Droefheid over ongeloof?

Print

Romein 9:1-5 (NBG)

1 Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, want mijn geweten betuigt mij dit mede door de heilige Geest: 2 ik heb een grote smart en een voortdurend hartzeer. 3 Want zelf zou ik wel wensen van Christus verbannen te zijn ten behoeve van mijn broeders, mijn verwanten naar het vlees; 4 immers, zij zijn Israëlieten, hunner is de aanneming tot zonen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften: 5 hunner zijn de vaderen en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid! Amen.

logoDe hoofdstukken 9 tot/met 11 van de Romeinenbrief behoren tot de meest bestreden en, voor veel gelovigen, moeilijke hoofdstukken uit deze brief; dit heeft natuurlijk vooral te maken met het feit dat de ‘kerk der eeuwen’ zoals veel kerken zich noemen een theologie heeft ontwikkelt die niet strookt met wat Paulus zegt.

De positie van Israël is echter niet het onderwerp nu.  “Ik spreek de waarheid – ik lieg niet” zegt hij nadrukkelijk, in het eerste vers. Of, zoals sommige het vertalen: “Ik spreek de waarheid, ik wil u niet bedriegen”. En daarboven getuigt zijn geweten, door de Heilige Geest, aan hemzelf dat het de waarheid ís.

Wat is dan die waarheid waar Paulus over spreekt? Al die zaken die we net zagen in de opschriften? Nee. Ook dat is waarheid, maar daar gaat het Paulus niet om.

Lees verder: Download (PDF)

Print