Categorie: Oude Testament

Het certificaat is binnen :)

Na vijf jaar (om precies te zijn, vier en half jaar) is het dan eindelijk zover, afgelopen woensdag kwam het certificaat voor de Biblical Studies Certificate (CEU) van Moody’s binnen.

Ik heb ontzettend veel aan de opleiding gehad. Niet alleen aan de inhoud zelf maar vooral doordat het mij aanzette verder te (onder)zoeken. Er zijn dan ook diverse ‘spin-offs’ van de cursus, onder andere op deze site te vinden zoals de serie over Petrus. En natuurlijk veel andere artikelen en studies op deze site.

Daarnaast is veel materiaal van de Moody cursus de afgelopen jaren verwerkt in de online cursus van het Bijbel College, Bijbelstudie-avonden van de Stg. BTO Yarah en diverse artikelen en predikingen – onder andere op deze website terug te vinden.

De uitverkorenen van God

Deze Bijbelstudie is een soort van ‘woordstudie’, aan de hand van een woord of begrip willen we diverse delen in God’s Woord naslaan op de betekenis van het woord; in de context én wat het voor ons, als gelovigen, betekent.

De kerntekst, het kernbegrip, is ‘De Uitverkorenen van God‘ – Rom 8:33.

Wanneer Paulus begint in 8:31 met: ‘wat zullen wij dan over deze dingen zeggen’ grijpt hij terug naar wat hij eerder schreef; het feit dat zij die in Christus geloven niet verloren gaan – 8:1 “Geen verdoemenis [NBG: veroordeling] meer voor hen’. Waarom is er géén verdoemenis, waarom worden de gelovigen niet veroordeeld en gaan zij niet verloren, worden ze niet veroordeeld tot de eeuwige straf die op elk mens rust?

> Lees verder: “De Uitverkorenen van God” (PDF, 10 pagina’s, a4)

Het Gouden Kalf

Vandaag druk bezig geweest om allerlei audio-opnamen van (voorheen) Bijbel Aktueel gereed te maken voor plaatsing op de site van de Stg. B.T.O. Yarah. Er lagen nogal wat opnamen van de afgelopen jaren die nog nooit online hebben gestaan. Eén daarvan is een studie over het “Gouden Kalf“.

Een studie die je confronteert met de vraag: Wat is mijn “beeld” van God? Mijns inziens, ondanks dat het al weer een paar jaar geleden was dat de studie werd gehouden, nog steeds of zelfs nog méér dan toen, een actuele vraag.

Voor meer bijbelstudies op de website van Yarah zie deze link. Of gebruik de “Open Dir”-viewer. Daarmee kun je alle beschikbare mp3’s bekijken/downloaden, maar er staan geen beschrijvingen van de inhoud bij!

Vertalen…

Op het Bijbelforum is een kleine discussie gaande over de vertaling van Genesis 1:1-3 in het kader van de ‘restitutieleer‘. Aan de hand van ondermeer de Strongs heb ik zelf een alternatieve vertaling gemaakt. Zo letterlijk mogelijk, voorzover ik daartoe in staat ben…

In het begin gaf God [Elohim] vorm aan de Hemelen en aarde. De gehele aarde, goed maar [nog] vormeloos en leeg, en duisternis [op] de diepe plaatsen. De [Geest van] God [Elohim] ademde op de wateren.. en Elohim sprak: laat het gebeuren dat er [dag]licht is“.

Eigenlijk lees je hier dus, enigszins vrij vertaald c.q. opnieuw geformuleerd:

In het begin was het God die de aarde, die duister was op de diepe plaatsen en onder het water lag, vorm gaf. Hij ademde er op en sprak: er is (dag)licht“.

Voor mij persoonlijk gaat zoiets dan opeens ‘leven’, door een tekst gewoon simpelweg zelf, met bepaalde hulpmiddelen, eens te proberen te ‘vertalen’. God schept, Hij schept door te ‘ademen’, door zijn stem te laten spreken gebeurt het: er is licht. Waarmee er leven mogelijk is. Eén van de principes overigens die ook de wetenschap erkent: alleen leven kan leven voortbrengen.

De “kleine” profeten (1)

De “kleine” OT-ische profeten (de twaalf boeken van Hosea tot en met Maleachi) worden zo genoemd niet omdat de waarde van de boeken minder is dan die van de ‘grote’ profetische geschriften maar vanwege de lengte van de geschriften; het zijn korte(re) boeken dan bijvoorbeeld Jesaja, Jeremia, Ezechiël, etc.

Onder de ‘kleine’ profeten vinden we drie profeten die tot de (seculiere) wereld spreken: Jona, Nahum en Obadja.

Hosea
Eén van de bekendste ‘kleine profeten’ is Hosea; het verhaal van Hosea is een aangrijpend levensverhaal. Hij trouwt een vrouw, Gomer, een “ontuchtige“, oftewel een prosituee. Ze krijgt drie kinderen van hem.

Kort maar krachtig maakt God duidelijk, in het tweede hoofdstuk van Hosea, dat hij het volk Israël heeft geoordeelt, géén genade meer heeft voor ze en ze tijdelijk verstoot. Hosea’s vrouw, Gomer, is van hem weggegaan of verstoten. Zij heeft overspel gepleegd en hij laat haar gaan. Hij blijft alleen achter met zijn kinderen. Maar, net zoals God Israël weer aanneemt doet Hosea dit ook. Want Hosea, ondanks dat het een ontuchtige vrouw was, hield wel degelijk van Gomer. Hij koopt haar terug -ze was in slavernij geraakt, waarschijnlijk doordat ze schulden had- maar zondert haar af. “Vele dagen zult gij blijven zitten; gij zult geen ontucht bedrijven, geen man toebehoren; en ook ik zal tot u niet komen” zegt Hosea in hoofdstuk 3:3. Dit was het beeld van Israël; die lange tijd zonder “man” zou zijn. Maar, er zal herstel zijn! (IBC)

Het leven van Hosea en zijn vrouw Gomer is de illustratie, in levende lijve, van God’s relatie met zijn Volk, Israël. Zij zijn nu in afzondering. Ze “zitten en wachten” tot de relatie hersteld wordt. Ze zijn inmiddels teruggebracht (1948!) in hun huis, maar er is nog steeds geen sprake van een herstelde relatie tussen hen en hun God.

Lees verder ..

De “kleine” profeten (2)

Profeten, kaart (klein)Omdat ik in het verleden al een serie studies cq. artikelen heb gepubliceerd op de Internet Bijbel Cursus over de kleine profeten -en er hier verder weinig aan toe te voegen is- volsta ik na de eerdere (bovenstaande) inleiding verder met het linken naar deze artikelen (onderstaand) en met het plaatsen van een mooie kaart welke ik vond.

Op deze kaart kun je precies zien in welke tijd de profeten leefden, wat hun geboorteplaats was en tot wie zij spraken of profeteerden.

Een hele handige studiehulp en ook ideaal om uit te delen bij bijvoorbeeld een bijbelgroep!

Serie “Kleine Profeten”

  1. De kleine profeten (1) – Hosea, Joël en Amos
  2. De kleine profeten (2) – Obadja, Jona en Micha
  3. De kleine profeten (3) – Nahum, Habakuk en Sefanja
  4. De kleine profeten (4) – Haggai, Zacharia en Maleachi

Daniël

DaniëlHet boek Daniël vormt ‘de sleutel tot de gebeurtenissen in de wereld’. Het is het frame waarbinnen de andere profetiën in de Bijbel vallen en essentieël voor de interpretatie van de profetische boeken – in het bijzonder de Openbaring(en).

Het boek Daniël speelt daarmee een zeer bijzondere rol in de profetische boeken, in de openbaring van God door Zijn Woord. Het is opmerkelijk dat er in zo’n relatief klein boek, in zo’n kort bestek, zoveel informatie over de toekomst gegeven is!

Schrijver, historische achtergrond
Het boek is geschreven door een jonge Joodse edelman, genaamd Daniël, die werd weggevoerd in ballingschap naar Babylon (1e inval van de Babyloniërs, 606 v.Chr). De Here Jezus noemt hem ‘Daniël de profeet’ (Mat 24:15). Daniël was een jonge man toen hij weggevoerd werd, en maakte de ballingschap van begin tot einde mee. Daarmee is hij aan het einde van de ballingschap ergens tussen de 80 à 90 jaar oud. Hij was een tijdgenoot van Jeremia (die in Juda verbleef) en Ezechiël (eveneens in Babylon). Ezechiël noemt hem in zijn profetieën drie maal: Eze 14:14, 14:20, Eze 28:3. Vooral Ezechiël 28 is in dit verband bijzonder, omdat hier de wijsheid van Daniël algemeen bekend blijkt te zijn zelfs zó bekend dat de koning van Tyrus klaarblijkelijk bekend was hiermee.

De historische achtergrond van het boek is te vinden in II Koningen, II Kronieken en delen van het boek Jeremia: de éérste inval (en het begin van de ballingschap) door de Babyloniërs. Bij deze éérste inval werden alleen de adelijke Joden, de bestuurslaag, weggevoerd naar Babel. Een beperkt aantal bleef achter, onder Babylonisch bestuur.

Indeling van het boek, taal
Het boek Daniël valt in twee delen uiteen: de historische beschrijving (Daniël in Babylon als jonge man, hoofdstuk 1-6). Het tweede deel bevat de visioenen van Daniël (hoofdstuk 7-12).

Het boek is, heel opmerkelijk, in twee talen opgesteld.

  • Hoofdstuk 1:1-2:3 -> Hebreeuws;
  • Hoofdstuk 2:4-7:28 -> Aramees;
  • Hoofdstuk 8:1-12:13 -> Hebreeuws.

In onze vertaling zien wij dat niet terug, uiteraard. Het Aramees is nauw verwant met het hebreeuws, en was de ‘voertaal’ in Babylon in Daniël’s tijd. Daarnaast bevat het boek een aantal Perzische woorden en drie Griekse woorden: de namen van een aantal muziekinstrumenten (hoofdstuk 3).

Kritiek
Juist het feit dat het boek in twee talen geschreven is, én enkele perzische en griekse woorden bevat, is een reden dat critici menen dat het boek ‘in de 2e eeuw v. Chr’ zou zijn ‘gefabriceerd’. Daarnaast is men van mening dat het ‘onmogelijk’ is dat de profetieën vooraf zó nauwkeurig zouden zijn geschreven. Zo lezen we:
“..Exegeten die uitgaan van een latere datering zien in de visioenen uit Daniël 7-12 geen toekomstvoorspellingen, maar geschiedschrijving in de vorm van een toekomstvisioen..” (Wikipedia).

Men gaat daarbij echter volledig voorbij aan het feit dat de historiciteit van Daniël bevestigd wordt in Ezechiël, er verwijzingen naar hem zijn in de Apocriefe (Joodse) boeken, de geschiedschrijving van Josephus, de historische feiten in het boek en bovenal de bevestiging van Daniëls profetische bediening door de Here Jezus. Daarnaast bevat de Bijbel ook soortgelijke, zeer gedetailleerde, profetieën in andere boeken. Waarom zou dat bij Daniël nu juist niet ‘historisch betrouwbaar’ zijn, en in andere boeken géén probleem leveren?

Het gebruik van een aantal perzische- en griekse woorden moet ons ook niet bevreemden; Daniël lééfde immers (gedeeltelijk) in de perzische periode! De drie griekse woorden, muziekinstrumenten, zijn ook zeer wel verklaarbaar: aan het hof van de Babyloniërs waren, zo is uit modern onderzoek gebleken, Grieken (wachters, soldaten) in dienst. Het is niet zo vreemd dat zij muziekinstrumenten meebrachten en daarvan de griekse namen door Daniël zijn overgenomen (hij wist immers niet beter?)..

De kritiek zinkt dus volledig in het niet bij de bewijzen voor de historiciteit en het getuigenis van het boek. Wanneer het in de 2e eeuw v.Chr. zou zijn geschreven, ten slotte, als een ‘historisch verslag’ omdat ‘de profetieën te gedetailleerd zijn’ hebben de critici nog een ander probleem. De komst van de Messias is beschreven (net als in andere onder vuur liggende profetie) vóórdat die komst realiteit werd én.. het einde van het Romeinse Rijk is er in beschreven (Daniël 2, Daniël 7). Dit rijk overheerste in de 2e eeuw v.Chr. nog niet het Joodse volk maar was nog in opkomst! Dus ook hier hebben de critici een probleem.. Daarnaast wordt in Daniël ook nog het Rijk van de anti-Christ voorspelt en de overwinning hierover door de Here Jezus. Het lijkt er dus sterk op dat de kritiek er op gericht is de Bijbelse toekomstverwachting van- en aan Christenen te ontnemen!

Vier wereldrijken
In de droom vna Nebukadnessar, hoofdstuk 2, en het visioen van de vier dieren (hoofdstuk 7) zien we een beschrijving van vier grote wereldrijken die wereldgescheidenis zouden schrijven. Daarnaast zijn het vier rijken die van grote invloed zouden zijn op het volk van Israël. Deze vier rijken zijn: Babylonië, Perzië, Griekse rijk en het Romeinse rijk.

De (70) jaarweken
Een bijzonder onderdeel van het boek Daniël zijn de 70 ‘jaarweken’. In het boek Daniël wordt de tijd van de Gemeent, de ‘bedeling (= periode) van de genade’, niet gezien.

Dit is eigenlijk wel logisch omdat Daniël een profeet voor Israël was. Daarnaast zegt 1 Petrus 1:10, 11 tevens over de verhouding tussen de OT-ische profeten en de gemeente:
Naar deze zaligheid hebben gezocht en gevorst de profeten, die van de voor u bestemde genade geprofeteerd hebben, terwijl zij naspeurden, op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid daarna.

Het was de OT-ische profeten niet gegeven de Gemeente, het genade-tijdperk, te zien. Pas achteraf begrepen ook veel van de Joodse, religieuze, leiders het werk van Christus en kwamen ook veel priesters tot geloof (Hand. 6:7).

Dit moeten we in ons achterhoofd hebben en houden om de profetie in Daniël 9 te kunnen begrijpen. In 9:24 v.v. lezen we dat er ’70 weken’ zijn vastgesteld voor Israël en dat aan het éinde van die 70 weken “eeuwige gerechtigheid” gebracht zal worden. We weten dat dat tot op heden nog niet gebeurd is. Van de 70 door Daniël opgeschreven ‘weken’ zijn er 69 geweest. De 70e ligt, op dit moment, nog in de toekomst.

In deze verzen van Daniël 9 lezen we:

  1. vanaf het ogenblik, dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen tot op een gezalfde, een vorst, zijn zeven weken;
  2. tweeënzestig weken lang zal het hersteld en herbouwd blijven, met plein en gracht, maar in de druk der tijden;
  3. En na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden uitgeroeid, terwijl er niets tegen hem is; en het volk van een vorst die komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten, maar zijn einde zal zijn in de overstroming;
  4. en tot het einde toe zal er strijd zijn: verwoestingen, waartoe vast besloten is;
  5. En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang; in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden.

Algemeen wordt aangenomen dat met een ‘week’ een periode van zeven jaar wordt bedoeld. Dit is af te leiden aan de hand van de na de profetie volgende geschiedkundige gebeurtenissen, onder andere, maar tevens is het zo dat het een gebruikelijke uitdrukking was. Het letterlijk nemen als zijnde ‘weken’ geeft geen enkele, logische, verklaring voor de genoemde gebeurtenissen. Het onder vier genoemde is de periode die Daniël niet of nauwelijks ‘zag’ c.q. mócht zien; de tijd waarin wij nu leven.

De enige aannemelijke verklaring van dit gedeelte is daarom als volgt:

  1. Het herstel van Jeruzalem vanaf het moment dat deze opdracht gegeven werd heeft 49 jaar gekost (7 weken x 7 jaar = 49);
  2. Na 434 jaar zou een gezalfde worden uitgeroeid, terwijl er niets tegen Hem was (punt 2, 3). Dit komt exáct overeen, gerekend vanaf het moment dat de stad herbouwd was, met de kruisiging van Christus;
  3. Daarná zou de stad verwoest worden en er sprake zijn van verwoestingen. Ook dit hebben we gezien in de geschiedenis: in het jaar 70 werd Jeruzalem verwoest (punt 4).

Vervolgens wordt er opeens gesproken over een verbond, van één week (= 7 jaar) waarna de voleinding volgt (= het einde van de vervolgingen en verdrukkingen voor Israël, waarover deze profetie immers gaat?). In Daniël twaalf lezen we hier ook (weer) over. Ook lezen we daar over de opstanding van de doden ná die periode. Alles sluit daarom dan ook precies aan op wat we hierover weten uit het Nieuwe Testament, met name uit de Openbaring.

Klaagliederen

Klaagliederen, houtsnede Gustave Doré

Het boek ‘klaagliederen’ is een kort, poëtisch, boek en geschreven door de profeet Jeremia. Zoals de naam van het boek aangeeft zijn het’klaagzangen’ over de val van Jeruzalem. Er zijn vijf liederen en de vorm is alfabetisch (in onze vertalingen zie je dat niet terug).

De eerste 22 woorden van de verzen in het éérste lied beginnen allemaal met een letter uit het Hebreeuwse alfabet; ook het tweede en vierde hoofdstuk zijn zo ingedeeld. Het derde hoofdstuk is anders gerangschikt in die zin: de eerste drie verzen beginnen met de éérste letter van het alfabet, de daarna volgende drie met de twééde, etc. Het vijfde hoofdstuk heeft ook 22 verzen, maar daar is deze vorm losgelaten.

Het éérste lied beschrijft de toestand waarin de stad zich bevindt na de Babylonische bezetting. Het twééde lied gaat over de oorzaak van deze bezetting; de zonde van het volk was er aanleiding toe dat God oordeel over hen bracht. Het derde verklaart Gods’ doel met deze toestand:

40 Laten we ons leven onderzoeken en doorvorsen, laten we terugkeren naar de HEER, 41 laten we met onze handen ook ons hart opheffen tot God in de hemel.

God gaf zijn volk straf; een straf die Hij hen meerdere malen had aangezegd wanneer ze niet zouden luisteren naar Zijn geboden. Toch lezen we ook -onverwacht wellicht- opbeurende, positieve, dingen. God wordt gedánkt:

22 Genadig is de HEER: wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen grenzen. 23 Elke morgen schenkt hij nieuwe weldaden. – Veelvuldig blijkt uw trouw! 24 Ik besef: mijn enig bezit is de HEER, al mijn hoop is op hem gevestigd.

In het vierde hoofdstuk lezen we over de verloren glans van Sion (Jeruzalem). Hoe het eens was, en hoe het nu is. In het vijfde hoofdstuk, tot slot, lezen we van Jeruzalem’s smeekbede om genade, om terug te (mogen) keren bij God. Israël had, zo ontdekken we, haar ‘les geleerd’ en berouw.. wat we ook kunnen zien in de klaagliederen is dat God zijn volk inderdaad strafte, maar hier géén plezier in had. Het oordeel werd over hen gebracht zodat ze een kans hadden zich te bekeren.

Jeremia

Jeremia is de schrijver van twéé boeken: Jeremia en Klaagliederen. Het boek Jeremia is het langste profetische boek in de Bijbel. Hij was priester én profeet en leefde in een stad een paar kilometer ten noorden van Jeruzalem (gebied van Benjamin). Jeremia wordt in diverse andere boeken van de Bijbel genoemd zoals 2 Kronieken, Ezra, Daniël en Matteüs.

Jeremia was “de profeet van de val van Juda”. Tijdens het begin van zijn bediening waren Sefanja en Habbakuk zijn tijdgenoten. Aan het einde van zijn bediening, terwijl hij in Jeruzalem als profeet optrad, bevonden Daniël en Ezechiël zich inmiddels in Babylon.

Het boek van de Wet
Vijf jaar nadat Jeremia zijn bediening als profeet begon werd tijdens herstel-/reparatie aan de Tempel het ‘wetboek’ terug gevonden. De vondst van dit boek leidde er toe dat Koning Josia zich bekeerde, alsmede een groot deel van het volk. Een opwekking was het gevolg.

Speelbal
Juda was de ‘speelbal’ tussen Egypte en Babylon. De beide machten streden met elkaar om de overheersing van het gebied waar ondermeer Juda zich bevond. In het begin van Jeremia’s bediening was Israël onder Egyptische overheersing gekomen.

Josia kwam om in een slag met de Egyptenaren en werd opgevolgd door (na elkaar) twee van zijn zoon, beide vazallen van de Egyptenaren die het land bezet hielden. De tweede zoon, Jojakim, was koning toen de Babyloniërs het land binnenvielen (de eerste ballingschap, 606 v.Chr) en bleef de rest van zijn leven als vazal van Babylon als koning aangesteld. Hij werd door zijn zoon Jojakin opgevolgd, die drie maanden regeerde. Tijdens zijn regering vond de 2e Babylonische invasie plaats.

Nebukadnessar stelde Zedekia (Mattanja), de oom van Jojakin aan als koning. Hij was 21 jaar oud toen hij als koning werd aangesteld en regeerde 11 jaar. Hij was de laatste koning van Israël en kwam in opstand tegen de Babyloniërs, met als gevolg dat zij voor de 3e keer het land binnenvielen (586 v.Chr). Zijn opstand kwam hem duur te staan; na een drie jaar durende belegering werd Jeruzalem ingenomen, zijn zonen werden door de Babyloniërs voor zijn ogen vermoord waarna ze hem de ogen uitstaken en geboeid afvoerden naar Babel (2 Kon. 25:7).

Jeremia’s boodschap
Jeremia moest het volk regelmatig vertellen dat zij zich moesten onderwerpen aan vreemde mogendheden. Dit werd hem niet in dank afgenomen; toch was het de opdracht die hij kreeg van de Here om dit zijn volk voor te houden. Jeremia hield het volk voor dat de Babylonische ballingschap komende was en dat zij zich moesten onderwerpen hieraan (hoofdstuk 2 t/m 45). In de hoofdstukken er na volgen een aantal profetiën tegen de volken (46-51) en het laatste hoofdstuk, 52, volgt een soort van “historische samenvatting”.

De verwoesting uit het Noorden
Hoe accuraat de profetieën in God’s Woord zijn, blijkt wanneer we de 2e profetie van Jeremia bestuderen. In Jeremia 4 lezen we namelijk het volgende:

Jeremia 4:5-6
“Boodschapt in Juda, laat horen in Jeruzalem en zegt: Blaast de bazuin in het land, roept luidkeels en zegt: Verzamelt u en laat ons in de versterkte steden gaan! Steekt omhoog het signaal: naar Sion! Bergt u, blijft niet staan! Want het onheil breng Ik uit het Noorden, een groot verderf.”

Invasie Babyloniërs vanuit het Noorden

Babylon was echter in het Oosten. Dit zou aanleiding kunnen geven, voor sommigen, te stellen of te denken dat de profeet zich dus vergist heeft. Niets is minder waar! Hoewel de Babyloniërs ten oosten van Israël woonden, vielen zij het land binnen vanuit het Noorden! Zie de afbeelding.

(“Survey of the Old Testament”, Part 2, Moody Bible Institute)

Droogte
Eén van de profetieën uit Jeremia, de aankondiging van de droogte in hoofdstuk 14 v.v., toont Israël dat het verbreken van het verbond met de Here er toe leidt dat Hij de straf daarover aangezegd ten uitvoer brengt: Deut 28:23-24.

Belofte(n) van herstel
Hoewel er in Jeremia veel oordeelsaanzeggingen zijn, is er ook belofte van herstel. In het beeld van de pottenbakker (Jer. 18:4,5) toont God dat Hij met het volk kan, en zál, doen als een pottenbakker: “Mislukte de pot die hij bezig was te maken, zoals dat gaat met leem in de hand van de pottenbakker, dan maakte hij daarvan weer een andere pot [..] Zal Ik niet met u kunnen doen zoals deze pottenbakker, o huis Israëls?“. Vgl. ook Jeremia 23:5,6. Een profetie die wijst op de komst van Christus Jezus en het ééuwige herstel dat hieruit voortvloeien zal.

Op de kórte termijn mag Jeremia óók van herstel spreken; Jer 25:11-14 is helder hierover. De Ballingschap zou zeventig jaar duren, en niet langer! Dán zou Juda hersteld worden en terug mogen keren. Dit was dan ook de profetie welke Daniël kende (het is de énige profetie die hierover zo spreekt!) toen hij pleitte bij de Here voor terugkeer naar het land

Daniël9:2
in het eerste jaar van zijn koningschap lette ik, Daniël, in de boeken op het getal van de jaren, waarover het woord des HEREN tot de profeet Jeremia gekomen was, dat Hij over de puinhopen van Jeruzalem zeventig jaar zou doen verlopen.

Wie is de schrijver?
Omdat de profetische boeken vaak ‘onder vuur’ liggen, zoniet de Bijbel in zijn geheel, is het noodzakelijk kennis te nemen van- en ons te kunnen verweren tégen de kritiek op God’s Woord.

Critici *) zijn van mening dat (het boek) Jeremia door “een auteur” zou zijn samengesteld “uit diverse bronnen en overleveringen” en in de loop van de tijd “verschillende malen opnieuw geredigeerd” zou zijn. De tekst zou dan uiteindelijk “pas laat” zijn uiteindelijke vorm hebben gekregen. Wanneer dat ‘pas laat’ zou zijn geweest, laat men in het midden. Daarom is de link naar Daniël des te interessanter. Dezelfde critici namelijk stellen dat het boek Daniël “in zijn huidige vorm uit de eerste helft van de 2e eeuw v.Chr. stamt“. Als dat zo is, dan moet in elk geval Jeremia ook rond of voor die tijd zijn “samengesteld”, anders zou immers de schrijver van het boek Daniël niet hebben geweten van de belofte welke in Jeremia te vinden is aangaande de 70 jaar.

Men gaat hierbij dus totaal voorbij aan de verifieerbare feiten met betrekking tot de historiciteit van zowel Jeremia als Daniël. Zoals mogelijk bekend gaan schriftcritici er dan ook van uit dat de ‘profetieën’ niet écht zijn gedaan voordat zaken plaatsvonden maar pas achteraf op schrift zijn gesteld (vandaar “de enorme accuratesse”).

Vergeten wordt dan ondermeer:

  1. achteraf, minimaal 4 eeuwen later!, op schrift gestelde of ‘geredigeerde’ geschriften kunnen nooit of te nimmer zó accuraat zijn als de profetieën van Jeremia (en Daniël), zeker niet als zij zijn gebaseerd op “mondelinge overleveringen”, zoals men beweerdelijk stelt;
  2. zou het e.e.a. daadwerkelijk “achteraf” op schrift zijn gesteld, op grond van overleveringen, redactie, enz. dan is er een probleem met andere delen van het boek. Het valt voor niemand te ontkennen dat de eerdergenoemde profetie in bijv. Jeremia 23, welke de komst van Christus beschrijft, 100% accuraat was én.. vóór Zijn komst op schrift is gesteld. Hoe kan nu dit passen binnen een boek dat volgens hen, feitelijk, géén profetisch boek is maar slechts een verzameling overleveringen? En hoe past dit binnen hun eigen “feiten” die stellen dat het boek ca. 200 v. Chr. is “samengesteld”?

Er is geen enkele twijfel, zelfs bij veel critici, dat Jeremia daadwerkelijk heeft bestaan. Er is ook geen enkele twijfel dat zijn secretaris (schrijver) Baruch, een hoogstaand man en schriftgeleerde, daadwerkelijk heeft bestaan. Er is geen twijfel mogelijk dat de profetieën over bijv. de komst van Christus 100% accuraat zijn en zijn uitgekomen waarbij deze tevens vóór zijn komst zijn opgeschreven.. waarom is er dan wél twijfel, althans probeert men twijfels te zaaien, over de vraag of Jeremia het boek wel heeft geschreven?

Wat is het dóel van dergelijke kritiek op God’s Woord? Mijns inziens is er maar één antwoord op mogelijk: men is er op gebránd om God’s Woord, en dan met name de profetieën, op slinkse wijze in een kwaad daglicht te stellen. Men is gericht op het “onderuit halen” van God’s Woord. Deze mensen zijn daarom niet anders te duiden dan ongelovigen, als tégenstanders van God’s Woord.

Kleitablet JeremiaMoeten wij onze oren laten hangen naar zij die God’s Woord verwérpen? Laten we eens één buitenbijbels feit naar voren brengen, tot slot. In juli 2007 werd bekend dat er een kleitablet was ontdekt (zie afbeelding) waarop de naam voorkomt van een belangrijke Babylonische ambtenaar die volgens het Bijbelboek Jeremia met koning Nebukadnessar II Jeruzalem veroverde in het elfde jaar van koning Sedekia van Juda.

Alléén het boek Jeremia én deze kleitablet spreken hierover. De opwinding hierover was dan ook, wereldwijd, groot! Hoe zou nu iemand, die 4 eeuwen later het boek Jeremia “knipt en plakt” uit overleveringen deze naam, van een ambtenaar, zo exact hebben geweten? De vraag stellen is ‘m beantwoorden, lijkt mij.. Maar helaas blijkt dat zelfs orthodoxe Christenen tegenwoordig van dit soort (letterlijk!) hard bewijs niet meer onder de indruk zijn.

Zo schreef het Nederlands Dagblad nota bene in een commentaar:
de nu gedane vondst is inderdaad zeer opmerkelijk. Maar van hard bewijs van de historiciteit van het boek Jeremia is geen sprake. Er kunnen meer hondjes zijn geweest die Nebusarsechim heetten. Of de schrijver van het ooit als fictie geschreven boek Jeremia (..)”.

Wanneer een schrijver van- of in het Nederlands Dagblad (die zichzelf een Christelijke krant noemt) uitgaat van de axioma dat het boek Jeremia, waarin nota bene de komst van de Verlosser én het herstel van Israël tot in detail zijn beschreven (een deel zal zelfs nog vervuld moeten gaan worden) , als “fictie” betiteld zal geen énkel hard bewijs hem of haar overtuigen van de waarheid van God’s Woord. Wie vanuit óngeloof de Schriften benaderd, zal er nooit iets van (willen) leren.

De critici zullen dan ook nooit begrijpen wat Paulus schreef aan Timoteüs en welke ook wij als gelovigen “in onze oren moeten knopen”:

2 Timoteüs 3
14 Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wèl bewust van wie gij het hebt geleerd, 15 en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus. 16 Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, 17 opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.

____
*) Inleiding op Jeremia, NBV, 2e druk, 2005. Zie in dt verband ook het gedeelte over Jesaja.

Het Evangelie

BijbelWat is “het Evangelie”? Oftewel: de Boodschap van de Bijbel? Er zijn bibliotheken vol over geschreven. Zelf heb ik bijvoorbeeld een CDRom-set van Ages-software die alleen al duizenden boeken bevat, van de hand van theologen en ‘leken’, over de Bijbel en wat de boodschap van de Bijbel is.

Eén van de stelregels binnen de ICT is dat de bruikbaarheid van een computer programma het tegenovergestelde is van de dikte van de handleiding. Oftewel: hoe minder noodzakelijk de handleiding, hoe dunner, hoe béter het computerprogramma. Als je die regel loslaat op de Christelijke theologie en alle lectuur die dat heeft opgeleverd, zou je bijna gaan denken dat de Bijbel wel een héél gecompliceerd “programma” bevat. Niets is minder waar. Feitelijk kan de kern van God’s Woord in slechts een paar punten worden samengevat.

1. God en de Schepping
Om het de Bijbel, het Evangelie te begrijpen, moeten we beginnen aan het begin: Genesis. In Genesis wordt ons geleerd dat God de Schepper is van alle dingen. In het eerste vers lezen we “In den beginne schiep God de hemel en de aarde”. Hij sprak en het wás er.

De mens werd gemaakt naar het beeld van God. Met als doel Hem te eren en groot te maken. Misschien dat je denkt: “Hoe dan?”. Simpel: de mens, als schepping, máákte God groot! Eenvoudigweg door er te zíjn! Zijn grootheid, plat gezegd “zijn genie”, bléék uit die schepping van de kosmos, alles wat er in was en als kroon hierop: de mens.

God kan niet gezien worden. En dat is -voor veel mensen- vaak een reden om niet te geloven. Maar juist die schepping tóónt Hem:
hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien
(Rom 1:20).

Aan de mens gaf God één gebod, één opdracht of regel:
En de HERE God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.
(Gen. 2:16,17).

Nu kan men zich afvragen hoe God het recht had om de mens een gebod te geven maar is het niet zo dat Hij als schepper van de mens álle recht had zijn regel(s) op te leggen aan de mens? Zoals ook ouders dat doen aan een kind? Regels, een gebod, zijn er niet om de mens dwars te zitten maar om de mens de juiste richting op te sturen! God wilde niet dat de mens ontwétend bleef, maar géén kennis nam van het kwade.

2. De val van de mens
Daarna lezen we in de Bijbel dat de mens deze regel tóch overtrad (Genesis 3) en kennis nam van het kwade, door ‘te eten van de boom’. Hierdoor werden zij “vervloekt”; het overtreden van de regel van God moest leiden tot de uitvoering van de er aan gekoppelde straf: de dood deed zijn intrede. Dit is wat de Bijbel de ‘val van de mens’ noemt; elk mens valt onder die vloek. Het bewijs hiervan? Dat de mens sterfelijk is! Dit is de ‘erfzonde’; de mens erft de sterfelijkheid van zijn (voor)ouders, niemand kan eeuwig leven!

Daarnaast is het duidelijk dat elk mens in veel andere opzichten de regels overtreedt die God stelde in de Wet. God is Goed, de mens is (beïnvloed door het) kwaad, generatie op generatie. Per definitie is dus geen énkel mens meer ‘rechtvaardig’ voor God.

Romeinen 3:23
Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods“.

Hoe kan een Heilige God, die géén kwaad kan verdragen, van een rebelse en opstandige mensheid houden? Welke hoop heeft de mens, die een zondaar is, dan nog? Hoe kan hij nog voor God verschijnen?

3. De Verlossing
Dit dillemma wordt opgelost, beantwoord, in het Nieuwe Testament. In de eerste hoofdstukken van het Evangelie van Matteüs wordt ons verteld dat Christus Jezus, de Messias, de Zoon van God, kwam om de mensheid te verlossen -te redden- van de zonde. Matteüs 1:21 zegt: “Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden“.

De Evangeliën laten zien dat Christus Jezus een perfect, zondeloos, leven leidde. Hij kwam, door een bovennatuurlijke geboorte, naar deze aarde. Hij was op een perfecte wijze gehoorzaam aan God, de Vader. Waardoor Hij de énige mens was welke geschikt was om de mensheid terug te leiden naar God, om als ‘middelaar’ (tegenwoordig zouden we zeggen: be-middelaar) op te treden tussen de mens en God. Om de zonde, de dood, weg te nemen moest hij deze zonde en met name het óórdeel hierover, dragen. Námens ons! Hij wilde de straf wegnemen voor ons, zodat wij weer een relatie met God mochten krijgen en de dood werd overwonnen, en dat deed Hij door zélf de doodstraf -door kruisiging- te ondergaan en vervolgens.. úit de dood op te staan. Daarmee werd de straf “krachteloos” gemaakt; de dood was overwonnen!

4. Het Antwoord
De enige vraag die nu nog rest is: hoe moeten we reageren op het vorenstaande? De vraag is: is nu iedereen gered, zorgt Christus’ dood er voor dat we allemaal “binnen” zijn? Hoeft niemand zich nog zorgen te maken over een oordeel of zonden en de vergeving daarvan?

De overwinning op de dood geldt voor iedereen die dit gelooft, zo zegt de Bijbel in onder andere Rom 3:21-26. Dat impliceert wel dat degeen die het niet gelooft blijft in zijn veroordeelde staat en géén deel heeft aan de overwinning op de dood, ….

De Bijbel maakt het dus zondermeer duidelijk dat alléén zij die geloven in Christus Jezus en zich van hun zonden afkeren, ze ‘belijden’, niet geoordeeld zal worden.

“..dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken der wet, maar door het geloof in Christus Jezus, zijn ook zelf tot het geloof in Christus Jezus gekomen, om gerechtvaardigd te worden uit het geloof in Christus..
(Gal. 2:16)

Alleen hij die stopt met zelf de zonde proberen te overwinnen en ‘zijn leven aan Jezus geeft’ zal dus delen in de overwinning op de zonde en de dood.

Kort samengevat: elk mens is een zondaar, leeft in opstand tegenGod en gaat zijn eigen weg. Iemand moet uiteindelijk de rekening betalen voor deze opstandige, zondige, levensstijl. En je hebt twee keuzes: je betaalt de rekening zelf of.. je accepteert dat Christus Jezus dat gedaan heeft vóór jou. Geef je eigen(wijze) levensstijl dus op, bekeer je (keer je om) naar God en geloof in Christus Jezus en wat Hij heeft gedaan voor je. Doe je dat, dan mag je délen in de overwinning op de zonde en de straf die daarop rust, de dood: je ontvangt ééuwig leven, met Christus Jezus!

Mede nav een artikel van:
William Marshall, Trinity Baptist Church, Sikeston