I & II Koningen

Print

Net als het boek Samuël was het boek Koningen oorspronkelijk één boek en later in twee delen gesplitst door de vertalers van de Septuagint. Zij noemden deze boeken III en IV Koningen, omdat zij de boeken van Samuël I & II Koningen hadden genoemd. Vandaar ook dat in de Engelse vertaling (KJV) bij I en II Koningen als onderschrift is vermeld: “Commonly called the third book of the Kings” (I Kon.) en “Commonly called the third book of the Kings” (II Kon). Volgens de Talmud zijn I en II Koningen -in hun huidige vorm- door Jeremia op schrift gesteld.

De indeling van I Koningen kan grofweg in 2 delen gedaan worden:

  1. De dood van David, de regering van Salomo (1-11)
  2. Koningen van Juda en Israël (12-22).

De Scofield-bijbel maakt een wat minder grove indeling en onderscheid 7 (boek)delen, naar de beschreven geschiedenissen. Het boek beslaat een periode van 118 jaar en tekent een pijnlijke geschiedenis. Eérst de enorme ontwikkeling van het rijk, de bouw van de Tempel, etc. onder Salomo. Maar daarna een verdeeld rijk..

I & II Koningen beslaan samen een periode van ongeveer 400 jaar: van David’s dood tot en met de Babylonische ballingschap van Juda (inclusief Benjamin en Levi).

In deze boeken zien we, na de regering van Salomo, in Israël 19 koningen (tot aan de Assyrische ballingschap). Géén van deze koningen was goed in de ogen van de Here in die zin dat ze in zonde leefden en het volk verleiden om daarin mee te doen! Veel van hen kwamen aan hun einde doordat ze vermoord werden. In totaal regeerden 9 verschillende families over Israël.

Juda werd, tot aan de Babylonische ballingschap, eveneens door 19 koningen geregeerd. Deze koningen regeerden over het algemeen veel langer. Elf waren er ‘slecht’ en acht waren er goed. De acht die ‘goed’ waren, oftewel God dienden, regeerden samen lánger dan de elf die afgoden naliepen.

II Koningen kan worden onderverdeeld in:

  1. Koningen Israël tot aan de Assyrische ballingschap (1-17);
  2. De verwerping en de val van het Koninkrijk Juda (18-25).

In de geschiedschrijving is meer aandacht voor Israël dan voor Juda. II Koningen vormt de historische achtergrond voor de ‘schrijvende profeten’. Wat dat aangaat kan worden gesteld dat wat Handelingen is voor de gemeente, is Koningen voor Israël. De wording van het rijk, de uitverkiezing van het huis van David, de ballingschappen, de profetieën, etc.. Het vormt de achtergrond van de grote profeten.

Juda en Israël kenden in deze periode grote bloei, maar ook diepe dalen. Vooral in geestelijk opzicht. Daarnaast was er veel rijkdom, uiterlijk vertoon enz maar ook was er sprake van grove uitbuiting (zie: Amos).

Profeten
In deze boeken zien we dan ook dat het belang van profeten steeds meer toeneemt. Eerder spraken de aartsvaders ook profetisch of hadden visioenen. Maar nu zien we steeds vaker profeten optreden wiens leven helemaal in het teken staat van hun profetische bediening.

In I & II Koningen zien we ondermeer Jehu, Elia -de grote profeet- en Elisa, zijn opvolger. Amos en Hosea profeteerden in Israël, Obacja, Joël, Jesaja, Micha, Nahum, Habakuk, Sefanja en Jeremia in Juda.

Boodschap
De boodschap door “de Koningen” heen is deze: God leert ons de les dat de mens zónder Hem geen echte zegen kan ontvangen, dat het menselijke streven alleen maar tot falen lijdt. Ongehoorzaamheid aan God moet en zal leiden tot oordeel over deze ongehoorzaamheid. Daarnaast zien we dat de voorzegde profetieën letterlijk “tot op de komma” uitkomen.

Print

Geef een reactie