Categorie: Archeologie

Dode Zeerollen ©public domain

De (bijna) waardeloze “blanco” dode zeerollen

Dode Zeerollen ©public domain
Isaiah Scroll (Isa 57:17 – 59:9), 1QIsab. ©public domain

De Dode Zeerollen blijven tot de verbeelding spreken. Sommigen gaan ver in het verzamelen van deze rollen; er wordt een grote (historische) waarde aan toegedicht. Zó ver zelfs, dat men bereid is voor vervalsingen heel veel geld te betalen. De Dode Zeerollen bevestigen namelijk dat de Bijbel heel betrouwbaar is. Maar de handelaars in ‘Bijbels materiaal’ helaas niet altijd..

Bij toeval stuitte ik op een bericht in een Surinaamse(!) krant, op zoek naar iets anders, over een recente ontdekking met betrekking tot een andere vondst: de Reed Collectie.

In de jaren vijftig ontvangt Ronald Reed, onderzoeker aan de Universiteit van Leeds, uit handen van de Jordaanse overheid enkele fragmenten van de beroemde Dode Zee-rollen (zie kader). Aangenomen wordt dat het om ‘lege’ en dus relatief waardeloze fragmenten gaat. Reed is er mee in zijn nopjes. Want dat betekent dat ze ook zeer geschikt zijn voor wetenschappelijke experimenten. Reed onderzoekt de chemische samenstelling van de fragmenten en bergt ze daarna veilig weer op. (Scientias)

Bij nieuw onderzoek blijken de ‘lege’ rollen echter helemaal niet leeg te zijn. De (bijna) waardeloze ‘blanco’ fragmenten bevatten wel degelijk tekst. Onderzoekster Joan Taylor ontdekt namelijk dat op de fragmenten leesbare tekst bevatten (Scientias, Sci-News).

Opmerkelijk zwijgen

Wat mij opvalt in de berichtgevingen over de Dode Zeerollen is dat de kranten de vervalsingen breed hebben uitgemeten, ook in de Nederlandse pers. Maar deze ontdekking, die eigen véél spectaculairder is, heb ik in geen enkele reguliere krant terug kunnen vinden. Natuurlijk is een vervalsing ‘sensatie’. Maar dit is ook sensationeel nieuws! Daarbij waren deskundigen al heel lang van mening dat de Dode Zeerollen van het Bijbels Museum, de Green collectie, waarschijnlijk vals waren. Al in 2018 schreef bijvoorbeeld wetenschapper Jona Lendering hier al over. Dus, dat is in 2020 toch geen nieuws meer?

De blanco dode zeerollen

De ‘blanco’ rollen bevatten niet veel tekst, maar de wetenschappers die er mee bezig zijn zeggen dat het stukjes van een puzzel zijn. Het onderzoek op deze rollen zal nog een tijd doorgaan. Ik ben benieuwd wat er uit gaat komen!

 

Herziene Voorhoevvertaling Telos Bijbel 5e editie weer beschikbaar

Hoe lang bestaat het Nieuwe Testament eigenlijk al?

Hoe lang kennen we de boeken van het Nieuwe Testament, wat zijn de oudste exemplaren? Dit is een niet onbelangrijke vraag want daarmee hangt niet alleen de datering van de boeken samen maar ook de betrouwbaarheid.

Stel, ik zou een boek schrijven over iemand die 150 jaar geleden heeft geleefd. Mijn bronnen: mondelinge overleveringen. Dan zou de betrouwbaarheid er van behoorlijk matig zijn. Maar als ik een boek schrijf over de 2e wereldoorlog, nu zo’n 75 jaar geleden, kan ik nog voldoende mensen spreken en interviewen die deze oorlog meegemaakt hebben. Met andere woorden: uit de éérste hand hun verhalen optekenen, met elkaar vergelijken en zo tot een betrouwbaar verslag komen.

Met de kerstdagen hebben we herdacht dat Jezus is geboren (rond het jaar 4 voor de jaartelling). De eerste verslagen van zijn leven, gebaseerd op onderzoek en eigen ervaring van de geïnterviewden, verschenen rond het jaar 60 (Evangelie van Lucas bijvoorbeeld).

Sommigen ontkennen dit; zij stellen dat “Het Nieuwe Testament veel later is geschreven”, zoals bijvoorbeeld ditzelfde Evangelie van Lucas; het zou volgens sommigen pas uiterlijk rond 130 n.Chr. zijn verschenen. Dan zou Lucas niet eens de schrijver kunnen zijn(!) en zou het boek dus op dat punt al de eerste leugen verkondigen.

Het zou ook verder een onbetrouwbaar boek zijn immers: honderd jaar na dato zijn er nauwelijks nog levende getuigen van het leven van Jezus en als er al een spaarzame, zéér oude, getuige zou zijn, hoe zou die zich nog zo veel en zo precies alles kunnen herinneren? En natuurlijk kun je ook niet de diverse bronnen tegen elkaar afwegen.

COLLECTIES
Het is daarom interessant om te zien dat Ignatius in 115 n.Chr. blijkt te beschikken over een collectie van de Evangeliën en Clemens al in 96 een collectie van de brieven van Paulus had. Dit betekent niets anders dan dat de Evangeliën en de brieven reeds wijdverspreid waren, al voor het jaar honderd.

Fragment brief aan de Romeinen
Oxyrhynchus 209, manuscript of the New Testament, Romeinenbrief, 4e eeuw (Wikipedia)

Daarom ook dat er zoveel kopieën van de Evangeliën en brieven zijn ook al zijn ze op het, maar matig te conserveren, papyrus geschreven. Er waren er zó veel beschikbaar uit de eerste eeuwen na Christus dat deze vroege kopieën van het Nieuwe Testament simpelweg ‘overleefd’ hebben dankzij de massa er van.

INTERN BEWIJS
Daarnaast is er belangrijk ‘intern bewijs’ die de Handelingen, en dus ook het Evangelie van Lucas want dat was het éérste boek dat Lucas schreef, zelfs dateren van voor of rond het jaar 60 n.Chr. Immers: er wordt over de dood van Paulus niets genoemd; het boek stopt bij zijn éérste gevangenschap. Dat was op dat moment de situatie.

Ook wordt niet genoemd dat Paulus weer vrijgelaten was en nog een 4e zendingsreis of zelfs reizen heeft gemaakt. Tot slot wordt ook de verwoesting van de Tempel van Jeruzalem niet genoemd – en dat terwijl dit voor zowel de Joden als de Christenen een (wereld)schokkend gebeuren moet zijn geweest.

Sommigen beweren dat dit ‘tactiek’ van de ‘fictieve’ Lucas zou zijn geweest om geloofwaardiger over te komen als zou deze fictieve schrijver wel degelijk de originele schrijver zijn. Maar dan ga je per definitie uit van boze opzet van een schrijver die overduidelijk dit doel niet heeft. Een schrijver die zichzelf dan ook volstrekt belachelijk zou maken immers: iedereen die die brief ontving of las wíst dat hij Lucas niet was of kon zijn.

Persoonlijk geloof ik eerder dat zij die dergelijke ‘boze opzet’ aan Lucas toe willen schrijven zélf een boze opzet hebben: de geloofwaardigheid van de Bijbel in diskrediet brengen. Er is immers verder helemaal niets en niemand gediend met deze theorie anders dan het ‘afzwakken’ van het Getuigenis van de Bijbel?

Alles bij elkaar genomen, en ik kan in dit stukje natuurlijk lang niet alles benoemen op dit punt, is het zonder twijfel een vaststaand feit dat het Nieuwe Testament, de Evangelieën en de brieven, allemaal zijn geschreven tussen ca. 30-60 n.Chr. Met andere woorden: door de schrijvers zoals Lucas, Paulus e.a. en niet door ghostwriters!

BRIEF AAN DE ROMEINEN
Op dit moment bestudeer ik de brief aan de Romeinen en zo kwam ik er op iets op te zoeken over deze brief. Omdat de inhoud van de brief er toe leidt dat ik wat vraagtekens heb bij een aantal aannames die er over worden gedaan. Daarover later meer (waarschijnlijk).

Door de zoektocht naar informatie kwam ik op een fragment van deze brief en bronnen die melden dat er reeds voor het jaar honderd dus wijdverspreid kopieën van deze brief in omloop waren. Ook in de Bijbel zelf wordt dit genoemd; Petrus schrijft in zijn brief namelijk over de brieven van Paulus(!) en daarnaast wordt ook de opdracht gegeven afschriften van de brieven door te zenden aan andere gemeenten.

Bijzonder is soms de vindplaats van deze oude kopieën. Een antieke vuilstort waar zéér veel oude geschriften werden gevonden, inclusief bijbelgedeelten. Juist door de combinatie met andere oude boeken is het dan des te aannemelijker dat het originele kopieën zijn en geen falsificaties.

Tot slot, het Oude Testament? Reeds in de tijd van Jezus was daarvan de canon vastgesteld en was er zelfs al een Griekse vertaling. Ook deze was wijdverspreid al was het alleen al doordat het Jodendom, de Joden, zelf over de hele toenmalige wereld verspreid waren geraakt. Dat onderwerp stip ik ook aan in deze video.

 

De Jezus-ontdekking: Jezus niet opgestaan?

[repost van www.bijbelgetrouw.nl]

StaatGeschreven plaatste vandaag een artikel met als onderwerp: “De Jezus-ontdekking: Messias niet letterlijk opgestaan uit de dood” – “Nieuwe archeologische vondsten schijnen nieuw licht op wat Jezus’ eerste volgelingen verstonden onder Jezus’ opstanding uit de doden. De stoffelijke resten van de Messias en zijn familie zijn hoogstwaarschijnlijk gevonden. Dit lijkt in tegenspraak met de opstandingsverhalen uit de Bijbel, maar dat is niet het geval, aldus James D. Tabor en Simcha Jacobovici, auteurs van The Jesus Discovery.

Het artikel is naar aanleiding van een bericht in de (bekende) “Huffington Post”, waar de auteurs van het boek “The Jesus Discovery: The New Archaeological Find That Reveals the Birth of Christianity” een ‘samenvatting’ geven van hun boek.

OPGEKLOPT VERHAAL
Een nogal opgeklopt verhaal, wederom, zo blijkt. Serieuze archeologen verwerpen het; “een opgeklopt verhaal dat een interessante vondst tot iets spectaculairs opblaast” zo schrijft Cor Hoogerwerf, Research Master student Classics and Ancient Near Eastern Civilisations aan de Universiteit Leiden, op Gegrammena. Hij schrijft verder:
“Wat is er aan de hand? De archeoloog James Tabor heeft (met Simcha Jacobovici) het boek The Jesus Discovery geschreven. Daarin doet hij verslag van de vondst van een graftombe bij Jeruzalem die een afbeelding van Jona en de walvis zou bevatten en bovendien een inscriptie die naar de opstanding der doden zou verwijzen.”

En op basis van deze simpele vondst en een groot aantal aannames trekken de ‘onderzoekers’ vervolgens zeer vergaande conclusies, waaronder… “Jezus is niet opgestaan”.

> Lees verder: het uitstekend gedocumenteerde artikel van Cor Hogerwerf.

Het “Messiaanse Zegel”

Hiernaast zie je een afbeelding van wat wel het “Messiaanse Zegel” (Messianic Seal) wordt genoemd. Het verhaal achter dit symbool klinkt te mooi om waar te zijn,.. en dat is het dan ook. Het is belangrijk de feiten te kennen achter dit symbool want de ‘messiaanse gelovigen‘ maken zich door het voeren van dit symbool -ten opzichte van de Joden, Christenen en tevens archeologisch en geschiedkundig onderlegde ongelovigen- volstrekt belachelijk op dit moment.

Volgens de diverse “Messiaanse gelovigen” (zoals bijv. de “messiaanse gemeenschap” die samenkomt in Amersfoort, die dit symbool in hun logo voeren) is de herkomst van dit symbool als volgt:

“Recentelijk  gevonden  voorwerpen,  gevonden  in  Jeroesjalajiem  (Jeruzalem),  onthullen de Joodse aard van de gelovigen in de Masjiach (Messias) Jesjoea (Jezus) in de eerste eeuw van de gewone  jaartelling  (de Christelijke Jaartelling). Deze Joodse aard wordt duidelijk uit het embleem dat op de gevonden voorwerpen te zien is. Het  Zegel  bestaat  uit  een  menora  (een  kandelaar)  waarvan  de  voet  van  de standaard van de kandelaar is verweven met de staart van een vis. Aldus ontstaat een Magen Dawied  (Davidsster),  ook wel  ‘een  schild’  genoemd” [..] “Het embleem dat bekend geworden is als: Het Messiaanse  Zegel,  werd  blijkbaar  door  de  gelovigen  in  de Masjiach  (Messias)  in  de eerste  eeuw  van  de Gewone Jaartelling  te Jeroesjalajiem  (Jeruzalem)  gebruikt,  in  de Gemeente die geleid werd door Ja’akov  (Jakobus) ben Joseef (de zoon van Jozef), de halfbroer van Jesjoea (Jezus). Volgens Bob Fischer, president-directeur van Olim Creative Products en co-auteur met – lokaal historicus – Reuven Schmalz van hun boek The Messianic Seal of the Jerusalem Church,  wordt  Het  Messiaanse  zegel  sinds  135  van  de  Gewone  jaartelling  (de Christelijke  jaartelling), de kop  ingedrukt door verschillende  Israëlische groeperingen of instanties,  zoals  het  Israël  Museum  en  Orthodoxe  rabbijnen  in  de  Oude  Stad  van Jeroesjalajiem  (Jeruzalem).” – Wilfred Koerse, “Het Messiaanse Zegel”.

Waarde
Aan het embleem wordt de nodige waarde toegekend; zo zou het dus zo zijn dat de vroege Christelijke kerk, gemeente, in Jeruzalem een dergelijk ‘zegel’ gebruikte en, uiteraard, wordt dit (samenzweringstheorie) volgens de schrijver “de kop ingedrukt” door Israëlische instanties of groepen.

Wat men nu precies denkt te kunnen bewijzen met dit zegel, is de vraag. Wanneer men namelijk schrijft:

“proclameert Het Messiaanse Zegel zelf aan de wereld het  doordringende  Jood-zijn  van  Jezus  Christus  en  de  besliste  Joodse  stichting  en wortels van de kerk gesticht in Zijn naam. [..] “Het Messiaanse Zegel van de Jeruzalem kerk”, vervolgt Fischer, “ontwortelt de wortels van  het  anti-semitisme,  terwijl  het  een  genoodzaakte  boodschap  proclameert  die eenheid  herstelt:  Jood met  Jood  en  Jood met  niet-Jood. De  belangrijkheid  van  deze ontdekking  kan  niet worden geminimaliseerd.

Dan is echter mijn antwoord, of wedervraag: deed het Nieuwe Testament, Gods Woord, dat dan al niet? Daar lezen we toch al over het feit dat de eerste Christelijke gemeente ontstond vanuit Joodse gelovigen en dat er later ‘gelovigen uit de Heidenen’ de Messias gingen volgen?

Wie heeft het ontdekt?
Volgens het verhaal is het zegel ontdekt door een monnik, Otecus. Hij vond meerdere objecten met het bijzondere teken er op. Zoals bijvoorbeeld een vaas. Hoewel hij dus de ontdekker schijnt te zijn, zijn het drie organisaties c.q. bedrijven die de vondst bekend maakten: Olim Creative Products of Tiberias, News About  Israel en Christian  Floral  Delivery. En volgens het eerdergenoemde artikel heeft News About Israël de auteursrechten. Dat doet elke archeoloog een wenkbrauwtje optrekken… want hoe kun je de auteursrechten claimen op een historische vondst van 2.000 jaar oud? Dat kan alléén bij een oorspronkelijk ontwerp dat van jouw hand is! En dát maakt dat ik enigzins sceptisch werd en verder onderzoek ging doen.

Op een forum vond ik al snel een eerste aanwijzing dat er iets mis was:

For instance, the Messianic Seal is said to come from the first century depicting the menora, a fish, and the star of David. It is supposed to symbolize a Messianic link to Israel and Christ. Unfortunately, this seal is a hoax. There were none found archeologically anywhere. It is a manufactured symbol that was designed to sell to Messianics. According to the Israel Antiquities Authority, the Messianic Seal is a fake.

Maar hoe kunnen we nu weten of het inderdaad een nep-symbool is? Eenvoudig. Wie even op Wikipedia kijkt naar één van de meest centrale onderdelen van dit zegel weet genoeg. Voor het eerst werd in de 6e eeuw v.Christus (sporadisch) de ‘Davidsster’ gebruikt om de Joden aan te duiden – door de Babyloniërs, en pas in de 10e eeuw is er de eerste geschreven tekst welke refereert aan de ‘Davidsster’ (de Leningrad Codex). Pas sinds de 17e eeuw gebruiken de Joden de ‘Davidsster’ zelf. Er was, in de tijd van Christus, geen enkele traditie rondom de Davidsster.

Dan komen we bij de ‘vis’, onderaan. Dit symbool werd niet gebruikt door de Joodse gelovigen. Het werd pas ergens in de 1e eeuw, in Rome, gebruikt door de vervolgde Christenen om hun plaats van samenkomst, in de catacomben van Rome, middels het ‘geheime’ vis-teken aan te geven.

De feiten op een rij
Als je de feiten op een rij zet:

  1. vondst of publicatie door commerciële organisaties, die het gebruiken voor handelsdoeleinden en er een auteursrecht op hebben geclaimd – wat alleen mogelijk is bij een oorspronkelijk ontwerp;
  2. de ‘Davidsster’ werd in die tijd niet gebruikt door de Joden zelf, zeker niet breed gebruikt. Het werd overigens wel gebruikt in- en bij andere volken als decoratie of om de koning van Israël aan te duiden (zie eerder mbt de vondst in Babylon);
  3. de ‘Ichtus’-vis. Deze werd gebruikt in Rome door de vervolgde heiden-christenen
  4. de ‘samenzweringstheorie’ die men gebruikt. De Israëlische instanties hebben niets tegen dergelijke Christelijke wortels. Integendeel, zij ontkennen deze helemaal niet. Christelijk toerisme is een belangrijke inkomstenbron voor Israël en daarnaast wordt Israël door Christenen, wereldwijd, financieel en politiek gesteund. Wanneer een dergelijke ontdekking zou worden gedaan en historisch betrouwbaar is, zou men daar dus waarschijnlijk graag gebruik van maken. Verder is het bekend, naar ik veronderstel, dat de Joden altijd hebben gemeend dat het Christendom een ‘Joodse sekte’ was. Dus deze samenzwerings-theorie moeten we naar het rijk der fabelen verwijzen;
  5. onafhankelijk historisch onderzoek naar de vondsten is, voorzover mij bekend, niet gedaan. Er zijn foto’s getoond aan een conservator van een museum, maar niet de originele stukken.

dan kan de conclusie mijns inziens alleen maar als volgt zijn: het is een mooi bedacht symbool maar er is geen enkele historische waarde aan te hechten laat staan dat het überhaupt een historische vondst is. Het is gewoon een falsificatie. Een origineel ontworpen logo —een mooi logo ook— uit de jaren ’80 van de vorige eeuw en wordt gebruikt voor marketing-doeleinden. Maarja,.. dát vertelt men liever niet want dat “verkoopt” de (decoratieve) hangertjes, T-shirts, (wand)kleedjes enz. met dit symbool er op natuurlijk niet!

Naschrift
Ik ging nog wat verder zoeken op internet en vond op deze website de ruiterlijke erkenning dat het een falsificatie is. Desondanks voert men het als logo. De schrijver zegt dat hij na verificatie daar achter kwam.

“Helaas zijn er historische problemen (..) het is alom bekend dat de Davidsster pas sinds de late middeleeuwen een Joods symbool werd (..) de gevonden voorwerpen komen niet overeen met de periode: de lamp is laat hellinistisch (100 v.Chr), de schaal is handgemaakt en uit de Mamalukken-periode (13e-16e eeuw) of zelfs Ottomaans (16e-20e eeuws) en is er later opgeschilderd (..) Het is moeilijk te zeggen wat de motieven zijn om het als antiek te presenteren”.

Ondanks dat dit bekend is, en ook zou moeten zijn bij de “oorspronkelijke promotors”, blijft men vasthouden aan de zogenaamde historische waarde en echtheid van dit symbool

A New Dead Sea Scroll?

Onder de titel “A New Dead Sea Scroll in Stone?” publiceerde het Biblical Archaeological Review recent een artikel over een nieuwe, opwindende, archeologische vondst.

De herkomst van de gevonden steen, zie het oorspronkelijke artikel, is onbekend maar de steen moet uit het oude Israël of Jordanië komen en is gedateerd tussen 100 voor tot maximaal 100 ná Christus. Aangezien de tekst spreekt over Jeruzalem, is aannemelijk dat deze in elk geval vóór de verwoesting van Jeruzalem is opgesteld (70 n.Chr).

De steen dook op bij een verzamelaar, die deze heeft gekocht op een markt. De steen bevat een ‘profetische’ tekst, in de literaire stijl die gelijk is aan die van de Bijbelse profetie en op schrift gesteld door ene Gabriël. Net als de profeten, stelt de schrijver dat dit “Het Woord van de Here” is.

De tekst
De tekst is dus opvallend genoeg niet op leer of papyrus geschreven of uitgehouwen in de steen. In tegenstelling tot de gewoonten uit die tijd is de steen beschreven met inkt. Wat de reden hiervoor is geweest? Dat zal nooit iemand weten. Op de steen zijn wel lijntjes getrokken, gekerfd, om het schrift te steunen zoals ook het geval is bij de Dode Zee-rollen. Er is door diverse mensen onderzoek gedaan naar de tekst. Want de tekst lijkt aanleiding te geven te denken dat de schrijver spreekt over de komst van een lijdende Messias en een strijdende Messias. Het is bekend dat in het Jodendom deze twee Messiasverwachtingen bestonden waarbij men over het algemeen de gedachte van de ‘lijdende’ Messias niet breed aanhing. De tekst spreekt een aantal malen over de ‘Zoon van David’ of ‘David, Mijn dienstknecht’.

De tekst is recent vertaald naar ondermeer het Engels door de Israëlische bijbelgeleerde Ada Yardeni (Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem). Uit de tekst blijkt dat de schrijver verwachte, of: profeteerde, dat er een Messias zou komen die zou lijden, sterven én.. na drie dagen weer opstaan uit de dood. Opvallend is ook dat bijvoorbeeld drie herders (!) genoemd worden die “uitgingen” en de “Prins der prinsen”..

Conclusies?
Het is nog te vroeg misschien om conclusies te trekken. De steen, de tekst, wordt verder onderzocht. Maar we mogen al wel vaststellen dat er opmerkelijke zaken zijn vermeld. Dat de steen “echt” is, staat onomstotelijk vast. Alle experts zijn het er over eens. Mijns inziens kan er hier dus sprake zijn van (a) een profetie of (b) een beschrijving van gebeurtenissen… In beide gevallen hebben we hier een onweersprekelijk getuigenis van het feit dat er een lijdende Messias bekend was, die zou komen of er was geweest (afhankelijk van de datering) en een “keihard” bewijs (wederom) van de Bijbelse waarheid!

> A New Dead Sea scroll in stone?
> Vertaling tekst (Engels, PDF-formaat)
> Wikipedia “Visioen van Gabriël”

Jeremia

Jeremia is de schrijver van twéé boeken: Jeremia en Klaagliederen. Het boek Jeremia is het langste profetische boek in de Bijbel. Hij was priester én profeet en leefde in een stad een paar kilometer ten noorden van Jeruzalem (gebied van Benjamin). Jeremia wordt in diverse andere boeken van de Bijbel genoemd zoals 2 Kronieken, Ezra, Daniël en Matteüs.

Jeremia was “de profeet van de val van Juda”. Tijdens het begin van zijn bediening waren Sefanja en Habbakuk zijn tijdgenoten. Aan het einde van zijn bediening, terwijl hij in Jeruzalem als profeet optrad, bevonden Daniël en Ezechiël zich inmiddels in Babylon.

Het boek van de Wet
Vijf jaar nadat Jeremia zijn bediening als profeet begon werd tijdens herstel-/reparatie aan de Tempel het ‘wetboek’ terug gevonden. De vondst van dit boek leidde er toe dat Koning Josia zich bekeerde, alsmede een groot deel van het volk. Een opwekking was het gevolg.

Speelbal
Juda was de ‘speelbal’ tussen Egypte en Babylon. De beide machten streden met elkaar om de overheersing van het gebied waar ondermeer Juda zich bevond. In het begin van Jeremia’s bediening was Israël onder Egyptische overheersing gekomen.

Josia kwam om in een slag met de Egyptenaren en werd opgevolgd door (na elkaar) twee van zijn zoon, beide vazallen van de Egyptenaren die het land bezet hielden. De tweede zoon, Jojakim, was koning toen de Babyloniërs het land binnenvielen (de eerste ballingschap, 606 v.Chr) en bleef de rest van zijn leven als vazal van Babylon als koning aangesteld. Hij werd door zijn zoon Jojakin opgevolgd, die drie maanden regeerde. Tijdens zijn regering vond de 2e Babylonische invasie plaats.

Nebukadnessar stelde Zedekia (Mattanja), de oom van Jojakin aan als koning. Hij was 21 jaar oud toen hij als koning werd aangesteld en regeerde 11 jaar. Hij was de laatste koning van Israël en kwam in opstand tegen de Babyloniërs, met als gevolg dat zij voor de 3e keer het land binnenvielen (586 v.Chr). Zijn opstand kwam hem duur te staan; na een drie jaar durende belegering werd Jeruzalem ingenomen, zijn zonen werden door de Babyloniërs voor zijn ogen vermoord waarna ze hem de ogen uitstaken en geboeid afvoerden naar Babel (2 Kon. 25:7).

Jeremia’s boodschap
Jeremia moest het volk regelmatig vertellen dat zij zich moesten onderwerpen aan vreemde mogendheden. Dit werd hem niet in dank afgenomen; toch was het de opdracht die hij kreeg van de Here om dit zijn volk voor te houden. Jeremia hield het volk voor dat de Babylonische ballingschap komende was en dat zij zich moesten onderwerpen hieraan (hoofdstuk 2 t/m 45). In de hoofdstukken er na volgen een aantal profetiën tegen de volken (46-51) en het laatste hoofdstuk, 52, volgt een soort van “historische samenvatting”.

De verwoesting uit het Noorden
Hoe accuraat de profetieën in God’s Woord zijn, blijkt wanneer we de 2e profetie van Jeremia bestuderen. In Jeremia 4 lezen we namelijk het volgende:

Jeremia 4:5-6
“Boodschapt in Juda, laat horen in Jeruzalem en zegt: Blaast de bazuin in het land, roept luidkeels en zegt: Verzamelt u en laat ons in de versterkte steden gaan! Steekt omhoog het signaal: naar Sion! Bergt u, blijft niet staan! Want het onheil breng Ik uit het Noorden, een groot verderf.”

Invasie Babyloniërs vanuit het Noorden

Babylon was echter in het Oosten. Dit zou aanleiding kunnen geven, voor sommigen, te stellen of te denken dat de profeet zich dus vergist heeft. Niets is minder waar! Hoewel de Babyloniërs ten oosten van Israël woonden, vielen zij het land binnen vanuit het Noorden! Zie de afbeelding.

(“Survey of the Old Testament”, Part 2, Moody Bible Institute)

Droogte
Eén van de profetieën uit Jeremia, de aankondiging van de droogte in hoofdstuk 14 v.v., toont Israël dat het verbreken van het verbond met de Here er toe leidt dat Hij de straf daarover aangezegd ten uitvoer brengt: Deut 28:23-24.

Belofte(n) van herstel
Hoewel er in Jeremia veel oordeelsaanzeggingen zijn, is er ook belofte van herstel. In het beeld van de pottenbakker (Jer. 18:4,5) toont God dat Hij met het volk kan, en zál, doen als een pottenbakker: “Mislukte de pot die hij bezig was te maken, zoals dat gaat met leem in de hand van de pottenbakker, dan maakte hij daarvan weer een andere pot [..] Zal Ik niet met u kunnen doen zoals deze pottenbakker, o huis Israëls?“. Vgl. ook Jeremia 23:5,6. Een profetie die wijst op de komst van Christus Jezus en het ééuwige herstel dat hieruit voortvloeien zal.

Op de kórte termijn mag Jeremia óók van herstel spreken; Jer 25:11-14 is helder hierover. De Ballingschap zou zeventig jaar duren, en niet langer! Dán zou Juda hersteld worden en terug mogen keren. Dit was dan ook de profetie welke Daniël kende (het is de énige profetie die hierover zo spreekt!) toen hij pleitte bij de Here voor terugkeer naar het land

Daniël9:2
in het eerste jaar van zijn koningschap lette ik, Daniël, in de boeken op het getal van de jaren, waarover het woord des HEREN tot de profeet Jeremia gekomen was, dat Hij over de puinhopen van Jeruzalem zeventig jaar zou doen verlopen.

Wie is de schrijver?
Omdat de profetische boeken vaak ‘onder vuur’ liggen, zoniet de Bijbel in zijn geheel, is het noodzakelijk kennis te nemen van- en ons te kunnen verweren tégen de kritiek op God’s Woord.

Critici *) zijn van mening dat (het boek) Jeremia door “een auteur” zou zijn samengesteld “uit diverse bronnen en overleveringen” en in de loop van de tijd “verschillende malen opnieuw geredigeerd” zou zijn. De tekst zou dan uiteindelijk “pas laat” zijn uiteindelijke vorm hebben gekregen. Wanneer dat ‘pas laat’ zou zijn geweest, laat men in het midden. Daarom is de link naar Daniël des te interessanter. Dezelfde critici namelijk stellen dat het boek Daniël “in zijn huidige vorm uit de eerste helft van de 2e eeuw v.Chr. stamt“. Als dat zo is, dan moet in elk geval Jeremia ook rond of voor die tijd zijn “samengesteld”, anders zou immers de schrijver van het boek Daniël niet hebben geweten van de belofte welke in Jeremia te vinden is aangaande de 70 jaar.

Men gaat hierbij dus totaal voorbij aan de verifieerbare feiten met betrekking tot de historiciteit van zowel Jeremia als Daniël. Zoals mogelijk bekend gaan schriftcritici er dan ook van uit dat de ‘profetieën’ niet écht zijn gedaan voordat zaken plaatsvonden maar pas achteraf op schrift zijn gesteld (vandaar “de enorme accuratesse”).

Vergeten wordt dan ondermeer:

  1. achteraf, minimaal 4 eeuwen later!, op schrift gestelde of ‘geredigeerde’ geschriften kunnen nooit of te nimmer zó accuraat zijn als de profetieën van Jeremia (en Daniël), zeker niet als zij zijn gebaseerd op “mondelinge overleveringen”, zoals men beweerdelijk stelt;
  2. zou het e.e.a. daadwerkelijk “achteraf” op schrift zijn gesteld, op grond van overleveringen, redactie, enz. dan is er een probleem met andere delen van het boek. Het valt voor niemand te ontkennen dat de eerdergenoemde profetie in bijv. Jeremia 23, welke de komst van Christus beschrijft, 100% accuraat was én.. vóór Zijn komst op schrift is gesteld. Hoe kan nu dit passen binnen een boek dat volgens hen, feitelijk, géén profetisch boek is maar slechts een verzameling overleveringen? En hoe past dit binnen hun eigen “feiten” die stellen dat het boek ca. 200 v. Chr. is “samengesteld”?

Er is geen enkele twijfel, zelfs bij veel critici, dat Jeremia daadwerkelijk heeft bestaan. Er is ook geen enkele twijfel dat zijn secretaris (schrijver) Baruch, een hoogstaand man en schriftgeleerde, daadwerkelijk heeft bestaan. Er is geen twijfel mogelijk dat de profetieën over bijv. de komst van Christus 100% accuraat zijn en zijn uitgekomen waarbij deze tevens vóór zijn komst zijn opgeschreven.. waarom is er dan wél twijfel, althans probeert men twijfels te zaaien, over de vraag of Jeremia het boek wel heeft geschreven?

Wat is het dóel van dergelijke kritiek op God’s Woord? Mijns inziens is er maar één antwoord op mogelijk: men is er op gebránd om God’s Woord, en dan met name de profetieën, op slinkse wijze in een kwaad daglicht te stellen. Men is gericht op het “onderuit halen” van God’s Woord. Deze mensen zijn daarom niet anders te duiden dan ongelovigen, als tégenstanders van God’s Woord.

Kleitablet JeremiaMoeten wij onze oren laten hangen naar zij die God’s Woord verwérpen? Laten we eens één buitenbijbels feit naar voren brengen, tot slot. In juli 2007 werd bekend dat er een kleitablet was ontdekt (zie afbeelding) waarop de naam voorkomt van een belangrijke Babylonische ambtenaar die volgens het Bijbelboek Jeremia met koning Nebukadnessar II Jeruzalem veroverde in het elfde jaar van koning Sedekia van Juda.

Alléén het boek Jeremia én deze kleitablet spreken hierover. De opwinding hierover was dan ook, wereldwijd, groot! Hoe zou nu iemand, die 4 eeuwen later het boek Jeremia “knipt en plakt” uit overleveringen deze naam, van een ambtenaar, zo exact hebben geweten? De vraag stellen is ‘m beantwoorden, lijkt mij.. Maar helaas blijkt dat zelfs orthodoxe Christenen tegenwoordig van dit soort (letterlijk!) hard bewijs niet meer onder de indruk zijn.

Zo schreef het Nederlands Dagblad nota bene in een commentaar:
de nu gedane vondst is inderdaad zeer opmerkelijk. Maar van hard bewijs van de historiciteit van het boek Jeremia is geen sprake. Er kunnen meer hondjes zijn geweest die Nebusarsechim heetten. Of de schrijver van het ooit als fictie geschreven boek Jeremia (..)”.

Wanneer een schrijver van- of in het Nederlands Dagblad (die zichzelf een Christelijke krant noemt) uitgaat van de axioma dat het boek Jeremia, waarin nota bene de komst van de Verlosser én het herstel van Israël tot in detail zijn beschreven (een deel zal zelfs nog vervuld moeten gaan worden) , als “fictie” betiteld zal geen énkel hard bewijs hem of haar overtuigen van de waarheid van God’s Woord. Wie vanuit óngeloof de Schriften benaderd, zal er nooit iets van (willen) leren.

De critici zullen dan ook nooit begrijpen wat Paulus schreef aan Timoteüs en welke ook wij als gelovigen “in onze oren moeten knopen”:

2 Timoteüs 3
14 Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wèl bewust van wie gij het hebt geleerd, 15 en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus. 16 Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, 17 opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.

____
*) Inleiding op Jeremia, NBV, 2e druk, 2005. Zie in dt verband ook het gedeelte over Jesaja.

Tell-El-Amarna

Een van de meest belangwekkende vondsten in het oude Egypte zijn de “El Amarna” kleitabletten (zie afbeelding). Handelscorrespondentie en diplomatieke brieven van- en aan de “Farao van Egypte”, feitelijk twee farao’s. AkhenatenNiet, zoals gebruikelijk, geschreven in Egyptisch schrift maar in de ‘handelstaal’ van die dagen: het Akkadisch, de taal van het antieke Mesopetamië, Babylonië en Assur. De tabletten zijn briefwisselingen tussen de Egyptische farao en de aangrenzende volken en staten, met name: Kanaan, Syrië en de Amorieten.

De tabletten werden in 1888 gevonden in de ruïnes van de stad Amarna. Ze maakten deel uit van de koninklijke archieven van twee farao’s: Amonhotep III en Amonhotep IV (beter bekend als Achnaton, afbeelding). Wanneer zij precies leefden is niet helemaal bekend, uitgegaan wordt -voor wat betreft de regering van Amonhotep, van ca. 1350-1330. Zij maakten deel uit van de 3e Dynastie.

Dynastieën
Egypte heeft een groot aantal dynastieën en machtswisselingen gekend. In wat de “2e tussenperiode” wordt genoemd waren de Hyksos, een semitische stam, de heersers in Egypte. Wikipedia vermeldt “Een opvallend element is de influx van immigranten uit Palestina. Deze immigranten lijken voorlopers te zijn van de grote immigrantengroep uit Palestina die zich later in de oostelijke Delta vestigde.” Daarna volgde het “Nieuwe Rijk“. Niet geheel toevallig vallen deze machtswisselingen samen met wat we in de Bijbel lezen:

Dit nu zijn de namen der zonen van Israël, die met Jakob naar Egypte gekomen zijn; zij kwamen er ieder met zijn gezin: Ruben, Simeon, Levi en Juda; Issakar, Zebulon en Benjamin; Dan en Naftali, Gad en Aser. De afstammelingen van Jakob waren zeventig zielen in het geheel. Jozef echter was reeds in Egypte. En Jozef stierf, benevens al zijn broeders en dat gehele geslacht. De Israëlieten nu waren vruchtbaar en breidden zich snel uit; zij vermenigvuldigden zich en werden uitermate talrijk, zodat het land met hen vervuld werd. Toen kwam er een nieuwe koning over Egypte, die Jozef niet gekend had. (Exodus 1:1-8)

Een aantal zaken valt op in de geschiedenis:

  • er was sprake van immigranten uit Palestina;
  • deze eerste groep werd gevolgd door een grotere stroom uit Palestina.

Dit komt overeen met de Bijbelse geschiedschrijving voor wat betreft Israël. Jozef, zijn broers en hun gezinnen alsmede hun personeel e.d. emigreerden naar Egypte. De reden kennen we uit de Bijbel: hongersnood. Vervolgens zijn zij schijnbaar gevolgd door andere inwoners van Palestina (beter bekend als Kanaan in die tijd).

In Exodus 1:8 lezen we over de nieuwe koning van Egypte, die Jozef niet gekend had. Dat lijkt opmerkelijk, maar wanneer we nu weten dat er sprake was van een machtswisseling (de 3e dynastie in plaats van de semitische Hyksos) kunnen we zien dat er een duidelijke oorzaak is daarvoor! Het feit dat de Hyksos van semitische oorsprong waren maakt ook duidelijk waarom Jozef en zijn familie zo eenvoudig integreerden; er was een zekere bloedverwantschap en de taal en gewoonten zullen veel overeenkomsten hebben vertoond. Het maakt ook duidelijk waarom de nieuwe heersers zo báng waren voor de semitische stam! Men was bang dat deze stam, Israël, de macht zou willen grijpen. En gezien de ervaringen met de aan de Israëlieten verwante Hyksos, en hun onderlinge samenwerking, wellicht niet eens zo’n vreemde gedachte..

Amarna-tabletten
Eén van de grootste ‘problemen’ die bijbelcritici vaak opwerpen is dat er -naast de Bijbelse verslaglegging- “nauwelijks iets terug te vinden is over de remigratie en veroveringen van het land Kanaan door het volk Israël”, althans zo beweert men. Wie echter een béétje bekend is met de archeologische vondsten van de laatste eeuwen kan overigens weten dat dit helemaal niet waar is. Er zijn meer dan voldoende buiten-Bijbelse bewijsstukken te vinden hiervan. Denk (ook) aan “de steen van Omri” (Het Louvre, Parijs), correspondentie waarin Jozua genoemd wordt als heerser in Kanaan, etc., etc.!

De Amarna-tabletten zijn in het bijzonder interessant in dit verband. Hoewel er, hoe kan het ook anders als het om de Bijbel gaat, de nodige discussie over bestaat bevestigen deze tabletten een aantal feiten uit de Bijbel.

Eén van de bestreden gedachten omtrent de Bijbelse geschiedschrijving is het moment waarop het volk Israël remigreerde naar Kanaan. De Amarna-tabletten spreken echter duidelijk over een specifiek volk die zij de Habiru noemen. Er is veel discussie over deze “Habiru”. Worden hiermee de Hebreeën (=Israël) bedoeld? Het is in elk geval een volk of groep die ondermeer de koning van Jeruzalem belegerde en dat noodzaakte de heerser er van, een vazal van Egypte, een brief (tablet) te sturen naar de Farao met een verzoek om militaire hulp. Hij schrijft ondermeer dat deze “benden” alle landerijen leegroofden en vraagt zich af waarom de heerser van Egypte hen hun gang laat gaan. Deze brief valt samen, qua datering, met de oorlog met de Jebusieten. Zij woonden in Jeruzalem, onder andere. Israël was niet in staat Jeruzalem te veroveren op hen en de Jebusieten bleven dan ook in Kanaan wonen (Jozua 15:63). De stad werd door David, uiteindelijk, ingenomen.

Opvallend is dat er sinds ca. 2000 v.Chr. tot aan ca. 1200 v.Chr. -de tijd van de Richteren of rechters- gesproken wordt (in de Egyptische, Soemerische, Hettitische enz. literatuur) over dit volk of, beter, deze groepering. Daarna zijn ze niet meer onder die naam bekend. Deze periode komt exact overeen met de Bijbelse geschiedschrijving! Rond 2000 v.Chr. vertrok Abraham uit Mesopetamië, met zijn familie, dieren enz. en ging als nomade rondtrekken. Het nomadische bestaan van Abraham’s nakomelingen eindigde toen het volk het land Kanaan ging bewonen en, uiteindelijk, onder David een echte natie (Israël) werd.

Door de buitenbijbelse bronnen worden de Habiru beschreven als afkomstig uit Noord-Mesopetamië, Irak, waar ook Abraham vandaan kwam. En verder lezen we over ze dat het semi-nomaden waren, volgens sommigen “rebellen”, invallen pleegden in diverse gebieden, tot slaven werden gemaakt, als huursoldaten dienst deden, boogschieters, boeren, en .. dat ze gevestigd waren in Syrië, Kanaan tot aan of in Egypte. Er is dus een duidelijke overeenkomst, zo lijkt het, tussen de Habiru (of: Apiru) en de Hebreeërs en ze waren breed verspreid, in groepen, door de regio. Maar er is ook nog iets anders aan de hand met deze Habiru. Er wordt vermeld dat ze ‘een gemeenschap van drop-outs, vluchtelingen en boeren‘ zouden zijn, gevlucht voor de Babyloniërs en Assyriërs en dat er onderling een “losse etnische overeenkomst” was. Daarnaast hadden ze een eigen wetgeving die niet overeenkwam met de andere volken.

Allochtonen
Gezien de Bijbelse notitie met betrekking tot het ontstaan van het volk Israël zou er wel degelijk een overeenkomst kunnen zijn. De mogelijkheid die er met name is, is dat de stammen van Israël -na hun vlucht uit Egypte- onder dezelfde ‘verzamelnaam’ werden aangeduid welke zo vaak werd gebruikt voor bepaalde groepen van mensen met etnische overeenkomsten. Een beetje dezelfde groepsaanduiding die wij tegenwoordig kennen; namelijk: wanneer we spreken over allochtonen. We bedoelen dan: zij die niet tot de oorspronkelijke inwoners van een land behoren. Wanneer we lezen over de exodus, de uittocht, van het volk uit Egypte lezen we af en toe iets bijzonders. De kleine details in het verhaal, die juist zó belangrijk kunnen zijn in dit verband. Toen namelijk het volk Israël vertrok uit Egypte, waren er anderen met hen meegetrokken. Het waren juist déze mensen die veel en vaak problemen veroorzaakten. Wanneer ze het land Kanaan ingaan lezen we:

Er was geen woord van al hetgeen Mozes geboden had, dat Jozua niet voorlas aan de gehele gemeente van Israël en de vrouwen, de kinderen en de vreemdelingen, die met hen meegegaan waren. (Jozua 8:35)

Het volk Israël had als nomadische stam, als “Habiru”, rondgetrokken door de woestijn. Veertig jaar lang. De beschrijving van de Habiru is daarom in zekere zin zéker toepasbaar op ze. Maar ook lezen we over de ‘vreemdelingen’ die zich in de loop van de tijd bij hen gevoegd hadden. Het is dus zéér wel denkbaar dat de naam Hebreeërs is afgeleid hiervan namelijk door
(a) hun eigen overeenkomst met de Habiru en
(b) het feit dat er zich (andere) “habiru”, rondzwervende semitische nomaden, bij hen hadden aangesloten.

Wie waren Hebreeërs?
Voor wie nu denkt dat de nakomelingen van Abraham slechts een kleine stam waren en daarom de veelheid aan referenties naar de Habiru niet kan, is het volgende interessant.

In de Bijbel lezen we in een beetje een vreemde zinssnede over één van de nakomelingen van Sem, waarvan de Semieten afstammen, namelijk:

En aan Sem, de vader van alle zonen van Eber, de oudere broeder van Jafet, werden eveneens (zonen) geboren. (Gen. 10:21)

Eber was een van de achterkleinzonen van Sem. Het is opmerkelijk dat deze zo specifiek wordt genoemd. De Joodse traditie heeft daar wel het een en ander over te zeggen. Ná Eber, zes generaties voor Abraham, splitst de genealogie van Sem zich! Dáárom wordt Eber in het bijzonder genoemd. Alle nakomelingen van één van de zonen van Eber, Peleg, worden beschouwd als “Habiru“, Semitische nomaden. De nakomelingen van zijn andere zoon, Joktan, zijn voor de Bijbelse geschiedschrijving minder relevant. Deze stammen van semitische oorsprong verspreidden zich over het Midden-Oosten, en leefden als nomaden. Er wordt zelfs speciaal melding gemaakt van het feit dat de Habiru een andere godheid dienden dan de (vele) goden van de andere volken.

The movements of Terah, Avraham, and other members of that family were according to the habits of the general Habiri people. This is the reason by which the Sumerians were attempting to define their social roles. They truly were “wandering Arameans”, though their origin is Akkadian/Assyrian, being descendants from Arphakshad.”

Dat er dus een link wordt gelegd, is, tussen de Habiru en de Hebreeërs is absoluut niet verwonderlijk. De Habiru zijn niet de Hebreeërs, maar de Hebreeërs, Israël, zijn de rechtstreeks nazaten van de Habiru en werden daarom ook als zodanig aangeduid in het oude Egypte… De overige nakomelingen van de Habiru kennen we niet meer, zij zijn uiteindelijk opgegaan in de volken waaronder zij woonden of onder andere namen bekend geworden.

De vondst van de Amarna tabletten is dus van groot belang. Het toont ééns te meer aan hoe betrouwbaar de Bijbel is! En, het vertelt ons iets over der herkomst van het Volk van God, de Hebreeërs.

Bronnen:
– zie de links in het artikel
Amarna letters
Habiru
– Halley’s Bible Handbook
– Wapedia
The Mysterious “Habiru” and the Hebrews