De Eersteling

Print

tarweBij het bestuderen van de 1e Korinthebrief stuit je op het volgende:

1 kor 15:20-23
20 Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn. 21 Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. 22 Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. 23 Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst

Nadat Paulus in de brief (1 kor 15:1-11) éérst de Korintiërs bewezen heeft dat de opstanding een historisch feit is, en het tevens noodzakelijk is dit te geloven en te belijden (1 kor 15:12-19) spreekt hij nu over Christus als de ‘eersteling’. Deze uitspraak van Paulus kun je niet begrijpen als je de Joodse tradities niet kent. Want, dit gedeelte betekent niet dat Christus als éérste uit de dood is opgewekt. Denk alleen al aan Lazarus (Joh 11:43, 44) die, door toedoen van de Here zelf en in het bijzijn van veel getuigen, na 4 dagen uit de dood opstond. En dat was niet de eerste keer, vergelijk Mat 11:5:
blinden worden ziende en lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen het evangelie.

Natuurlijk weten we dat Christus opstanding een andere opstanding was dan alle voorgaande; Hij werd niet opgewekt maar stond zélf op uit de dood. Zie ook Deut 32:39! Hij had de macht over de dood!

Het “eersteling” moet dus een andere betekenis hebben. Het is dan ook een verwijzing naar het “Feest der eerstelingen” – Lev 23:10-11. Zonder nu al te diep op allerlei typologie in te gaan is het duidelijk dat Paulus de Here vergelijkt met die éérsteling die door de priester aan God aangeboden wordt. Het aanbieden van de eersteling werd gevolgd door een overvloedige oogst.

Toen Christus opstond was hij als de éérstelingengarve, en zijn opstanding zal worden gevolgd door een overvloedige oogst. Dat dit waarheid is, kunnen we zien als we terugkijken in de geschiedenis: miljarden mensen hebben Christus leren kennen en zijn tot geloof gekomen. Zij zullen, ná Christus, opstaan uit de dood.  Daarom bewijst Paulus éérst de historische waarheid, vervolgens legt hij de waarde van het geloof hierin uit en pas dán vertelt hij dat ook wij -net als Christus- zullen opstaan. Zijn opstanding is daarvan de garantie.

Op Zondag
Opmerkelijk is dat we zien dat de eerstelingengarve werd geofferd op de dag ná de sabbat; de zondag. Dit is tevens de dag dat Christus is opgestaan en sinds het begin van de Christelijke gemeente de dag waarop de gelovigen samenkomen om Christus’ te eren en zijn dood en opstanding te herdenken. We zien nóg zo’n belangrijke zondag in het Oude Testament; namelijk de zondag 7 weken later, op de 50e dag (Lev.23:15,16): het ‘wekenfeest’. Dit was de dag van de éérste pinksterdag in het Nieuwe Testament. Toén werd de oogst “binnengehaald”: de gemeente ontstond.

Is het niet bijzonder om te zien dat er in het Oude Testament twéé “eerste dagen der week” waren die niet alleen voor Israël maar óók voor de Gemeente zó’n belangrijke rol spelen? En wat natuurlijk nog veel unieker is: dat we door deze twee feestdagen heen een profetische heenwijzing mogen zien naar Christus Jezus, die volledig vervuld is – zoals Paulus hier leert.

Print