Geloof jij in sprookjes?

Print

De gelovige kan niet ‘verliezen’

Hoe vaak horen we niet, als gelovige Christenen, dat wij een dom verzinsel nalopen. Dat wij iets geloven dat niet bestaat? Recent las ik nog dat iemand schreef: “Christenen geloven in sprookjes”. Maar, als dat zo is, .. waarom maken anderen zich daar dan druk over?

Geloven Christenen in Sprookjes?Hebt u ooit iemand gehoord die zich druk maakte over het feit dat mensen sprookjesboeken lezen of zelfs enigszins geloven (als kind, bijvoorbeeld)? Als het Christendom een sprookje is, is het des te opmerkelijker dat zij die vinden dat het een sprookje is, en de Bijbel een sprookjesboek, zich daar druk over maken.

Al heel lang is dit debat er. In 1947 vond een lang debat plaats (6, 7, 8, 9 oktober, 1947 in het Harding College Auditorium) tussen JAMES D. BALES (M.A., PH.D.) en WOOLSEY TELLER, één van de mede-oprichters van de “American Association for the Advancement of Atheism”.

Als Bales het woord krijgt opent hij met het volgende:

Ik vraag uw aandacht voor het feit dat ik in deze discussie niets te verliezen heb. Zelfs als mijn vriend hier gelijk heeft. Want, als hij gelijk heeft met zijn claim dat ik het toevallige bijproduct ben van de natuurwetten zal ik mijn leven eindigen net zoals hij. Ik kan niet verliezen. Hoewel ik een leven heb geleefd, dan, in de hoop op een leven na dit leven kan ik toch niet verliezen. Ook als dit een valse hoop is geweest. Ik heb door deze hoop vreugde gekend, fijne dingen meegemaakt, die hij nooit zal kennen. Ik heb hoop, die mij in moeilijke tijden steunt, die hij niet kent. En aan het einde zullen we dan beiden sterven en dat was het dan: we zullen dan, als hij gelijk heeft, dan uit dit leven gaan met een gelijke score. 

Maar, als hij ongelijk heeft en ik gelijk heb, zal hij moeten toegeven dat hij een verschrikkelijke doctrine brengt. De meest verschrikkelijke doctrine die een mens kán brengen namelijk een die een mens alle hoop op een zinvol leven ontneemt; en als we dan ons leven eindigen zal de score niet gelijk zijn. Ik zeg dit niet om aan te tonen dat ik gelijk heb maar om simpelweg te wijzen op het feit dat ik hoe dan ook niet kan verliezen in dit leven. Want door te geloven heb ik álles te winnen en niets te verliezen. En hij heeft álles te verliezen en wint er niets mee.

Is dit een ‘finaal’ argument voor het bestaan van God? Nee. Is dit een finaal argument tégen het atheïsme? Ook niet. Moeten we geloven zien als een soort verzekering? Nee. Want dan zou wat hij hier beschrijft – de vreugde en de hoop die geloof geeft – helemaal niet ervaren worden door de “verzekerings-gelovige”. Geloven doe je omdat je wat de Bijbel zegt als waarheid, De Waarheid, accepteert.

Daarnaast moet ook de atheïst iets geloven. Namelijk dit: geloven dat God niet bestaat. Bewijzen dat God bestaat is volgens de atheïst onmogelijk en daarvoor voert men dan aan dat bijvoorbeeld de mens is ontstaan door evolutie. Echter, zelfs als een zekere vorm van evolutie bewezen kan worden dan nog a) bewijst dit niet dat God niet bestaat en b) vergt dit nog steeds een een geloof namelijk dit geloof: dat uit dode materie een levend organisme kan ontstaan – iets wat nooit bewezen is en ook niet bewezen kan worden.

Het is niet te ontkennen dat Jezus heeft bestaan. De ‘historische Jezus’ is al decennia lang een onderwerp van onderzoek en discussie geweest en de slotconclusie onder historici is: Jezus heeft bestaan, hij heeft geleefd in het toenmalige Israël (of: Palestina, zoals de Romeinen het noemden), hij had veel leerlingen, hij is gekruisigd.

Veel historici onderkennen ook dat de Bijbel op dit gebied, in hun ogen, ‘nagenoeg waarheidsgetrouw moet zijn’. Dat betekent dat dus ook de opstanding van Christus Jezus als feit erkend moet worden. Maar, bovenal moet dan de héle Bijbel als waarheid geaccepteerd worden want wie de Bijbel leest, ziet dat vanaf de éérste hoofdstukken het Bijbel-verhaal, de ‘heilsgeschiedenis’ zoals de Christenen dat noemen, toegeleid wordt naar dat éne hoogtepunt in de historie: de komst van Jezus en de redding van de mensen door geloof in Hem.

Het staat u vrij dit een sprookje te noemen. Maar het gaat niet aan om anderen de hoop en het geluk te ontnemen dat ze hebben mogen ontvangen dóór geloof in Christus Jezus.

Print