ballingschap, vermoedelijk door Ezra – priester en schrijver. Veel van wat we in Kronieken lezen vinden we ook in Koningen terug. Echter, vanuit een ánder standpunt:

  1. Koningen: de geschiedenissen vanuit regering/politiek beschouwd;
  2. Kronieken: vanuit de ‘geestelijkheid’ (priesters) beschouwd.

Sommigen beweren dat er tegenstrijdigheden zouden zijn in de boeken maar wanneer we weten dat ze allebei vanuit een verschillende invalshoek zijn geschreven ontdekken we: de boeken vullen elkaar áán. In Koningen staat ‘de Troon’ centraal, in Kronieken ‘de Tempel’.

Het centrale thema van Kronieken is de voorbereiding van de bouw van de Tempel, de bouw er van en de diverse reformaties door de koningen.

Kronieken is als volgt in te delen:

I Kronieken

  1. Genealogie
  2. De regering van David

II Kronieken

  1. De regering van Salomo
  2. De Koningen van Juda tot de Babylonische ballingschap.

De opbouw is daarmee grotendeels gelijk aan Koningen. Werd echter in Koningen de meeste aandacht besteed aan Israël (Tien Stammen), hier ligt overduidelijk de nadruk op Juda. Dat is ook logisch: de Tempeldienst was in Juda (Jeruzalem).

Geslachtsregisters
De aandacht voor de geslachtsregisters kent een goede reden; voor het volk Israël waren deze registers zeer belangrijk. Daarnaast leren ze ons ook iets: God handelt met de méns, niet met volken, (politieke) bewegingen e.d. De Kronieken beginnen eenvoudigweg met de opsomming: “Adam, Set, Enos, Kenan, Mahalalel, Jered, Henoch, Metuselach, Lamech, Noach, Sem, Cham en Jafet…“. De mensen die God verkiest -en Zijn beloften aan deze mensen- staan centraal! Het is dan ook geen complete genealogie van de mensheid. Vanaf Adam tot aan de Stam Juda en het uitverkoren koningshuis van Juda, het huis van David.

Israël kende in die tijd al een soort van bevolkingsregister: “Geheel Israël was in registers opgenomen; zij waren opgeschreven in het boek der koningen van Israël. De Judeeërs werden naar Babel weggevoerd om hun ontrouw.” (1 Kron. 9:1). Wanneer we deze hoofdstukken lezen, áls we ze al lezen!, vinden we dit vaak maar saaie en taaie kost. Al die namen,.. het zegt ons niets.

Troon van David
Maar, zoals gezegd, dienen deze registers een belangrijk doel voor het volk Israël en bovenal is er nog een belangrijke, andere, reden waarom deze registers zelfs in God’s Woord zijn opgenomen! In Matteüs 1 vinden we namelijk het geslachtsregister van Jezus (geredeneerd vanuit zijn menselijke vader, Jozef(*)). Dit was voor de Joden zeer belangrijk omdat Jezus alléén dan de Messias kon zijn wanneer hij een afstammeling, naar de mens, van het huis van David was. En dan is het nóg opmerkelijker het volgende te zien: niet alleen vanuit Jozef -dus naar de mens, of “om de mens tevreden te stellen”- gezien was Jezus afstamming van David, óók Maria stamde uit het huis van David!

In Lukas 3:23 v.v. staat namelijk een ánder, zo op het eerste gezicht, tegenstrijdig geslachtsregister van Jozef. Daar staat dat Jozef de “zoon van Eli” was. Terwijl in Matteüs staat vermeld dat Jozef de “zoon van Jakob” was. Het raadsel wat we hier aantreffen is echter eenvoudig op te lossen: Eli was de vader van Maria. Naar de gewoonte van die tijd echter werd Jozef (Luk. 3:23) “waarvan men meende” dat hij Jezus’ vader was, gerekend tot de huishouding van zijn schoonvader. Vergelijk bijv. 1 Sam 24:17 waar David, die zou gaan trouwen met één van Sauls’ dochters, door Saul als “zoon” gezien wordt.

Een andere opmerkelijkheid in dit verband: Jozef was uit de bloedlijn van Jechonia. Die, hoewel hij recht zou kunnen doen gelden op de troon, deze troon ontzegd was: Jer. 22:29, 30. Maria was uit de lijn van Nathan, een andere zoon van David, die geen rechten konden laten gelden op de troon. Christus Jezus was dus wel degelijk uit het geslacht van David, via Maria, maar had geen rechten op de troon ténzij.. hij gerekend werd als “zoon” van een man die dat wel kon doen: Jozef. Dit toont tévens aan waarom Christus Jezus niet letterlijk een zoon, van vlees en bloed, van Jozef kón en mócht zijn. Was Hij dat wel geweest, dan was het ónmogelijk dat Hij, de Messias, de Troon van David zou kunnen beërven omdat de troon ontzegd was aan deze ‘bloedlijn’. Dit was dan ook de énige manier waarop de Troon van David weer hersteld kon worden!

De profetie is op zeer wonderlijke wijze vervuld in Christus Jezus. In álle opzichten was er een zoon van David die de troon weer kon (kan) opeisen! Naar de mens gesproken was deze weg afgesneden, maar de Goddelijke interventie is en profetie is boven alles, boven alle denken verheven.

Geslachtsregisters saai? Ze zijn de sleutel tot de profetie en het verstaan er van!

Reformaties
In II Kronieken lezen we over diverse reformaties in Juda. Een van de grootste koning-reformatoren was Hizkia (zie o.a. 2 Kron. 29, 30). Men is van mening dat Jesaja een drijvende kracht achter Hizkia’s reformatie was.

Daarnaast mag ook Koning Josia niet onvermeld blijven. Op achtjarige leeftijd werd hij Koning en toen hij 16 jaar oud was “begon hij de Here te zoeken”. II Kronieken vermeldt van hem: “Hij deed wat recht is in de ogen des HEREN en wandelde in de wegen van zijn vader David; hij week niet af, rechts noch links.“. Toen hij twintig jaar oud was liet hij Jeruzalem en Juda reinigen van alle afgoderij, hij hakte persoonlijk de wierrookaltaren van de Baäls om en zelfs in grote delen van Israël hield hij “grote schoonmaak” door de afgodsbeelden en altaren te vernietigen. Hij liet de Tempel herstellen en de wet werd teruggevonden en weer ingevoerd.

Helaas volgden na Josia vier andere koningen die het volk, zowel letterlijk als geestelijk, naar de afgrond voerden middels de afgoderij en rebellie tegen God’s Woord. Het resulteerde in de Babylonische ballingschap.

*) Jozef was uiteraard niet de verwekker van Jezus, maar het recht op de troon was vanuit de mánnelijke lijn. Er was voorzegd dat de Messias de troon van David zou erven, zie ondermeer: Jes. 9:7; Jer. 33:15-17; 25:5; Ps. 132:11; 1 Kron 17:11-14.

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van:

  • Survey of the Old Testament I, Independent Studies, Moody Bible Institute;
  • De Messias in het Oude en Nieuwe testament, door: Jb. Klein Haneveld
  • NET.Bible, 1st edition
Share

Ezra, Nehemia, Ester

Ezra, Nehemia en Ester gaan alle drie over de geschiedenis ná de Babylonische ballingschap.

EZRA
Met name Ezra (2e deel) en Nehemia zijn aan elkaar gerelateerd. Zij waren tijdgenoten.

De geschiedenis van Ezra, de priester en schrijver, is vastgelegd in het gelijknamige boek. Het boek vertelt over de terugkeer van het volk onder Zerubbabel (een nakomeling van David), de herbouw van de Tempel en de komst -naar Jeruzalem- van Ezra zelf.

Het boek bestaat uit twee onderscheiden delen:

  1. De terugkeer onder Zerubbabel (1-6);
  2. De terugkeer onder Ezra (7-10).

Het boek Daniël heeft -op de achtergrond- een sterke relatie met het boek Ezra. Zo schreef iemand eens “achter het boek Ezra zien we de schaduw van een biddende man”, dat is, uiteraard: Daniël. Hij pleitte voor zijn volk bij de Here en “stond op de beloften”. Naast Daniël was overigens ook Ezechiël één van de naar Babel weggevoerden.

Onder Zerubbabel werd de tempelbouw gestart maar men was niet in staat de herbouw af te maken door de tegenstand van de mensen die waren gaan wonen in het gebied. Onder de regering van Koning Darius werd, aangemoedigd door Haggaï en Zacharia, door het volk weer gestart met de verdere herbouw van de tempel. Ongeveer 20 jaar nadat Zerubbabel de funderingen had gelegd werd de tempelbouw afgerond.

Tussen de éérste (Zerubbabel) en de twééde (Ezra) terugkeer ligt een periode van bijna zestig jaar. Het boek Ester schrijft ondermeer over wat er in die tussenliggende periode gebeurd is. De tegenstand tegen de joden, in Jeruzalem, heeft daarom wellicht een relatie met Haman de Syriër’s poging om de joden uit te roeien.

In het tweede deel van Ezra lezen we over Ezra’s eigen terugkeer naar Jeruzalem. Hij was een afstammeling van Aaron, een priester uit het hogepriesterlijke geslacht. Hij was ook een ‘schrijver’; een aanduiding voor die priesters die verantwoordelijk waren voor het kopieëren van de Heilige Schrift. Ezra’s bediening was voornamelijk gééstelijk. Hij onderwees het volk in de Wet en de aanbiddingsdienst.

NEHEMIA
Nehemia heeft dezelfde historische achtergrond als Ezra (2e deel). Nehemia’s boek begint ongeveer 12 à 13 jaar na Ezra.

Na de Babylonische ballingschap kwamen, in het Perzische Rijk, veel joden op belangrijke maatschappelijke posities terecht. Mordechai, de oom van Ester, was zo’n man, alsmede Nehemia. Hij was de “schenker” van de Koning. Nu denken wij vaak dat dat iemand is die het wijnglas van de Koning vult, maar deze functie was veel belangrijker. Hij was een vertrouwenspersoon van de Koning en verantwoordelijk voor diens’ leven; hij moest er voor zorgen dat de Koning niet het slachtoffer werd van vergiftiging en moest dus zijn leven bewaken. Hij kreeg van deKoning van de Perzen toestemming om naar Jeruzalem te gaan en de stadsmuren te herstellen.

Het boek Nehemia is onder te verdelen in drie delen:

  1. Komst van Nehemia naar Jeruzalem en het herstel van de muur (1-7);
  2. Geestelijke opwekking (8-10);
  3. Herstel van Jeruzalem, herbevolking (11-13).

Eén van de opvallendste “sterke punten” van Nehemia was dat hij in staat was het volk te motiveren de stad in alle opzichten te herstellen. Hij moedigde ze aan, maar dat niet alleen: hij was zelf ook een mede-arbeider, een “meewerkend voorman”. Hij was daarin een voorbeeld voor anderen, omdat hij deze arbeid 12 jaar lang verrichte zonder betaling te accepteren hiervoor (middels heffing van de belasting die hij mócht heffen maar naliet):

Nehemia 5:14
Ook hebben van de dag af, dat koning Artachsasta mij aanstelde tot landvoogd over het land Juda, van zijn twintigste tot zijn tweeëndertigste regeringsjaar, twaalf jaar lang, noch ik, noch mijn broeders het brood van een landvoogd gegeten.

In hoofdstuk 8-9 komen we Ezra tegen.

Nehemia 8:2-4
..En men verzocht de schriftgeleerde Ezra het boek der wet van Mozes, die de HERE aan Israël gegeven had, te halen. Toen bracht de priester Ezra de wet vóór de gemeente, zowel mannen als vrouwen en ieder die het kon begrijpen, op de eerste dag van de zevende maand. En hij las daaruit voor op het plein vóór de Waterpoort..

In die tijd waren de synagogen, in primitieve vorm, reeds in opkomst: leerhuizen waar men samenkwam om de Wet te lezen en God te dienen. Het verklaren en uitleggen van de Wet was één van de functies van de synagogen waarin werd voorzien door de schriftgeleerden – een titel die waarschijnlijk van Ezra’s aanduiding is afgeleid, aangezien hij voor het eerst een ‘schriftgeleerde’ werd genoemd. Onderwijs in de Wet, de Profeten en de Geschriften nam een steeds belangrijker plaats in onder het Joodse volk.

Het onderwijs van Ezra zorgde voor een geestelijke opwekking. Het volk leerde (weer) God te dienen. Door het onderwijs kreeg het geloof van de mensen ‘vaste grond’ in de Schriften en het onderwijs leidde tot schuldbelijdenis. Het besef, en belijden, van zonde en schuld ligt altijd aan ten grondslag aan bekering en opwekking.

ESTER
Het boek Ester is -samen met Ruth- één van de weinige boeken waarin een vrouw een centrale rol speelt; zelfs zodanig dat het boek naar haar vernoemd is. De schrijver van het boek is onbekend. De beschreven gebeurtenissen vonden plaats -zoals eerder gezegd- tussen het éérste en twééde deel van Ezra.

We lezen hier ondermeer over het huwelijk van Ester met Ahosveros, de Koning. Zijn werkelijke naam was Xerxes. Ahosveros is dan ook geen náám maar een titel.

Het verhaal handelt over de Joden, en hun omstandigheden, in de diaspora. Ester’s houding is er een van groot geloof en Godsvertrouwen. Desondanks wordt God’s naam nergens in het boek genoemd. Echter, zoals Matthew Henry zei: “Als God’s naam niet aanwezig is, is zijn vinger dat wel!”.

Share

I & II Koningen

Net als het boek Samuël was het boek Koningen oorspronkelijk één boek en later in twee delen gesplitst door de vertalers van de Septuagint. Zij noemden deze boeken III en IV Koningen, omdat zij de boeken van Samuël I & II Koningen hadden genoemd. Vandaar ook dat in de Engelse vertaling (KJV) bij I en II Koningen als onderschrift is vermeld: “Commonly called the third book of the Kings” (I Kon.) en “Commonly called the third book of the Kings” (II Kon). Volgens de Talmud zijn I en II Koningen -in hun huidige vorm- door Jeremia op schrift gesteld.

De indeling van I Koningen kan grofweg in 2 delen gedaan worden:

  1. De dood van David, de regering van Salomo (1-11)
  2. Koningen van Juda en Israël (12-22).

De Scofield-bijbel maakt een wat minder grove indeling en onderscheid 7 (boek)delen, naar de beschreven geschiedenissen. Het boek beslaat een periode van 118 jaar en tekent een pijnlijke geschiedenis. Eérst de enorme ontwikkeling van het rijk, de bouw van de Tempel, etc. onder Salomo. Maar daarna een verdeeld rijk..

I & II Koningen beslaan samen een periode van ongeveer 400 jaar: van David’s dood tot en met de Babylonische ballingschap van Juda (inclusief Benjamin en Levi).

In deze boeken zien we, na de regering van Salomo, in Israël 19 koningen (tot aan de Assyrische ballingschap). Géén van deze koningen was goed in de ogen van de Here in die zin dat ze in zonde leefden en het volk verleiden om daarin mee te doen! Veel van hen kwamen aan hun einde doordat ze vermoord werden. In totaal regeerden 9 verschillende families over Israël.

Juda werd, tot aan de Babylonische ballingschap, eveneens door 19 koningen geregeerd. Deze koningen regeerden over het algemeen veel langer. Elf waren er ‘slecht’ en acht waren er goed. De acht die ‘goed’ waren, oftewel God dienden, regeerden samen lánger dan de elf die afgoden naliepen.

II Koningen kan worden onderverdeeld in:

  1. Koningen Israël tot aan de Assyrische ballingschap (1-17);
  2. De verwerping en de val van het Koninkrijk Juda (18-25).

In de geschiedschrijving is meer aandacht voor Israël dan voor Juda. II Koningen vormt de historische achtergrond voor de ‘schrijvende profeten’. Wat dat aangaat kan worden gesteld dat wat Handelingen is voor de gemeente, is Koningen voor Israël. De wording van het rijk, de uitverkiezing van het huis van David, de ballingschappen, de profetieën, etc.. Het vormt de achtergrond van de grote profeten.

Juda en Israël kenden in deze periode grote bloei, maar ook diepe dalen. Vooral in geestelijk opzicht. Daarnaast was er veel rijkdom, uiterlijk vertoon enz maar ook was er sprake van grove uitbuiting (zie: Amos).

Profeten
In deze boeken zien we dan ook dat het belang van profeten steeds meer toeneemt. Eerder spraken de aartsvaders ook profetisch of hadden visioenen. Maar nu zien we steeds vaker profeten optreden wiens leven helemaal in het teken staat van hun profetische bediening.

In I & II Koningen zien we ondermeer Jehu, Elia -de grote profeet- en Elisa, zijn opvolger. Amos en Hosea profeteerden in Israël, Obacja, Joël, Jesaja, Micha, Nahum, Habakuk, Sefanja en Jeremia in Juda.

Boodschap
De boodschap door “de Koningen” heen is deze: God leert ons de les dat de mens zónder Hem geen echte zegen kan ontvangen, dat het menselijke streven alleen maar tot falen lijdt. Ongehoorzaamheid aan God moet en zal leiden tot oordeel over deze ongehoorzaamheid. Daarnaast zien we dat de voorzegde profetieën letterlijk “tot op de komma” uitkomen.

Share

I & II Samuël

I & II Samuël zijn in de oorspronkelijke, Hebreeuwse, Bijbel één boek onder de naam ‘Samuël’. Uiteraard is de naam afgeleid van de profeet Samuël, die een belangrijke rol speelt in het boek en de geschiedenis van Israël. Hij was de laatste Richter, tevens profeet, en stelde zowel Saul als zijn opvolger David aan als de eerste opvolgende koningen.

De schrijver van het boek is onbekend. Toen de Griekse vertaling van de Hebreeuwse bijbel werd gemaakt, de Septuagint, werd het boek in twee gedeelten opgedeeld. Aangenomen wordt dat Samuël de eerste 24 hoofdstukken van I Samuël heeft geschreven en dat na zijn dood het boek is afgemaakt/geschreven door de profeten Nathan en Gad (zie hier). Het opdelen van het boek Samuël in 2 delen is verklaarbaar, omdat het 2e deel bijna uitsluitend over David’s handel en wandel gaat.

Globale indeling van de boeken:

I Samuël

  1. Samuël, de profeet en richter (1-7);
  2. Koning Saul’s regering, ongehoorzaamheid en verwerping (8-15) ;
  3. David’s zalving, omzwervingen en lijden (16-31)

II Samuël

  1. David Koning over Juda, regerend te Hebron (1-4);
  2. David, Koning over geheel Israël, regerend te Jeruzalem (5-24)

Het menselijke koningschap was niet door God gewild. Wel voorzien. En toen de mensen een koning wilden kregen ze de koning die ze vroegen: Saul. Daarna stelde de Hére een koning aan “naar Zijn hart”: David. De boeken I en II Samuël beschrijven dit tot in detail en niets wordt verzwegen. Ook het falen van David niet. Maar bovenal was David een man naar God’s hart omdat hij oprecht geloofde en oprecht berouw had van de verkeerde zaken, de zonde, in zijn leven.

Share