Tag: inlegkunde

Opname van de gemeente - Wederkomst van Christus (stockfoto)

Is de Opname van de Gemeente een Bijbelse leer?

Waarom bestrijden mensen de leer of opvatting die er is rondom een “Opname van de Gemeente” eigenlijk? Het is een opvatting namelijk waarvan veel mensen, zo blijkt, menen dat deze absoluut weerlegd en zelfs bestreden moet worden.

Het valt mij altijd weer op, in bijvoorbeeld een recente discussie op Facebook naar aanleiding van een artikel van het CIP, dat mensen er veel aan gelegen is de opvatting als zou er een opname van de gemeente komen fel bestrijden. Soms enigzins beargumenteerd maar meestal, in mijn optiek, met argumenten die onheus zijn, geen stand kunnen houden of door te proberen degeen die de gedachte aanhangt “onderuit” te halen door bijvoorbeeld de manier van bijbeluitleg van de ander te ridiculiseren.

Dat laatste is vaak vrij eenvoudig voor de ‘scherpslijpers‘ want veel gelovigen hebben gewoon een, en dat is helemaal niet negatief bedoeld, “eenvoudig geloof”. Dat wil zeggen: zij geloven wat in de Bijbel staat. Daar is helemaal niets op tegen, integendeel. Maar juist dáár worden ze op aangevallen door mensen die in kennis hen te lijken overtreffen..

De oorzaak is dat veel Christenen zich niet bezig houden met het verdedigen van hun opvatting (Apologetiek) omdat ze de noodzaak er niet van ervaren. Het wordt zelfs door sommigen als “not done” beschouwd, in met name Evangelische kringen. Dat is jammer, want in een voorkomend geval van een discussie over belangrijke onderwerpen kun je dan vaak maar moeilijk uitleggen waaróm je iets geloofd en het kan zelfs, uiteindelijk, er toe leiden dat je bepaalde belangrijke zaken zelfs niet meer gaat geloven. Of juist de meest absurde opvattingen gaat nalopen. Zo is bijvoorbeeld het preterisme weer populair aan het worden! Dan heeft ‘de tegenstander’ zijn doel bereikt, hij brengt gelovigen maar wat graag aan het wankelen, twijfelen. De Bijbel zegt echter dat we vast moeten staan in het geloof!

Wat is geloof? Het is de absolute zekerheid dat onze hoop ook werkelijkheid wordt en het is het bewijs van dingen die wij niet kunnen zien. (Hebreeën 11:1, Het Boek)

WAT IS DE OPNAME VAN DE GEMEENTE?

De opname van de Gemeente van Jezus Christus komen we tegen in 1 Thess. 4:15-18. Daar staat het letterlijk beschreven. Voor de leesbaarheid citeer ik Het Boek:

Opname van de gemeente - Wederkomst van Christus (stockfoto)

Wat wij hier zeggen, is het woord van de Here: wij die bij de terugkeer van de Here nog leven, zullen Hem niet eerder tegemoet gaan dan de gestorvenen. Want als het signaal klinkt, als een van de voornaamste engelen zijn stem laat horen en de trompet van God schalt, zal de Here Zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen de gestorven christenen eerst opstaan en daarna zullen wij die op dat moment nog leven, met hen in de wolken worden opgenomen om de Here in de lucht te ontmoeten en altijd bij Hem te zijn. Met dit nieuws kunt u elkaar troosten en bemoedigen.

TEGENWERPINGEN

Ik citeer/noem een paar tegenwerpingen die ik recent kreeg. Eigenlijk zijn dit hele bekende tegenwerpingen die altijd maar weer aangevoerd worden, vooral de eerste en deze is, zie verder, volstrekt onhoudbaar maar bovenal ook een (bewust gelanceerde) leugen.

Een vinding van de 19e eeuw?

  • G.v.V. – Opname is 19e eeuwse uitvinding, beste man. Noem me 1 kerkvader en waar die het noemt, en ik geloof je.
  • J.P. – Deze opname leer (die ontstaan is in de 19e eeuw) en de gehele hyper eindtijd sensatie erom heen met die films van Hal Lindsey zijn zo belachelijk, waarop het christendom zich zelf niet serieus kan nemen.

Grondtekst

Een bekende tegenwerping is een discussie beginnen over ‘de grondtekst’.

  • N.C. d.B. – het woord dat gebruikt wordt voor het ‘tegemoet gaan in de lucht’. Dit betekent iemand tegemoet komen om hem te vergezellen op zijn laatste stuk van de reis.

Het “context” argument

  • H.C. – je citeert uit 1 Korinthe 15:51-53. Omdat je bij deze tekst geen uitleg geeft, is het mij niet duidelijk waarom je deze gebruikt ter ondersteuning. In de context van dit hoofdstuk behandelt Paulus hiervoor het verschil tussen het lichaam dat we nu hebben en het verheerlijkte lichaam dat we ontvangen bij de wederopstanding. [..] 1 Korinthe gaat erover hoe ons aardse lichaam verandert gaat worden, er wordt met geen woord gerept over een opname in de hemel waar we zullen verblijven. Dat is ook niet de Bijbelse visie. De Bijbelse visie is een toekomstig fysiek bestaan in een nieuw, verheerlijkt lichaam. [..] Je hele bewijsvoering komt op mij meer over als eisegese.

WEERLEGGING

Vinding van de 19e eeuw of .. al onderwezen door de Kerkvaders?

De kerkvaders en vroege christelijke leiders die onomstotelijk spraken over de opname van de gemeente zijn onder andere Irenaeus, Tertullianus, Ephraem van Nisibis (of Pseudo-Ephraem), Cyrillus van Alexandrië. Daarmee is het argument dat het een “19e eeuwse vinding” is van tafel. Jaren geleden heb ik hier een diepgaande studie van gemaakt. Je kunt deze hier downloaden.

https://bijbelcollege.nl/bc2019/downloads/opname_waarheid_of_dwaling.pdf

Ik gaf aan dat het een bewust gelanceerde leugen is. Je kunt daar in dit artikel meer over lezen:

Grondtekst-vragen: harpazó

Als eerste wil ik opmerken dat mensen die schermen met “de grondtekst” zelf vaak de grondtekst (Grieks en Hebreeuws) niet beheersen.

Begint men met de grondtekst te schermen dan is een vraag die je altijd kunt én mag stellen: “Leest U het Bijbelse Grieks en Hebreeuws? Waar hebt U theologie gestudeerd dan?”.

Ze hebben hun argumenten namelijk vaak van ‘horen en zeggen’ of gebruiken een online bron of woordenboek. Maar in de meeste gevallen is het “kopieëren en plakken” van elders.

Veel gelovigen laten zich echter door deze opmerkingen over de grondtekst uit het veld slaan; want immers: de opponent citeert uit de grondtekst en tja, die beheers je zelf niet, dus wat kun je er dan tegenin brengen? Gelukkig zijn er heel veel online “interlinear” Bijbels, woordenboeken en concordanties zoals de Strongs Concordantie. Ik kan iedereen in dat opzicht ook aanraden op zijn minst de Statenvertaling met Strongs-coderingen aan te schaffen.

Een argument tegen het woord “opgenomen” is dat het woord in de grondtekst (harpazó) iets anders zou (moeten) betekenen. Dit is niet juist. Wanneer je een ‘interlinear’ (Strongs) concordantie raadpleegt zul je zien dat het woord dat is vertaald met ‘opgenomen’ juist is vertaald.

https://biblehub.com/greek/726.htm

harpazó: to seize, catch up, snatch away
Original Word: ἁρπάζω
Part of Speech: Verb
Transliteration: harpazó
Phonetic Spelling: (har-pad’-zo)
Definition: to seize, catch up, snatch away
Usage: I seize, snatch, obtain by robbery.

Je zou het zelfs dus kunnen vertalen als “met kracht” weggevoerd of “weggenomen” (als in diefstal).

Context?

Tot slot het argument dat je de context buiten beschouwing laat als we over de Opname van de Gemeente spreken. In geval van de discussie waar ik het over had zo dat de context van 1 Korinthe hoofdstuk 15 zijn. Let ook hier op. Vaak zeggen mensen: “Je moet het wel in de context lezen”. Mijn wedervraag is dan vaak: “Wat is dan volgens jou de context”. Meestal kan de persoon waarmee je in gesprek of discussie bent je die dan niet(!) geven. Het is een soort van ‘stroman-argument’ wat men hier probeert te doen of op zijn minst een mistgordijn optrekken.

Vaak wordt (tevens) gesteld dat de Opname van de Gemeente geen apart gebeuren is, maar samenvalt, of hetzelfde is, als de Wederkomst van Christus. Dat dit één gebeuren zou zijn, is echter, zie ook verder, volstrekt onmogelijk.

De context in 1 Korinthe 15 is: “zij die ontslapen zijn” en het verdriet daarover. Als troost zegt Paulus dan (ik vat even samen): “geen verdriet, er is een troost: zij die al zijn gestorven zullen opstaan en veranderd worden, opgenomen worden in de wolken en ook wij worden samen met hen opgenomen in de wolken”.

Je kan er van willen maken wat je wilt, maar dát is wat er staat en dát is de context. In 2 Thess. legt hij het zelfs nog verder uit, want er zijn er die onrust zijn gaan stoken in de gemeente. Daar zegt hij in hfst 2 dat wij worden ‘verenigd‘ met Hem en dat die vereniging zal zijn (vlak na) de openbaring van de anti-christ.

Daarnaast zijn er diverse andere gedeelten in de Bijbel die de uitleg steunen. Niet alleen 1 Thess. 4, maar ook het eerdergenoemde 1 Kor. 15:35-54. De context is hier het volgende:

1. de vraag “welk lichaam zullen we hebben bij de opstanding”
2. hoe zal dat lichaam dan in de hemelse gewesten komen?

Het antwoord is: we krijgen een verheerlijkt, hemels, lichaam. Hoe dat gebeurt, staat in vers 50-52: in een ‘ondeelbaar ogenblik’ zullen we veranderd worden van een mens met een aards lichaam naar een mens met een hemels lichaam. Dát is (het moment van) de opname!

Ons aardse lichaam zullen we hier achter laten, het zal een lijk zijn want:

“En er zijn hemelse lichamen en er zijn aardse lichamen, maar de heerlijkheid van de hemelse is verschillend, en die van de aardse is verschillend” (1 Korinthe 15:40).

We leven dus, na onze dood of na de opname, verder in ons nieuwe hemelse lichaam, met Christus. Daarover wordt verder uitleg gegeven in de studie die je hier kunt vinden.

Paulus verzint dit niet allemaal. Ten eerste zegt hij dat hij het een en ander ‘met een Woord van de Here’ zegt. Maar ook de Here Jezus noemt het al in de Evangelieën:

In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken. En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben. (Johannes 14:2,3)

“Kom Ik terug en zal u tot Mij nemen”

Laten we eens goed kijken naar de (grond)tekst?
http://classic.net.bible.org/verse.php?book=Joh&chapter=14&verse=3

Onmiskenbaar spreekt de Here Jezus hier over ‘tot zich nemen‘, het één worden, verenigen, van de gelovigen met de Here. Welnu, vaak wordt gezegd dat de wederkomst van Christus, en de opstanding van de doden in Openbaringen 20 samenvalt met 1 Thess. 4 en dat er géén sprake is van een “onzichtbare komst” van Christus.

Laten we vaststellen dat de opname van de gemeente niet zozeer handelt om een “onzichtbare komst” van Christus, maar een zíchtbaar verdwijnen van de gelovigen van deze aarde. De gelovigen gaan daar (heen) waar Jezus is. De gemeente van Christus wordt verénigd met haar hoofd zodat het (als) één “lichaam” is. Dat is ook het gebed van de Here:

“Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U Mij gegeven hebt, omdat U Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging van de wereld” (Johannes 17:24).

Hij wil die heerlijkheid met óns délen, Hij wil dat we mét Hem zullen zijn.

Openbaringen 20:3 zegt:

“En ik zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven; en (ik zag) de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang”.

Grote Verdrukking Openbaring
Jim Padgett, courtesy of Sweet Publishing, Ft. Worth, TX, and Gospel Light, Ventura, CA. Copyright 1984. CC-BY-SA 3.0 (Wikicommons)

Het gaat hier, in Openbaringen 20, om een specifiek benoemde groep: zij die in de verdrukking vanwege hun geloof om het leven zijn gebracht.

De gedachte is hier dat het gaat om mensen die bij de opname (nog) niet gelovig waren, alsnog tot geloof zijn gekomen, en tijdens de verdrukking zijn omgekomen vanwege hun geloof. Immers het gaat hier om hen die het beest en zijn beeld niet aanbaden, dat vergt moed; denk bijvoorbeeld maar eens aan Sadrak, Mesak en Abednego in Daniël 3. Zij werden ook ‘als door vuur heen’ bewaard. Zoals zij werden bewaard worden ook de gelovigen in de verdrukking door God bewaard en beschermd.

In Openbaring 20:4 wordt vervolgens gezegd “De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren. Dit is de eerste opstanding.”.

Dat we hier over twéé verschillende opstandingen lezen laat al zien dat het dus niet zo is dat er sprake is van één, algemene, opstanding der doden zoals in veel kerken wordt geleerd. Als we dit onderkennen zien we ook dat God met de gelovigen een andere weg gaat dan met de (ongelovige) wereld en (tevens) met zijn eigen volk, de Joden – voorzover die niet tot de Gemeente van Christus behoren uiteraard.

Het Nieuwe Testament spreekt duidelijk over deze zaken en laat er geen geheim over bestaan. De opname valt niet samen met de (wereldwijd zichtbare) wederkomst van Christus, en ook niet met de opstanding(en), een komst die tot óórdeel is wanneer Hij zal verschijnen als heerser over deze wereld.

Denk in dit verband ook aan de 10 maagden (Matteüs 25:1-13). Vijf waren er wijs en mochten de bruilofstzaal in, vijf hadden “geen olie in hun lamp”, waren niet voorbereid op de komst van de Here, en mochten niet mee de bruiloftszaal in. Ook hierin kunnen we een duidelijk beeld zien van de opname van de gemeente.

Petrus zegt dat de Here Jezus komt als “een dief in de nacht” (2 Petrus 3:10). Welnu, hoe kun je de komst “als een dief” (in het verborgene, ongezien!) gelijk stellen aan de komst zichtbaar, voor de hele wereld, om het duizendjarig rijk te vestigen? Hierbij moet ik ook denken aan het woord harpazò, het ‘wegnemen (als een dief)’. Petrus duidt hier naar mijn mening op.

Het is dus duidelijk dat de Nieuw-Testamentische context over twéé “komsten” van Christus spreekt: één voor de gelovigen “als een dief in de nacht”, die Hij tot zich zal nemen en zal “wegroven” uit de handen van de satan, en één als Heerser (waarna het Duizendjarig Rijk zal worden gevestigd). Pas ná het duizendjarig rijk zal de 2e, algemene, opstanding der doden zijn en ‘het oordeel’.

Eisegese?

Verder wordt het woord ‘eisegese’ gebezigd. Dat klinkt als een moeilijk woord maar betekent “inlegkunde”. Is het “inlegkunde” was we de basisregels van de Bijbelse Hermeneutiek (de studie van de interpretatie van teksten) gebruiken? Bernard Ramm schrijft in zijn boek (Protestant Biblical Interpretation: a textbook of hermeneutics) dat het een goede gewoonte is de tekst letterlijk te nemen als het letterlijk kan.

Er is geen énkel bezwaar dat te doen als het gaat om de kernteksten met betrekking tot de opname van de gemeente zoals 1 Thes. 4; Johannes 14:2,3; 2 Petrus 3:10 en 1 Kor. 15 (waarin je leest hoe het praktisch vorm krijgt, de manier van transformatie).

WAAROM VERZET MEN ZICH?

Waarom verzetten mensen zich tegen deze gedachte? Waarom bestrijd men deze opvatting?

Laten we wel zijn: stel het is een uitleg van de Bijbel die niet klopt. Wat dan nog? Doet het ook maar iets toe- of af aan de gangbare theologische opvattingen omtrent bekering, wedergeboorte, doop of behoud? Doet het iets af aan de Goddelijkheid van Christus, aan de leer van de drie-eenheid? Helemaal niets! Beschadigd het de Kerk, de gemeente, van Christus? Eveneens niet! Dus waarom dit verzet tegen iets wat letterlijk(!) in de Bijbel staat?

De “opname”-opvatting zou je, in het ergste geval, een “variatie op een thema” kunnen noemen; namelijk de algemene opvatting van de kerken (van de Reformatie) op de wederkomst van Christus. Alhoewel er ook binnen de reformatorische gezindte predikanten zijn die wel degelijk geloven dat de gemeente wordt opgenomen alvorens er een tijd van grote verdrukking losbarst. Daar zie je alleen al aan dat het een gedachte is die de kerken helemaal niet schaadt.

Ik heb deze vraag gesteld. De tegenwerpingen worden dan vaak zwak als in “ik vind het niet bijbels”. Of men doet er het zwijgen toe. Maar wat is er “niet bijbels” aan iets wat we letterlijk kunnen lezen in de Bijbel?

Persoonlijk denk ik dan ook dat het verwerpen van de gedachte aan een opname van de gelovigen met name is ingegeven door angst. Angst om de Here Jezus te moeten ontmoeten op een ‘onverwacht’ moment. Dat Hij komt om ons, als gelovigen, op te nemen op een moment dat je er ‘niet klaar voor bent’ of een moment waar je geen invloed op kunt uitoefenen. En dat terwijl het een troost zo moeten zijn te weten dat Jezus élk moment zou kunnen, en zal kunnen komen, om ons hier weg te halen en te bewaren voor de verdrukking die er gaat komen.

JE HOEFT NIET BANG TE ZIJN

Als je bang bent voor de opname, en nu moet ik toch persoonlijk worden, ben je dan feitelijk niet onzeker over je behoud? Ben je bang achter te blijven omdat je geen geloof of geloofszekerheid hebt? Of denk je wellicht: “Ik weet het allemaal wel maar later, als ik oud ben, dan maak ik het wel in orde met Jezus”. Als je die kant op denkt, vergis je niet. Een opname van de gemeente kan wellicht nog ver weg zijn. Maar je leven kan élk moment afgelopen zijn. Ook daar heb je geen invloed op.

Dit is niet om je bang te maken; zeker niet! Maar waarom weglopen voor een gedachte van een (plotselinge) opname terwijl je niet eens weet of je morgen nog leeft? Je kunt een ongeval krijgen, ziek worden of om welke reden dan ook plotseling overlijden. Ook dán sta je opeens oog in oog met de Here Jezus en dat is iets om helemaal niet bang voor te zijn, integendeel. De troost die de Here Jezus ons wil bieden (met de opname) is immers juist dat we worden weggenomen voordat op aarde, om het eens plat te zeggen, “de pleuris uitbreekt”. De troost die Hij wil bieden aan elke gelovige is ook dat wanneer er ons vóór die tijd iets overkomt, waardoor we zouden moeten sterven voor dat moment, we bij Hem zullen zijn.

Het moment dat je sterft, of het moment van de opname, hebben we zelf helemaal niet in de hand. Waar we héén gaan wel. De Here zegt in Johannes 3:16-18 het volgende:

Want God heeft zoveel liefde voor de wereld dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om de wereld te veroordelen, maar om haar door Hem van de ondergang te redden. Wie zijn vertrouwen op Jezus stelt, wordt niet veroordeeld.

Dat is alles. Geloven in Jezus. Dan hoef je niet bang te zijn voor de dood. Niet bang te zijn voor een Opname van de Gemeente. Want of die nu wel of niet zal komen, hoewel ik geloof van wel, is dan helemaal niet relevant. We hoeven als we in Jezus geloven, in Hem ‘geborgen zijn’, helemaal niet bang te zijn voor de toekomst. “Met dit nieuws kunt u elkaar troosten en bemoedigen”!