Eéns gered, altijd gered?

Print

één vraag heb je nog steeds niet beantwoord, wat betekent Rom 11 vers 22 voor mij?

Romeinen 11:22
“Let dan op de goedertierenheid Gods en zijn gestrengheid: over de gevallenen gestrengheid, maar over u goedertierenheid Gods, indien gij bij de goedertierenheid blijft; anders zult ook gij weggekapt worden.”

Wanneer we de Bijbel bestuderen is het altijd zaak, de juiste “exegetische principes” toe te passen. Belangrijkste is altijd weer: de context. Wat is de achtergrond van betreffende vers? Aan wie werd het geschreven en waarom?

  1. de Brief aan de Romeinen is geschreven aan een gemeente die bestond uit “heidenen”, dat is: niet-Joden;
  2. de brief werd geschreven door Paulus in ca. 56 n.Chr., toen hij in Korinthe verbleef (Hand. 20:1-3), ná de 2e brief aan Korinthe.

De Romeinen-brief bevat een stuk basis-onderwijs. Het is dé brief waarin het Christelijk belijden duidelijk uiteengezet wordt. Daaronder, hoofdstuk 9-11, God’s plan voor Israël en de positie van de gelovigen uit de heidenen ten opzichte van Israël.

De hoofdstukken 9 tot en met 11 hebben tot verschillende extreme opvattingen geleid; de een leest hierin dat de Gemeente (Kerk) van Christus in de plaats van Israel gekomen is en het volk Israel verworpen en verloren is, de ander gaat de precies tegengestelde richting op en verklaart het (ongelovige) Israel behouden zonder dat zij tot geloof zouden moeten komen..

Beide verklaringen zijn tegengestelden van elkaar, zijn beiden extremen en toch zijn zij breed te vinden binnen respectievelijk de Reformatorische- en Evangelische kringen.

Kort ga ik langs een aantal zaken.

1. Belofte
In Hoofdstuk 9 begint Paulus uiteen te zetten dat de belofte niet is voor álle nakomelingen van Abraham, immers de lijn is Abraham, Izak en Jakob. De kinderen van Ismaël en de kinderen van Ezau zijn daarmee uitgesloten van de beloften welke Israël uiteindelijk erft.

2. Wet
Israël kende de Wet, was bewaarder van de Wet. Toch zijn zij aan de Wet niet toegekomen en mistten daardoor de gerechtigheid! Ondanks hun ijver voor God, waren zij onverstandig: zij hebben zich aan God niet onderworpen (10:2). De conclusie is dan dat de Heere heidenen, die helemaal niet op zoek waren naar gerechtigheid, de gerechtigheid heeft aangeboden en meer nog: zij hebben het aangenomen! Paulus citeert Jesaja: “Ik ben gevonden door wie mij niet zochten”.

Paulus verklaart onomwonden wat de Wet nu betekent: “Want Christus is het einde der wet, tot gerechtigheid voor een ieder, die gelooft.” Met andere woorden: door Christus’ verzoenend offer is de Wet buiten werking gesteld. Vgl. in dit verband ook eens Hebr. 9:16, 17!

3. Genade
We komen nu dus op slechts één weg tot behoud: Jezus Christus. Dit is de gezonde leer welke Paulus de Romeinen geeft. Hiermee wordt geen enkele afbreuk gedaan aan de (land)belofte aan Israel. Laten we elkaar echter ook niet voor de gek houden en Israël op een onnodig hoog voetstuk zetten. Wél is het onze “oudste broeder” en gebied de Heere voor hen te bidden. We mogen ons zeker niet “tegen hun verheffen”: Rom. 11:16-18. Maar het is ook volstrekt onjuist te leren dat alle Joden behouden zouden zijn; immers: een groot deel van hen heeft er voor gekozen Christus niet te aanvaarden en onder de Wet te blijven, de wet welke hen dag-in dag-uit veroordeeld en welke zij niet kunnen houden, zoals geen enkel mens dat kan.

Alle beloften berusten op Gods genade en ontferming, die door het persoonlijk geloof aanvaard moeten worden. Rom. 9:11. Werken of Wet helpen niets, alleen geloof.

Ik wil nu gaan naar het gedeelte waarover de vraag ging.

Romeinen 11:15-22
Want, indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden? Zijn de eerstelingen heilig, dan ook het deeg, en is de wortel heilig, dan ook de takken. Indien nu enkele van de takken weggebroken zijn en gij als wilde loot daartussen geënt zijt en aan de saprijke wortel van de olijf deel hebt gekregen, beroem u dan niet tegen de takken! Indien gij u ertegen beroemt – niet gíj draagt de wortel, maar de wortel ú. Gij zult dan zeggen: er zijn takken weggebroken, opdat ik als loot geënt zou worden. Goed! Zij zijn om hun ongeloof weggebroken en gij staat door het geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees! Want indien God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, Hij zal ook u niet sparen. Let dan op de goedertierenheid Gods en zijn gestrengheid: over de gevallenen gestrengheid, maar over u goedertierenheid Gods, indien gij bij de goedertierenheid blijft; anders zult ook gij weggekapt worden.

“Wees niet hoogmoedig maar vrees!” – God oordeelt de werken van de gelovige, waaruit het geloof blijken moet (zie de Jakobus-brief!). Als wij niet in Hem blijven, zal hij ons wegkappen; vandaar dat Paulus zegt dat wij moeten ‘vrezen’. Zie het oordeel over Ezau: er was aan hem een belofte gedaan, maar deze hielp hem niets toen hij zich tégen God keerde. Wanneer wij ons als Ezau van God afkeren, zal hij ook ons ‘wegkappen’.

Wegkappen?
Wat betekent dat wegkappen? Dat we geen deel meer hebben aan de ‘saprijke wortel’! Dat betekent dus niet anders dan dat we ‘droog staan’, in geestelijke zin. Een tak die weggebroken wordt heeft geen voeding meer en sterft daardoor af. Paulus zegt hier, in dit gedeelte, duidelijk “gij staat door het geloof” en wanneer we niet meer staan door dat geloof, dus net als Israël zijn gevallen door het ongeloof, dan worden we weggekapt.

Eéns gered..
Maar, … wij dachten toch allemaal te weten dat een gelovige, ééns tot wedergeboorte gekomen, niet verloren kan gaan? In dit kader kunnen we ook kijken naar Hebr. 6:4-6: “Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht zijn geweest, van de hemelse gave genoten hebben en deel gekregen hebben aan de heilige Geest, en het goede woord Gods en de krachten der toekomende eeuw gesmaakt hebben, en daarna afgevallen zijn, weder opnieuw tot bekering te brengen, daar zij wat hen betreft de Zoon van God opnieuw kruisigen en tot een bespotting maken.”

Wanneer krijgt iemand deel aan de Heilige Geest? Alleen wanneer er sprake is van wedergeboorte! Zie Efeze 1:13, 14. “Toen gij gelovig werd”. Het gaat hier dus wel degelijk om mensen die eens tot wedergeboorte zijn gekomen. Paulus is hierin dus consistent.

En we kunnen ook nog eens kijken naar Hebr. 3:14 “want wij hebben deel gekregen aan Christus, mits wij het begin van onze verzekerdheid tot het einde onverwrikt vasthouden”. En daarnaast zegt de Apostel Petrus in zijn 2e brief “Want indien zij, aan de bezoedelingen der wereld ontvloden door de erkentenis van de Here en Heiland Jezus Christus, toch weer er in verstrikt raken en erdoor overmeesterd worden, dan is hun laatste toestand erger dan de eerste. [..] Hun is overkomen, wat een waar spreekwoord zegt: Een hond, die teruggekeerd is naar zijn uitbraaksel” (Petrus 2:20-22).

Wijlen Ds. Wim Malgo schreef hierover het volgende:
“De vraag kan een kind van God verloren gaan, is ontstaan uit het degenereren van het navolgen van Christus. Want voor een wedergeborene, die de Here Jezus Christus van ganser harte liefheeft en slechts de passie heeft Hoe kan mijn Heer nog meer welgevallig zijn, hoe kan ik Hem nog beter dienen, hoe maak ik vorderingen in de heiliging?, is de vraag of een wedergeborene nog verloren kan gaan overbodig.”
[Bijbelse Antwoorden op 350 levensvragen, Wim Malgo]

Malgo doelt hier natuurlijk op het volgende: als je je leven aan de Here Jezus hebt gegeven en hieruit leeft en blijft leven, is die vraag volstrekt irrelevant want je zult ‘m nooit hoeven te stellen, immers: het is niet van toepassing op jou! Dat is het “onverwrikt vasthouden” waar Hebreeën 3:14 op doelt, het blijven in het goede spoor, op de smalle weg.

De Apostel Johannes lost echter het vraagstuk gedeeltelijk op: “Zij zijn van ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zouden zij bij ons gebleven zijn; maar aan hen moest openbaar worden, dat niet allen uit ons zijn. Gij echter hebt de zalving van de Heilige en gij weet dat allen [..] een ieder die de Zoon loochent, heeft de Vader niet”
[1 Johannes 2:19-23]

Verheffen tegen Israël?
Wanneer we ons, zo geloof ik, als gelovigen verheffen tegen Israël, tegen het Volk van God, verheffen we ons tegen de wortel die ons draagt. Immers, hun wortel is dezelfde als waar wij in geworteld zjin; Christus Jezus. God zál ons dan “wegkappen” aangezien wij Christus niet meer erkennen.

Het gaat hier, kortgezegd, om mensen die opzettelijk zondigen, zich opzettelijk afkeren van God, van het offer van Christus en dit bespottelijk maken (vergelijk Hebreeën 10:26, 27 en Hebreeën 6:6). Het gaat hier om moedwillige afval van het geloof. Een staat of toestand waarin niet alleen sommige gelovige of religieuze mensen zich bevinden maar (helaas) ook veel kerkgenootschappen omdat zij het offer van Christus Jezus, Zijn dood en opstanding, Zijn Middelaarschap en Hogepriesterschap ontkennen. Als gevolg daarvan weigeren zij dit nog langer te prediken of onderwijzen.

We kunnen hierbij tenslotte nog denken aan wat de Here Jezus zélf zei: “…Die op de rotsbodem zijn zij, die het woord, zodra zij het horen, met blijdschap ontvangen; en dezen hebben geen wortel, zij geloven voor een tijd en in een tijd van beproeving worden zij afvallig…” [Lukas 8:13]

Als we niet blijven in de Here, niet blijven volharden in geloof dan is het, ik zie geen andere mogelijkheid, inderdaad zo dat we ‘weggekapt’ of ‘weggebroken’ worden. Dan hebben we géén deel meer aan het Koninkrijk Gods. De schrift leert dat deze mensen ook nooit meer tot geloof zullen kúnnen komen omdat zij wisten en hebben ervaren Wie Christus Jezus was. Zij hebben ééns geloofd maar nu doelbewust de Here verloochent en Zijn offer afgewezen.

Slot/conclusie
Dat is helaas, voorzover ik het kan zien, de Bijbelse waarheid. Het ‘eens gered, altijd gered’ staat op zeer gespannen voet met de Bijbel en wat de apostelen én de Here zelf hierover onderwijzen. We moeten strijden om in te gaan. Dat ontbreekt echter veelal bij veel gelovigen.

1 Petrus 4:18
“En indien de rechtvaardige ternauwernood behouden wordt, waar zal dan de goddeloze en zondaar verschijnen?”

Print

Geef een reactie