Tag: bijbelvertaling

Betrouwbare Studiebijbel in Telos-vertaling: terug van weggeweest!

Wat is de ‘beste’ Bijbelvertaling in Nederland? Een (strijd)vraag die je niet moet stellen, lijkt mij. Er zijn kerken op gescheurd, omdat men valt over ‘modernisering’ of ‘ketterij’ als het gaat om de Bijbel. En er zijn, helaas, ook een aantal waanzinnig slechte vertalingen op de markt. Er zijn echter ook een aantal vertalingen die, mijns inziens, bij geen enkele serieuze liefhebber van de Bijbel mag ontbreken in de boekenkast c.q. in de studeerkamer!

Eén daavan was altijd de zogenaamde ‘Telos-vertaling’. Om precies te zijn de Herziene Voorhoevevertaling. Sinds 1982 werd die bekend onder de naam Telos-vertaling, uitgegeven door Uitgeverij Medema. Het is een vertaling van het Nieuwe Testament waarbij men getracht heeft altijd zo dicht mogelijk bij het originele Grieks te blijven. Dat betekent dat het niet echt een “lees-bijbel” maar een echte “studie-bijbel” is.

Het uitgangspunt was een getrouwe, woord-voor-woord vertaling van de Grondtekst.

“De wens zoveel mogelijk lezers te bereiken mag niet ten koste gaan van de nauwkeurigheid van de vertaling. Bijbelvertaalwerk dat uitgaat van de woordelijke, volledige inspiratie van de Schrift … zal grote eerbied hebben voor elk afzonderlijk woord van de grondtekst en dus ook zo veel mogelijk woord voor woord willen vertalen’. (Voorwoord van de Telos-vertaling)

VOOERHOEVE VERTALING
De Voorhoevevertaling van het Nieuwe Testament is oorspronkelijk gebaseerd op een door John Nelson Darby samengestelde Griekse tekst en werd tot stand gebracht met behulp van de door Darby verzorgde vertalingen in het Engels (1867, 1872), in het Frans (1859, 1875), en het Duits (de Elberfelder bijbel, 1855).

De Voorhoevevertaling is daarna vier keer herzien (1917, 1931, 1966, 1982). De laatste herziening vond plaats in 1982 en was tamelijk ingrijpend. Vanaf nu werd de Griekse tekst van de Nestle-Aland of (“Novum Testamentum Graece”)-tekstuitgave het uitgangspunt. Deze editie van de Voorhoevevertaling staat sindsdien bekend als de Telosvertaling. De editie van 1982 is het werk van een kleine commissie, bestaande uit de heer J. Klein Haneveld, dr. G.H. Kramer, mr. H.P. Medema en dr. W.J. Ouweneel.
– Bron: Wikipedia.

TELOS VERTALING
Afb. Grace Publishing House

NIEUWE TELOSVERTALING (5e EDITIE)
In 2012 werd door uitgeverij Medema, die in 2009 was overgenomen door Jongbloed in Leeuwarden, bekend dat de uitgave en verkoop van de Telos-vertaling zou worden gestopt. Daarmee leek een einde te zijn gekomen aan de befaamde Voorhoeve annex Telos-vertaling.

In 2013 kocht Grace Foundation in Nederland de voorraad Telos-bijbels op en bood ze voor een lage prijs aan. En daar is het niet bij gebleven! Sinds kort is er namelijk door hen een 5e editie uitgebracht van de TELOS vertaling, zoals deze nu heet.

Deze 5e Editie van de TELOS bevat naast een getrouwe vertaling van de grondtekst, gebaseerd op een algemeen aanvaarde Griekse grondtekst die ook door wetenschappers en andere vertalers wordt gebruikt, uitvoerige informatie over de ontstaanswijze van het Nieuwe Testament, korte inleidingen op de Bijbelboeken, voetnoten die afwijkende varianten weergeven en een ‘cross-reference’: verwijzingen naar andere teksten. Daarnaast een woordenlijst met belangrijke woorden en hun betekenissen, beschrijving van maten en gewichten, geldsoorten, toelichting op de Joodse partijen die er indertijd waren enzovoorts.

De uitgangspunten, ook van deze herziening, waren onder andere: een vertaling te bieden die, uitgaande van het geloof in de woordelijke inspiratie van de Schrift, zo nauw mogelijk aansluit bij de grondtekst. Daarnaast was een tweede uitgangspunt een tekst die toch leesbaar en begrijpelijk blijft. Daarom zijn een aantal echt verouderde woorden en begrippen gemoderniseerd.

Herziene Voorhoevvertaling Telos Bijbel 5e editie weer beschikbaar

BLADSPIEGEL EN DRUK
Naast alle bovenstaande zaken is er iets wat ik persoonlijk ook héél prettig vind aan deze uitgave van de Voorhoeve Bijbelvertaling en dat is de uitvoering er van. Het is in een prettig leesbare, op goed papier gedrukte, Bijbelvertaling. Daarnaast is de bladspiegel heel prettig en is er in de kantlijn ruimte voor (eigen) aantekeningen.

Want, toen ik zag dat deze Bijbelvertaling weer beschikbaar was, in een volledig herziene uitgave, heb ik deze uiteraard direct besteld. De “oude” editie uit 1982 heb ik (ook) nog steeds uiteraard. Maar dat is in een soort van ‘pocket-uitgave’ op minder goed papier en minder ruimte in de bladspiegel (en dus minder goed leesbaar).

De TELOS vertaling is verkrijgbaar via diiverse websites of rechtstreeks bij de Uitgever, Grace Publishing House. De Bijbel is in twee omslagkleuren verkrijgbaar, Rood en Blauw.

Meer informatie/bestellen:
http://www.gracepublishinghouse.com/uitgaven/telos-vertaling-nieuwe-testament/

 

Een ‘verscheidenheid aan vertalingen’

Het Reformatorisch Dagblad heeft een leuke serie artikelen gepubliceerd over 400 jaar KJV. In één van die artikelen zag ik het volgende staan:

In de inleiding op de KJV halen de vertalers Augustinus aan, die een „verscheidenheid aan vertalingen” aanprijst om beter achter de betekenis te komen. Kunt u daar achter staan?

Het artikel, een interview met Dr. David Allen van de TBS (waarvan hier een artikel is overgenomen c.q. vertaald is door mij) is een ‘verdediging’ van de KJV. Dr. Allen blijft, net als het eerdere artikel van de hand van één van zijn collega’s van de TBS, realistisch. De King James wordt door de TBS niet ‘verabsoluteerd’. Naar aanleiding van de vraag over de “King James Only” beweging waarvan ondermeer Peter Ruckman een (sektarische) exponent is zegt hij:

“In die beweging zijn ook mensen die zeggen dat de KJV volmaakt is en dat er geen noodzaak is om terug te gaan naar de grondtekst. Dat zeggen wij natuurlijk niet, de vertalers zelf trouwens ook niet. Wij weten dat de KJV ook zwakke punten heeft, zoals blijkt uit de vertaling van ”kerk” en ”bisschop”, waar dit ”gemeente” en ”ouderling” moet zijn. Ondanks dat beschouwen wij de KJV voorlopig als de meest getrouwe weergave van de grondtekst.”

Hoewel  ik persoonlijk de Staten Vertaling een goede vertaling vind denk ik net als dr. Allen: we moeten een vertaling niet verabsoluteren; het blijft ten slotte mensenwerk. Zo is bekend dat de Staten Vertaling ook fouten bevat. Ik ben dan ook een groot voorstander van het ‘naast elkaar leggen’ van vertalingen.

Herziene Statenvertaling

Ik ben dan ook erg gelukkig in dit opzicht met de Herziene Staten Vertaling. Ik heb vanwege de mooie soepele, slijtvaste, omslag de kunstleren Vivella-editie genomen.

Deze vertaling heb ik inmiddels voor mijzelf als ‘standaard vertaling’ genomen. Jarenlang was de NBG ’51-editie mijn ‘standaard’, maar de HSV is in alle opzichten fijner om te gebruiken. Taalgebruik, voetnoten met weergave van de letterlijke vertaling wanneer nodig, kruisverwijzingen. En, bovenal, getrouw aan de oorspronkelijke tekst. Beter nog dan dat de SV was.

En daarmee komen we op een ‘lastig’ en maar zeer moeilijk tot niet te aanvaarden punt voor sommigen. Want, de ‘oude’ SV was gebaseerd op ‘oude’ versies van de griekse teksten. En daar zaten toch wat onvolkomenheden in. Zo had Erasmus bijvoorbeeld bij het samenstellen van de vroege edities van de tekst niet de beschikking over de volledige griekse teksten en heeft de latijnse tekst ‘terugvertaald’ naar het Grieks – met name in de Openbaringen van Johannes. De bron van de SV vertalers was echter niet alleen Erasmus’ werk, integedeel:

De 1598 versie van Beza en de in 1550 en 1551 verschenen versie van Stephanus zijn de belangrijkste bronnen voor de vertalers van de Engelse King James Version en de Nederlandse Statenvertaling.

De éigenlijke “Textus Receptus” is dan ook helemaal niet de vertaling van Erasmus geweest; de term werd pas voor het eerst toegepast op de edities van de gebroeders Elsevier uit 1624, 1633 en 1641. De in 1637 verschenen Staten Vertaling was hier niet op gebaseerd – enfin, alles bij elkaar een ingewikkelde materie.

We zijn nu zover, eeuwen later, dat we een steeds verfijndere ‘Textus Receptus’ hebben. Druk-, zet- en vertaalfouten die in de loop der eeuwen ontstonden of gemaakt waren zijn steeds verder geminimaliseerd. Met als gevolg dat de basistekst van de Herziene Statenvertaling er één is die, als je dat zo mag zeggen, “superieur” is aan de TR die de statenvertalers van 1637 hebben gebruikt. In ieder geval veruit te verkiezen boven de versies uit die tijd aangezien er de laatste eeuwen een schat aan materiaal is vrijgekomen die er toe leidde dat de tekst steeds beter samengesteld kon worden. En op basis van die tekstcollectie is de HSV samengesteld.

Toch menen sommigen dat de HSV-editie zeer ‘verwerpelijk’ is. Vooral uit de kring van de Gereformeerde Bijbelstichting (GBS) heeft steeds de nodige kritiek geklonken. Zo zag ik ondermeer dat men de HSV ‘afkeurde’ op grond van het feit dat die ‘op zoveel plaatsen afweek van de SV’. Dat soort argumentatie is natuurlijk onwerkelijk.

Sektarisme en afgoderij?

Zoals gezegd waren de SV (en KJV) vertalers uit de de periode 1500-1650  zich zeer wel bewust van het feit dat hun vertaalwerk mensenwerk was. En dat er daarom fouten in hun werk zaten. Géén wereldschokkende fouten wellicht maar toch, ‘foutjes’. Daarnaast is de grondtekst-editie dus steeds verder geoptimaliseerd. En, niet onbelangrijk, ook de (vertaal)kennis en de Bijbelse wetenschap is verder verfijnd. Alsmede de boekdrukkunst! Tot slot kunnen we als ‘amateur bijbelwetenschappers’ met bijvoorbeeld de Strongs-edities van de Heilige Schriften ook zelf wel verifiëren of een vertaling juist gedaan is. De oude Staten Vertaling nemen als uitgangspunt voor toetsing van andere vertalingen gaat dus niet aan. Deze vergelijking gaat mank maar: het is alsof je een pre-productie model van een auto als uitgangspunt neemt voor de toetsing van het uiteindelijke productiemodel.

De SV is een prachtige vertaling. Ik heb ‘m nog steeds, in meerdere varianten (van hele oude tot de ’77-editie). Ook een mooie King James (Scofield editie) is in mijn eigendom. En ik zou er absoluut geen afstand van willen doen. Maar laten we wel zijn, de Staten Vertaling is achterhaald, archaïsch en vaak onbegrijpelijk. Wie dat als de ‘defacto-standaard’ voor toetsing van nieuwere vertaling, op grond van nota bene grotendeels dezelfde -zij het verbeterde- brontekst, wil nemen moet zichzelf eens toetsen.

Wat zijn nu je wérkelijke argumenten om vast te blijven houden aan de Staten Vertaling van 1637? Is het misschien een verkapt commercieel belang? Is het belang gelegen in angst voor het onbekende? Of is het wellicht gewoon op ‘sektarische gronden’? Zoals Aad Kamsteeg, terecht, concludeerde: wie op deze manier om wil gaan met Gods Woord pleegt afgoderij. Want: mensenwerk wordt tot iets ‘goddelijks‘ verheven.

Psalm 97:7, SV – Beschaamd moeten wezen allen, die de beelden dienen, die zich op afgoden beroemen; buigt u neder voor Hem, alle gij goden!


De ‘concordante’ Bijbelvertaling

concrdante_bijbelvertaling.jpgOver de ‘concordant Bible’ van A.E. Knoch

Eerder heb ik op mijn ‘bijbelschool-blog’ geschreven over de grondslag van de zogenaamde ‘King James’ en de ‘Staten’-vertaling; de Textus Receptus (= de meerderheidstekst) en waarom een keuze voor de TR, eventueel aangevuld met andere vondsten en manuscripten (of andersom, zoals bij de NAS-vertaling) een aanvaardbare en vrij juiste vertaling van de Bijbel oplevert.

De laatste tijd is de discussie over de ‘alverzoening’ weer opgeleefd. Eén van de belangrijkste pijlers van de leer van de alverzoening is de ‘concordante’ vertaling van de Bijbel; een methode van vertalen  waarbij zo consequent mogelijk de woorden uit de grondtekst steeds op dezelfde wijze vertaald worden c.q. dezelfde betekenis hebben. Op zich een interessante vertaalwijze (hoewel niet altijd correct of  leesbaar, zoals elke professionele vertaler zal beamen!). Het geeft namelijk de ‘amateur bijbelonderzoeker’ –waartoe ik mijzelf ook reken-  een soort van toegang tot de grondtekst; zij het op beperkte, en soms zeer incorrecte, wijze aangezien de vertaalvariaties zoveel mogelijk weggelaten worden.

Je hoeft geen wetenschapper te zijn om derhalve de zwakte van deze methode van vertalen te zien. Het resultaat lijkt soms een beetje op de mechanische, machinale, vertalingen van sites als babelfish.

De originele tekst
Dit artikel gaat echter niet zozeer over de alverzoening. Ik beschouw de gedachten van de alverzoeners als een dwaling, en heb daar goede gronden voor. Waar ik het in dit artikel over wil hebben is de gróndslag van de ‘concordante vertaling’. Een vertaling immers die claimt de gebruiker er van tot de grondtekst door te laten dringen moet dan wel op een héle goede grondtekstverzameling gebaseerd zijn. En daar blijkt opeens nóg een zwakte, naast de gekozen methode van vertalen, van deze vertaling.

Lees verder: “De ‘Concordante’ Bijbelvertaling” (PDF)

[update]_
Een discussie nav dit artikel is hier te vinden.