Categorie: Bijbelstudie

Wanneer, en in wie, maakt de Heilige Geest woning?

De Heilige Geest woont in het hart van de mens  vanaf het moment dat deze gelooft in Christus Jezus als de Redder en Verlosser. Jezus, sprekend tot Zijn discipelen, vertelde hen dat de Vader hen de Heilige Geest zou zenden

namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.” – Joh. 14:17

Het is overduidelijk dat ‘de wereld’ –zij die Christus niet kennen en/of verwerpen- de Heilige Geest niet zullen ontvangen. Daarmee is direct de conclusie gerechtvaardigd dat zij die Christus wél kennen, de Heilige Geest wél ontvangen.

De énige voorwaarde voor het ontvangen van de Heilige Geest, de ‘doop met de Heilige Geest’, is dan ook: geloof. Daardoor neemt God, door Zijn Geest, namelijk ‘intrek’ in de mens, woont in hem.

“Al wie belijdt dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem, en hij in God.” – 1 Joh. 4:15

“Jezus antwoordde en zei tegen hem: Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen.” – Joh. 14:23

Zie ook: Efeze 3:17, Openbaringen 3:20.

Het is natuurlijk zonder vraag dat dit geloof oprecht en waar moet zijn; wanneer iemand doet alsóf hij of zij gelooft, zal God géén inwoning in het hart van deze mens kunnen en willen maken.

Het is een misvatting te geloven dat de Heilige Geest pas in de gelovige woont ná de wedergeboorte; integendeel: Hij komt in ons op het moment van de wedergeboorte om ons daarmee te Heiligen en één te maken met Christus.

Woont de Geest in het hart van alle gelovigen?

Sommigen menen dat de constante aanwezigheid van de Heilige Geest alleen gegeven wordt aan ‘volwassen’ gelovigen. Of, dat men als gelovige eerst een bijzonder teken moet ervaren –bijvoorbeeld het zogenaamde “spreken in tongen”– als bewijs van de ‘vervulling met de Heilige Geest’.  Dat is echter niet juist. Het is absoluut zo dat de Heilige Geest in iedere gelovige woont; er zijn geen ‘uitwendige’ tekenen nodig als bewijs hiervan. Immers! Zónder de inwoning van de Heilige Geest kan niemand tot Christus behoren?

“Nu, omdat u kinderen bent, heeft God de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader!” – Gal. 4:6.

Met andere woorden; alléén zij die kinderen van God zijn kunnen, door de werking van Gods Geest, uitroepen dat God hun Vader is. Er zijn massa’s mensen op deze aarde, in deze generatie en voorgaande generaties, die konden getuigen dat God hun Abba, hun Vader, was –wat alleen door de inwoning van de Heilige Geest kan, zie eerder!- terwijl van hen bekend is dat zij niet ‘in tongen spreken’ of, sterker nog, dit ‘tongenspreken’ zoals wij dat tegenwoordig kennen, zelfs uitdrukkelijk verwerpen.

Kinderen van God

Doordat een gelovige de Heilige Geest in zich heeft wonen, is de gelovige een kind van God –reden waarom wij Hem, zie eerder, dan ook Vader noemen. Romeinen 8:9, 14 maakt dit overduidelijk:

“zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God.”

En niemand is hiervan uitgezonderd immers de Here zei zelf dat Hij en de Vader inwoning zouden maken -door de Geest- in de mens die tot geloof komt (zie eerder, Joh. 14:17, 23).

God is daarmee zeker niet de Vader van een ieder –zoals sommigen ten onrechte menen- en ook de Here Jezus maakt dit duidelijk wanneer Hij tot de farizeeën zegt:

“U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen.” – Joh. 8:44.

We kunnen dus stellen dat er twee ‘groepen’ van mensen zijn; zij die tot God behoren, middels wedergeboorte, en zij … die tot het rijk van de duivel behoren. Triest genoeg behoort een ieder die niet gelooft tot dit rijk der duisternis. Oók mensen waarvan wij menen ‘dat zijn toch goede mensen’? En ja, er zijn véél, héél veel, goede mensen. Mensen die handelen naar hun geweten, met respect jegens anderen. Toch behoren zij tot het rijk der duisternis in die zin dat zij het “eigendom” van satan zijn tótdat zij zich bekeren en daarmee intreden in het rijk van God.

Het gaat er niet om of je een goed mens bent, het gaat er om wat je wórdt na je wedergeboorte, namelijk een kind van God. En alleen zij die een kind van God zijn, hebben recht op deze door Hem beloofde erfenis: eeuwig te zijn met Hem.

Als bewijs –als “onderpand” zegt de Bijbel- hiervan ontvangt de gelovige de Heilige Geest 2 Kor 1:22, 5:5

“Die ons ook verzegeld heeft en het onderpand van de Geest in onze harten gegeven heeft. [..]Hij nu Die ons hiervoor heeft toegerust, is God, Die ons ook het onderpand van de Geest gegeven heeft”.

We zijn “geadopteerd” door God, als Zijn Kinderen

“Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!”
Rom. 8:15.

De Geest, de Heilige Geest, is –om het zo maar eens te zeggen- “de Geest der Adoptie”. Dáárdoor, en alleen daardoor, zijn wij kinderen van God geworden – door de inwoning van die Geest!

Wanneer iemand nu stelt dat het bewijs van de inwoning van- of ‘vervulling’ met de Heilige Geest is dat men spreekt ‘in tongen’ of andere wondertekenen c.q. charismatische ‘gaven’ zich openbaren bij de gelovige dan zegt men feitelijk dat.. bij ieder waar zich die tekenen niet openbaren er géén sprake is van waar geloof! Maar uit het voorgaande blijkt dat er slechts één “teken” is namelijk: belijden van God, van Christus. Een ieder die gelooft en getuigt dat de Here Jezus de HEER is in- en van zijn leven immers is een kind van God en, zo zegt Gods Woord, kan dit alleen zeggen door de Heilige Geest die in hem (of haar) werkt! Dat is dan ook het ENIGE teken van de inwoning van de Heilige Geest welke wij kunnen en moeten erkennen: het getuigenis van de mens dat hij, of zij, de Here Jezus heeft aangenomen. En dat is ook het énige dat van waarde is voor de Here zelf!

“Ieder dan die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.” – Mat. 10:32.

En, zoals nu duidelijk zal zijn, dit belijden kan alleen door de inwoning van Gods Geest en de inwoning van Gods Geest is het onderpand van onze Hemelse toekomst en waardoor we het kindschap, de adoptie-rechten, hebben gekregen.

Zeker weten? Zeker weten!

Maar,… “maar”. Dat ene woordje, of soms twee: “Ja, maar..”. Wist u dat wanneer u op een stelling of opmerking antwoordt met “Ja, maar..” u eigenlijk zegt: “Nee”? U zegt wel “Ja”, maar voegt er iets aan toe of wilt er iets tegenin brengen. Waarmee u “Nee” zegt.

Het is mensen zo éigen om deze eenvoudige, Bijbelse, waarheid te ontkennen. Want, zien we niet liever iets ‘speciaals’ dat er moet gebeuren? Zien we niet liever dat we allerlei “charismatische gaven” ontvangen als “uiterlijke tekenen”? En dan gaan we een belofte als in Markus 16:17, 18 noemen:

“hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven; in vreemde talen zullen zij spreken; slangen zullen zij oppakken; en als zij iets dodelijks zullen drinken, zal het hen beslist niet schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden.”

Vreemd genoeg wordt deze belofte slechts gedeeltelijk toegepast, voorzover deze ons kennelijk uitkomt. Want,… “slangen zullen zij oppakken”.. “iets dodelijks drinken”? Nou, nee “zo gek zijn we nou ook weer niet”…

Deze tekst vinden wij dan ten eerste ook tussen ‘teksthaken’ en ten tweede worden zij niet gesteund door de parallel teksten. Het is daarmee dan ook zeer aannemelijk dat

  1. Deze tekst later toegevoegd is en;
  2. Zoniet – dat deze tekst bedoeld is geweest voor hen tot wie deze gesproken is: de Apostelen.

Er bestaat zoveel twijfel over dit tekstgedeelte, dat ik het persoonlijk nooit zou willen gebruiken om een dogma uit te dragen hieromtrent.

Zie ook: http://classic.net.bible.org/bible.php?book=Mar&chapter=16#n9

Daarnaast spreekt dit gedeelte niet over het uiten van onverstaanbare klanken, integendeel:

Grk “tongues,” though the word is used figuratively (perhaps as a metonymy of cause for effect). To “speak in tongues” meant to “speak in a foreign language,” though one that was new to the one speaking it and therefore due to supernatural causes.” (NET.Bible, Commentaar)

Spreken in “tongen” betekent dus niets anders dan “spreken in andere talen”, zie ook: https://www.rudybrinkman.nl/bijbelschool/?p=644

Het antwoord op de “Ja, maar…” wordt door de Here zelf gegeven:

“17 namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. 18 Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik kom weer naar u toe. 19 Nog een korte tijd en de wereld zal Mij niet meer zien, maar u zult Mij zien, want Ik leef en u zult leven. 20 Op die dag zult u inzien dat Ik in Mijn Vader ben, en u in Mij, en Ik in u.” – Joh. 14:17-20.

Veel mensen, veel gelovigen, denken dat het zo niet werkt. Ze zijn niet op de hoogte van het werk van de Heilige Geest. Redenen hiervoor zijn:

  1. Onbekend en onwetend
    Ze zijn totaal onbekend met het werk van de Heilige Geest – ze hebben onvoldoende kennis van Gods Woord en begrijpen niet hoe het zit. Dit gebrek aan kennis zouden ze kunnen en moeten opheffen door de bron van kennis tot zich te nemen: Gods Woord. Doen zij dit niet, dan vallen zij makkelijk ten prooi aan dwaling;
  2. Gebaseerd op “ervaringen”
    Anderen baseren hun geloof –ondanks dat zij enige kennis van zaken hebben- op “ervaringen”. De stelling “Ja, maar .. ik ervaar dit zo (of niet)” wordt bóven Gods Woord geplaatst. Het is on-Bijbels om op ervaring, op gevoel, te varen en niet op geloof en kennis van Gods Woord!
  3. Onbeleden zonden
    Een andere, belangrijke, oorzaak voor het niet kennen van het werk van Gods Geest is: onbeleden zonde. Onbeleden zonde zorgt er voor dat Gods Geest gedoofd wordt. Gods Geest woont in deze gelovigen maar wordt door henzelf bedroefd.

Wanneer we zeggen “Ja, maar…” dan willen we eigenlijk iets anders dan wat Gods Woord leert. Bijvoorbeeld dat we als gelovigen een ‘teken’ hebben ter ‘bevestiging’ van de inwoning van Gods Geest. Daarmee laten we ons, wanneer we dat willen, kennen als “zwakke gelovigen”. Zelfs on-gelovigen namelijk kunnen “onverstaanbare klanken” uitstoten; het is een verschijnsel dat in allerlei religieuze belevingen –die tot het rijk van satan behoren!- voorkomt. Een ieder die in één van bovenstaande categorieën valt (en zelfs een ongelovige), kan “in tongen spreken”. Het “spreken in tongen” of andere “cahrismati” zegt daarom niets, helemaal niets, over de inwoning van de Heilige Geest -laat staan dat het er een bewijs van is- of dat de persoon die in “tongen” (glossolalie)  spreekt wel een gelovige –een kind van God- is, integendeel.

Je doctrine op leugens bouwen?

tonguesWat doe je als je een doctrine (leerstellige opvatting) hebt die, mild uitgedrukt, “theologisch zwak” is? En je die doctrine desondanks toch wilt handhaven omdat je dat nu eenmaal altijd zo geleerd hebt, of, omdat deze om de een of andere persoonlijke reden jou goed bevalt?

Een persoonlijke reden zou kunnen zijn dat door de verkondiging en het aanhangen er van jij jezelf, als religieus mens, boven anderen kunt stellen. Jij “hebt” iets, wat een ander niet heeft.

Of, nog sterker gesteld: Jij hebt van God een boven anderen gestelde plaats gekregen.. Jij bent een ‘ware gelovige’, de rest van de Christenheid niet want zij hebben het “Volle” Evangelie niet.

Maar, moet je je daar dan ook niet naar gedragen? Schokkend genoeg echter bedient de ‘tongentaal-beweging’ zich van leugens om hun doctrine te staven c.q. acceptabel te maken voor hen die deze doctrine verwerpen.

SPREKEN IN TONGEN?

Ten onrechte wordt het spreken in ‘tongen’ ook wel het “spreken in klanktalen” of “glossolalie” genoemd. Ik heb er op dit blog nooit echt veel over geschreven. Behalve dan dat ik van mening ben dat God “zwijgt” sinds de openbaring van Zijn Woord volledig is.

Klanktalen (de NBV-vertaling van wat in de NBG nog “tongen” werd genoemd) of “glossolalie” impliceert voor de gemiddelde Bijbellezer namelijk: “onverstaanbare klanken“. Het is onmogelijk alle facetten van dit onderwerp hier te behandelen, daarom stip ik slechts kort een aantal zaken aan.

Laten we beginnen bij het moment dat er voor het eerst in ‘tongen’ werd gesproken:

Handelingen 2:4 (HSV)

En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.

In in vers 11 wordt getoond dat inderdaad hier gesproken word over talen en niet over onverstaanbare ‘klanken’:

..wij horen hen in onze taal over de grote werken van God spreken..

Het woord dat hier in de grondtekst gebruikt wordt is “glossa”, in diverse vervoegingen – het Griekse woord voor ‘de tong’ (het lichaamsdeel in kwestie) of ‘de spraak’. De verklaring van dit woord is dan ook: taal. Wie het woord vervolgens opzoekt in de Bijbel, het NT wel te verstaan aangezien deze in het Grieks is geschreven, ziet dat overal waar in onze vertaling “tongen” of, in andere gevallen, “klanktalen” staat er sprake is van ditzelfde woord. En hoe zou dit, wanneer we “Schrift met Schrift vergelijken” op de éne plaats iets betekenen dat volstrekt tegenstrijdig is met wat we op de andere plaats lezen? De Here Jezus zei immers zelf dat de Schrift “niet gebroken kan worden” (Joh. 10:35). Met andere woorden: het ene gedeelte moet overeenstemmen met het andere, anders zou daadwerkelijk de Schrift ‘gebroken’ zijn.

Er is dus geen enkele reden om aan te nemen dat het spreken in ‘tongen’ een onverstaanbare ‘klanktaal’ is. Integendeel. Toch menen zij die zich bezig houden met het ‘spreken in tongen’ soms zelfs dat hier sprake móet zijn van onverstaanbare klanken. Men noemt het soms zelfs ‘Engelentaal’. Waarmee zij de Schrift, Gods Woord, proberen te breken. De vraag is echter zelfs of het wel om ‘onverstaanbare klanken’ mág gaan.

Vergelijk hiervoor eens 1 Kor. 14:13 <-> Jak. 3:8 (zie onderstaand):

dio <1352> CON Jo <3588> T-NSM lalwn <2980> (5723) V-PAP-NSM glwssh <1100> N-DSF proseucesyw <4336> (5737) V-PNM-3S ina <2443> CONJ diermhneuh <1329> (5725)
V-PAS-3S
thn <3588> T-ASF de <1161> CONJ glwssan <1100> N-ASF oudeiv <3762> A-NSM damasai <1150> (5658) V-AAN dunatai <1410> (5736) V-PNI-3S anyrwpwn <444> N-GPM akatastaton <182> A-NSN kakon <2556> A-NSN mesth <3324> A-NSF iou <2447> N-GSM yanathforou <2287> A-GSM

In beide gevallen wordt gesproken over ‘de tong’ (het lichaamsdeel). In 1 Kor. 14:13 (HSV) lezen we

Daarom, laat hij die in een andere* taal spreekt, bidden dat hij het mag uitleggen.

* – een andere taal is in de King James vertaling ten onrechte ‘onbekende’ taal genoemd. In de grondtekst, zie boven, komt het woord ‘andere’ niet eens voor. Vandaar dat de HSV dit schuin gedrukt heeft. Het is ter verduidelijking ingevoegd door de vertalers.

Kort samengevat – het spreken in de ‘tongen’ (NBG) of ‘klaktalen’ (NBV) is niet anders dan spreken in een taal welke de spreker van zichzelf niet beheerst of geleerd heeft.

VERVULLING HEILIGE GEEST?

Zij die “in tongen” spreken claimen dat de vervulling met de Heilige Geest samenhangt met, c.q. het bewijs hiervan is: het spreken in tongen. De Bijbel echter onderwijst dit niet. Er zijn een aantal ‘uitzonderingen’ waar men, nadat het Evangelie gepredikt is aan de toehoorders, spreekt in talen. Maar wie de situatie goed bestudeerd ziet dat hiervoor altijd een speciale reden is. Een voorbeeld is Handelingen 10, waar Petrus de Romeinse hoofdman Cornelius het Evangelie predikt. In vers 44-46 lezen we dat het spreken in talen een noodzakelijk teken ten opzichte van Petrus (en de andere Joden) was!

En de gelovigen die van de besnijdenis waren, zovelen als er met Petrus waren meegekomen, waren buiten zichzelf dat de gaven van de Heilige Geest ook op de heidenen uitgestort werd, want zij hoorden hen spreken in vreemde talen en God grootmaken. Toen antwoorde Petrus: ‘Kan iemand soms het water weren, zodat deze mensen, die evenals wij de Heilige Geest ontvangen hebben, niet gedoopt zouden worden?’

In feite een “pinksterdag in het klein” – God bevestigde nogmaals dat Hij het Evangelie, de Genade van Redding door Christus Jezus, aan een ieder aanbiedt en niet alleen aan de Joden! Dáárom moest dit teken herhaald worden, aangezien de gelovigen ‘uit de besnijdenis’ de toevoeging van de heidenen aan de Gemeente van Christus -wat tot dat moment een ‘Joodse zaak’ was- dit niet geaccepteerd zouden hebben.

Daarnaast, of eigenlijk nog veel relevanter in deze discussie, leert Gods Woord dat wanneer iemand tot geloof komt deze de Heilige Geest direct, vanaf dat moment, ontvangt.Zie ondermeer Efeze 1:13, 3:17, Handelingen 5:32 en 2:38:

Bekeert u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave [= gift, kado] van de Heilige Geest ontvangen.

Ten onrechte wordt wel gedacht dat het woord ‘gave’ hier betekent dat er een speciale ‘gave’ (begiftiging met een zekere speciale vaardigheid) aan de gelovigen zou worden gegeven, bijvoorbeeld spreken in talen. Dit is niet het geval, er staat hier ‘dorea’ en dat betekent niet anders dan ‘kado’ of, in oud Nederlands, ‘onverdiende gunst’: de Genade! Vergelijk deze tekstgedeelten.

De ‘vervulling met de Heilige Geest’ is dus geen zaak die bevestigd wordt door welk uiterlijk teken dan ook; het is een gave, gift, welke elke gelovige krijgt als “onderpand”; het maakt de gelovige deelgenoot van Christus doordat hij deel krijgt aan Christus’ Heilige Geest.

LEUGENS

Nu kom ik terug bij het begin, de titel van dit gedeelte; dat sommigen zich bedienen van leugens om hun ‘doctrine’ -die hierboven kort is weerlegd- te staven.

Ik las een artikel op een website waarin het volgende werd beweerd:

Vrij recente gegevens vond ik in een verslag van de campagnes van Dwight L. Moody. Deze beroemde evangelist bezocht Engeland in het jaar 1873 en een verslaggever meldde:
‘Het pinksterfeest was in volle gang. Jongelui spraken in tongen en profeteerden. Wat dat te betekenen had? Niets anders dan dat Moody daar zojuist gesproken had.’

Als er iets is wat ik niet geloof is dat Dwight L. Moody ‘in tongen sprak’. Ik ben persoonlijk, als redacteur van het Bijbel College, namelijk nogal bekend met het werk van Moody en de predikant van de ‘Moody Church’, Dr. C.I. Scofield. En hier had ik nog nooit van gehoord.

Sowieso is het tegenwoordige ‘spreken in tongen’ (onverstaanbare klanken uitstoten) wat we kennen vanuit de Charismatische en VEP-gemeenten voor het eerst pas beschreven en/of bekend van de Azusa-street ‘opwekking’ – de plek waar deze beweging is ontstaan in 1906. Het zou dus wel zéér opmerkelijk zijn dat Moody’s bezoek, in 1873, er toe zou hebben geleid dat in Engeland er sprake zou zijn geweest van ‘tongentaal’ en profetie door jongeren die Moody’s samenkomsten bezochten.

Een klein onderzoekje naar de bron van deze beweringen was lastig. Want deze was niet vermeld. Wat op zijn minst opmerkelijk is te noemen. Ik ben daarom eens op onderzoek uitgegaan.

Al snel blijkt dan, dat het gewoon totale nonsens is wat er wordt beweerd. Dr. John R. Rice schreef namelijk al in een brochure, gedateerd in 1961 nota bene, het volgende:

Now, here is another thing. I am sad to say it, but since tongues people are often ignorant and not very well educated and are not very intellectual, they often claim in print, as in the Full Gospel businessmen’s magazine, that D. L. Moody talked in tongues, that Charles G. Finney talked in tongues, and so did R. A. Torrey. They did nothing of the kind.

[..]

On D. L. Moody, I have twelve or fifteen books — I have everything written about him that I can get my hands on; I have his own life story by his son and that by his sonin-law, Pitts; and I know Moody not only did not talk in tongues, but he didn’t believe in it. Neither did Billy Sunday. I knew Billy Sunday. Neither did Gipsy Smith. Neither did Charles G. Finney.

There is something wrong with a man’s system of truth when he is careless in making statements like that to try to bolster a doctrine that isn’t found in the Bible.

“Kindly, Clear Bible Answers About Speaking in Tongues”, Dr. John R. Rice

Oftewel – daar staat het dan.. zwart op wit. De beweging bedient zich, tot verdriet van dr. Rice, van leugens. Gedrukte leugens. Het doel heiligt kennelijk de middelen.

CHRISTEN++

Maar waarom houdt men dan zó vast aan deze Bijbels niet te verdedigen doctrine? Waarom gaat men zelfs zo ver dat men leugens in druk laat verschijnen om het ‘eigen gelijk’ te bevechten? Een “gelijk” dat géén Eeuwigheidswaarde heeft, noch enig toegevoegde waarde heeft voor de Gemeente van Christus Jezus?

Jaren geleden was er een ‘computertaal’ die eenvoudigweg ‘C’ heette. De opvolger, de verbeterde versie er van, heette ‘C++’. En dat is hoe deze mensen zichzelf zien; een Christen++. Een ‘verbeterde’ of bétere Christen dan alle andere Christenen. Want “wij hebben de Heilige Geest ontvangen” immers “wij spreken in tongen als bewijs er van, jullie niet”.

Dat, en alleen dat, is ten diepste “het hele eiereten”. Waarvan de Apostel Paulus zegt dat het “opgeblazen” mensen zijn. Zij stellen menselijke bepalingen, op grond van eigen zienswijze en Schriftuitleg, als de maat en menen op grond hiervan zichzelf te kunnen verheffen boven anderen.

Laat u niet de prijs ontzeggen door iemand die behagen schept in nederigheid en engelenverering, intreedt in wat hij niet gezien heeft, zonder reden gewichtig doet door zijn vleselijke denken, en zich niet houdt aan het hoofd, waaruit het hele lichaam, dat van banden en pezen voorzien is en daardoor samengevoegd, opgroeit door de groei die van God komt. Kol. 2:18, 19.

> Zie ook: 1 Tim. 6:3-10.

De ‘Rede over de laatste dingen’

De laatste tijd is er door de ‘rampspoed’ die er over deze wereld trekt, denk aan de situatie in de landen als Egypte, Tunesië, Libië en de diverse Islamitische landen op het Arabische schiereiland en natuurlijk de enorme ramp (Tsunami) in Japan, weer volop aandacht voor “het einde der tijden”.

In de Bijbel, in Matteüs 24 en Lucas 21, spreekt de Here Jezus over deze zaken. Ook in de Openbaringen en Daniël alsmede in de brieven van de Apostelen kunnen we er over lezen. De Amerikaan Hal Lindsey maakte met name begin jaren ’70 furore als “Bijbelvorser”. Zijn boek, “De Planeet die Aarde heette” werd één van de meest verkochte boeken (meer dan 35 miljoen exemplaren in 54 talen, volgens Wikipedia) en maakte hem tevens op slag miljonair. Lindsey was, en is, er heilig van overtuigd dat de anti-Christ uit de Europese Unie zal komen en verkondigt die mening waar hij maar kan.

Amerikaanse visie

De boeken van Lindsey, en andere Amerikaanse schrijvers, werden ook in Nederland veel verkocht en gelezen. En zo gebeurde het dat er met name door de invloed van deze Amerikaanse schrijvers een visie ontstond, in Nederland en vele andere landen, welke kortgezegd omvatte dat

a. de antichrist uit ‘de 10-statenbond’ van de EU zou komen (beeld Daniël, 10 tenen, hersteld Romeinse Rijk);
b. dat het ontstaan van de EU, en dan met name de ‘wederoprichting’ van Israël een vervulling was van de profetieën.

Het ontstaan van de staat Israël in 1948 is zeker een wonder waarin we God’s hand kunnen herkennen. Dat valt simpelweg niet te ontkennen. Maar de Amerikaanse visies, en vertalingen van deze boeken hebben tot een aantal potentiële misvattingen geleid welke er nog steeds voor zorgen dat veel Christenen de Bijbel niet (meer) goed lezen. Met als gevolg de meest wilde speculaties – tot aan bepalingen van een datum van ‘de wederkomst’ of ‘de opname’.

Rekensommetjes

In Matteüs 24 (NBG) lezen we het volgende

29 Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. 30 En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. 31 En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere. 32 Leert dan van de vijgeboom deze les: Wanneer zijn hout reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de zomer nabij is. 33 Zo moet ook gij, wanneer gij dit alles ziet, weten, dat het nabij is, voor de deur. 34 Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt. 35 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan. 36 Doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen. 37 Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn.

De context hier is dat de Discipelen vragen aan de Here: “wat is het teken van uw komst en van de voleinding der wereld?“. Alles wat daarná volgt is dus een antwoord op deze vraag! Matteüs 24 handelt dus over de wederkomst van Christus en het ‘einde’ van deze wereld zoals we haar nu kennen, in haar huidige vorm. De wederkomst van Christus zal namelijk het begin zijn van een totaal nieuwe (wereld)regering, staat en toestand van deze wereld; het ‘Duizendjarig Rijk‘ (PDF) waarin Christus zal heersen als Koning.

Met in het achterhoofd het ontstaan van Israël, in 1948 (het “uitspruiten” van de Vijgenboom), en daarbij genomen Mt. 24:34 kwam men dan vaak op bijvoorbeeld de volgende redeneringen (rekensommetjes): “In 1948 is Israël weer ontstaan, een generatie is 40 jaar, dus in 1988 komt de Here terug”. Toen dat niet gebeurde kwamen er weer anderen: “We hebben ons vergist, het moet zijn 1988 + 7 jaar grote verdrukking dus in 1995 komt de Here!”. De grote verdrukking kwam niet, de wederkomst vond niet plaats. Er volgden nieuwe ‘rekensommetjes’ en uitleggingen. Eén van de bekendste exponenten van dit ‘rekenwerk’ is Evangelist Harold Camping. Na diverse onjuiste voorspellingen beweert hij nu dat de ‘wederkomst’ in Mei 2011 zal plaatsvinden. In het artikel lezen we ook dat ruim 1/3e deel van de Amerikanen gelooft dat de wederkomst in elk geval vóór 2040 zal plaatsvinden.

Let wel, ik drijf hier niet de spot mee! Ik heb het hier over broeders en zusters die vol verwachting uitzagen naar de komst van de Here. Maar ik heb diverse getuigen die kunnen onderschrijven dat ik nooit, maar dan ook nooit heb willen toegeven aan deze ‘rekensommetjes’. Immers, vers 36 zegt zéér duidelijk: “Doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen“. Wel zijn er diverse tekenen genoemd, zowel in Mt. 24 als op andere plaatsen, waaraan we kunnen onderkennen dat ‘de dag nabij is’.

Deze ‘generatie’?

Nog niet zo lang geleden las ik dit gedeelte nog weer eens aandachtig door. En het viel mij opeens op: de Engelse (Bijbel)vertalingen en boeken spreken meestal over “this generation”, wat simpelweg vertaald is, in het Nederlands, met “deze generatie”. Maar, de Here zegt hier iets anders! Zowel in de Staten Vertaling, NBG als de Herziene Staten Vertaling staat hier in dit vers “dit geslacht“. De NBV 2004 wijkt af, deze spreekt over “deze generatie”.In een mail, aan een broeder, schreef ik recent:

Probleem is dat we als evangelicalen ons door Hall Lindsey e.d. eigenlijk in de luren hebben laten leggen door hun theorieën, niet alleen over de EU (10 rijken) maar ook andere dingen. De Here spreek expliciet over “dit geslacht“. Maar zij hebben er “deze generatie” van gemaakt. De Amerikanen vertalen het ook consequent als ‘generation’ (waar wij weer ‘generatie’ van hebben gemaakt in de vertaling van boeken uit Amerika), voetnoot NET.Bible:

{sn} This is one of the hardest verses in the gospels to interpret. Various views exist for what generation means.

(1) Some take it as meaning “race” and thus as an assurance that the Jewish race (nation) will not pass away. But it is very questionable that the Greek term {genea} can have this meaning. Two other options are possible.
(2) Generation might mean “this type of generation” and refer to the generation of wicked humanity. Then the point is that humanity will not perish, because God will redeem it. Or
(3) generation may refer to “the generation that sees the signs of the end” (v. 30), who will also see the end itself. In other words, once the movement to the return of Christ starts, all the events connected with it happen very quickly, in rapid succession.

http://classic.net.bible.org/strong.php?id=1074

Het kan verder ook worden vertaald als ‘een eeuw‘ of ‘tijdsbestek‘. Dus ‘deze eeuw’ of  ‘deze tijd’ zal niet voorbijgaan.

Voor de uitlegging van Mt. 24 moet er één “aanname” worden gedaan. Namelijk dat Israël “de Vijgenboom” is waaraan gerefereerd wordt.

Vervolgens worden daarop andere aannames gestapeld (“deze generatie = 40 jaar” enz) met als gevolg een verhaal dat min-of-meer aanvaardbaar is. In mijn ogen op een “het zou zo kunnen zijn” niveau. Er worden dan echter drie fouten gemaakt die cruciaal zijn.

Fouten in uitlegging

  • 1e fout -> de Vijgeboom als beeld van Israël.
    Nérgens in Gods Woord is de Vijgenboom een beeld, of tyvijgeboompe, van Israël! Israël wordt één keer vergeleken met vijgen (Hos. 9:10) en een vijgenboom (Jer. 8:13, een vergelijking met een vijgeboom die geen vrucht draagt). Het beeld van Israël is de Olijfboom (vgl. Rom. 11:24, Jer. 11:16 – “Een groene olijf, schoon van prachtige vrucht, heeft de HERE u genoemd; onder geluid van groot gedruis heeft een vuur zijn loof aangestoken en zijn zijn takken verbrand”). Wanneer we claimen dat de Vijgeboom een beeld van Israël zou zijn -en helaas kun je dat op nogal wat plaatsen lezen- dan krijgen we een probleem met bijvoorbeeld het gedeelte waarin de Here een vijgenboom vervloekt (Matt. 21:19-21). Overigens heb ik, onder invloed van de late Amerikaanse evangelicalen als Lindsey, deze denkfout lang nagevolgd.Vaak wordt beweerd dat Lindsey e.a. de “dispensationalistische visie” (bedelingenleer) uit zouden dragen. De Scofield Bible -het defacto standaard werk op dit gebied- heeft echter bij dit vers als toelichting helemáál niet opgemerkt dat het hier Israël zou betreffen. Ook de Ryrie Study Bible doet dit niet. De twee belangrijkste “dispensationalistische” studiebijbels verklaren hier helemaal niets! En dat is ook logisch. Want er wordt hier heel iets anders gezegd door de Here dan dat wij er meestal van maken. En het juiste uitlegkundige principe wordt dan ook gevolgd namelijk: letterlijk nemen als het letterlijk kan. En dat kan hier probleemloos. Wat zegt de Here, als we het eens in eigen woorden mogen zeggen? “Als de blaadjes weer aan de bomen komen, weet je dat het weer zomer wordt”. En daarmee wijst hij terug op de eerder genoemde tekenen. De tekenen die in de ‘eindtijd’ zullen worden gezien door de mensen (valse christussen, oorlogen, geruchten van oorlogen, verdrukkingen tot aan de valse Messias in de Tempel, vers 15) zijn net zo onmiskenbaar, makkelijk herkenbaar, als dat wij zien aan de bomen dat het weer zomer wordt.
  • 2e fout -> de “Generatie”
    Eerder heb ik hier al uitgebreid aandacht aan besteeed. De ‘generatie’ is een letterlijke vertaling van het Griekse ‘genea’. Waar ons woord ‘genealogie‘ (= het onderzoeken van de geslachten). De belangrijkste, meest accuratie, Nederlandse vertalingen hebben dan ook gekozen dit als ‘geslacht’ te vertalen.
  • 3e fout -> gestapelde bewijsvoering
    Op basis van de voorgaande 2 foute aannames of uitleggingen wordt een ‘gestapelde bewijsvoering’ gemaakt. Vijgeboom = Israël, deze generatie ( “die zal zien dat Israël hersteld wordt”, wat nergens staat!) zal de wederkomst, of opname, meemaken.

Je zou nog kunnen stellen dat Israël inderdaad ‘de zomer’ is, het uitlopen van de vijgenboom gelijkstellen aan het ontstaan van Israël. Maar de 2e stap, van het woord geslacht een ‘generatie’ maken en die vervolgens beperken tot bijvoorbeeld 40 jaar is een ernstige(r) misser. De Bijbel leert namelijk iets anders. Een geslacht gaat pas voorbij, zo weten we, zodra de laatste mensen van een geslacht zijn uitgestorven. Genesis 6:3 zegt: “En de HERE zeide: Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben; hij is vlees; zijn dagen zullen honderd twintig jaar zijn.”. Met andere woorden, als je uitgaat van de wederoprichting van de staat Israël in 1948 als ‘beginpunt’ voor je rekensom, dan betekent dit dat de wederkomst op zijn laatst 120 jaar later zal zijn, dat is in 2068. Of daar vóór natuurlijk. Maar een ander uitgangspunt zou ook kunnen zijn het moment dat Palestina werd uitgeroepen tot het ‘Joodse Thuisland’ door de Zionistische beweging (1897 + 120 = 2017). Dit laat al zien dat het verdraaid lastig is om ook maar íets te zeggen over een datering van de komst van de Here.

De Tekenen

Wij zijn als gelovigen in mijn ogen door al de boeken, films, TV programma’s en spreekbeurten van de, met name, Amerikaanse late, extremistische, Evangelicalen (jaren ’60 en later) op het verkeerde been gezet. Want, in Matteüs 24 geeft de Here een aantal hele duidelijke tekenen waar we op moeten letten. Net als dat we weten, aan het uitlopen van de bomen, wanneer de zomer komt kunnen we namelijk zien, aan de tekenen welke de Here noemde, wanneer ‘de zomer nabij’ is, wanneer Zijn komst (zeer) aanstaande is.

Daarover zal ik graag een volgende keer schrijven, mocht ik de gelegenheid (nog) krijgen…. !

29 Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen.
30 En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid.
31 En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere.
32 Leert dan van de vijgeboom deze les: Wanneer zijn hout reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de zomer nabij is.
33 Zo moet ook gij, wanneer gij dit alles ziet, weten, dat het nabij is, voor de deur.
34 Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt.
35 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.
36 Doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen.
37 Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn.

Opgenomen in de wolken

herziene_statenvertaling_vivella_omslagIk was erg nieuwsgierig naar hoe de vertalers van de HSV -zie http://www.statenvertaling.nu– bepaalde zaken hebben weergegeven. De online versie heb ik niet heel veel gebruikt, op papier leest altijd prettiger. Vandaag heb ik dan de ‘papieren versie’ gekocht – ik wou eerdere deeluitgaven niet kopen, maar gewoon wachten tot de vertaling compleet was…

Eén van de schriftplaatsen die mijn bijzondere interesse had was 1 Tessalonicenzen 4:17-18. Dit speciaal omdat de ‘opname van de gemeente’ in de Refo-kringen altijd bestreden wordt (en dit is natuurlijk met recht een “Reformatorische” vertaling) en verder zien we in steeds meer Evangelische kringen onkunde en onbekendheid met het onderwerp.

Het is daarom van het grootste belang dat de huidige vertalingen recht doen aan deze waarheid namelijk dat de gelovigen door de Here zullen worden opgenomen, ‘weggenomen’, van deze aarde. Overigens ook de vertaling van de oude SV. Maar ja,.. wie leest die (nu) nog?

De NBV heeft het overigens vrij netjes vertaalt maar in het bijzonder viel mij op dat de HSV het woordje ‘opgenomen’ niet geschuwd heeft. Daar verdienen ze mijns inziens ‘alle lof’ voor! Want: dat kan gerelateerd worden aan het begrip “opname”. Iets waar veel theologen van ‘huiveren’…

harpazo
In de grondtekst wordt het woord (strongs) “harpazo” gebruikt. Een woord dat vaak vertaald wordt met “wegnemen met geweld”. Het woord “opgenomen” is een redelijke, zij het zwakke, vertaling mijns inziens. In de NBV en NBG staat ‘weggevoerd’. Dat kun je verschillend uitleggen. Het woord ‘opgenomen’ valt echter maar op één manier uit te leggen!

In 2 Kor. 12:4 komen we hetzelfde woordje ook tegen. En tekst met tekst vergelijken is altijd goed…

Vergelijking tussen NBG, NBV en HSV laat zien dat hier NBG & NBV ook weer kiezen voor ‘weggevoerd’ (maar uit de context is natuurlijk direct duidelijk wat dit betekent) en de HSV heeft wederom ondubbelzinnig met “opgenomen” vertaald, een vertaalkeuze (“caught up”) die ook de Engelse vertalingen consequent maken.

Persoonlijk geloof ik in deze waarheid dat wij eens, misschien wel zeer binnenkort, zullen worden weggerukt (de beste vertaling!) uit deze wereld en zullen worden weggevoerd door de Here naar waar Hij is (het huis des Vaders! Zoals beloofd in Joh 14:2).

Het is jammer dat deze waarheid zo ‘buiten het gezichtsveld’ van vele gelovigen ligt… maar wellicht, misschien, zal een dergelijke vertaling er toe bijdragen dat dit mogelijk weer verandert!

nephele
Eén woord is nog steeds ‘onjuist’ vertaald in 1 Thess. 4:17. Er staat namelijk dat de gelovigen zullen worden opgenomen in de ‘nephele‘. Dat woord betekent wolk (e.v.) en “used of the cloud which led the Israelites in the wilderness“.

Oftewel het is De Wolk welke het volk Israël in de woestijn leidde. De vergelijking met Ex.19:16 gaat hier ook op. Het is de ‘shekinah‘: de aanwezigheid van de Here in het vuur (brandende braamstruik, vuurkolom in de woestijn) en de wolk (woestijn, overdag) die neerdaalde in de Tabernakel en later in de Tempel. Deze is ‘oostwaarts’ (Olijfberg) vertrokken en daar zal ook de Here Jezus weer terugkeren. Die wolk zal neerdalen, en weer gaan – met medeneming van alle in Christus gestorvenen en met de nog levende gelovigen.

Tussen de Gevangenschappen

De 4e Zendingsreis van Paulus. Een feit dat maar weinig mensen bekend is, is dat Paulus feitelijk vier zendingsreizen heeft gemaakt. De 4e zendingsreis heeft plaatsgevonden tussen de éérste en de laatste, twééde, gevangenschap in Rome.

In deze studieserie wordt ingegaan op het leven en werk van Paulus met de nadruk op deze periode tussen de gevangenschappen en de 2e gevangenschap en de brieven uit die periode, ook wel de ‘pastorale brieven’ genoemd.

introductie: Powerpoint (in PDF)
Toelichting/studie bij de Powerpoint
De Brief aan Titus en Timoteüs

De brieven worden vanuit deze historische context besproken en zijn dus géén “boekstudies”.

BijbelCollege.nl rond basiscursus af

Na zes jaar voorbereiding is sinds deze week via het Bijbel College een complete online, gratis, Bijbelcursus beschikbaar.

Al geruime tijd was een groot deel van de online Bijbelschool beschikbaar, waaronder een groot aantal lessen over- en uit de Bijbel en de “Scofield”-bijbellessen. Het programma is nu compleet, en binnenkort zullen ook examens beschikbaar worden gesteld. Middels de online examens kunnen cursisten de opgedane kennis toetsen en, wanneer gewenst, tevens certificeren middels twee certificaten. Wie beide certificaten heeft gehaald kan een Diploma Bijbelse Studies ontvangen.

Verantwoordelijk uitgever voor BijbelCollege.nl is de Stg. Bijbels & Theologisch Onderwijs ‘Yarah’.


De site begon in 2004 onder de naam ‘Internet Bijbel Cursus’. Toen wilde ik een bestaande cursus, uit het Engels, vertalen en beschikbaar stellen. Met toestemming van de oorspronkelijke makers overigens. Maar, de cursus was te elementair, te veel gericht tégen “Evangelische opvattingen” (vaak tussen de regels door maar soms ook heel scherp, venijnig, gesteld). Uiteindelijk heb ik van hun materiaal maar weinig kunnen gebruiken en is er veel origineel geschreven, elders overgenomen, enz.

De Scofield Cursus bestaat uit drie delen, het deel met de Scofield lessen is door Xander (inmiddels 2 jaar geleden) uitgewerkt. Het eerste en derde deel zijn eveneens grotendeels originele studies.

Alles bij elkaar is dus nu na zes jaar de site compleet! De komende jaren zal D.V. natuurlijk doorgewerkt worden aan de site, met name her en der taal- en spelfouten weghalen, af en toe wat nieuw materiaal of herzieningen en bijwerken enz.

Het grote voordeel van (mede)redacteur zijn van een dergelijk omvangrijk project is natuurlijk: je leert er ontzettend veel van. Heel veel zaken over- en uit de Bijbel heb ik moeten en willen bestuderen op die manier. Wat me natuurlijk voor de opleiding van Moody’s enorm van pas gekomen is, maar andersom ook: vanuit dat cursusmateriaal is er ook het e.e.a. doorgedrongen in het opleidingsmateriaal van het BijbelCollege.

Van Moody ontving ik recent nog een mail overigens dat het hen erg verheugde dat we dit deden, en dat ze het een zeer positieve ontwikkeling vonden.

Vraag over de Drie-eenheid

Een vraag die ik ontving over de drie-éénheid en mijn antwoord hierop.


duifDag br. X,

excuses voor de late reactie, .. dat kwam ook omdat je gelijk de moeilijkste vragen stelt, ook de vragen die vaak (en daar verdenk ik jou niet van hoor!!) als ‘strikvragen’ worden opgeworpen.

  • Bij de doop van de Here Jezus, daalde de Heilige Geest neer als een duif.

Ja, daalde er een duif neer, of de Heilige Geest? Er staat “als een duif”. Denk hierbij ook aan de uitstorting van de Heilige Geest tijdens pinksteren. Op alle 120 aanwezigen daalde de H.G. neer met ‘tongen als van vuur’. Dus 120x de H.G.? Letterlijke vlammen? Nee,.. God tóónt ons de H.G., Zijn Geest, in een voor ons te bevatten formaat, een waarneembaar verschijnsel. In dit geval dus “tongen als van vuur”. Denk in dat verband eens aan de brandende braamstruik. Er was vuur te zien, maar de struik verbrande niet. De H.G. was nu als vuur te zien op de hoofden van de gelovigen, maar hun haar (om het maar eens plat te zeggen) vloog niet in brand..

Het “als” een duif, betekent niet dat er letterlijk een duif neerdaalde op de Here Jezus! Dat denken wij vaak, de kinderbijbelverhalen indachtig.
Maar vergelijk eens alle teksten die dit vermelden: Matt. 3:16, Mar. 1:10, Joh. 1:32. Consequent staat er dat de H.G. als een duif neerdaalde. Waarbij er vermeld wordt dat de hemel “zich opende”. Dat nemen we niet al te letterlijk.. maar dat duifje, dat spreekt ons aan en nemen we opeens letterlijk.

In het Grieks staat er “hosei” (http://net.bible.org/strong.php?id=5616) de definitie is “als het ware als”. De vertaling is daarin helaas zwak. Het gaat hier daarom niet om de letterlijke duif (die er mogelijk wel degelijk was hoor) maar om de eigenschappen van een duif, wat er mee “verwoord” wordt in zinnebeeldige zin; de H.G.’s eigenschappen: liefelijk, onschuldig, mooi, enz.

  • Christus Jezus is gezeten aan de rechterhand Gods.

Klopt, is heel moeilijk te bevatten en daar ben ik ook nog niet helemaal uit. Zelf denk ik dat, we zien het veel in de Openbaringen, God aan Johannes in de Openbaringen heeft moeten duidelijk maken op een voor de mens Johannes te bevatten manier hoe het e.e.a. in zijn werk ging. We moeten God ook niet te beperkt voorstellen; God is gezeten op de troon. Inderdaad. Anderzijds zegt de Bijbel “God is Geest”. We denken naar mijn oordeel te veel in termen als “de oude man op de troon” en daarnaast zit dan de Here Jezus. Het is voor mij niet te bevatten hoe dit zit of werkt/zal gaan werken.

  • Christus bad tot de Vader, vlak voor Zijn kruisiging.

De Here had een “duale natuur”; Hij was volkomen mens (De mens Christus Jezus werd immers ook gedood aan het kruis) maar tevens volkomen God. Hoe dat in zijn werk ging, weet ik ook niet. Hij bad tot de Vader, terwijl ook –zie eerder– de Heilige Geest al in Hem woonde. Sterker nog, vanaf de moederschoot al.

Denk in dit verband eens aan de zwangerschap van Maria. We zeggen wel heel makkelijk: “Ze was zwanger van de Heilige Geest” (waarmee, aangezien God de Vader is, al héél eenvoudig aangetoond is dat de Heilige Geest en de Vader niet twéé personen maar één zijn!!). Maar hoe is dat óóit in zijn werk gegaan? Dat bevatten we niet, maar aanvaarden het.

Zo aanvaard ik ook dat ik persoonlijk het niet kan bevatten dat God zowel één is, als dat Hij zich aan ons openbaart in Vader, Zoon en Heilige Geest.

Wat voor mij als een paal boven water staat is echter dat wij mensen té klein denken over God. Hij is alom-tegenwoordig. Dat belijden we. Maar tevens willen we Hem beperken, in ons spreken over Hem, tot iemand die “op een troon zit”. Ik kan daarom alleen maar Gods Woord naspreken in deze dingen en constateren: De Bijbel leert dat God één is.

Jakobus 2:19(a) zegt: “”Gij gelooft, dat God één < Gr: Heis, zie: http://net.bible.org/strong.php?id=1520 > is? Daaraan doet gij wèl”. En in Rom. 3:20 zegt Paulus: “want er is maar één < heis > God, en hij zal zowel besnedenen als onbesnedenen op grond van hun geloof als rechtvaardigen aannemen.”.

Zie ook hoe het woord ‘heis’ verder gebruikt wordt:
http://net.bible.org/search.php?search=greek_strict_index:1520

Altijd als een. Geen drie-eenheid, maar één. En hoe dat precies werkt? Ik heb geen flauw benul. Ik kan er over nadenken, maar het is te groot(s) voor mij om te bevatten.

Ik hoop dat ik ondanks m’n incomplete antwoord je toch verder heb geholpen.

broedergroet,
Rudy

Kunnen engelen zingen?

Op een forum waar ik was verdwaald, zoekend naar een vakantie-adres, was een discussie over de vraag of engelen nu kunnen zingen of niet. Meestal leren we, als kinderen, dat de engelen bij de aankondiging van de geboorte van de Here Jezus “zongen” toen zij de herders bericht deden van de geboorte.

Zoals op dat forum ook de eindconclusie was, staat er kennelijk nergens in de Bijbel dat de Engelen zingen of kunnen zingen. Sterker nog, als je Lukas 2:13 goed bekijkt staat er zo op het eerste oog heel iets anders dan we altijd denken! Er staat namelijk letterlijk vertaald:

“een groot aantal van het hemelse leger maakte God groot zeggende…”

Het woord ‘zeggende’ kan, vanuit de grondtekst, ook worden vertaald als ‘sprekend(e), onderwijzende’ of ‘bevestigende’. Maar u merkt al, ik houd een kleine slag om de arm. Want, het God grootmaken, prijzen, is in de grondtekst: aineo. Afgeleid van ainos. Dat woord kan namelijk vertaald worden met ‘God prijzen’ (= groot maken) of “prijzende spreuken of gezegden” én,… terug naar aineo: lofzangen tot eer van God.

Het zou dus ook vertaald kunnen worden met ‘onderwijzende lofzangen’. Dus, zongen de engelen? De kans is redelijkerwijs aanwezig. Maar wat zongen ze dan? Onderwijzingen, en wel in het bijzonder onderwijzingen (aan de herders) die God grootgemaakt hebben.

Misschien een gedachte om eens mee te nemen naar onze eerstvolgende kerkdienst of samenkomst; dat de liederen die we zingen zo zijn dat ze onderwijzend zijn én God grootmaken. Dat brengt ons bij Paulus!

Ef 5,19en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Here van harte

Kol 3,16Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten.

Het zwijgen van God

Waarom spreekt God niet meer?

Vaak zoeken we als gelovigen naar ‘uitingen’ van aanwezigheid van God. Als er bijvoorbeeld in gemeenten ‘profetie’ of ‘tongen’ zijn, denken we “hà! Dáár gebeurt het, dáár spreekt de Here!”. Of we zoeken andere “tastbare” bewijzen van God. Maar is God inderdaad (nog) “tastbaar” aanwezig in deze wereld? Spreekt Hij nog middels geestesuitingen, profetie of op andere wijze?

Gods plan is volledig geopenbaard in Zijn Woord, de Bijbel. Met Christus’ komst naar de aarde, dood en opstanding is het heilsplan zoals dat al in Genesis werd beloofd
a) volledig geopenbaard
b) volvoerd.
Verdere openbaring(en) zijn, na de brieven van de apostelen die feitelijk een toelichting en uitleg vormen op wat er gebeurd was, niet nodig – integendeel.

Pas bij de volgende bedeling spreekt God weer. Tot Israël en de volken. Omdat dit zo geopenbaard is in Zijn Woord. Tijdens de huidige “genade-bedeling” is het spreken uit het horen (Hebr. 13:9-14).

Het moet ons niet verbazen dat God niet spreekt. Toen, bijvoorbeeld, Israël in het land Gosen verbleef sprak God 430 jaar niet tot hen. Na Maleachi volgde ook een lange periode van “stilte” (ruim 400 jaar). Nu is er ook “stilte”. Want Hij hééft gesproken. En dat moet voldoende zijn.

Het Gouden Kalf

Vandaag druk bezig geweest om allerlei audio-opnamen van (voorheen) Bijbel Aktueel gereed te maken voor plaatsing op de site van de Stg. B.T.O. Yarah. Er lagen nogal wat opnamen van de afgelopen jaren die nog nooit online hebben gestaan. Eén daarvan is een studie over het “Gouden Kalf“.

Een studie die je confronteert met de vraag: Wat is mijn “beeld” van God? Mijns inziens, ondanks dat het al weer een paar jaar geleden was dat de studie werd gehouden, nog steeds of zelfs nog méér dan toen, een actuele vraag.

Voor meer bijbelstudies op de website van Yarah zie deze link. Of gebruik de “Open Dir”-viewer. Daarmee kun je alle beschikbare mp3’s bekijken/downloaden, maar er staan geen beschrijvingen van de inhoud bij!