Daniël

Print

DaniëlHet boek Daniël vormt ‘de sleutel tot de gebeurtenissen in de wereld’. Het is het frame waarbinnen de andere profetiën in de Bijbel vallen en essentieël voor de interpretatie van de profetische boeken – in het bijzonder de Openbaring(en).

Het boek Daniël speelt daarmee een zeer bijzondere rol in de profetische boeken, in de openbaring van God door Zijn Woord. Het is opmerkelijk dat er in zo’n relatief klein boek, in zo’n kort bestek, zoveel informatie over de toekomst gegeven is!

Schrijver, historische achtergrond
Het boek is geschreven door een jonge Joodse edelman, genaamd Daniël, die werd weggevoerd in ballingschap naar Babylon (1e inval van de Babyloniërs, 606 v.Chr). De Here Jezus noemt hem ‘Daniël de profeet’ (Mat 24:15). Daniël was een jonge man toen hij weggevoerd werd, en maakte de ballingschap van begin tot einde mee. Daarmee is hij aan het einde van de ballingschap ergens tussen de 80 à 90 jaar oud. Hij was een tijdgenoot van Jeremia (die in Juda verbleef) en Ezechiël (eveneens in Babylon). Ezechiël noemt hem in zijn profetieën drie maal: Eze 14:14, 14:20, Eze 28:3. Vooral Ezechiël 28 is in dit verband bijzonder, omdat hier de wijsheid van Daniël algemeen bekend blijkt te zijn zelfs zó bekend dat de koning van Tyrus klaarblijkelijk bekend was hiermee.

De historische achtergrond van het boek is te vinden in II Koningen, II Kronieken en delen van het boek Jeremia: de éérste inval (en het begin van de ballingschap) door de Babyloniërs. Bij deze éérste inval werden alleen de adelijke Joden, de bestuurslaag, weggevoerd naar Babel. Een beperkt aantal bleef achter, onder Babylonisch bestuur.

Indeling van het boek, taal
Het boek Daniël valt in twee delen uiteen: de historische beschrijving (Daniël in Babylon als jonge man, hoofdstuk 1-6). Het tweede deel bevat de visioenen van Daniël (hoofdstuk 7-12).

Het boek is, heel opmerkelijk, in twee talen opgesteld.

  • Hoofdstuk 1:1-2:3 -> Hebreeuws;
  • Hoofdstuk 2:4-7:28 -> Aramees;
  • Hoofdstuk 8:1-12:13 -> Hebreeuws.

In onze vertaling zien wij dat niet terug, uiteraard. Het Aramees is nauw verwant met het hebreeuws, en was de ‘voertaal’ in Babylon in Daniël’s tijd. Daarnaast bevat het boek een aantal Perzische woorden en drie Griekse woorden: de namen van een aantal muziekinstrumenten (hoofdstuk 3).

Kritiek
Juist het feit dat het boek in twee talen geschreven is, én enkele perzische en griekse woorden bevat, is een reden dat critici menen dat het boek ‘in de 2e eeuw v. Chr’ zou zijn ‘gefabriceerd’. Daarnaast is men van mening dat het ‘onmogelijk’ is dat de profetieën vooraf zó nauwkeurig zouden zijn geschreven. Zo lezen we:
“..Exegeten die uitgaan van een latere datering zien in de visioenen uit Daniël 7-12 geen toekomstvoorspellingen, maar geschiedschrijving in de vorm van een toekomstvisioen..” (Wikipedia).

Men gaat daarbij echter volledig voorbij aan het feit dat de historiciteit van Daniël bevestigd wordt in Ezechiël, er verwijzingen naar hem zijn in de Apocriefe (Joodse) boeken, de geschiedschrijving van Josephus, de historische feiten in het boek en bovenal de bevestiging van Daniëls profetische bediening door de Here Jezus. Daarnaast bevat de Bijbel ook soortgelijke, zeer gedetailleerde, profetieën in andere boeken. Waarom zou dat bij Daniël nu juist niet ‘historisch betrouwbaar’ zijn, en in andere boeken géén probleem leveren?

Het gebruik van een aantal perzische- en griekse woorden moet ons ook niet bevreemden; Daniël lééfde immers (gedeeltelijk) in de perzische periode! De drie griekse woorden, muziekinstrumenten, zijn ook zeer wel verklaarbaar: aan het hof van de Babyloniërs waren, zo is uit modern onderzoek gebleken, Grieken (wachters, soldaten) in dienst. Het is niet zo vreemd dat zij muziekinstrumenten meebrachten en daarvan de griekse namen door Daniël zijn overgenomen (hij wist immers niet beter?)..

De kritiek zinkt dus volledig in het niet bij de bewijzen voor de historiciteit en het getuigenis van het boek. Wanneer het in de 2e eeuw v.Chr. zou zijn geschreven, ten slotte, als een ‘historisch verslag’ omdat ‘de profetieën te gedetailleerd zijn’ hebben de critici nog een ander probleem. De komst van de Messias is beschreven (net als in andere onder vuur liggende profetie) vóórdat die komst realiteit werd én.. het einde van het Romeinse Rijk is er in beschreven (Daniël 2, Daniël 7). Dit rijk overheerste in de 2e eeuw v.Chr. nog niet het Joodse volk maar was nog in opkomst! Dus ook hier hebben de critici een probleem.. Daarnaast wordt in Daniël ook nog het Rijk van de anti-Christ voorspelt en de overwinning hierover door de Here Jezus. Het lijkt er dus sterk op dat de kritiek er op gericht is de Bijbelse toekomstverwachting van- en aan Christenen te ontnemen!

Vier wereldrijken
In de droom vna Nebukadnessar, hoofdstuk 2, en het visioen van de vier dieren (hoofdstuk 7) zien we een beschrijving van vier grote wereldrijken die wereldgescheidenis zouden schrijven. Daarnaast zijn het vier rijken die van grote invloed zouden zijn op het volk van Israël. Deze vier rijken zijn: Babylonië, Perzië, Griekse rijk en het Romeinse rijk.

De (70) jaarweken
Een bijzonder onderdeel van het boek Daniël zijn de 70 ‘jaarweken’. In het boek Daniël wordt de tijd van de Gemeent, de ‘bedeling (= periode) van de genade’, niet gezien.

Dit is eigenlijk wel logisch omdat Daniël een profeet voor Israël was. Daarnaast zegt 1 Petrus 1:10, 11 tevens over de verhouding tussen de OT-ische profeten en de gemeente:
Naar deze zaligheid hebben gezocht en gevorst de profeten, die van de voor u bestemde genade geprofeteerd hebben, terwijl zij naspeurden, op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid daarna.

Het was de OT-ische profeten niet gegeven de Gemeente, het genade-tijdperk, te zien. Pas achteraf begrepen ook veel van de Joodse, religieuze, leiders het werk van Christus en kwamen ook veel priesters tot geloof (Hand. 6:7).

Dit moeten we in ons achterhoofd hebben en houden om de profetie in Daniël 9 te kunnen begrijpen. In 9:24 v.v. lezen we dat er ’70 weken’ zijn vastgesteld voor Israël en dat aan het éinde van die 70 weken “eeuwige gerechtigheid” gebracht zal worden. We weten dat dat tot op heden nog niet gebeurd is. Van de 70 door Daniël opgeschreven ‘weken’ zijn er 69 geweest. De 70e ligt, op dit moment, nog in de toekomst.

In deze verzen van Daniël 9 lezen we:

  1. vanaf het ogenblik, dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen tot op een gezalfde, een vorst, zijn zeven weken;
  2. tweeënzestig weken lang zal het hersteld en herbouwd blijven, met plein en gracht, maar in de druk der tijden;
  3. En na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden uitgeroeid, terwijl er niets tegen hem is; en het volk van een vorst die komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten, maar zijn einde zal zijn in de overstroming;
  4. en tot het einde toe zal er strijd zijn: verwoestingen, waartoe vast besloten is;
  5. En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang; in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden.

Algemeen wordt aangenomen dat met een ‘week’ een periode van zeven jaar wordt bedoeld. Dit is af te leiden aan de hand van de na de profetie volgende geschiedkundige gebeurtenissen, onder andere, maar tevens is het zo dat het een gebruikelijke uitdrukking was. Het letterlijk nemen als zijnde ‘weken’ geeft geen enkele, logische, verklaring voor de genoemde gebeurtenissen. Het onder vier genoemde is de periode die Daniël niet of nauwelijks ‘zag’ c.q. mócht zien; de tijd waarin wij nu leven.

De enige aannemelijke verklaring van dit gedeelte is daarom als volgt:

  1. Het herstel van Jeruzalem vanaf het moment dat deze opdracht gegeven werd heeft 49 jaar gekost (7 weken x 7 jaar = 49);
  2. Na 434 jaar zou een gezalfde worden uitgeroeid, terwijl er niets tegen Hem was (punt 2, 3). Dit komt exáct overeen, gerekend vanaf het moment dat de stad herbouwd was, met de kruisiging van Christus;
  3. Daarná zou de stad verwoest worden en er sprake zijn van verwoestingen. Ook dit hebben we gezien in de geschiedenis: in het jaar 70 werd Jeruzalem verwoest (punt 4).

Vervolgens wordt er opeens gesproken over een verbond, van één week (= 7 jaar) waarna de voleinding volgt (= het einde van de vervolgingen en verdrukkingen voor Israël, waarover deze profetie immers gaat?). In Daniël twaalf lezen we hier ook (weer) over. Ook lezen we daar over de opstanding van de doden ná die periode. Alles sluit daarom dan ook precies aan op wat we hierover weten uit het Nieuwe Testament, met name uit de Openbaring.

Print

Geef een reactie