Over deze site
Welkom op m'n "studieblog"!

Deze site is ontstaan nadat ik begon met het "op afstand studeren" aan een Bijbelschool (Moody Bible Institute). Deze studie is inmiddels afgerond, en het vervolg via ECS is gestart.

Op deze site staan daarnaast ook notities en artikelen over gerelateerde onderwerpen waar ik zelf interesse in heb, zoals Bijbelse Archeologie, en uitgewerkte studies en predikingen van mijn hand.

Alle rechten © 2007-2012
Rudy Brinkman

Ongewijzigde overname van artikelen, met volledige bronvermelding inclusief verwijzing naar deze website, is toegestaan. Ik zou het prettig vinden als je me van overname op de hoogte stelt!

Posts Tagged ‘dopen’

De Doop: discipelschap

In het artikel “Paulus en de doop” kwam al naar voren dat dopen betekent dat men ‘een discipel’ of ‘leerling’ wordt van degene die doopte. Dit is een gegeven dat we tevens kunnen afleiden uit het Nieuwe Testament.

Discipelen
In Handelingen 19:1 lezen we over ‘ongeveer 12 mannen’ die ‘discipelen’ werden genoemd. Zij waren gedoopt door Johannes en leerlingen van Johannes geweest. Het woord discipel is de vertaling van ‘leerling’. In Matteüs 9:14 en 11:2 lezen we over ondermeer dergelijke discipelen van Johannes. Ook lezen we over de discipelen van de Farizeeën (Markus 2:18). Ook de Here Jezus maakte -en dat weten we uiteraard- discipelen, we lezen hierover:

“dat Jezus meer discipelen maakte en doopte dan Johannes – ofschoon Jezus niet zelf doopte, maar zijn discipelen” (Joh. 4:1,2)

We denken bij de discipelen van de Here vaak aan de twaalf disicpelen. Maar er waren er dus véél meer! Dat zien we ook in Handelingen, waar we lezen dat er ca. 120 bijeen waren (Hand. 1:15). We zien dus de kring van de 12 discipelen maar daaromhéén een nog veel grotere kring van leerlingen en als ‘buitenste kring’ worden ‘de scharen’ (de massa die op de predikingen afkwam) genoemd.

Petrus en de andere discipelen waren dus gewoon te dopen, “namens” of,.. “in de naam van” de Here Jezus. Deze leerlingen werden gedoopt tot discipel of, met andere woorden, tot leerling van Jezus.

Wanneer we terugdenken aan de weergave van Matteüs 28:19 zoals we die kennen van Eusebius:

Gaat dan henen, dicipelt alle volken in mijn naam en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.

Is dat een opdracht welke de discipelen perféct begrepen en uitgevoerd hebben; toen de massa’s tot geloof kwamen in de Here doopten zij hen “in de naam van Jezus” om hen tot léérlingen, tot discipelen, van de Here Jezus te maken en onderwezen hen wat de Here Jezus onderwezen, bevolen, had.

In het éérste artikel, over de vraag van de doopformule, kwam naar voren dat we dienen te dopen “in (of: tot) de naam van Jezus”. Door deze doop worden we dus “discipelen” van de Here Jezus. De persoon die ons doopt, de kerk waar we gedoopt worden, enz. -zo is ondermeer uit Paulus’ woorden duidelijk geworden-, doet er niet meer toe in deze bedeling. We zijn gedoopt tót discipelschap -en daarom in de naam- van Christus Jezus. We behoren vanaf dat moment Hem toe; we zijn één geworden met Hem.

Rom. 6:3,4:
Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen

Door de doop in Zijn Naam zijn we gaan behoren tot dat éne Lichaam van Christus. Zijn we zijn disicpelen geworden door samen met Hem in het graf te gaan en op te staan in een nieuw leven!

Waarom geen discipelen meer?
Er is een klein ‘probleem’ dat nog moet worden besproken. De term ‘discipelen’ komen we na de handelingen niet meer tegen. Veel mensen menen uit dit soort zaken te moeten kunnen afleiden dat daarom ‘discipelschap’ en dergelijke termen zijn die horen bij het Joodse Christendom. Dat is onjuist. De term ‘discipel’ is namelijk een term die niet meer voorkomt omdat de gelovige discipelen niet meer zo genoemd werden:

Hand. 11:26
En het gebeurde, dat zij een heel jaar in de gemeente samenvergaderden en een grote schare leerden en dat de discipelen te Antiochië het eerst christenen genoemd werden

Er heeft dus een ‘naamswijziging’ plaatsgevonden! We worden geen ‘discipelen’ meer genoemd, maar ‘christenen’. Het principe blijft echter hetzelfde: volgelingen, of leerlingen, van Christus Jezus!

Samenvattend

  1. Het geloof leidt tot de doop, de doop tot discipelschap. Het is het einddoel van de Evangelieverkondiging: het maken van discipelen.
  2. De doop is de identificatie met Christus Jezus in Zijn dood, begrafenis en opstanding.
Share

Paulus en de doop

Het eerdere artikel over de ‘doopformule’ zorgde er voor dat mijn oog viel op het volgende gedeelte uit de 1e brief aan de Korinthiërs:

1 Korinthe 1:17
Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet het kruis van Christus tot een holle klank te maken.

Naar aanleiding van deze tekst heb ik regelmatig gelezen dat Paulus, “na de handelingen-periode” geen mensen meer doopte. Dat zou zijn roeping niet zijn en, volgens degenen die dit leren, belangrijker nog: de doop zou zijn “afgeschaft” onder Paulus’ bediening. Een gedachte welke met name heerst in de kringen van de ultra- of hyperdispensationalisten en alverzoeners (d.i. alverzoeners die een variant van het ultra-dispensationalisme als basis voor hun opvattingen hebben).

Is het juist, vanwege deze zinssnede, te stellen dat Paulus niet meer doopte? Dan moeten we kijken naar twee zaken:

  1. Wanneer schreef Paulus dit (en doopte hij toen inderdaad niet meer)?
  2. Wat is ‘dopen’ eigenlijk?

1. Wanneer schreef Paulus 1 Korinthe?
De meeste bijbelonderzoekers en leraren zijn het er over eens dat Paulus werkzaam was in Korinthe in 50-52. De gemeente daar kende grote problemen en Paulus schreef hen hierover rond het jaar 54 : de 1e Korinthebrief. Dit was vóór Handelingen 19.

Waarom is dat van belang? In Handelingen 19 lezen we over de 3e zendingsreis van Paulus. Wat deed hij tijdens deze reis? Ik citeer Handelingen 19:1-7:

..geschiedde het, dat Paulus, na door de bovenlanden gereisd te zijn, te Efeze kwam, en daar enige discipelen vond. 2 En hij zeide tot hen: Hebt gij de heilige Geest ontvangen, toen gij tot het geloof kwaamt? Doch zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord, dat er een heilige Geest is. 3 En hij zeide tot hen: Waarin zijt gij dan gedoopt? En zij zeiden: In de doop van Johannes. 4 Maar Paulus zeide: Johannes doopte een doop van bekering en zeide tot het volk, dat zij moesten geloven in Hem, die na hem kwam, dat is in Jezus. 5 En toen zij dit hoorden, lieten zij zich dopen in de naam van de Here Jezus. 6 En toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de heilige Geest over hen, en zij spraken in tongen en profeteerden. 7 En het waren in het geheel ongeveer twaalf mannen.

Het valt dus niet te ontkennen dat Paulus wel dégelijk doopte, ook tijdens zijn zendingsreizen en nádat hij schreef dat het niet zijn roeping was om mensen te dopen maar om het Evangelie te brengen! De bewering dat Paulus dus “later niet meer doopte”, op grond van dit gedeelte uit de eerste Korinthebrief, kan geen stand houden. Zelfs als we zouden stellen dat het hier niet letterlijk staat dat hij hen doopte -en er dus de mogelijkheid is dat één van zijn metgezellen dit deed- moeten we toch op zijn minst concluderen dat hij (a) hen wijst op de doop in de naam van Jezus en (b) deze doop bevestigt door zijn aanwezigheid én de handoplegging (zegening) van de pasgedoopten.

Als Paulus de doop had “afgeschaft” zou hij hen daarover niet hebben verteld, deze niet hebben toegepast en hen na deze doop ook niet de handen hebben opgelegd om ze te zegenen!

2. Wat is ‘dopen’ eigenlijk?
Waarom zei Paulus dan dat hij niet geroepen was om te dopen? De verklaring zit in het dopen zelf; wat ís dat? Dopen = het maken van discipelen. Dat zijn: leerlingen. Paulus doopte dus niet om ‘leerlingen van Paulus’ te maken (vergelijk de twaalf mannen in Handelingen, zij waren “discipelen van Johannes”!). Hij doopte wel, maar het was niet zijn roeping of taak om ‘discipelen’ te maken. Zijn roeping was: verkondiging van het Evangelie. Dat was zijn taak. En door die verkondiging ontstonden gemeenten.

Nadat hij daar vaak een tijd (kort) onderwijs had gegeven, de eerste mensen gedoopt had en de plaatselijke gemeente -als een goed zendeling- institutioneerde door aanstelling van een leider of leiders, trok hij verder. Soms liet hij andere medewerkers achter, om de plaatselijke gemeente verder op te bouwen (Hand. 19:1, 1 Kor. 3:6: Apollos).

In 1 Kor. 1:12, 3:4 zien we dat Paulus zegt tot deze Korinthiërs dat zij “vleselijke mensen” zijn, omdat zij zich beroepen op het “zijn van” Apollos, Paulus, Petrus (Kefas) of.. Christus. Paulus schrijft dan ook in 1 Kor. 1:13-14:

zijt gij in de naam van Paulus gedoopt? Ik ben dankbaar, dat ik niemand uwer gedoopt heb dan Crispus en Gajus; zodat niemand kan zeggen, dat gij in mijn naam gedoopt zijt.

Met andere woorden: met uitzondering van Crispus, Gajus (en het gezin van Stefanus, vers 16) had Paulus niemand gedoopt in Korinthe (nb. eveneens een bevestiging dat hij wel dégelijk doopte!). En waarom was dat van belang? Zodat deze “vleselijk” denkende Korinthiërs niet konden zeggen dat zij “discipelen van Paulus” waren. Zodat ze zich daar niet op konden beroepen (1 Kor. 4:6).

Conclusie
Is 1 Korinthe 1:17 dus een tekst op basis waarvan wij kunnen stellen of beweren dat Paulus “in zijn latere bediening” (die toen nog niet eens aangevangen was, áls die er al is!) niet meer doopte? Het antwoord moet toch duidelijk zijn inmiddels: nee. De tekst toont alleen dat wat er staat, namelijk: dat Paulus niet was gezonden om mensen tot léérling van Paulus -waar ze zich dan ook nog eens op zouden kunnen beroepen- te maken, maar dat hij was gezonden om het Evangelie te brengen. Hij was een evangelist, dát is het punt dat hij wilde maken. Anders te leren is een misvatting met, helaas, vergaande consequenties (ondermeer het valse onderwijs dat “de doop is afgeschaft door Paulus”).

Share

De Doopformule

Matteüs 28:19 is de énige plaats waar een afwijkende “doopformule” wordt genoemd. Er is door diverse experts gesteld dat dit gedeelte (“in de naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest”) een latere toevoeging aan de brontekst is geweest. Door anderen wordt dit ten stelligste ontkend. Het is dus van belang hier onderzoek naar te doen.

> Dopen, in de naam van..? (PDF)
> Engelse bronteksten/meer informatie

Share