Over deze site
Welkom op m'n "studieblog"!

Deze site is ontstaan nadat ik begon met het "op afstand studeren" aan een Bijbelschool (Moody Bible Institute). Deze studie is inmiddels afgerond, en het vervolg via ECS is gestart.

Op deze site staan daarnaast ook notities en artikelen over gerelateerde onderwerpen waar ik zelf interesse in heb, zoals Bijbelse Archeologie, en uitgewerkte studies en predikingen van mijn hand.

Alle rechten © 2007-2012
Rudy Brinkman

Ongewijzigde overname van artikelen, met volledige bronvermelding inclusief verwijzing naar deze website, is toegestaan. Ik zou het prettig vinden als je me van overname op de hoogte stelt!

Posts Tagged ‘jezus’

Bekering en Wedergeboorte

De Verloren Zoon - Robert Leinweber“wanneer gij u dan tot de HERE, uw God, bekeert en naar zijn stem luistert overeenkomstig alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw hart en met geheel uw ziel” - Deut 30:2

Veel Christenen, of beter gezegd, mensen die zoekende en tastende zijn in het geloof, denken dat ‘bekering’ iets is dat God moet ‘inwerken’ of ‘doen. Hun leven lang wachten ze op dat éne moment dat God persoonlijk zal ‘ingrijpen’ in hun leven … vaak strijden ze met geloof, geloofszekerheid, met God. En dat zonder reden. Want, de Bijbel leert ons heel iets anders. Zet de theologische bril vandaag maar (weer) eens af, en kijk wat God’s Woord zélf ons onderwijst.

BEKERING

Bekering is een actie die de mens zelf moet ondernemen. Zie deze en deze link, alle teksten verklaren dat. Heel veel mensen denken dat dat niet mag of kan omdat dat “zelfwerkzaamheid” zou zijn. Vaak opgebracht in de (reformatorische) traditie gruwen veel mensen van het idee dat je zelf tot bekering moet of zelfs zou kunnen komen. Het probleem is echter dat heel veel mensen het verschil tussen wedergeboorte en bekering niet kennen. Dat is namelijk een wezenlijk verschil.

bekering = de eerste stap, van de mens, naar God. Bekering = afkeren van de zondige levenswandel, inzien dat men een zondaar ís en redding nodig heeft en dit alleen van God kan verwachten. Dat is een ‘aktie’ die altijd de mens zelf moet doen in die zin dat het besef er moet zijn ‘ik ben verkeerd bezig, iemand moet mij redden’, en dan vervolgens naar God keert en roept tot Hem. Dát is bekering.

WEDERGEBOORTE

wedergeboorte = de vervolgstap. het “uit God geboren” worden, en dat is een heel moeilijk onderwerp voor mensen. Want wat is dat? Nicodemus wist het ook niet (Joh 3). Van Wikipedia:

Wedergeboorte is volgens het christendom een opnieuw geboren worden in een ander mensengeslacht, dat van Jezus, die volgens een traditionele uitleg in de Bijbel de tweede mens wordt genoemd (1 Kor. 15:45-47). Jezus is als Christus het hoofd van een nieuw of ander mensengeslacht in tegenstelling tot Adam, de eerste mens en hoofd van het eerste mensengeslacht. Wedergeboorte in het geslacht van deze Jezus Christus betekent afgesneden worden uit het eerste geslacht van Adam om vervolgens overgezet te worden in het geslacht van Jezus Christus.

De mens kan zich bekeren (“naar God toe keren”), maar het wedergeboren worden, tot het “geslacht van Christus” behoren is vervolgens het werk van God doet in je, ná je bekering. Het “zoonschap” van de gelovige. Dat gééft God vervolgens en kun je je zelf niet toe-eigenen. Hoewel je wel die ‘macht’ hebt staat er:

Johannes 1:12 – “Doch allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden”.

Het woord ‘macht’ is in onze vertaling een beetje een brakke vertaling, er staat namelijk iets anders: recht (klik hier). Je hebt het recht (!) gekregen een kind van God te worden als je gelooft en je bekeert. Dat is nogal wat! Waarom heb je ‘recht’? Omdat je doet wat de Here vraagt namelijk: je bekeren. En dan geeft Hij vervolgens dat ‘kindschap’, ‘zoonschap’ - dan wórdt je van boven af geboren.

Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons naar zijn grote barmhartigheid door de opstanding van Jezus Christus uit de doden heeft doen wedergeboren worden tot een levende hoop – 1 Petr. 1:3

Ik kan u daarom onder verwijzing naar het Woord van God zeggen: neem met een gerust hart die stap, bekéér je, en Hij zal ‘van bovenaf’ u het Kindschap, de Wedergeboorte, geven!

Share

Bereid de Weg van de Here

De Weg van de Here - JesajaBereid de weg van de HEERE, maak recht in de wildernis een gebaande weg voor onze God. (Jes. 40:3)

Jesaja hoofdstuk 40 – 66 staat wel bekend als ‘Het Boek van Troost’. Die titel komt uit het eerste gedeelte, wat zonet gelezen is. Jesaja 40:1 introduceert het thema: “Troost”. Troost voor het volk van God.

Wat volgt is een beeldende omschrijving van wat er allemaal gaat gebeuren in de toekomst, wat God voor Zijn Volk, Israël, gaat doen. Hij gaat hen troosten, omdat haar strijd achter de rug zal zijn en haar zonde verzoend is. En dan komt het hele bekende vers:

3 Een stem van iemand die roept in de woestijn:
Bereid de weg van de HEERE, maak recht in de wildernis een gebaande weg voor onze God.

Een Bijbelstudie op een aantal gedeelten uit deze hoofdstukken over het thema “De Dienstknecht van God“, de man die “Het Heil (van God)”, Yashuw’ah, heet – oftewel: Christus Jezus.

Het begrip “Dienstknecht” wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd. Deze studie gaat over wat Jesaja laat zien over het werk van de Dienstknecht voor Israël, de “heidenvolken” en de relatie tot de gelovigen.

> Download de tekst hier (12 Pagina’s, A4, PDF-formaat)

Share

God dienen – niet vrijblijvend!

Jona op het strand - God dienen is niet vrijblijvend

Jona 3:1-10

Het verhaal van Jona is natuurlijk overbekend. Het is ook een ‘omstreden’ verhaal en de huidige, moderne, mens wil van een dergelijk wonderverhaal niet meer weten.

Toch vreemd – we geloven in de Here Jezus, we geloven dat Hij aan het kruis stierf, dat hij zelfs opstond uit de dood. Het verhaal van Jona in de vis en hoe hij daar weer levend uit komt staat, in typologische zin, model voor de dood en opstanding van Christus Jezus. Dat geloven veel Christenen wel. En er zijn ook nog heel veel Christenen die geloven dat God de Schepper is van deze wereld. We geloven in de Hemel, in een leven na de dood. Maar een man die door een vis wordt opgeslokt en na drie dagen weer levend wordt uitgebraakt door die vis? “Nee”,.. zegt men dan “dat kan niet hoor, dat moet je niet letterlijk maar gééstelijk lezen”.

Geestelijk lezen
Dat klinkt eigenlijk best mooi, “geestelijk lezen”. Maar wat blijft er dan over, of, anders gezegd: wat mís je dan in het verhaal van Jona?

Prediking/studie, a4, 10 pagina’s (PDF)

Share

Vlees en Bloed?

Joh. 6:50-51, 53 (HSV) Dit is het brood dat uit de hemel neerdaalt, opdat de mens daarvan eet en niet sterft. Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees, dat Ik geven zal voor het leven van de wereld. [..] ezus dan zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als u het vlees van de Zoon des mensen niet eet en Zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in uzelf.

De Bijbel bevat soms onbegrijpelijke delen. Zeker voor de mensen tot wie het bovenstaande gesproken werd was het niet te bevatten wat de Here Jezus hier nu bedoelde. Wanneer je terug kijkt, met de informatie en kennis die we nu hebben, dan kun je met een beetje inzicht in de Bijbel begrijpen wat de Here Jezus bedoelde. Dat is altijd zo, als je terug kijkt. Maar toen wist men nog niet wat er stond te gebeuren, in wat voor een bijzonder moment van de geschiedenis van de wereld men zich bevond.

Zouden wij het hebben begrepen? Stel je eens voor, de zoon van het plaatselijke klussenbedrijf die zegt “Ik ben uit de Hemel gekomen om jullie te redden, als je in mij gelooft zal je voor eeuwig leven. Mijn vlees zal de hele wereld redden”. Ik bedoel dit zeker niet spottend! Maar zouden we hem geloven? Zouden we niet gezegd hebben: “Je bent zeker van de steiger gevallen gisteren?”.

> Lees verder (PDF)

Share

Blijvend ongeloof van de Joden

Joh 12:37-50

“Maar hoewel Hij zoveel tekenen in hun bijzijn gedaan had, geloofden zij niet in Hem”

Grote tekenen. Zichtbare tekenen! Controleerbaar en aanschouwd door de massa! Met hun eigen ogen hadden ze gezien wat de Here had gedaan. Zijn hele leven had de Here hij tekenen gedaan voor de ogen van de mensen: doden opgewekt, zieken genezen, de wonderbare spijziging.. allemaal tekenen voor de ogen van grote mensenmassa’s. Zijn hele bestaan hier op aarde was vanaf Zijn geboorte één groot téken voor de ogen van de mensen geweest.

Tot twee keer toe was er een stem uit de Hemel geweest: bij zijn doop en nu, bij zijn aanstaande sterven Luk. 3:22, Joh. 12:28. Ondanks dat alles, lezen we in vers 37: “geloofden zij niet in Hem”.

> Download volledige tekst (PDF)

Share

Wat leert de Koran?

moskee.jpgEr wordt veel onzin over de Islam vertelt. Tevens wordt de waarheid echter -vooral voor Christenen- verborgen gehouden.

Deze korte presentatie (powerpoint) belicht een aantal kernteksten uit de Koran zéér kort waardoor duidelijk is wat de Koran leert over (erf)zonde, verlossing en het werk van de Here Jezus en sluit vervolgens af met God’s Woord!

> Download presentatie

Share

Job

Eén van de oudste boeken uit de Bijbel is, zonder twijfel, het boek Job. Het boek maakt onderdeel uit van de vijf “poëtische boeken”. Dat de boeken “poëtisch” genoemd worden komt door de vorm waarin ze geschreven zijn, niet de inhoud.

De belangrijkste karakteristiek van de Hebreeuwse poëzie is de herhaling. Herhaling van ideeën, over het algemeen bekend als “parallelisme” – ‘een stijlfiguur waarbij twee of meer zinswendingen naar inhoud of vorm gelijk zijn‘ (Wikipedia). Het is niet voor niets dat op de Wikipedia-site voor een voorbeeld hiervan naar de Psalmen verwezen wordt, één van de bekdendste boeken uit de Bijbel.

Gezien deze vorm is het mogelijk de Hebreeuwse poëzie in alle talen te vertalen zónder de poëtische vorm te verliezen.

Het boek Job
De grote vraag waarom het boek Job draait is: “Waarom lijden (rechtvaardige) mensen?”. Het probleem van het (menselijk) lijden is een universeel probleem. God geeft op de vraag géén abstract of theoretisch antwoord. Hij geeft antwoord door het verslag van het leven van Job, een concreet vóórbeeld.

Het boek speelt in de tijd van de patriarchen, de ‘aartsvaders’, en is ingedeeld in vijf delen:

  1. Proloog (wat er in de Hemelse gewesten plaatsvond, 1-2);
  2. De controverse tussen Job en zjin drie vrienden (3-31);
  3. De rede’s van Elihu (32-37);
  4. Het antwoord van God (38-41);
  5. Epiloog (42).

In de proloog zien we het antwoord op de vraag naar het lijden van de rechtvaardige al doorschemeren. Toch volharden veel mensen ondanks dat in dezelfde fout als de drie vrienden van Job. Ze zien het feit over het hoofd dat God van Job zegt dat hij “vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad” is (Job 1:1, 1:8, 2:3). God zegt dus “geen kwaad woord” over Job! Job is een rechtváárdige! Het kwaad dat hem overkomt is dus niet te wijten aan hemzelf. Wanneer we dat niet in ons achterhoofd houden, kunnen we het boek nooit op de juiste waarde schatten en er daarom ook niet van leren.

1. proloog
In de proloog zien we wie de satan is: de aanklager van de gelovigen (Openb. 12:10). Zijn theorie is dat Job de Here dient omdat de Here zegende. Oftewel hij zegt, “Job doet dat omdat hij er voor beloond wordt”. Hier zien we dat satan een gelovige niets kan (aan)doen tenzij de Here God dit toestaat. Er worden ook grenzen gesteld aan wat de satan Job mag aandoen: “En de HERE zeide tot de satan: Zie, al wat hij bezit, zij in uw macht; alleen tegen hemzelf zult gij uw hand niet uitstrekken.” (Job 1:12).

Het is verschrikkelijk te zien dat Job niet alleen zijn bezit verliest -dat is iets wat de meeste mensen wel verdragen- maar dat de satan zo keihard en niets ontziend is dat zelfs Job’s kinderen laat omkomen – waarvan de Here zegt dat de satan Job “zonder oorzaak in het verderf (ongeluk) stort”.

Desondanks blijft Job trouw aan de Here! Hij neemt de Here God niets kwalijk en ondanks zijn verdriet zegt hij: “De HERE heeft gegeven, de HERE heeft genomen, de naam des HEREN zij geloofd.” (Job 1:21). Job zondigde niet.

De lessen die we hier direct al uit kunnen trekken zijn:

  • God is niet de veróórzaker van het kwaad, en wij kunnen Hem dit dan ook niet toerekenen c.q. kwalijk nemen. Doen wij dit wél, dan zondigen wij tegen de Here God!;
  • Het geloof in de Here God is géén “garantie” voor een succesvol leven met allerlei “materiële zegeningen”. Integendeel! De gelovige, zie ook Openb. 12:10, zal voortdurend door de satan worden ‘aangeklaagd’ en bestreden. Geloof gaat daarom meestal eerder gepaard met lijden, in welke vorm dan ook, dan met ‘succes’. *)

Job en zijn vriendenDe volgende klap die Job te verduren krijgt is de aantasting van zijn gezondheid; hij wordt melaats. Ook hier zondigde Job niet!

Dit is dus de achtergrond tegen welke we het boek Job moeten (gaan) lezen: Job, de rechtváárdige, die níet zondigde tegen God ondanks de aanvallen van de satan.

De proloog eindigt met de vrouw van Job, die hem aanraadt om “God vaarwel te zeggen en te sterven”. Hij wijst haar terecht, en, zondigt daarin wederom niet. Dan arriveren de vrienden van Job, die zeven dagen lang -in rouw- zonder een woord te spreken bij hem gaan zitten (afbeelding).

2. De controverse tussen Job en zijn vrienden
In de hoofdstukken 3-31 zijn er drie discussies tussen Job en zijn vrienden. Alle discussies verlopen via een vast patroon: Job spreekt, zijn vrienden antwoorden, Job antwoord hen.

Hoewel de vrienden van Job medelijden hebben en hem willen troosten heeft hij aan hun troost niets. Zij gaan namelijk uit van de vóóronderstelling dat Job het lijden aan hemzelf te danken heeft. Hij is, volgens hen, een “groot zondaar”. Zij zijn van mening dat al dit lijden zijn eigen schuld is vanwege zijn zonde (alhoewel ze niet eens kunnen duiden wat dat dan wel niet zou mogen zijn). Veel van wat ze naar voren brengen is wáár, maar.. de beschuldiging dat Job een zondaar is, is een grote en grove onwaarheid; immers: Gód had gezegd dat hij een rechtvaardige was!

Het is waar dat zonde leidt tot terechtwijzing, door God, en dat dit soms -in onze ogen- een lijden is. Niemand wil immers getuchtigd worden? Maar de fout van de vrienden is dat zij daarmee ál het lijden zien als “straf op de zonde”. Hun beperkte begrip hierover leidt er toe dat zij van mening zijn dat Job -gezien zijn enorme lijden- wel een groot zondaar moet zijn. Job claimt ook niet dat hij zonder zonde is. Hij begrijpt niet waarom hij lijdt, maar weet ook dat zijn lijden niet gerelateerd kan worden áán zijn zonden. Het is, zo zouden wij zeggen, immers een buitenproportioneel lijden. Desondanks spreekt Job zijn vertrouwen nog steeds uit in God: “Maar ik weet: mijn Losser leeft” (Job 19:25).

Job brengt tegen de aanklacht van zijn vrienden in dat de kwade mensen, de slechterikken, die overduidelijk in zonde leven wél voorspoed kennen. De vrienden kunnen echter niet anders dan volharden in hun mening.. Zijn vriend Elifaz beschuldigd hem zelfs keihard: “Is niet uw boosheid groot, en zijn uw ongerechtigheden niet eindeloos?” (Job 22:5).

3. De rede’s van Elihu
Elihu, een jonge man die alles tot op dat moment aanhoorde, kan zichzelf niet meer inhouden en neemt het woord. Zijn these is dat lijden een ‘genezende’ of ‘helende’ werking heeft; hij is van mening dat God de lijdende mens wil tuchtigen om hem tot God te doen terugkeren.

De Bijbel maakt duidelijk dat sommigen lijden vanwege (en door of onder) hun zonden. Sommigen inderdaad getuchtigd worden. Maar ook Elihu’s gedachte is niet de volledige waarheid. In de epiloog zien we dat ook terug; God verklaart dat de vrienden van Job niet juist hebben gesproken.

4. Het antwoord van God
De Bijbel maakt heel duidelijk dat Job uiteindelijk van God zélf antwoord krijgt. Het meest vreemde -voor ons- is dat het antwoord bestaat uit een aantal vrágen aan Job. God vertelt Job niet waaróm hij moest lijden maar in plaats daarvan legt God hem vragen voor, vragen waarvan op voorhand duidelijk is dat Job niet bij machte is ze te beantwoorden.. God laat hem daarmee zien dat hij, Job, niet in staat is om alle geestelijke vragen te beantwoorden.

Job ontdekt, door de antwoorden -in vraagvorm- van God dat hij niet hoeft te weten waaróm hij lijdt als hij God kent. Een waar inzicht in God, gaf hem daarmee waar inzicht in hemzelf. Zij die God kennen, hebben de grootste zelfkennis en beseffen des te meer dat zij God nodig hebben.

Romeinen 7:18
Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet.

Onze eigen ónmacht beseffend, schuilen, vlúchten, we naar God.

5. Epiloog
God wordt verheerlijkt. De tegenstander, satan, moet ‘in het stof bijten’. Job heeft zijn geloof behouden en zelfs een verdieping in zijn geloofsleven meegemaakt, hij is dichter tot God genaderd dan ooit. De conclusie moet dan zijn dat soms het lijden inderdaad veroorzaakt wordt door de zonde; soms is het tuchtiging en soms.. is het om God te verheerlijken!

Het zinloos lijkende lijden, door de satan veroorzaakt, wordt ten goede gekeerd. Nogmaals: God veroorzaakte het niet, maar door het lijden van Job heen werd God wél verheerlijkt en de satan de ‘grote verliezer’. Is dan het doel van het lijden van Job het verheerlijken van God? Nee, dat wás het niet. Het doel van de satan was om hem van God af te doen keren. Maar het verheerlijken van God was uiteindelijk wél wat er werd bereikt!

Is daarmee het lijden verklaard? Jazeker! Job’s leven, maar bovenal zijn trouw aan God, is een groot voorbeeld voor ons. We zien ditzelfde lijden -en de overwinning op dit door satan veroorzaakte lijden, immers: hoewel het geprofeteerd was dat dit moest gebeuren was het de ultieme poging van satan om God’s heilsplan tegen te houden- terug in het leven van Christus Jezus. Hij leed en stierf om, uiteindelijk, God de Overwinning te geven en daarmee God te verheerlijken:

Johannes 13:32
Als God in Hem verheerlijkt is, zal God ook Hem in Zich verheerlijken, en Hem terstond verheerlijken.

________
*) Hier blijkt onder andere dat het ‘succes-evangelie’ een volstrekt valse leer is.

Share

De Doop: discipelschap

In het artikel “Paulus en de doop” kwam al naar voren dat dopen betekent dat men ‘een discipel’ of ‘leerling’ wordt van degene die doopte. Dit is een gegeven dat we tevens kunnen afleiden uit het Nieuwe Testament.

Discipelen
In Handelingen 19:1 lezen we over ‘ongeveer 12 mannen’ die ‘discipelen’ werden genoemd. Zij waren gedoopt door Johannes en leerlingen van Johannes geweest. Het woord discipel is de vertaling van ‘leerling’. In Matteüs 9:14 en 11:2 lezen we over ondermeer dergelijke discipelen van Johannes. Ook lezen we over de discipelen van de Farizeeën (Markus 2:18). Ook de Here Jezus maakte -en dat weten we uiteraard- discipelen, we lezen hierover:

“dat Jezus meer discipelen maakte en doopte dan Johannes – ofschoon Jezus niet zelf doopte, maar zijn discipelen” (Joh. 4:1,2)

We denken bij de discipelen van de Here vaak aan de twaalf disicpelen. Maar er waren er dus véél meer! Dat zien we ook in Handelingen, waar we lezen dat er ca. 120 bijeen waren (Hand. 1:15). We zien dus de kring van de 12 discipelen maar daaromhéén een nog veel grotere kring van leerlingen en als ‘buitenste kring’ worden ‘de scharen’ (de massa die op de predikingen afkwam) genoemd.

Petrus en de andere discipelen waren dus gewoon te dopen, “namens” of,.. “in de naam van” de Here Jezus. Deze leerlingen werden gedoopt tot discipel of, met andere woorden, tot leerling van Jezus.

Wanneer we terugdenken aan de weergave van Matteüs 28:19 zoals we die kennen van Eusebius:

Gaat dan henen, dicipelt alle volken in mijn naam en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.

Is dat een opdracht welke de discipelen perféct begrepen en uitgevoerd hebben; toen de massa’s tot geloof kwamen in de Here doopten zij hen “in de naam van Jezus” om hen tot léérlingen, tot discipelen, van de Here Jezus te maken en onderwezen hen wat de Here Jezus onderwezen, bevolen, had.

In het éérste artikel, over de vraag van de doopformule, kwam naar voren dat we dienen te dopen “in (of: tot) de naam van Jezus”. Door deze doop worden we dus “discipelen” van de Here Jezus. De persoon die ons doopt, de kerk waar we gedoopt worden, enz. -zo is ondermeer uit Paulus’ woorden duidelijk geworden-, doet er niet meer toe in deze bedeling. We zijn gedoopt tót discipelschap -en daarom in de naam- van Christus Jezus. We behoren vanaf dat moment Hem toe; we zijn één geworden met Hem.

Rom. 6:3,4:
Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen

Door de doop in Zijn Naam zijn we gaan behoren tot dat éne Lichaam van Christus. Zijn we zijn disicpelen geworden door samen met Hem in het graf te gaan en op te staan in een nieuw leven!

Waarom geen discipelen meer?
Er is een klein ‘probleem’ dat nog moet worden besproken. De term ‘discipelen’ komen we na de handelingen niet meer tegen. Veel mensen menen uit dit soort zaken te moeten kunnen afleiden dat daarom ‘discipelschap’ en dergelijke termen zijn die horen bij het Joodse Christendom. Dat is onjuist. De term ‘discipel’ is namelijk een term die niet meer voorkomt omdat de gelovige discipelen niet meer zo genoemd werden:

Hand. 11:26
En het gebeurde, dat zij een heel jaar in de gemeente samenvergaderden en een grote schare leerden en dat de discipelen te Antiochië het eerst christenen genoemd werden

Er heeft dus een ‘naamswijziging’ plaatsgevonden! We worden geen ‘discipelen’ meer genoemd, maar ‘christenen’. Het principe blijft echter hetzelfde: volgelingen, of leerlingen, van Christus Jezus!

Samenvattend

  1. Het geloof leidt tot de doop, de doop tot discipelschap. Het is het einddoel van de Evangelieverkondiging: het maken van discipelen.
  2. De doop is de identificatie met Christus Jezus in Zijn dood, begrafenis en opstanding.
Share

De Doopformule

Matteüs 28:19 is de énige plaats waar een afwijkende “doopformule” wordt genoemd. Er is door diverse experts gesteld dat dit gedeelte (“in de naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest”) een latere toevoeging aan de brontekst is geweest. Door anderen wordt dit ten stelligste ontkend. Het is dus van belang hier onderzoek naar te doen.

> Dopen, in de naam van..? (PDF)
> Engelse bronteksten/meer informatie

Share

Een béter verbond!

Waarom kwam Jezus op deze aarde?

Prediking over/rondom:
Jesaja 9:1-6, Jeremia 31:31-37 en Hebreeën 8:1-13

> Lees de prediking (PDF) naar aanleiding van dit gedeelte.
> Beluister of download de audio-opname (mp3) van de dienst

Share