Categorie: Bijbelstudie

Openbaring – De Tijd is Nabij!

Een actuele, relevante, vraag voor Christenen in deze tijd is "hoe laat is het op de tijdklok van God". De vraag is des te actueler omdat .. héél veel Christenen daar helemaal niet meer mee bezig lijken te zijn. Wat vertelt de Bijbel over de toekomst. En hoe moet je het een en ander interpreteren?

Lees verder ..

Jezus van Nazareth, wat zegt de profetie?

Naar aanleiding van wat ik las in een tweetal artikelen op internet, van de hand van de door mij overigens zeer gewaardeerde historicus en auteur Jona Lendering, leek het mij aardig hier een stukje te schrijven over het feit dat Jezus “de Nazoreeër” of “Nazarener” wordt genoemd

In het Nieuwe Testament is te lezen dat Jezus uit Nazareth kwam. Dat wil zeggen, zijn ouders vestigden zich daar enige tijd na zijn geboorte. Ze waren via Bethlehem, waar ze heen gingen in verband met de volkstelling, uiteindelijk in Egypte terecht gekomen. Lendering schrijft het verhaal grotendeels toe aan ‘Joodse retoriek’, inclusief de vlucht naar Egypte.

Dat is één manier om de Bijbel te benaderen en Lendering kennende zal het vanuit historisch oogpunt wellicht een correcte manier zijn om oude teksten te benaderen en analyseren. Echter, de Bijbel is niet zomaar een ‘oude tekst’.

Persoonlijk ben ik van mening dat de verwijzingen naar de profetieën geen methode is om het verhaal dat men schreef als Evangelist “aan te dikken”, of alleen “een methode van retoriek” was om een goed verhaal neer te zetten maar met name om te wijzen op het feit dat in het leven van Christus Jezus deze oude profetieën tot vervulling kwamen.

Historisch gezien is er geen enkele twijfel namelijk dat Jezus daadwerkelijk geleefd heeft. In zijn leven zijn er zeker meer dan 40 profetieën vervuld (klik hier voor de lijst) die over hem zijn gedaan. Sommigen menen aan te kunnen tonen dat het zelfs 100+ zijn geweest. Dit pamflet heb ik uiteraard besteld inmiddels (via Amazon).

Het aanhalen van de profetieën is dus, naar mijn oordeel, niet zozeer bedoeld om ”het verhaal” interessanter te maken maar aan te tonen dat Christus Jezus vanaf Zijn geboorte de profetieën vervulde aangaande de Messias.

Jezus de Nazoreeër 

Een van de profetieën die genoemd wordt stelt ons, en Lendering stipt dat ook al aan, voor een lastige vraag. In Matteüs 2:23 lezen we (NBG) het volgende:

En van Godswege in de droom gewaarschuwd, ging hij naar het gebied van Galilea, 23en, daar gekomen, vestigde hij zich in een stad, genaamd Nazaret, opdat in vervulling zou gaan hetgeen door de profeten gesproken is, dat Hij Nazoreeër zou heten.

Nergens vinden we echter een letterlijke profetie dat Jezus een “Nazoreeër” genoemd zou worden. Dat doet de vraag rijzen wat hier bedoeld wordt. De Christelijke Encyclopedie (Kok Kampen, 2005) meldt er helemaal niets(!) over.

Christpedia schrijft echter het volgende:

Waarschijnlijk moeten we daarbij denken aan de profetie van Jesaja over de Scheut (Hebr. Netser) uit de wortels van de afgehouwen tronk van Isaï.
Jes 11:1 Want er zal een Rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isaï, en een Scheut uit zijn wortelen zal Vrucht voortbrengen. (SV)
De plaatsnaam Nazareth en het naamwoord Netser (‘scheut’) zijn afgeleid van dezelfde stam Natsar.

Ook de Scofield Reference Bible schrijft hier in de cross-reference:

“Probably referring to Isa 11:1 where Christ is spoken of as a nezter (or rod) out of the stem of Jesse”

De NET.Bible, tenstlotte, geeft een iets andere verklaring:

The Greek could be indirect discourse (as in the text), or direct discourse (“he will be called a Nazarene”). Judging by the difficulty of finding OT quotations (as implied in the plural “prophets”) to match the wording here, it appears that the author was using a current expression of scorn that conceptually (but not verbally) found its roots in the OT.

Met andere woorden volgens de vertalers van de NET.Bible was het niet zozeer een letterlijke referentie maar een referentie die zo begrepen werd uit het Oude Testament. Waarmee je dan toch (inderdaad) uitkomt op referenties als Jesaja 11:1.

Voor sommigen zal de referentie ‘gezocht’ klinken. Voor ons, in deze tijd, is dat wellicht ook zo. Daarom dat ik artikelen van Lendering dan wel weer heel interessant vind. Hoewel hij het anders benaderd, geeft zijn schrijven meer zicht op hoe de teksten tóen werden begrepen. En vanuit dát historische vertrekpunt moeten we, naar mijn oordeel, de Bijbel ook lezen en begrijpen. Het is tenslotte een tekst die inmiddels tussen de 2000-3000 jaar oud is. Je kunt dergelijke tekst, ook en vooral de Bijbel, namelijk niet begrijpen als je die niet in zijn historische context plaatst en leest.

44 profetiën over Christus Jezus (bijlage)

De artikelen van Lendering zijn hier te vinden:

Joodse Retoriek (1)
Joodse Retoriek (2)

Wat zegt de Bijbel over Vluchtelingen?

Het blijft een heet hangijzer, zelfs onder Christenen, wat te doen met het ‘vluchtelingenvraagstuk’. Op sociale media probeer ik langzamerhand het onderwerp steeds meer te mijden want als je het “voor de vluchtingen opneemt” dan ben je “links” of “een struisvogel”.

Wat moet je met het ‘vluchtelingenthema’ vanuit een christelijke optiek? Alle grenzen dicht? Of juist alle grenzen open? En voor wie? Waar trekt je de grens, welk onderscheid maak je?

De politieke waan van de dag

Ik beschouw mijzelf niet als “links”. Ook niet als “rechts”. Naar mijn mening moet je in deze vraagstukken je ook niet laten leiden door de politieke waan van de dag. Laat staan laten beïnvloeden door angstzaaiers die inspelen op onderbuikgevoelens. De terreurdreiging die uit gaat van bepaalde groepen is er inderdaad. Maar in Nederland zijn er, tot op heden, nauwelijks aanslagen van enige betekenis geweest vanuit (met name) islamitische groeperingen.

Natuurlijk ben ik niet achterlijk. De Islam is niet de beweerdelijke Religie van Vrede. Wie de geschiedenis van de Islam bestudeert zal dit snel kunnen zien. De religie is te vuur en te zwaard gebracht, middels oorlogen en onderdrukking heerst zij over haar volgelingen. Dat betekent echter, in mijn optiek, niet dat je mensen die vluchten voor honger, oorlog en natuurrampen op basis van hun religieuze opvattingen moet weigeren onderdak te bieden. In Nederland hebben we dat nooit gedaan. Waarom nu dan wel?

Wat zegt de Bijbel over vluchtelingen?

In Matteüs 24, 25 gaat Jezus in het bijzonder in op “de laatste dagen”. Opmerkelijk is dat juist in dat gedeelte dan ook iets staat over vluchtelingen.

31 Wanneer dan de Zoon des mensen komt in zijn heerlijkheid en al de engelen met Hem, dan zal Hij plaats nemen op de troon zijner heerlijkheid. 32 En al de volken zullen vóór Hem verzameld worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, zoals de herder de schapen scheidt van de bokken, 33 en Hij zal de schapen zetten aan zijn rechterhand en de bokken aan zijn linkerhand. 34 Dan zal de Koning tot hen, die aan zijn rechterhand zijn, zeggen: Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af. 35 Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest, 36 naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen. 37 Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Here, wanneer hebben wij U hongerig gezien en hebben wij U gevoed, of dorstig en hebben wij U te drinken gegeven? 38 Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en hebben U gehuisvest, of naakt, en hebben U gekleed? 39 Wanneer hebben wij U ziek of in de gevangenis gezien en zijn tot U gekomen? 40 En de Koning zal hun antwoorden en zeggen: Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan één van deze mijn minste broeders** hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan. (Matteüs 25, NBG)

Uiteraard zullen er mensen zijn die in het laatste vers een ‘escape’ zien. Onder het motto “het gaat om de broeders van Jezus en dús de gelovigen”.

Wie zijn de broeders van Jezus?

Die vraag heeft Hij Zelf beantwoord in Mattheüs 12:46-50. Het laatste vers zegt: “Want al wie doet de wil Mijns Vaders, die in de hemelen is, die is Mijn broeder en zuster en moeder.”

Echter in Matteüs 25:40 spreekt Hij over “één van deze mijn minste broeders”. De HSV vertaalt het met “geringste”. En de NBV met “onaanzienlijkste”. De strongs geeft hier het woord <elachistos>, een superlatief van “klein”. Oftewel de “allerkleinste”. De HSV- en NBV-vertaling zijn daarom correct. In vers 45 wordt het nogmaals herhaald: “Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan één van deze minsten niet gedaan hebt, hebt gij het ook aan Mij niet gedaan.”

Dat vers kan (en zal) waarschijnlijk wijzen op hen die het Koninkrijk in mogen gaan.

Maar wie zijn dan de ‘minste’ broeders en zusters? We kunnen kijken naar de opdracht die Jezus geeft aan zijn discipelen. Sluit Hij ook maar iemand uit?

“Gaat dan henen, maakt al de volken tot Mijn discipelen…” ( Matt. 28:19)

Dit in tegenstelling tot de eerdere opdracht, voor de kruisiging, waarbij Hij hen alléén zond naar de ‘verloren schapen van Israël’. Zijn broeders en zusters ‘naar het vlees’ (afstamming).

Moslims geloven in Jezus. Zij denken dat Hij een belangrijke profeet was. Zij erkennen dat de Bijbel een boek van God is. Zij hebben echter niet het volle zicht op het Evangelie van Christus Jezus. Dit zicht is hen ontnomen door een dwaling. Daarnaast zijn veel moslims Arabieren. Afstammelingen van Abraham via de Egyptische slavin Hagar.

Abraham Hagar Ismaël
Abraham laat zijn zoon Ismaël gaan (Jan Soens) ©Wikipedia

Kinderen van Abraham, in letterlijke én geestelijke zin. Hoewel verblind en dwalend. Zouden zij niet tot de “geringste broeders” kunnen worden gerekend? Kunnen wij hen aanrekenen dat zij geboren zijn binnen een geloofsgemeenschap, een religie, die zegt dat zij vanwege hun geboorte (en niet vanwege hun zelf gekozen overtuiging!) behoren tot de Islam?

Ik zeg niet dat zij ónze broeders en zusters zijn. Dat is ook niet de vraag hier. Het is Jezus die zegt dat het Zijn “geringste broeders (en zusters)” zijn.

Hoe ging Israël met vluchtelingen om?

Hoe ging Israël in het Oude Testament met vluchtelingen om? Laten we eerst eens kijken naar de Israëlieten hun eigen ervaringen (ik noem er maar een paar):

  1. de Israëlieten waren zelf vluchtelingen geweest.
    – Abraham, Isaäk en Jakob zijn alle drie tijdens hun leven gevlucht vanwege hongersnood (Gen. 12:10, 26:1, 42:1-2). Met andere woorden, zij waren “economische vluchtelingen”. De groep die door sommigen in Nederland neerbuigend “gelukszoekers” worden genoemd;
    – Mozes was een vluchteling – hij verbleef veertig jaar in de woestijngebieden van Midjan;
    – Het volk Israël leefde 400 jaar in Egypte als minderheidsgroep en aan het einde van die periode als slaven…
    – Jezus was zélf een vluchteling – dat wil zeggen, zijn ouders. Na zijn geboorte vluchten zij naar Egypte om zichzelf én hun zoon, Jezus, te redden.
  2. de Here zegt dat zij voor de Vreemdeling moeten zorgen.
    Israël was zelf (zie 1e) vluchteling geweest. En ze wisten dus wat het was om te moeten vluchten. Op basis hiervan wordt in de Wet van Israël, bij de Sinaï, vastgelegd dat God bepaalt dat zij vluchtelingen moeten helpen en niet mogen laten omkomen.

Leviticus 19 zegt ondermeer:

9 Wanneer gij de oogst van uw land binnenhaalt, zult gij de rand van uw veld niet geheel afmaaien, en wat nog is blijven liggen van uw oogst, zult gij niet oplezen. 10 Ook zult gij uw wijngaard niet afzoeken en het afgevallene van uw wijngaard niet oplezen; dit zult gij voor de armen en de vreemdelingen laten liggen: Ik ben de Here, uw God.

en

33 En wanneer een vreemdeling bij u in uw land vertoeft, zult gij hem niet onderdrukken. 34 Als een onder u geboren Israëliet zal u de vreemdeling gelden, die bij u vertoeft; gij zult hem liefhebben als uzelf, want gij zijt vreemdeling geweest in het land Egypte: Ik ben de Here, uw God.

Nu kun je stellen “ja, maar! Wij zijn als Christenen niet meer onder de Wet van Mozes!”. Helemaal juist, het is dan ook alleen ter illustratie aangevoerd. En niet zomaar een illustratie! Het is wat God rechtvaardig vindt. God droeg aan Israël op goed te doen richting de mensen die het nodig hadden. Géén onderscheid werd gemaakt naar de reden van de vlucht. Immers, dat deden anderen ook niet toen Abraham, Izaäk, Jakob, Mozes of Jozef en Maria hun land binnen kwamen als vluchteling?

Daaraan kun je dus zien dat duizenden jaren geleden het ”vluchtelingenprobleem” ook al bestond én hoe God er over denkt: “Als een onder u geboren Israëliet zal u de vreemdeling gelden, die bij u vertoeft; gij zult hem liefhebben als uzelf“.

En dat niet alleen, je moet ook zorgen dat ze niet omkomen van ellende en dus op zijn minst een “bed en brood-regeling” toepassen (Lev. 19:9, 10).

Zendingsopdracht

Molsims of andersgelovigen die ons land binnen komen op zoek naar onderdak en een veilige plek, kun je niet zomaar afwijzen. Sterker nog, hier ligt een grote kans om de zendingsopdracht die wij hebben te vervullen – een kans die wij mogelijk eerder niet hadden om hen te bereiken. Omdat ze in een land woonden waar de grenzen gesloten waren voor het Evangelie.

Conclusie

Steek je je hoofd in het zand als je vindt dat vluchtelingen ongeacht hun levensvisie of religieuze opvatting welkom zijn? Ben je links of rechts? Nee. Ik zie echt wel dat het problemen met zich meebrengt. Anderzijds ben ik van mening, met een beroep op Gods Woord, dat wij hen niet mogen weigeren aan de grens maar samen met hen een oplossing moeten zoeken voor hun problemen. En natuurlijk sluit ik ook niet mijn ogen voor het feit dat er tussen de legitieme vluchtelingen wel eens wat ‘kaf onder het koren’ zit. Dáár kunnen we echter de aangewezen overheidsdiensten voor inschakelen en hen de criminele elementen laten verwijderen en terug sturen.

__
** Noot van vertalers (ook van Nederlandse vertalingen): er kan broeders én zusters worden gelezen hier aangezien het woord niet exclusief duidt op mannen. NET.Bible vertalers merken op: Grk “brothers,” but the Greek word may be used for “brothers and sisters” (cf. BDAG 18 s.v. ἀδελφός 1, where considerable nonbiblical evidence for the plural ἀδελφοί [adelfoi] meaning “brothers and sisters” is cited). In this context Jesus is ultimately speaking of his “followers” (whether men or women, adults or children), but the familial connotation of “brothers and sisters” is also important to retain here.

Bent U klaar voor 23 september?

Bent U er klaar voor? Morgen is het 23 september. Zoals eerder (lees hier en hier) zijn er namelijk mensen die beweren dat het morgen, 23 september 2017, “de Dag” is.  Volgens sommigen komt de “opname” dan namelijk en de tekenen er van zijn zoals altijd voor de voorspellers er van volstrekt duidelijk. 

Morgen is het de verjaardag van mijn jongste dochter. Ze wordt dan volwassen. We gaan dat vieren met familie en vrienden. Familie waarvan een groot deel gelooft in de Wederkomst van Christus en/of een “opname van de Gemeente”. En voor mij, en veel van hen, mag het morgen zo ver zijn dat Jezus terug komt om ons tot Zich te nemen. Vergis U niet, ik spot daar in het minst niet mee.

Zoals de dochter al tijden uit kijkt naar deze bijzondere, 18e, verjaardag, zo kijken wij uit naar de komst van Christus Jezus. Om het maar eens ‘ouderwets’ Evangelisch te formuleren: “Wij zien er met verlangen naar uit, Maranatha! Jezus komt weer!”

Maar morgen verwacht ik het niet,.. 

Maar morgen zal het niet de dag van de Wederkomst of Opname zijn. Al was het alleen al om de voorspellers te ‘logenstraffen’ en te ontmaskeren als valse profeten. Of op zijn minst charlatans.

Onjuiste uitleg Bijbel, gebaseerd op astrologie

Men baseert zich voor de voorspellingen op een bepaalde uitleg van Openbaringen. Een uitleg die volstrekt onhoudbaar en on-bijbels is. Wat nog veel erger is, men baseert zich daarbij ook nog eens op astrologie. William Shakespeare noemde het al de ultieme fopperij van deze wereld. Het is een gedachte dat de sterrenstand(en) de loop van de wereldgebeurtenissen beïnvloeden (lees hier verder).

De Bijbel, en dus ook over het algemeen het Christendom, is per definitie negatief over astrologie. Het wordt door veel Christenen ook als een gevaarlijke, occulte, gedachte beschouwd. Wij moeten ons er in elk geval niet door laten beïnvloeden. Een “eindtijdprofetie” op basis van astrologie moet (ook) op deze grond dus worden verworpen.

Jezus heeft het zelf gezegd

Ik herhaal nog maar eens wat ik eerder hier al schreef. Wij weten niet wanneer de Here terug zal komen. Hij heeft zelf gezegd in Mattheus 24:42

Waakt dan, want gij weet niet, op welke dag uw Here komt.

Tot slot, ik zou graag nog eens horen van die mensen die mij naar aanleiding van mijn eerdere artikelen over de bloedmanen uitmaakten voor ‘rotte vis’….

Zie verder: Openbaring 12 Teken (aantekeningen bij de Bijbel)

 

 

 

Is een Bijbelschool wel Bijbels of nodig?

Op Facebook was een discussie naar aanleiding van het op non-actief gaan van welvaartsprediker Mattheus van der Steen en als zijsprong ontstond de vraag, en discussie, of een Bijbelschool wel Bijbels of noodzakelijk was.

Een Bijbelschool of theologische opleiding is een fenomeen “van de laatste jaren” volgens sommigen. Dit is natuurlijk niet juist. Theologische opleidingen zijn er al heel lang. Denk aan de priesteropleidingen (priesterseminarie) in Rooms Katholieke Kerk en de Theologische opleidingen van de Protestantse kerken. De Evangelische gemeenten en bewegingen kennen ook zo hun diverse “Bijbelscholen”.

Maar, zo luidt dan het volgende argumen: “Het is niet Bijbels“. Om te prediken of evangeliseren hoef je niet naar een school, daarvoor moet je geroepen zijn.

Wanneer ben je geroepen?

Wanneer ben je geroepen om naar een Bijbelschool te gaan of voorganger te worden? Het claimen dat je “een roeping hebt” om iets te doen zet je apart, maakt je bijzonder. Het onderscheidt je, jij bent immers een geroepene, en de andere(n) niet.

De Bijbel is hier duidelijk over. We zijn allemáál geroepen. De vraag is: kun, of wil je, antwoord geven aan je “roeping”. Iedereen mag het Woord verkondigen. Sommige vanaf een preekstoel, anderen vanaf de straat, weer anderen binnen hun gezin of familie- en vriendenkring. Het is echt niet zo dat een predikant of voorganger een “bijzondere ervaring” moet hebben gehad. Geroepen betekent namelijk: “gevraagd”. We hebben allemaal deze algemene roeping. Heb je vervolgens de talenten, en wordt het op je weg gebracht, om bijvoorbeeld voorganger te worden – dan kun je die taak gaan uitvoeren. Daarvoor is het noodzakelijk dat je beschikt over bepaalde kennis en kunde. En daarvoor volgen mensen dan een theologische opleiding. Een enkele uitzondering daargelaten is dat ook gewoon noodzakelijk. Om anderen te kunnen onderwijzen heb je zelf onderwijs nodig. Ik ga hier verder niet al te diep op in, de algemene lijn is duidelijk. Om een “onderwijzer” te kunnen zijn, moet je zelf onderwijs hebben genoten en een specialist zijn in het ‘vakgebied’. Dat is de basis.

Wat zegt de Bijbel over Bijbelscholen?

Maar, het argument is dus “Bijbelschool is niet nodig” want “de Heilige Geest” zal je wel leiden en/of “Een Bijbelschool is onbijbels”.

Mijn antwoord hier op, op Facebook, was het volgende:

1e – de discipelen kregen drie jaar onderwijs van de Here Jezus. Dag in dag uit onderwees hij hen;

2e – Paulus was onderwezen in de Schrift (schriftgeleerde, in de Joodse cultuur was er wel degelijk een gedegen “bijbelschool”-cultuur);

3e – Paulus onderwees in de gemeenten. Hij onderwees zijn metgezellen, in het bijzonder Timotheüs die hij zijn “kind” in het geloof noemde

Daarnaast is er nog iets heel bijzonders te vinden, en het is in feite de eerste echte “bijbelschool”, in het Nieuwe Testament. Zie Handelingen 19, waar Paulus 2 jaar lang in de School (gehoorzaal) van Tyrannus onderwijs geeft.

Een “Bijbelschool”, oftewel training en onderwijs voor leiders van de Gemeenten, Evangelisten, etc. is dus absoluut niet on-Bijbels. Integendeel. Het is zéér Bijbels! Het feit alleen al dat er mensen zijn die voorgaande of leidende posities hebben en vervolgens claimen dat “een bijbelschool niet nodig is” zegt genoeg over de noodzaak er van. Immers, ze weten zelf kennelijk niet eens wat in de Bijbel staat (zie eerdere aanhaling, Handelingen 19).

Hosea riep uit, namens de Here, “Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis” (NBG). De NBV zegt het iets anders, “mijn volk komt om doordat het met Mij niet vertrouwd is”  (Hosea 4: 6). Onderwijs over- en uit Gods Woord is dus een absolute noodzaak. Daarnaast zal iemand die binnen een gemeente een leidende positie heeft ook voordeel hebben van kennis over andere zaken die op een Bijbelschool worden onderwezen. Een Bijbelschool, of theologische opleiding, bereidt mensen voor op het ‘vak’ van voorganger of predikant. Dat moet niet worden onderschat. Dit afdoen met “de Heilige Geest zal mij wel leiden” is in mijn optiek hoogmoedigheid.

___
Wil je een (gratis) online Bijbelschool volgen, dan kan dat via het BijbelCollege. Zie hiervoor https://www.bijbelcollege.nl.

God is een maatschappelijke realiteit

In een artikel op De Correspondent las ik een tijd geleden de volgende opmerkelijke uitspraak over de vraag of God bestaat. De vraag werd beantwoord door een jurist, uit India:

De vraag of god wel of niet bestaat, doet er volgens Padmanabham niet toe. ‘Miljoenen Indiërs geloven dat hij bestaat en dus is hij een maatschappelijke realiteit,’ aldus de 43-jarige jurist.

In India kent men vele goden. Een ‘god’ is daar ook iets anders dan wat wij in het westen er onder verstaan. Toch vind ik de uitspraak “God is een maatschappelijke realiteit” een hele rake “typering” van wat God doet in ons leven. En de levens van veel andere mensen.

De geboorte van Jezus

We zijn nu, op het moment dat ik dit schrijf, bijna bij kerst gearriveerd. Het is het moment dat de geboorte van Jezus door heel veel mensen wordt gevierd. Of ze nu willen of niet. Want kerstfeest is het feest van de geboorte van die man die de geschiedenis veranderde.

Regelmatig heb ik van onder meer bekende Nederlanders, maar ook van nog veel meer onbekende Nederlanders, de uitspraak gehoord dat Jezus niet meer dan “een mythe” was. Hij had niet echt bestaan. Maar de feiten zijn niet tegen te spreken. Geschiedenisschrijvers die niets met het Christendom van doen hadden hebben over Hem geschreven. De Bijbel, die toch veel geschiedenis bevat en ook op vele honderden zo niet duizenden punten verifieerbaar juist is, spreekt over Hem.

Op een atheïstisch blog las ik het volgende over de historiciteit van Jezus:

Uit alle documenten over Jezus blijkt dat hun auteurs deze schreven ver na het leven van deze veronderstelde Jezus, op gezag van onbekende auteurs, mensen die Jezus ook nooit ontmoet hadden, of van frauduleuze, mythische of allegorische geschriften.

Dat is echter pertinent onwaar. Zo schreven onder andere de geschiedschrijver Publius Cornelius Tacitus (“Annales”), Thallus (Samaritaanse historicus, rond 54), en ook de Talmoed over Jezus. Zie hier voor uitgebreide informatie. Als zijn leven genoemd wordt, alsmede zijn sterven en -in een aantal gevallen- zijn opstanding, staat ook zijn geboorte vast immers: een mens kan niet hebben geleefd en sterven zonder ooit geboren te zijn. Ik kom hier verderop nog op terug.

Los van dit alles is de Bijbel mijns inziens in dit geval ook een “genoegzame” bron. Kijk bijvoorbeeld naar hoe Lucas zijn verslag begint. Hij vertelt dat hij de feiten gecontroleerd heeft, nagevraagd heeft bij ooggetuigen. Ook al zou dat verslag dertig of veertig jaar later geschreven zijn (wat niet het geval is), toch zijn er nog heel mensen in leven die Jezus hebben gekend. Hij stelt dan ook: “vraag rustig na bij hen wat ik over Jezus schrijf“.

Zoals Paulus schreef waren er, op het moment dat hij zijn brief aan de Korinthiërs schreef, nog heel veel mensen in leven die allemaal “met de hand op het hart” konden getuigen van het leven van Jezus: zijn geboorte, werk en dood.

 “Want voor alle dingen heb ik u overgegeven, het geen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften, en Hij is verschenen aan
(1) Kefas (=Petrus),
(2) daarna aan de twaalven.
(3) Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan 500 broeders tegelijk, van wie het merendeel thans nog in leven is, doch sommigen zijn ontslapen.
(4) Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus,
(5) daarna aan al de apostelen;
(6) maar het allerlaatst is Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene.”
(1 Korintiërs 15:3-8, NBG1951)

Theoloog Geurt Henk van Kooten: „Wat zijn [Paulus] verhaal zo geloofwaardig maakt, is dat hij voor de dood en opstanding van Jezus nog geen discipel was.” (bron).

Het Atheïstische standpunt

Zoals gezegd zou ik nog terugkomen op het atheïstische standpunt. Zij verwerpen namelijk de historische bronnen, de geschiedschrijvers, en Jezus zelf onder andere met de volgende argumenten:

  1. Jezus heeft zelf geen geschriften nagelaten;
  2. de ‘getuigen’ waren volgelingen van Hem;
  3. de geschiedschrijvers leefden “veel later” en zijn daarom niet betrouwbaar.

Ik ga hier graag op in.

ad. 1 – Jezus heeft geen geschriften nagelaten

  • Van andere bekende personen is ook geen geschrift bekend of origineel geschrift nagelaten. Voorbeeld: Mohammed. De Koran werd pas zo’n honderd jaar na zijn dood verzameld/op schrift gesteld. Maar originele geschriften waren van hem niet beschikbaar. Toch twijfelen we niet aan zijn bestaan. Mohammed was, zo staat zelfs op www.dekoran.nl  analfabeet: “ten eerste was de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) ongeletterd”.
  • Jezus’ bediening was niet die van een “schrijver” of “profeet” in die zin dat Hij zaken vastlegde zoals eerdere profeten deden. Dat was ook niet nodig, Hij beriep zich op de reeds geschreven werken (het “Oude Testament”). Hij voegde er niets aan toe, zo zei Hij, maar kwam om die Wet en Profeten te vervullen.

Het nalaten van geschriften is dus niet noodzakelijk.

ad. 2 – de getuigen waren volgelingen van Jezus

Ook dit is dus niet waar, integendeel. Eén van de meest belangrijke getuigen van Jezus, de apostel Paulus, was een fervent tegenstander van de Messiaanse gelovigen en vervolgde hen “tot de dood”. Pas later ontdekte hij de waarheid. Let wel: dat had voor Paulus geen énkele toegevoegde waarde. Hij raakte er zijn status en goede leven mee kwijt. Maar de Waarheid ging hem boven alles en het kostte hem uiteindelijk na een zwaar leven vol vervolgingen, mishandelingen en gevangenschappen, zijn leven.

Daarnaast hebben we dus historische verslaglegging, wat ons bij punt 3 brengt.

ad. 3 – geschiedschrijvers leefden “veel later” en zijn daarom niet betrouwbaar

Ook dit is niet juist. Verschillende geschiedschrijvers leefden tijdens, kort op of vlak na de dood van Jezus. Zij konden dus dezelfde getuigen raadplegen die, bijvoorbeeld, Lucas had geraadpleegd. Daarnaast is de Bijbel uiterst accuraat met het vermelden van diverse Romeinse heersers uit die tijd.

Er wordt geclaimd in dit verband dat er inmiddels “mythevorming” had plaatsgevonden en deze “mythes” als geschiedenis zijn opgeschreven. Zoals aangevoerd schreef één van de geschiedschrijvers al in 54 over Jezus. Dat was ca. 20 jaar na zijn dood. Maar ook als je 50 jaar verder bent is en kan het niet zo zijn dat mythevorming al zulke groteske vormen zou hebben aangenomen – immers, er waren toen over het hele Romeinse Rijk al massa’s christenen.

Stel: de Apostelen en andere getuigen zouden hebben gelogen over Jezus. Zouden ze dan niet allemaal massaal zijn opgepakt door de Joodse leiders en omgebracht? Maar nu komt er iets bijzonders: ook van de Joodse leiders waren er al heel veel die tijdens het leven van Jezus in het geheim hem volgden. Later, na zijn opstanding, deden ze dat openlijk. Dat is ook de reden dat we zoveel details weten over bijvoorbeeld de beraadslagingen van het Sanhedrin rondom de kruisiging..

Juridisch bewijs voor het bestaan van God?

Wie met bovenstaande bewijsvoering naar een rechtbank zou gaan, zou meteen gelijk krijgen. Jezus heeft, historisch gezien, bestaan en geleefd. Daarom ook kom je dit feit in zoveel geschiedenisboeken en encyclopedieën tegen. Daarnaast is er nog een belangrijk getuigenis voor het bestaan van God. De Joden.

Het verhaal gaat dat ooit eens Frederik de Grote van Pruisen, een aanhanger van de ideeën van de verlichting, aan een vriend die veel over God sprak vroeg om God te bewijzen. Het antwoord was: “De Joden, Sire!”.

Maar laten we niet te ver afdwalen 🙂

Eén van de belangrijkste Christelijke leerstelligheden is dat Jezus de Zoon van God was. Als God een Zoon heeft, dan kan het niet anders dan dat God bestaat. Daarom ook doen zoveel mensen, zoals atheïsten maar ook molsims, zo hun best te ontkennen dat Jezus de Zoon van God is. Immers: is Jezus niet de Zoon van God, dan is er ook geen bewijs dat God (YHWH) bestaat. Althans, dan wordt het behoorlijk lastiger om dat te bewijzen,.. De Bijbel stelt immers zonneklaar dat God Zichzelf heeft geopenbaard, getoond aan de mensen, in Zijn Zoon, Christus Jezus (zie Johannes 1:14).

Als in India de mensen de ‘goden’ als rechtspersoon beschouwen omdat deze goden een ”maatschappelijke realiteit” zijn (en in India de juristen deze goden als rechtspersoon vertegenwoordigen zelfs!) hoe is het dan mogelijk dat er aan Jezus nog steeds getwijfeld wordt?

Het is historisch eenvoudig aan te tonen dat Jezus is geboren, heeft geleefd, is gestorven en opgestaan uit de dood. Dat is nooit eerder gebeurd, dat een mens is opgestaan uit de dood. Daarmee verklaarde Jezus, volgens de schriftgeleerde Paulus, God te zijn.

“Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het Evangelie van God, dat Hij tevoren beloofd had door Zijn profeten, in de heilige Schriften, ten aanzien van Zijn Zoon, Die wat het vlees betreft geboren is uit het geslacht van David. Wat de Geest van heiliging betreft, is Hij met kracht bewezen te zijn de Zoon van God, door Zijn opstanding uit de doden, namelijk Jezus Christus, onze Heere”
(Rom. 1:1-4, NBG).

Al zo’n 2.000 jaar is dit -eveneens- een maatschappelijke realiteit. Er zijn, wereldwijd, tientallen miljarden mensen geweest die dit hebben geloofd. En niet zonder reden. En ook vandaag zijn er nog zo’n 2 miljard mensen die belijden Christen te zijn. En waarom? Omdat er zoveel bronnen en getuigen zijn dat het niet vált te ontkennen. Voor de wet staat iets vast als er twéé getuigen zijn. Hier hebben we er veel meer, schriftelijke, onafhankelijke, bronnen die ons allemaal vertellen dat Jezus daadwerkelijk hier op aarde is geweest en is gestorven en opgestaan.

Er is dus, zoals gesteld, op alle vlakken keihard en zelfs “juridisch” bewijs voor het bestaan van Jezus én… daarmee ook het bestaan van God. Want Christus Jezus ís God “in het vlees” (een mensenlichaam) geopenbaard.

Hij gaf ons Profeten (Bijbelstudie)

cover_hij-gaf-ons-profetenDe Bijbel bestaat voor een zeer groot deel uit profetie, voornamelijk in het Oude Testament. Maar, hoe om te gaan met deze oudtestamentische profetie en wat kunnen we er vandaag nog uit en van leren?

In deze schematische Bijbelcursus, gebaseerd op de video-lessen van dr. Pratt (Third Millenium Ministries) behandelen we onder andere de volgende onderwerpen:

  • Essentiële Hermeneutische Principes
  • Taak van de Profeet
  • Het Volk van het Verbond
  • De Dynamiek van het Verbond
  • Historische analyse van profetie
  • Literaire analyse van de Profeten
  • Het doel van voorspellingen
  • Eschatologie

Deze schematische lessen zijn verder voorzien van links naar de originele, Engelstalige, video’s van Dr. Pratt. De serie is zodanig vormgegeven dat niet alle teksten zijn uitgeschreven, het is dus een studie-handboek waarbij u zelf de Bijbel ter hand kunt nemen om studie te maken van het onderwerp.

Download de cursus (PDF, 34 pagina’s)

Anathema, Maranatha – een vervloeking?

Ik houd erg van muziek, en toen ik een clip tegenkwam van de band Anathema dacht ik opeens “hee, wat een rare naam voor een band, waarom doen ze dat want dat is toch een vervloeking?“. Immers, dat is wat er vaak wordt gezegd. We komen het in de Bijbel een paar keer tegen, in de grondtekst(en). Voorgangers en predikanten beweren het “met droge ogen” dat het hier om een vervloeking gaat. Want, zo is het immers vertaald? 

Fotograaf: Mitchel3417. Foto gemaakt in 2007. Bron: Flickr.com

Ruïne van Korinthe. Foto: Mitchel3417. Bron: Flickr.com

Het woord dat hier vertaald is als ‘vervloekt’ is “Anathema” <Strongs 331>. Op basis daarvan zijn er die zelfs beweren dat “Maranatha” ook een “vervloeking” is, dat het bij elkaar hoort als “Anathema Maranatha”.

Er is namelijk één plaats in de Bijbel waar het in combinatie met een ander woord, Maranatha of Maranata, wordt gebruikt. En dat is in 1 Kor 16:22 waar we lezen:

Als iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, laat die vervloekt zijn. Maranatha! (HSV).

Ook de HSV vertaalt het dus als “vervloekt”, net als veel andere vertalingen. Dat heeft mij altijd tegen gestaan, maar als het zo moet worden vertaald, dan moet dat. Toch? Echter, toen ik van een bekende dwaalleraar [die claimt kennis van de grondteksten te hebben] ergens las dat Maranatha in zijn ogen een vervloeking zou zijn omdat het in deze context gebruikt wordt, besloot ik eens wat verder te graven.

Anathema

Het mooie van de Strongs is dat je schrift met schrift kunt vergelijken. En dan zie je dat Anathema in de diverse vertalingen en schriftgedeelten verschillend gebruikt en vertaald wordt.

De Biblestudytools geeft aan dat het woord in eerste instantie betekent: “anything laid up or suspended; hence anything laid up in a temple or set apart as sacred“. Met andere woorden: alles dat apart bewaard wordt, tijdelijk opgeschort of in een tempel als heilig apart wordt gezet.

Het woord kent dus meerdere betekenissen en zal uit de context moeten worden opgemaakt. Zo wordt het in Lukas 21:5 (de mv-vorm) vertaald met (HSV) “gewijde geschenken”. De Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament, gebruikt het als een vertaling voor “haram”. Een woord dat we ook (nog) kennen uit het Arabisch, waar het ‘onrein’ betekent. In het Hebreeuws is het een woord dat, volgens de commentaren, duidt op iets dat apart gezet kan zijn in zowel negatieve danwel positieve zin. Ook wordt het vaak gebruikt in het kader van de heidenvolken.

In het nieuwe testament wordt het echter voornamelijk gebruikt in de annotatie van “verwenst” of “verfoeid” – Galaten 1:8-9, 1 Kor. 12:3 e.a. plaatsen.

De Strongs stelt:

Definition: 1) a thing set up or laid by in order to be kept
1a) specifically, an offering resulting from a vow, which after being
consecrated to a god was hung upon the walls or columns of the
temple, or put in some other conspicuous place
2) a thing devoted to God without hope of being redeemed, and if an
animal, to be slain; therefore a person or thing doomed to destruction
2a) a curse
2b) a man accursed, devoted to the direst of woes

De éérste betekenis is dus “apart gezet”, 2e “een offer” of “gift”, etc. en pas in latere instantie is het verfoeid, ongewenst, verwenst, uitgestoten tot vervloekt.

Wat is “vervloekt”? 

Vervloekt is alles dat geen deel heeft aan het Heil. De Redding. Met andere woorden, wie als zodanig in negatieve zin aangeduid wordt heeft geen deel aan het Heilsplan, is niet gered, gaat verloren. Het woord “vervloekt” is een wat harde vertaling hier van maar feitelijk juist in een bepaalde context.

Maranatha

Dan nu het woord ‘maranatha’. Dit komt in de Bijbel slechts één keer voor en wordt vaak onvertaald gelaten – opmerkelijk genoeg! Het is een woord uit het Aramees. De betekenis van het woord is eenvoudig en onomstreden eigenlijk. De strongs <3134> zegt dat het betekent “De Heer is gekomen” of “De Heer komt!”.

Er is geen énkele aanleiding het anders te vertalen. Waarom zou iemand dat dan wel doen? Ten eerste is er het totale onbegrip van Gods’ Woord bij de auteur. Gemaakte claims in dit verband zijn:

  • Is het logisch aan te nemen dat Paulus in een brief aan Grieks-sprekende mensen zomaar een Aramees woord zou gebruiken?

Vervolgens wordt er beweerd dat het woord lijkt op een woord uit het Hebreeuws en gemeld:

  • Paulus sprak Hebreeuws (Handelingen 21:37-40; 22:1-3; 26:14) en noemt zich ook een Hebreeër (Filippi 3:5). Is het dan vreemd om van hem een Hebreeuwse uitroep te vernemen? Zeker waar dit naadloos aansluit bij het verband

Wat kan je hier tegen in brengen? Dit:

  1. de gemeente in Korinthe was weliswaar gevestigd in Griekenland maar een deel van de gemeente bestond uit Joden. De voertaal in Israël, de taal welke ook de Here Jezus sprak, was, .. Aramees! Er werd naast Hebreeuws namelijk ook Grieks en Aramees gesproken. Het Aramees, zie verder, om een specifieke reden nog wel. Het is dus helemaal niet zo vreemd dat Paulus in zijn eigenhandige groet een Aramees woord bezigt.
    — Bivin schrijft in zijn boek New Light on the Difficult words of Jesus dat Jezus in een omgeving leefde waarin meerdere talen werden gesproken. ‘Hebreeuws, Aramees en Grieks werd waarschijnlijk gesproken door de meeste Joden in deze tijd.’ – Welke taal sprak Jezus? (weblog 211), Christenen voor Israël
  2. Is het vreemd van Paulus een Hebreeuwse uitroep te vernemen? Nee, dat niet maar wel in deze context. Als je éérst beweert dat Paulus aan Grieken schreef en dáárom geen Aramees zou bezigen maar wél Hebreeuws dan hink je op zijn minst op twee gedachten. Die volledig tegengesteld zijn. Een wel zeer slechte argumentatie.

Aramees, .. het Engels van toen.

En dan komen we nu bijna bij het slot van dit betoog .. Want, nogmaals: was het zo vreemd dat Paulus het Aramees gebruikte? Even op Wikipedia kijken werpt licht op de zaak. Het Aramees was namelijk in de tijd van Paulus hetzelfde als in deze tijd de Engelse taal, in het Westen. Het was de ” lingua franca van het Midden-Oosten” (een taal die als gemeenschappelijk communicatiemiddel wordt gebruikt tussen mensen met verschillende moedertalen).

Met andere woorden, wat Paulus hier deed was een woord gebruiken uit een andere taal maar wel een taal die iedereen min-of-meer begreep en vaak zelf bezigde. Net zo goed als dat ik dat nu gebruik wanneer ik zeg: “No offense, maar de schrijver heeft er niets van begrepen”.

Terug naar het vers waar we het vonden: 1 Kor. 16:22. Het zou dus ook vertaald kunnen zijn als:

Als iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, dan is die {Anathema} niet gered . {Maranatha} Jezus komt! (HSV).

Anathema is dus in sommige gevallen inderdaad een ‘verwensing’ of ‘vervloeking’. In andere gevallen kan het betekenen ‘geheiligd’. Meer tegenstrijdige betekenis heb ik nog nooit gevonden in een woord. En dit soort woorden zijn de doodsteek voor theologie die de alverzoening predikt of uitgaat van het “concordante vertaalprincipe”. Dit principe loopt namelijk volledig stuk op dit onderwerp en vele andere woorden uit de Bijbel (en ook onze hedendaagse taal).

 

Dr. Charles C. Ryrie (1925-2016)

Dr. Charles C. RyrieGisteren (17 februari 2016) is, zo berichten diverse media, Dr. Charles C. Ryrie overleden. Slechts een paar week voor zijn 91e verjaardag is hij naar zijn Hemelse Vader gegaan – de Vader waar hij 70 jaar van zijn leven aan heeft gewijd. Een groot theologisch denker, schrijver, docent en bijbelcommentator.

Ryrie is in Evangelische kringen niet onbekend. Helaas wel door sommigen ‘onbemind’ en soms zelfs verguisd, vanwege zijn theologische opvattingen. Volstrekt ten onrechte. Hij was in de Schrift onderwezen door ondermeer Frank E. Gaebelein – bekend van onder meer zijn bijdrage aan de studiebijbel van dr. C.I. Scofield – en Lewis Sperry Chafer, oprichter van het DTS (Dallas Theological Seminary) en medewerker van dr. Scofield.

Ryrie was vanaf 1953 als docent Systematic Theology verbonden aan DTS om na enkel jaren directeur te worden van de Philadelphia College of the Bible (gesticht in 1914 door dr. Scofield), en later wederom verbonden aan de DTS als decaan Doctorale Studies tot aan zijn pensioen in 1983. Hij was een zeer gestudeerd man – zijn biografie op de DTS site vermeldt

Haverford conferred his B.A. (1946) on the basis of his work at DTS. A year later, Ryrie received his Th.M. (1947), and two years following that, his Th.D. (1949). He went on to complete a Ph.D (1953) at the University of Edinburgh, and he later received a Litt.D. from Liberty Baptist Theological Seminary, now Liberty University School of Divinity.

Naast de bekende studiebijbel (welke inmiddels meer dan 2,5 miljoen verkochte exemplaren in diverse talen telt) schreef hij nog een vijftig andere boeken waarvan er twee een Christian Book Award ontvingen.

Na zijn pensionering ging Ryrie verder met zijn werk – schrijven, spreken, onderwijzen. Zijn lesboeken worden nog steeds wereldwijd gebruikt. Ook voor het ECS schreef dr. Ryrie drie (les)boeken: Ryrie Library

  • Biblical Theology of the New Testament
  • The Basis of the Premillennial Faith
  • The Miracles of Our Lord

Deze titels zijn, voor zover mij bekend, helaas niet in het Nederlands verkrijgbaar.

Met het overlijden van dr. Ryrie is een zeer kundig bijbel-onderwijzer heen gegaan en de laatste in leven zijnde grote “dispensationalistische theoloog” die, net als John Walvoord, belangrijke grondlegger(s) van deze theologie nog persoonlijk gekend heeft en door hen onderwezen is: Gaebelein en Chafer – beide bekend, persoonlijk, met Dr. Scofield.

Hij wist als geen ander oog te houden voor zijn publiek – duidelijke en heldere uitleg van soms toch wel moeilijke theologische zaken. Aan de andere kant mogen we dankbaar zijn voor wat Ryrie heeft mogen onderwijzen in de zeventig jaar die hij de Here mocht dienen. Zijn schriftelijke werk zal nog decennia lang, en D.V. nog veel langer, gebruikt blijven.

Dispensationalisme

Het “dispensationalisme”, in Nederland vaak enigzins neerbuigend ‘de bedelingenleer’ genoemd, is het naast het “reformatorische” systeem, de vervangingsleer, de 2e protestantse (uitgewerkte) theologische opvatting.

Wikipedia **) – Het “dispensationalisme” (in Nederland ook wel “bedelingenleer” genoemd) is een systematisch-theologisch kader, dat ervan uitgaat dat Gods plan met de wereld kan worden opgedeeld in verschillende bedelingen (= “huishoudingen”).

Het dispensationalisme kent een sterke nadruk op het verbond tussen God en Zijn Volk, Israël en verklaart de Bijbel zoveel mogelijk “historisch-grammaticaal”, of, zoals zo vaak wordt gezegd: “letterlijk waar het letterlijk kan” – zonder veel nadruk op allegorische uitlegging (waar met name de verbondstheologie de nadruk op legt).

___
**) helaas is het artikel op Wikpedia in veel opzichten onjuist, en worden correcties door ‘tegenstanders’ van de opvattingen van het dispensationalisme steeds weer verwijderd.

De Betekenis van het Kruis

cross-982103_640Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven als losprijs voor velen – Markus 10:45

Er zijn heel wat mensen die met een kruis om hun hals lopen. Ook veel mensen die helemaal niets met het geloof hebben dragen een kruis. Zo zag ik laatst op internet dat iemand prachtige houten kruizen maakte, schitterend bewerkt. Die verkocht hij via zijn webwinkel. Zijn passie, zoals ze dat noemen, was dan ook niet het Kruis van Christus – maar houtbewerking..

Ook zie je regelmatig mensen die bijvoorbeeld een kruis als tatoeage hebben. Pop- en Rockartiesten lopen ook vaak met een kruis-symbool op hun kleding, op hun hoezen van CD’s of podium-decoratie.

Als Christenen hechten we waarde aan het ‘symbool’. Maar eigenlijk was een kruis niet meer dan een martelwerktuig – een “vloekhout” noemt de Bijbel het zelfs. De Encyclopedie schrijft er dan ook over:

Het kruis is een symbool van schande en vervloeking. Het kruis is dan ook een ‘vloekhout’ dat dood en schande vertegenwoordigt. Het werd gebruikt om mensen de doodstraf te geven.

Toch spreekt de Bijbel regelmatig over het Kruis. Uiteraard! Want het was door de kruisiging dat Christus ter dood werd gebracht. Maar heeft het kruis zelf ook maar enige waarde?

> Lees verder ( download PDF)

Beluisteren? Klik hier onder.