Tag: Genesis

Van Genesis tot Golgotha – Planning versus Realisatie

Van Genesis tot Golgotha – Planning en Realisatie loopt vaak niet echt synchroon. Dat merkte ik vandaag maar weer eens toen ik een fietstochtje ging maken.

De route in het leven loopt vaak niet zoals je verwacht in het leven. Planning en realisatie kunnen nogal eens verschillen. De bedoeling van het ontstaan van de mensen was dat de mensen in vrede met God zou leven. Dat gebeurde niet. Integendeel. Het liep allemaal nogal fout af.

En het was de bedoeling, of verwachting, van de aanhangers van Jezus dat Hij Koning van Israël werd. Maar Hij stierf aan een kruis. Liep dus ook fout af, zou je denken.

Een mislukt plan? Is de schepping mislukt? Was de kruisdood van Jezus het einde van een mislukte poging tot verkrijgen van het Koningschap over Israël?

Herschepping of Evolutie?

Een interessante discussie op het Bijbelgetrouw-forum. Een paar feiten uit de Bijbel over de vraag over onze huidige schepping een ‘herschepping’ is, de zogenaamde ‘restitutieleer‘ :

adrie schreef
Pas in Gen 1:3 wordt het licht geschapen en op de vierde dag de lichtdragers. Hoe kan in de voorschepping dan leven zijn zonder licht?

Overigens, dat er licht is zonder zon, e.d. zien we ook terug in Openb. 22:5.

De aarde woest en ledig: logisch, je moet met iets beginnen. Een pottenbakker begint ook met een woest en ledige klomp klei, voordat er iets moois uit komt.

Het punt is, dat de ‘restitutieleer’ stelt dat er niet staat ‘de aarde nu was woest en ledig’ maar ‘werd woest en ledig’. Beide vertalingen zijn mogelijk. Maar de meeste vertalingen hebben daar ‘was’ omdat dat nu eenmaal traditioneel zo vertaald werd..

Het commentaar van Jamieson, Fausset, Brown stelt:

2. the earth was without form and void–or in “confusion and emptiness,” as the words are rendered in Is. 34:11. This globe, at some undescribed period, having been convulsed and broken up, was a dark and watery waste for ages perhaps, till out of this chaotic state, the present fabric of the world was made to arise.

Vert./samengevat: de aarde was zonder vorm of “in verwarring en leegheid” zoals deze [zelfde] woorden in Jes. 34:11 zijn vertaald *). Deze globe werd op een onbekend moment eeuwenlang een donkere, waterige, woestenij totdat vanuit deze chaotische staat de huidige wereld werd geschapen.

*) “Hij spant daarover het meetsnoer der woestheid en het paslood der ledigheid“, NBG.

De “Condensed Biblical Cyclopedia” stelt in deze zin dat de scheppingswerken van God al gaande waren vóór dat het licht er was, en wij niet weten welke tijd er tussen Genesis 1:1-2 en 1:3 zitten. De “bijbelse datering” van de geschiedenis begint pas bij de schepping van Adam of, op zijn vroegst, bij de instelling van dag- en nacht. We zien ook dat er al wel licht was, maar dat God de duisternis en het licht van elkaar scheidde en pas toen die scheiding er was er sprake was van dag en nacht.

Dat moet ook wel, want we lezen in vers 1 dat God de “Hemelen en de aarde” schiep. Dat is inclusief de hemellichamen. In dat verband is de ‘duisternis’ die over de aarde lag interessant om te onderzoeken.

De NET.Bible zegt:

Darkness. The Hebrew word simply means “darkness,” but in the Bible it has come to symbolize what opposes God, such as judgment (Exod 10:21), death (Ps 88:13), oppression (Isa 9:1), the wicked (1 Sam 2:9) and in general, sin. In Isa 45:7 it parallels “evil.”

In de Bijbel is het hebreeuwse woord dat met ‘duisternis’ is vertaald inderdaad wat er letterlijk staat maar heeft de betekenis van oordeel, dood, verdrukking en, in zijn algemeenheid: zonde!! In Jesaja wordt het gelijk gesteld met “duivels”.

Alles bij elkaar genomen is het dus, wanneer we die 3 verzen helemaal ‘ontleden’ heel goed te verdedigen dat er inderdaad sprake was van een aarde die onder een oordeel, onder de zonde, lag (!) en daarmee is er dus een duidelijke indicatie dat er vóór de huidige schepping wel degelijk iets anders is geweest.

Dit doet mij denken aan wat Petrus schrijft: “de tegenwoordige hemelen en de aarde”.. (2 Petr. 3:7). En in de voorliggende verzen wordt ook duidelijk dat Petrus spreekt over een schepping die vergaan is. Veel mensen lezen hier de zondvloed in, maar dat kan helemaal niet. Hij schrijft immers: “en de aarde, die uit en door het water bestaat, waardoor de toenmalige wereld is vergaan”.

Welnu, is de wereld vergáán door de zondvloed? De vraag stellen is ‘m beantwoorden! Nee, de wereld ís niet vergaan! Er is ná de zondvloed geen sprake van een (her)schepping geweest; immers: toen het water opdroogde waren de bomen, de bloemen, het gras enz. er nog gewoon. Het licht was er nog, er waren zelfs nog mensen (..), de zeedieren en vissen hebben het gewoon overleefd… Petrus trekt dan ook de lijn door naar de huidige schepping die door vuur zal vergaan. Daarna volgen, zoals we weten uit Openbaringen, de Nieuwe Hemel en Aarde.

JFB nog een keer, over dit gedeelte:

earth standing out of–Greek, “consisting of,” that is, “formed out of the water.” The waters under the firmament were at creation gathered together into one place, and the dry land emerged out of and above, them.

Vert./samengevat: de wateren onder het firmament waren bij de schepping samengebracht op één plaats, en het droge land kwam vanuit het water.

Alles wijst er op: Petrus spreekt hier dus over de schepping van onze huidige wereld..

Enfin, er zijn dus wel degelijk héle goede, Bijbelse, argumenten die er op wijzen -zowel in de tekst in Genesis als elders- dat er vóór onze huidge wereld, onze huidige schepping, een andere wereld, een anders samengesteld universum, is geweest.

Byanca schreef
In eerste instantie vond ik een z.g. herschepping wel een logische mogelijkheid, zeker als de zin ‘de wereld was woest en leeg’, als ‘de wereld werd woest en leeg’ gelezen zou moeten worden.

Je moet het dan ook inderdaad als een mogelijkheid beschouwen. Zo zie ik dat zelf ook. Ik zeg niet dát het zo is, alhoewel ik de kans zeer groot en verdedigbaar acht, maar dat het zeer wel mogelijk is.

Structuur van Genesis

De structuur van Genesis kan als volgt worden weergegeven of samengevat:

I. De vroege historie van het menselijke ras (hoofdstuk 1-11)

  1. Schepping
  2. Val van de mens
  3. Zondvloed
  4. Ontstaan van de volken

II. De historie van Abraham en zijn nakomelingen (hoofdstuk 12-50)

  1. Abraham (geroepen door God, vanuit Ur, Irak)
  2. Izak
  3. Jakob
  4. Jozef

Dit is de meest eenvoudige, gestructureerde, weergave.

I.1 – de Schepping
Hoofdstuk 1 beschrijft de schepping in grote lijnen, een schetsmatige weergave. Hoofdstuk 2 gaat op details in. De detaillering beschrijft, uiteraard, de schepping van de mens want: de Bijbel is het verhaal van de verlossing van de mens.

De Bijbel is geen studieboek voor wetenschappers. Een bioloog of wiskundige zal hier géén exacte wetenschap vinden. Maar tévens moet vastgesteld worden: de Bijbel is niet in strijd met de wetenschap!

Een ander belangrijk punt om te onthouden is dat er regelmatig wordt herhaald dat God alles schiep “naar zijn aard” (Gen. 1:11, 12, 21, 24, 25). Onbekend is waar de limiet of grens is van deze ‘aard’ (= soort) van planten en dieren. De méns is een onderscheiden schepping, met geen énkele relatie tot een andere soort behalve dat de mens deze eerdergeschapen flora en fauna dient te beheren. In hoofdstuk 1:26vv wordt het feit van de schepping van de mens beschreven en in hoofdstuk 2 worden de details ingevuld.

De mens is geschapen ‘naar Gods beeld’ dat betekent met diverse eigenschappen die de dieren niet hebben: liefde, moreel besef, etc.

I.2 – de Zondeval
In het derde hoofdstuk van Genesis wordt beschreven hoe de mens zich afkeert van zijn Schepper door Hem ongehoorzaam te zijn. Het bevat -in een notedop- een uitleg of redegeving van alles wat daarná volgt in de Bijbel! Het is overduidelijk dat de slang hier een werktuig van de satan is; vgl. Openb. 12:9

De drie elementen welke een rol speelden in de verleiding van Eva zien we altijd weer wanneer gesproken wordt over het satanische rijk (1 Joh 2:15-17)

  1. de begeerte ‘van het vlees‘ (egoïsme, zelfzucht)
  2. de begeert van ‘de ogen‘ (wat je ziet, wil je hebben)
  3. een ‘hovaardig‘ leven of houding (hoogmoedigheid).

Het waren deze drie elementen die de satan ook inzette toen hij de Here Jezus wilde verleiden (vlees => het eten; zich ‘van de tempel werpen’ => hoogmoedigheid door zijn macht te misbruiken; de ogen => alle rijken van de wereld laten zien en aanbieden).

In Genesis 3:15 wordt de profetie gegeven dat Christus zal komen. In Romeinen 5:12-21 wordt uitgelegd, door Paulus, waarom Christus kwam en hóe Hij deze ‘zondeval’ teniet heeft gedaan.

De bedekking, door dierenvellen, symboliseert of illustreert het ‘plaatsvervangend sterven’ dat door de zonde noodzakelijk werd; om de zonde te bedekken moest er bloed gestort worden, moesten er offers worden gebracht. Tótdat dat éne, grote, offer was gebracht.

I.3 – de Zondvloed
In Genesis 6 zien we dat het menselijke ras totaal ‘gedegenereerd’ was geraakt; er was echter één mens die genade vond bij God: Noach. Na de zondvloed is het éérste wat Noach doet: God een offer brengen!

De zondvloed is één van de verhalen in de Bijbel welke het meest ‘bestreden’ wordt. Ondanks het feit dat hier een verslag wordt gegeven van dit gebeuren, er wereldwijd vele ‘zondvloedverhalen’ zijn én in het Nieuwe Testament -ook door de Here Jezus zelf- deze gebeurtenis bevestigd wordt. Petrus zegt dat zij die dit gebeuren ontkennen dit ‘willens en wetens’ doen en zij het oordeel over zichzelf halen daarmee.

I.4 – het ontstaan van de Volken
Alle volken en rassen die we in deze tijd kennen zijn afstammelingen van de zonen van Noach. Alle volken, zoals ze in de oudheid bestonden en bekend waren, worden genoemd in Genesis 10. Het is tegenwoordig niet meer mogelijk alle huidige volken daarop terug te voeren maar in grote lijnen wel:

  1. Jafet => Europeanen, Indo-Europeanen;
  2. Sem => Aziatische en Semitische volken;
  3. Cham => Afrikaanse volken (*), Kanaanieten e.a..

II.1 – Abraham

Abraham, door God Abram genoemd, is de meest belangrijke persoon in Genesis. In de overige Bijbelboeken wordt hij 115 keer genoemd. In het Nieuwe Testament wordt hij als hét Oud Testamentische voorbeeld genoemd van ‘redding door geloof’. Zijn hele leven stond in het teken van geloof.

Twee zaken illustreerden zijn leven:

  1. de tent => het nomadenbestaan;
  2. het altaar => de dienst aan God.

Toen brak hij vandaar op naar het gebergte ten oosten van Betel, en hij spande zijn tent, met Betel tegen het westen en Ai tegen het oosten, en hij bouwde daar een altaar voor de HERE en riep de naam des HEREN aan. (Genesis 12:8)

Abraham’s leven stond in het teken van het lóslaten van alle aardse banden (woonplaats, huis, familie) en het bínden aan de Here God. Abraham was een rechtvaardige, niet vanwege ook maar iets wat hij zelf had gedaan maar omdat hij gelóófde. Alléén geloof rechtvaardigd een mens en in Abraham zien we hiervan dé illustratie.

God sluit zijn verbond met Abraham, en Izak ‘erft’ dit verbond.

II.2 – Izak

Abraham’s geloof werd ernstig op de proef gesteld toen hij de opracht kreeg ‘om zijn zoon te offeren’ (Gen. 22).

Noot: we kijken hier heel vreemd tegenaan vanuit onze huidige, westerse, maatschappij en wereldopvatting. We moeten echter niet vergeten dat in díe tijd -en ook later- het offeren van kinderen veelvuldig voorkwam! Juist hier laat God zien aan Abraham dat Hij niet is als de goden van de volken rondom en geen barbaarse (kinder)offers verlangt!

De Apostel Paulus schrijft daarom in Rom 4:16-25, ondermeer, dat het geloof van Abraham er voor zorgde dat hij een vader van vele volken werd. Want hij bleef tegen alle menselijke wijsheid in geloof en vertrouwen houden dat zijn vrouw, die onvruchtbaar was, en hij, die inmiddels ook geen kinderen meer kon verwekken, tóch een zoon zouden krijgen.

Toen hij die zoon gekregen had was hij zelfs bereid deze te ‘offeren’ aan God, als God dat zou eisen, in de verwachting dat zijn zoon door God zou worden opgewekt uit de dood

Hebr. 11:17-19
17 Door het geloof heeft Abraham, toen hij verzocht werd, Isaak ten offer gebracht, en hij, die de beloften aanvaard had, wilde zijn enige zoon offeren, 18 hij, tot wie gezegd was: Door Isaak zal men van nageslacht van u spreken. Hij heeft overwogen, dat God bij machte was hem zelfs uit de doden op te wekken, 19 en daaruit heeft hij hem ook bij wijze van spreken teruggekregen.

Figuurlijk gesproken kreeg hij hem dan ook terug ‘uit de dood’. Hij vertrouwde er op dat God zélf zou voorzien in een (plaatsvervangend) offer. De vader die bereid was zijn zoon te offeren en de zoon die bereid was gehoorzaam te zijn -aan zijn vader- tot de dood, zien we hier niet een illustratie van het Evangelie (Rom. 8:32, Joh. 3:16)?

II.3 – Jakob

Jakob’s leven is het voorbeeld van wat Paulus schrijft in Galaten 6:7
Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten. Want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten.

Zijn naam betekent “hielenlichter”; iemand die een ander probeert te ‘tackelen’ om zodoende op oneerlijke wijze die ander te verdringen of te overwinnen. Dat was wat Jakob probeerde te doen door de zegen, het eerstgeboorterecht, van zijn broer Ezau te stelen. Zijn leven is tevens een illustratie dat het niet zo is dat het doel de middelen rechtvaardigd. Integendeel. God zegende Jakob niet omdát hij oneerlijk was geweest, maar dánkzij! Hij heeft in zijn leven de zure vrucht van zijn oneerlijkheid dan ook moeten accepteren. God bevestigde (desondanks) dat Hij via Jakob de verlosser zou laten komen en dat Jakob de erflijn en belofte van Abraham en Izak kreeg. Niet vanwege zijn eigen (wan)gedrag maar omdat God het aan Abraham beloofd had (Gen 26:2-5).

II.4 – Jozef

De laatste belangrijke persoon in Genesis is Jozef. In zijn leven vinden we veel paralellen met het leven van de Here Jezus, reden waarom hij vaak als een type van Jezus wordt beschouwd. Hij was geliefd door zijn vader God, gehaat door zijn broeders (Israël!), in een put gestopt (voor door achtergelaten), verkocht voor zilverlingen (net als Jezus werd verkocht/verraden), vals beschuldigd, gevangen gezet maar vervolgens verhóógd en,.. hij huwde een “heidense bruid” (beeld van de gemeente). Maar bovenal werd hij een bron van zegen en troost voor velen. Jozef’s leven is een illustratie van Rom. 8:28:
Wij weten nu, dat [God] alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn.

Hoewel Jozef het éérstgeboorterecht kreeg, en zelfs een dubbel deel (in/door zijn zonen) werd de Verlosser niet uit zijn bloedlijn geboren maar uit Juda.

Slotopmerkingen
In Genesis zien we de lijn van de Verlosser. We zien dat Hij ‘het zaad van de vrouw‘ was. Vervolgens zien we een verbijzondering van deze belofte via Abraham, Izak, Jakob en Juda. In de latere boeken van het Oude Testament wordt dit verhaal verder gevolgd: het handelen van God met Zijn uitverkorenen.

_____
*) dit heeft er toe geleid, met name in het verleden, dat sommigen op basis van de vervloeking -door Noach- van Cham hebben gemeend dat slavernij en apartheid gerechtvaardigd zou zijn. Uiteraard is dit niet juist want ook de Kanaanieten en andere volken in het oude Midden-Oosten waren nakomelingen van Cham.