Tag: Kades

Israël bij Kades

Prediking/verkondiging gebaseerd op eerdere notities en artikelen van deze site.

Israël’s ongehoorzaamheid bij Kades (Kades Bernea) leidde tot de omzwervingen in de woestijn (of: wildernis). Een ‘geestelijke dood’ als gevolg van ongehoorzaamheid, van zonde.

1 Korinthe 10:11
“Dit is hun overkomen tot een voorbeeld (voor ons) en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is.”

Israëls ervaringen zijn dus een waarschuwing, een les, voor ons als gelovigen.

> Lees de prediking: Israël bij Kades (PDF)
> Beluister of download de audio-opname (mp3) van de dienst

Deuteronomium

Het woord “Deuteronomium” betekent “2e wet” en is, wederom, door de Griekse vertalers aan het boek gegeven. In het Hebreeuws heet het boek, naar de openingszin, “Dit zijn de woorden”. Het boek bestaat grotendeels uit toespraken van Mozes, die het volk de historie, wet -samengevat- en het Palestijnse verbond voorhoudt. Tot slot lezen we over Mozes’ sterven. De indeling van het boek is dan ook als volgt:

  1. Een samenvatting van de geschiedenis van Israël (1-4);
  2. Een samenvatting van de Wet (5-26);
  3. Instelling van het Palestijnse Verbond (27-30);
  4. Mozes’ dood.

Het éérste deel is een terugblik; het tweede deel een ‘blik naar binnen’; het derde deel een vooruitblik. Het boek is door Mozes op schrift gesteld, uitgezonderd het slot uiteraard. In het NT wordt het boek regelmatig aangehaald.

De terugblik van Mozes, in de eerste hoofdstukken, gaat met name over het treurige gebeuren bij Kades: de ongehoorzaamheid van het volk welke er toe leidde dat ze 40 jaar in de woestijn moesten blijven. Het volk had, op de 12e dag nadat ze waren vertrokken van de berg Sinaï, het beloofde land kúnnen ingaan. Maar door hun ongehoorzaamheid moesten ze 40 jaar in de wildernis verblijven. Wachtend tot .. de hele generatie was overleden!

Het verblijf in de wildernis of woestijn kan dus worden getypeerd als “wachten tot je dood gaat”. De jongere generatie, die bij Kades onder de twintig waren, mochten het land ingaan (toen waren sommigen dus ook al rond de 60 jaar!) mét hun kinderen en kleinkinderen. We zien hier dus dat zonde, letterlijk!, leidt tot “de dood”. In de levens van de hedendaagse Christen leidt zonde tot de gééstelijke dood.

Door het hele boek heen zien we de herhaling van twéé woorden: horen en doen. De Wet vereiste dit; er naar luisteren maar er tevens naar hándelen. De opdracht die het volk meekreeg was duidelijk: het land veroveren. Het land werd hen gegéven, maar ze moesten wel het nodige er voor doen; het werd ze niet in de schoot geworpen. In Kanaan woonden zeven verschillende volken en hun opdracht was deze volken te overwinnen. We lezen zelfs dat deze volken “Groter en machtiger” dan het volk Israël waren. Dit vroeg geloofsvertrouwen van het volk.

Zegen en vloek
Horen en doen: Zegen en vloek. Onlosmakelijk met elkaar verbonden!

Deuteronomium 11:26-30.
Zie, ik houd u heden zegen en vloek voor: zegen, wanneer gij luistert naar de geboden van de HERE, uw God, die ik u heden opleg; maar vloek, indien gij naar de geboden van de HERE, uw God, niet luistert en afwijkt van de weg die ik u heden gebied, door het achterna lopen van andere goden, die gij niet gekend hebt.

Helaas weten we uit de verdere geschiedenis dat het volk regelmatig niet luisterde naar de geboden en wél de ‘andere goden’ achterna liepen. Met alle gevolgen van dien; want: als God zegt dat Hij een (gerechtvaardigde) straf, een vloek, op ze laat rusten voor de afgoderij zál Hij dat ook doen!

Conditioneel
Het Palestijnse Verbond was ‘conditioneel’: er waren voorwaarden aan verbonden. Het verbond was afhankelijk van Israël’s gehoorzaamheid. Het moet daarom goed worden onderscheiden van het verbond met Abraham (= de landbelofte), aangezien dat niet-conditioneel was! Dat betekent ook dat Israël het land zál bezitten, er zál wonen, wanneer de Messias terugkeert.

Sinds 1948 is Israël weer een natie, bewoont zij het land. Daarmee zijn de beloften van God, duizenden jaren later nota bene!, alsnog uitgekomen. Zo zien we dat God áltijd Zijn Woord houdt! Bijna iedereen, ook veel theologen ‘van naam en faam’ had het volk afgeschreven.

Zo zien we hoe zélfs de gelovige -of moeten we zeggen: religieuze?- mens niet met God rekent.. zélfs tot op de dag van vandaag niet. Ondanks dat letterlijke, zichtbare, teken voor onze ogen -het herstel van Israël- weigeren veel zichzelf Christen noemende mensen Israël dat recht, dat zij van Godswege bezitten, om het land te bewonen. Hierin zijn we als Christenen vaak nét zo koppig en ongehoorzaam als het volk Israël door de geschiedenis heen is geweest aangezien we weigeren God’s Woord te accepteren zoals het is.

Numeri

In de Griekse vertaling van het Oude Testament is de naam aan dit boek gegeven. Het is afgeleid van het feit dat in het boek Numeri twéémaal het volk werd geteld; één keer aan het begin van het boek, de 2e keer aan het einde.

Tragiek
De Hebreeuwse naam is, vertaald, “In de Wildernis”. En dat drukt ook goed de geestelijke toestand uit van het volk Israël. De wildernis was een dorre en droge plaats, een woestijnachtig gebied. Door hun gedrag, hun ongehoorzaamheid, waren ze daarin terecht gekomen. Het is een tragisch verhaal en staat eigenlijk model voor de verdere geschiedenis van dit uitverkoren volk.

Het boek zou volgens sommigen namelijk ook wel “Mopperen” of, met een oud Nederlands woord, “murmereren” genoemd kunnen worden. Dit omdat er in het boek nogal eens geklaagd wordt door het volk. In Deuteronomium illustreert Mozes dat, wanneer hij de 40-jarige woestijnreis samenvat en zegt tot het volk:
gij mordet in uw tenten en zeidet: omdat de HERE ons haat, heeft Hij ons uit het land Egypte geleid om ons te brengen

Ze waren de slavernij ontvlucht, uit Egypte geleid door God met tekenen en wonderen, en vervolgens zaten ze in hun tenten te mópperen en beweerden: God haat ons en wil ons ombrengen..

In Psalm 95:10,11 lezen we het commentaar van de Here God zelf hierop:
Veertig jaren heb Ik Mij geërgerd aan dat geslacht, Ik zeide: Het is een volk, dwalende van hart, en zij kennen mijn wegen niet. Daarom heb Ik gezworen in mijn toorn: Tot mijn rustplaats zullen zij niet komen!

Numeri is eigenlijk een triest boek; het is het verslag van de ongehoorzaamheid en de gevolgen daarvan. Het is daarom ook een belangrijk boek, ook voor Christenen, omdat het een gééstelijke les bevat voor ons. In het NT wordt dan ook op verschillende plaatsen gewezen op wat er met Israël gebeurde. Zo lezen we in 1 Korinthe 10:11
Dit is hun overkomen tot een voorbeeld (voor ons) en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is.”

Israëls ervaringen zijn dus een waarschuwing, een les, voor ons als gelovigen. We zien door het boek heen ook dat ondanks de ontrouw van de mens, God wel trouw is. Ondanks het, plat gezegd, ongelofelijke gezeur en geklaag van Israël en hun opstandige houding blijft God hen trouw en zorgt voor hen: dag-in dag-uit, 40 jaren lang! Ondanks het dagelijkse manna, water, en overig voedsel (veestapel!) bleef men ondankbaar en mopperden ze dat ze het in Egypte “beter hadden”.

Miriam, zus van MozesNumeri 11:5
Wij denken terug aan de vis, die wij in Egypte aten om niet, aan de komkommers en de meloenen, het look, de uien en het knoflook.

Weigerend in te zien dat ze deze 40 jaar in de wildernis volstrekt aan zichzelf te danken hadden. En daarnaast leek men te zijn vergeten dat het in Egypte niet bepaald een goed leven was voor ze; de zweep, de wrede werklast, de haat,.. tot aan het, door de Egyptische overheersers, doden van hun kinderen toe! Het was niet alleen ‘het gewone volk’ dat klaagde; zelfs Aaron en Miriam (afb., tekenaar onbekend), de broer en zus van Mozes, klaagden en waren jaloers op Mozes (Num. 12).

Indeling van het boek
Het boek Numeri kan als volgt worden ingedeeld:

1. van de berg Sinaï tot Kades;
2. van Kades door de wildernis en terug naar Kades;
3. Van Kades naar de Jordaan

De éérste tocht van Sinaï tot Kades duurde slechts 11 dagen (hoofdstuk 1-12). Dáár kwam het volk in opstand, omdat ze het land Kanaan niet in wilden gaan. Vervolgens werden ze de wildernis ingezonden, veertig jaar lang, en keerden terug naar Kades (13-19).

De teruggekeerden waren de 2e en latere generaties. De éérste generatie, op Jozua en Kaleb na, mocht het land niet ingaan en was inmiddels gestorven in de woestijn. In het derde gedeelte (20-36) trekt men op naar de Jordaan, en gaat het verhaal vervolgens verder in Deuteronomium.

> Zie ook “Israël bij Kades”