Tag: Jeremia

Datering van Bijbelboeken: De Koningen

Wanneer zijn de bijbelboeken van het Oude Testament geschreven?

Wanneer is de Bijbel eigenlijk geschreven en door wie? De claim die tegenwoordig vaak gelegd wordt is dat de Bijbel pas véél later, eeuwen later, is geschreven dan de namen van de auteurs of de beschreven verhalen doen vermoeden. De boeken van Mozes, de profeten etc. zouden allemaal véél later zijn geschreven.

Deze theorie, de documentaire hypothese genaamd is tegenwoordig leidend onder veel theologen en andere onderzoekers. We komen ‘m bijvoorbeeld tegen in de inleidingen op de Bijbelboeken van de NBV-vertaling, maar ook op de website van de EO (bij de inleidingen op de diverse bijbelboeken) – die ze kennelijk hebben overgenomen uit de NBV.

De “documentaire hypothese”
“De documentaire hypothese is de hypothese waarin een reconstructie wordt gevormd van de oorspronkelijke bronnen van de Thora of Pentateuch (de eerste vijf boeken van de Hebreeuwse Bijbel (Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium).

Deze bronnen zijn deels onafhankelijk van elkaar ontstaan en zijn gebruikt bij het redactionele proces om de definitieve vorm van de Thora te bepalen [..] De belangrijkste versie van deze hypothese is geformuleerd door de Duitse theoloog Julius Wellhausen (1844-1918) tegen het einde van de 19e eeuw (de “Wellhausen-hypothese”). Volgens Wellhausen waren er vier belangrijke bronnen die een beeld van de religieuze geschiedenis van de Israëlieten schetsen:

– J , ofwel de Jahwist; geschreven omstreeks 950 v.Chr. in het zuidelijke koninkrijk Juda
– E, ofwel de Elohist; geschreven omstreeks 850 v.Chr. in het noordelijke koninkrijk Israël
– D, ofwel de Deuteronomist; geschreven omstreeks 621 v.Chr. in Jeruzalem tijdens een periode van godsdienstige hervorming onder koning Josia
– P, ofwel de Priestercodex; geschreven omstreeks 450 v.Chr. door Aäronitische priesters.

De redacteur die deze bronnen samengevoegd zou hebben tot de uiteindelijke Thora staat bekend als R. De werkzaamheid van R is (volgens deze hypothese) op meerdere momenten in het ontstaansproces van de Thora te herkennen, maar als uiteindelijke redacteur duidt men vaak Ezra aan. (Wikipedia)

Objectief gezien zou het zo kunnen zijn dat de Bijbel op deze manier is samengesteld. We moeten elke optie open houden wanneer we iets onderzoeken immers?

Echter, er is geen enkel bewijs voor deze stellingen als je kijkt naar de eerste boeken van Mozes. Men puzzelt, aan de hand van de vooringenomen stelling (een hypothese), delen van de Bijbel bijelkaar en dat leidt tot dit beeld (afbeelding): een bijbel geschreven, geredigeerd, gecorrigeerd etc. door (slechts) vier mensen.

Documentaire Hypothese.
Documentaire Hypothese. Afb. Public Domain.

Het gaat hier met name om de eerste boeken van Mozes maar de theorie gaat ook een stap verder. Zo worden de boeken van Samuel, Richteren, Koningen en Kronieken ten opzichte van de beschreven situaties ook véél later in de tijd geplaatst.

Drs. Ben Hobrink schrijft dat er een:

“…overvloed aan bewijzen [is] dat de Tora daadwerkelijk door Mozes is geschreven, en niet 800 jaar later door een aantal priesters is verzonnen [..]

(Drs. Ben Holbrink, “Moderne Wetenschap in de Bijbel”, pg. 295-299)

De verklaring vanuit de tekst zelf

Op dit moment ben ik al geruime tijd met onder andere dit onderwerp bezig. Als je kijkt naar 1 & 2 Koningen, en ook naar een aantal andere boeken in de Bijbel, zie je dat aan deze boeken daadwerkelijk meerdere auteurs moeten hebben gewerkt; of, anders gezegd: delen zijn in verschillende perioden geschreven en later sámengevoegd tot één geheel. Dit kun je herleiden uit de teksten zelf. Daar hoeft geen theorie of “hypothese” ( = aanname, veronderstelling) aan te pas te komen.

1 & 2 KONINGEN

Een aantal duidelijke voorbeelden hier van zijn in de tekst zelf te vinden in Koningen, in het gedeelte over de Tempel van Salomo (1 Koningen 8: 7,8) lezen we:

7 Want de cherubs spreidden beide vleugels uit over de plaats van de ark: de cherubs bedekten de ark en zijn draagbomen vanboven. 8 Daarna schoven zij de draagbomen verder uit, zodat de uiteinden van de draagbomen wel zichtbaar waren vanuit het heiligdom vóór het binnenste heiligdom, maar buiten niet zichtbaar waren. Zij zijn daar tot op deze dag.

Daarmee is dit gedeelte van 1 Koningen te dateren als “geschreven voor de Ballingschap” want: de Babyloniërs hebben deze Tempel, bij de verovering van Jeruzalem in 587/586 v. Christus, met de grond gelijk gemaakt.

“Zij zijn daar tot op deze dag” betekent dat dit gedeelte geschreven is vóór de Ballingschap. Immers, geen schrijver zou met droge ogen dit kunnen opschrijven én voorlezen aan anderen als de Tempel niet meer bestond! Niemand zou dit, op dat moment, accepteren als een geschrift dat waar zou zijn.

1 en 2 Koningen beschrijven ruim 400 jaar geschiedenis, die vrijwel parallel loopt met het Koningschap en de Tempel van Salomo tot enkele decennia na de vernietiging er van.

2 Koningen 25:27-30 gaat in detail in op een gebeuren dat eveneens noemenswaard is in dit verband:

27 Het gebeurde in het zevenendertigste jaar van de ballingschap van Jojachin, de koning van Juda, in de twaalfde maand, op de zevenentwintigste van de maand, dat Evil-Merodach, de koning van Babel, in het jaar dat hij koning werd, Jojachin, de koning van Juda, gratie verleende en hem uit de gevangenis haalde. 28 Hij sprak vriendelijk met hem en stelde zijn zetel boven de zetel van de koningen die met hem in Babel waren. 29 Jojachin legde zijn gevangeniskleren af en gebruikte steeds de maaltijd bij hem, al de dagen van zijn leven. 30 En wat betreft zijn levensonderhoud: een voortdurend levensonderhoud werd hem door de koning verstrekt, een dagelijkse hoeveelheid, al de dagen van zijn leven.

Dit gebeurde in ca. 561 v.Chr. – de conclusie die vervolgens getrokken wordt is dan: “Dus zijn de Koningen daarná geschreven”. Dit is, gezien het gedeelte waar we mee begonnen uit 1 Koningen 8, een onhoudbare stelling. Want: als je het één concludeert op basis van de inhoud van de Koningen, moet je daarmee het ander niet van tafel vegen: beide zijn waar!

Jeremia (bron: Wikipedia) – Schilder: Rembrandt van Rijn

De Joden geloven traditioneel dat Jeremia de schrijver is van 1 & 2 Koningen.

Jeremia profeteerde in Juda en wel tijdens de regeringen van Josia, Jojakim en Zedekia, vóór en tijdens de val van Jeruzalem (2 Kon. 23 – 25; 2 Kron. 34 – 36). Hij profeteerde ongeveer 50 jaren lang. Veel, zeer veel heeft hij in Jeruzalem te lijden gehad, doordat zijn zending en opdrachten werden miskend (Christipedia).

Persoonlijk ben ik van mening dat Jeremia zeer zeker zijn hand zou hebben kunnen gehad in de uiteindelijke samenstelling van deze boeken, net als de Kronieken volgens de Joodse traditie door Ezra is samengesteld. Zij waren immers profeten van de Here en zullen met groot (geestelijk) onderscheid, secuur en integer, uit de bekende boeken en geschiedschrijvingen de Koningen en Kronieken hebben samengesteld.

Datering is dus, vanuit de tekst zelf, te herleiden.

Andere bronnen

Dat er sprake is van samenstelling uit andere bronnen en/of samenhang met andere bronnen – uit dezelfde tijden – lezen we regelmatig. De redacteur of samensteller(s) maken daar ook geen geheim van.

Zo lezen we in 1 Kon. 11:41 een verwijzing naar een “het boek met de geschiedenis van Salomo“.  En in 1 Kon. 14:29 “Het overige nu van de geschiedenis van Rehabeam, en al wat hij gedaan heeft, is dat niet beschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Juda?”. In 1 Kon. 16:5 lezen we “Het overige nu van de geschiedenis van Baësa, wat hij gedaan heeft en zijn macht, is dat niet beschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Israël“.

Er zijn dus verwijzingen naar zeker drie andere geschiedschrijvingen. 1 & 2 Koningen zijn wellicht samenvattingen; de hoogte- en dieptepunten worden benoemd en/of zaken die juist niet in deze boeken zijn beschreven maar toch relevant werden geacht. Zó relevant zelfs dat ze in de Canon terecht kwamen en de andere boeken verloren zijn gegaan!

Goddelijk geïnspireerd

De Bijbel, zo geloven we als Christenen, is door God geïnspireerd. Door God “ingeademd”. Hij heeft er, in die zin, Zijn hand in gehad dat wat uiteindelijk aan ons overgeleverd is voor ons, als gelovigen, van belang is.

Er is vast véél méér geschiedschrijving geweest. Meer nog dan hiervoor aangehaald. Er zijn echter bronnen en boeken afgevallen en verdwenen. Relevant voor toén wellicht, maar niet voor de heilsgeschiedenis van Israël en de Gemeente. Die selectie is door de profeten en priesters gedaan – door de Heilige Geest geïnspireerd!

Hoe belangrijk is datering?

Datering van de boeken, zoals Koningen en Kronieken, is dus soms niet zó relevant zoals je kunt zien. De achtergrond kennen wel.

Voor wat betreft de boeken van Mozes is het vaststellen van auteur en datering wél relevant – omdat, als we dat niet op de juiste manier doen, we het slachtoffer worden van het denken van de moderne theologie; de documentaire hypothese. Een gedachtengang die mijns inziens namelijk uiteindelijk leidt tot verwerping van de Bijbel als Gods Woord.

Daar zal ik in de toekomst graag eens op terug komen.

In zijn schaduw zullen wij leven..

Klaagliederen 4:12-22

Vers 20 – Onze levensadem, de gezalfde des HEREN, werd in hun valkuilen gevangen, hij, van wie wij dachten: in zijn schaduw zullen wij leven onder de volkeren.

Prediking, 4e adventszondag, “Boete en inkeer”. Op wie stellen we ons vertrouwen? Op mensen? Op ons zelf, op onze (af)goden? Of op de Koning der Koningen? Sedekia (Klaagliederen 4, Jeremia 37-39) en zijn rebellie tegen de Here leert ons een belangrijke les…

> Prediking (PDF)
> Beluister/download audio (mp3)

Klaagliederen

Klaagliederen, houtsnede Gustave Doré

Het boek ‘klaagliederen’ is een kort, poëtisch, boek en geschreven door de profeet Jeremia. Zoals de naam van het boek aangeeft zijn het’klaagzangen’ over de val van Jeruzalem. Er zijn vijf liederen en de vorm is alfabetisch (in onze vertalingen zie je dat niet terug).

De eerste 22 woorden van de verzen in het éérste lied beginnen allemaal met een letter uit het Hebreeuwse alfabet; ook het tweede en vierde hoofdstuk zijn zo ingedeeld. Het derde hoofdstuk is anders gerangschikt in die zin: de eerste drie verzen beginnen met de éérste letter van het alfabet, de daarna volgende drie met de twééde, etc. Het vijfde hoofdstuk heeft ook 22 verzen, maar daar is deze vorm losgelaten.

Het éérste lied beschrijft de toestand waarin de stad zich bevindt na de Babylonische bezetting. Het twééde lied gaat over de oorzaak van deze bezetting; de zonde van het volk was er aanleiding toe dat God oordeel over hen bracht. Het derde verklaart Gods’ doel met deze toestand:

40 Laten we ons leven onderzoeken en doorvorsen, laten we terugkeren naar de HEER, 41 laten we met onze handen ook ons hart opheffen tot God in de hemel.

God gaf zijn volk straf; een straf die Hij hen meerdere malen had aangezegd wanneer ze niet zouden luisteren naar Zijn geboden. Toch lezen we ook -onverwacht wellicht- opbeurende, positieve, dingen. God wordt gedánkt:

22 Genadig is de HEER: wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen grenzen. 23 Elke morgen schenkt hij nieuwe weldaden. – Veelvuldig blijkt uw trouw! 24 Ik besef: mijn enig bezit is de HEER, al mijn hoop is op hem gevestigd.

In het vierde hoofdstuk lezen we over de verloren glans van Sion (Jeruzalem). Hoe het eens was, en hoe het nu is. In het vijfde hoofdstuk, tot slot, lezen we van Jeruzalem’s smeekbede om genade, om terug te (mogen) keren bij God. Israël had, zo ontdekken we, haar ‘les geleerd’ en berouw.. wat we ook kunnen zien in de klaagliederen is dat God zijn volk inderdaad strafte, maar hier géén plezier in had. Het oordeel werd over hen gebracht zodat ze een kans hadden zich te bekeren.

Jeremia

Jeremia is de schrijver van twéé boeken: Jeremia en Klaagliederen. Het boek Jeremia is het langste profetische boek in de Bijbel. Hij was priester én profeet en leefde in een stad een paar kilometer ten noorden van Jeruzalem (gebied van Benjamin). Jeremia wordt in diverse andere boeken van de Bijbel genoemd zoals 2 Kronieken, Ezra, Daniël en Matteüs.

Jeremia was “de profeet van de val van Juda”. Tijdens het begin van zijn bediening waren Sefanja en Habbakuk zijn tijdgenoten. Aan het einde van zijn bediening, terwijl hij in Jeruzalem als profeet optrad, bevonden Daniël en Ezechiël zich inmiddels in Babylon.

Het boek van de Wet
Vijf jaar nadat Jeremia zijn bediening als profeet begon werd tijdens herstel-/reparatie aan de Tempel het ‘wetboek’ terug gevonden. De vondst van dit boek leidde er toe dat Koning Josia zich bekeerde, alsmede een groot deel van het volk. Een opwekking was het gevolg.

Speelbal
Juda was de ‘speelbal’ tussen Egypte en Babylon. De beide machten streden met elkaar om de overheersing van het gebied waar ondermeer Juda zich bevond. In het begin van Jeremia’s bediening was Israël onder Egyptische overheersing gekomen.

Josia kwam om in een slag met de Egyptenaren en werd opgevolgd door (na elkaar) twee van zijn zoon, beide vazallen van de Egyptenaren die het land bezet hielden. De tweede zoon, Jojakim, was koning toen de Babyloniërs het land binnenvielen (de eerste ballingschap, 606 v.Chr) en bleef de rest van zijn leven als vazal van Babylon als koning aangesteld. Hij werd door zijn zoon Jojakin opgevolgd, die drie maanden regeerde. Tijdens zijn regering vond de 2e Babylonische invasie plaats.

Nebukadnessar stelde Zedekia (Mattanja), de oom van Jojakin aan als koning. Hij was 21 jaar oud toen hij als koning werd aangesteld en regeerde 11 jaar. Hij was de laatste koning van Israël en kwam in opstand tegen de Babyloniërs, met als gevolg dat zij voor de 3e keer het land binnenvielen (586 v.Chr). Zijn opstand kwam hem duur te staan; na een drie jaar durende belegering werd Jeruzalem ingenomen, zijn zonen werden door de Babyloniërs voor zijn ogen vermoord waarna ze hem de ogen uitstaken en geboeid afvoerden naar Babel (2 Kon. 25:7).

Jeremia’s boodschap
Jeremia moest het volk regelmatig vertellen dat zij zich moesten onderwerpen aan vreemde mogendheden. Dit werd hem niet in dank afgenomen; toch was het de opdracht die hij kreeg van de Here om dit zijn volk voor te houden. Jeremia hield het volk voor dat de Babylonische ballingschap komende was en dat zij zich moesten onderwerpen hieraan (hoofdstuk 2 t/m 45). In de hoofdstukken er na volgen een aantal profetiën tegen de volken (46-51) en het laatste hoofdstuk, 52, volgt een soort van “historische samenvatting”.

De verwoesting uit het Noorden
Hoe accuraat de profetieën in God’s Woord zijn, blijkt wanneer we de 2e profetie van Jeremia bestuderen. In Jeremia 4 lezen we namelijk het volgende:

Jeremia 4:5-6
“Boodschapt in Juda, laat horen in Jeruzalem en zegt: Blaast de bazuin in het land, roept luidkeels en zegt: Verzamelt u en laat ons in de versterkte steden gaan! Steekt omhoog het signaal: naar Sion! Bergt u, blijft niet staan! Want het onheil breng Ik uit het Noorden, een groot verderf.”

Invasie Babyloniërs vanuit het Noorden

Babylon was echter in het Oosten. Dit zou aanleiding kunnen geven, voor sommigen, te stellen of te denken dat de profeet zich dus vergist heeft. Niets is minder waar! Hoewel de Babyloniërs ten oosten van Israël woonden, vielen zij het land binnen vanuit het Noorden! Zie de afbeelding.

(“Survey of the Old Testament”, Part 2, Moody Bible Institute)

Droogte
Eén van de profetieën uit Jeremia, de aankondiging van de droogte in hoofdstuk 14 v.v., toont Israël dat het verbreken van het verbond met de Here er toe leidt dat Hij de straf daarover aangezegd ten uitvoer brengt: Deut 28:23-24.

Belofte(n) van herstel
Hoewel er in Jeremia veel oordeelsaanzeggingen zijn, is er ook belofte van herstel. In het beeld van de pottenbakker (Jer. 18:4,5) toont God dat Hij met het volk kan, en zál, doen als een pottenbakker: “Mislukte de pot die hij bezig was te maken, zoals dat gaat met leem in de hand van de pottenbakker, dan maakte hij daarvan weer een andere pot [..] Zal Ik niet met u kunnen doen zoals deze pottenbakker, o huis Israëls?“. Vgl. ook Jeremia 23:5,6. Een profetie die wijst op de komst van Christus Jezus en het ééuwige herstel dat hieruit voortvloeien zal.

Op de kórte termijn mag Jeremia óók van herstel spreken; Jer 25:11-14 is helder hierover. De Ballingschap zou zeventig jaar duren, en niet langer! Dán zou Juda hersteld worden en terug mogen keren. Dit was dan ook de profetie welke Daniël kende (het is de énige profetie die hierover zo spreekt!) toen hij pleitte bij de Here voor terugkeer naar het land

Daniël9:2
in het eerste jaar van zijn koningschap lette ik, Daniël, in de boeken op het getal van de jaren, waarover het woord des HEREN tot de profeet Jeremia gekomen was, dat Hij over de puinhopen van Jeruzalem zeventig jaar zou doen verlopen.

Wie is de schrijver?
Omdat de profetische boeken vaak ‘onder vuur’ liggen, zoniet de Bijbel in zijn geheel, is het noodzakelijk kennis te nemen van- en ons te kunnen verweren tégen de kritiek op God’s Woord.

Critici *) zijn van mening dat (het boek) Jeremia door “een auteur” zou zijn samengesteld “uit diverse bronnen en overleveringen” en in de loop van de tijd “verschillende malen opnieuw geredigeerd” zou zijn. De tekst zou dan uiteindelijk “pas laat” zijn uiteindelijke vorm hebben gekregen. Wanneer dat ‘pas laat’ zou zijn geweest, laat men in het midden. Daarom is de link naar Daniël des te interessanter. Dezelfde critici namelijk stellen dat het boek Daniël “in zijn huidige vorm uit de eerste helft van de 2e eeuw v.Chr. stamt“. Als dat zo is, dan moet in elk geval Jeremia ook rond of voor die tijd zijn “samengesteld”, anders zou immers de schrijver van het boek Daniël niet hebben geweten van de belofte welke in Jeremia te vinden is aangaande de 70 jaar.

Men gaat hierbij dus totaal voorbij aan de verifieerbare feiten met betrekking tot de historiciteit van zowel Jeremia als Daniël. Zoals mogelijk bekend gaan schriftcritici er dan ook van uit dat de ‘profetieën’ niet écht zijn gedaan voordat zaken plaatsvonden maar pas achteraf op schrift zijn gesteld (vandaar “de enorme accuratesse”).

Vergeten wordt dan ondermeer:

  1. achteraf, minimaal 4 eeuwen later!, op schrift gestelde of ‘geredigeerde’ geschriften kunnen nooit of te nimmer zó accuraat zijn als de profetieën van Jeremia (en Daniël), zeker niet als zij zijn gebaseerd op “mondelinge overleveringen”, zoals men beweerdelijk stelt;
  2. zou het e.e.a. daadwerkelijk “achteraf” op schrift zijn gesteld, op grond van overleveringen, redactie, enz. dan is er een probleem met andere delen van het boek. Het valt voor niemand te ontkennen dat de eerdergenoemde profetie in bijv. Jeremia 23, welke de komst van Christus beschrijft, 100% accuraat was én.. vóór Zijn komst op schrift is gesteld. Hoe kan nu dit passen binnen een boek dat volgens hen, feitelijk, géén profetisch boek is maar slechts een verzameling overleveringen? En hoe past dit binnen hun eigen “feiten” die stellen dat het boek ca. 200 v. Chr. is “samengesteld”?

Er is geen enkele twijfel, zelfs bij veel critici, dat Jeremia daadwerkelijk heeft bestaan. Er is ook geen enkele twijfel dat zijn secretaris (schrijver) Baruch, een hoogstaand man en schriftgeleerde, daadwerkelijk heeft bestaan. Er is geen twijfel mogelijk dat de profetieën over bijv. de komst van Christus 100% accuraat zijn en zijn uitgekomen waarbij deze tevens vóór zijn komst zijn opgeschreven.. waarom is er dan wél twijfel, althans probeert men twijfels te zaaien, over de vraag of Jeremia het boek wel heeft geschreven?

Wat is het dóel van dergelijke kritiek op God’s Woord? Mijns inziens is er maar één antwoord op mogelijk: men is er op gebránd om God’s Woord, en dan met name de profetieën, op slinkse wijze in een kwaad daglicht te stellen. Men is gericht op het “onderuit halen” van God’s Woord. Deze mensen zijn daarom niet anders te duiden dan ongelovigen, als tégenstanders van God’s Woord.

Kleitablet JeremiaMoeten wij onze oren laten hangen naar zij die God’s Woord verwérpen? Laten we eens één buitenbijbels feit naar voren brengen, tot slot. In juli 2007 werd bekend dat er een kleitablet was ontdekt (zie afbeelding) waarop de naam voorkomt van een belangrijke Babylonische ambtenaar die volgens het Bijbelboek Jeremia met koning Nebukadnessar II Jeruzalem veroverde in het elfde jaar van koning Sedekia van Juda.

Alléén het boek Jeremia én deze kleitablet spreken hierover. De opwinding hierover was dan ook, wereldwijd, groot! Hoe zou nu iemand, die 4 eeuwen later het boek Jeremia “knipt en plakt” uit overleveringen deze naam, van een ambtenaar, zo exact hebben geweten? De vraag stellen is ‘m beantwoorden, lijkt mij.. Maar helaas blijkt dat zelfs orthodoxe Christenen tegenwoordig van dit soort (letterlijk!) hard bewijs niet meer onder de indruk zijn.

Zo schreef het Nederlands Dagblad nota bene in een commentaar:
de nu gedane vondst is inderdaad zeer opmerkelijk. Maar van hard bewijs van de historiciteit van het boek Jeremia is geen sprake. Er kunnen meer hondjes zijn geweest die Nebusarsechim heetten. Of de schrijver van het ooit als fictie geschreven boek Jeremia (..)”.

Wanneer een schrijver van- of in het Nederlands Dagblad (die zichzelf een Christelijke krant noemt) uitgaat van de axioma dat het boek Jeremia, waarin nota bene de komst van de Verlosser én het herstel van Israël tot in detail zijn beschreven (een deel zal zelfs nog vervuld moeten gaan worden) , als “fictie” betiteld zal geen énkel hard bewijs hem of haar overtuigen van de waarheid van God’s Woord. Wie vanuit óngeloof de Schriften benaderd, zal er nooit iets van (willen) leren.

De critici zullen dan ook nooit begrijpen wat Paulus schreef aan Timoteüs en welke ook wij als gelovigen “in onze oren moeten knopen”:

2 Timoteüs 3
14 Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wèl bewust van wie gij het hebt geleerd, 15 en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus. 16 Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, 17 opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.

____
*) Inleiding op Jeremia, NBV, 2e druk, 2005. Zie in dt verband ook het gedeelte over Jesaja.

I & II Koningen

Net als het boek Samuël was het boek Koningen oorspronkelijk één boek en later in twee delen gesplitst door de vertalers van de Septuagint. Zij noemden deze boeken III en IV Koningen, omdat zij de boeken van Samuël I & II Koningen hadden genoemd. Vandaar ook dat in de Engelse vertaling (KJV) bij I en II Koningen als onderschrift is vermeld: “Commonly called the third book of the Kings” (I Kon.) en “Commonly called the third book of the Kings” (II Kon). Volgens de Talmud zijn I en II Koningen -in hun huidige vorm- door Jeremia op schrift gesteld.

De indeling van I Koningen kan grofweg in 2 delen gedaan worden:

  1. De dood van David, de regering van Salomo (1-11)
  2. Koningen van Juda en Israël (12-22).

De Scofield-bijbel maakt een wat minder grove indeling en onderscheid 7 (boek)delen, naar de beschreven geschiedenissen. Het boek beslaat een periode van 118 jaar en tekent een pijnlijke geschiedenis. Eérst de enorme ontwikkeling van het rijk, de bouw van de Tempel, etc. onder Salomo. Maar daarna een verdeeld rijk..

I & II Koningen beslaan samen een periode van ongeveer 400 jaar: van David’s dood tot en met de Babylonische ballingschap van Juda (inclusief Benjamin en Levi).

In deze boeken zien we, na de regering van Salomo, in Israël 19 koningen (tot aan de Assyrische ballingschap). Géén van deze koningen was goed in de ogen van de Here in die zin dat ze in zonde leefden en het volk verleiden om daarin mee te doen! Veel van hen kwamen aan hun einde doordat ze vermoord werden. In totaal regeerden 9 verschillende families over Israël.

Juda werd, tot aan de Babylonische ballingschap, eveneens door 19 koningen geregeerd. Deze koningen regeerden over het algemeen veel langer. Elf waren er ‘slecht’ en acht waren er goed. De acht die ‘goed’ waren, oftewel God dienden, regeerden samen lánger dan de elf die afgoden naliepen.

II Koningen kan worden onderverdeeld in:

  1. Koningen Israël tot aan de Assyrische ballingschap (1-17);
  2. De verwerping en de val van het Koninkrijk Juda (18-25).

In de geschiedschrijving is meer aandacht voor Israël dan voor Juda. II Koningen vormt de historische achtergrond voor de ‘schrijvende profeten’. Wat dat aangaat kan worden gesteld dat wat Handelingen is voor de gemeente, is Koningen voor Israël. De wording van het rijk, de uitverkiezing van het huis van David, de ballingschappen, de profetieën, etc.. Het vormt de achtergrond van de grote profeten.

Juda en Israël kenden in deze periode grote bloei, maar ook diepe dalen. Vooral in geestelijk opzicht. Daarnaast was er veel rijkdom, uiterlijk vertoon enz maar ook was er sprake van grove uitbuiting (zie: Amos).

Profeten
In deze boeken zien we dan ook dat het belang van profeten steeds meer toeneemt. Eerder spraken de aartsvaders ook profetisch of hadden visioenen. Maar nu zien we steeds vaker profeten optreden wiens leven helemaal in het teken staat van hun profetische bediening.

In I & II Koningen zien we ondermeer Jehu, Elia -de grote profeet- en Elisa, zijn opvolger. Amos en Hosea profeteerden in Israël, Obacja, Joël, Jesaja, Micha, Nahum, Habakuk, Sefanja en Jeremia in Juda.

Boodschap
De boodschap door “de Koningen” heen is deze: God leert ons de les dat de mens zónder Hem geen echte zegen kan ontvangen, dat het menselijke streven alleen maar tot falen lijdt. Ongehoorzaamheid aan God moet en zal leiden tot oordeel over deze ongehoorzaamheid. Daarnaast zien we dat de voorzegde profetieën letterlijk “tot op de komma” uitkomen.