Tag: king james

Een ‘verscheidenheid aan vertalingen’

Het Reformatorisch Dagblad heeft een leuke serie artikelen gepubliceerd over 400 jaar KJV. In één van die artikelen zag ik het volgende staan:

In de inleiding op de KJV halen de vertalers Augustinus aan, die een „verscheidenheid aan vertalingen” aanprijst om beter achter de betekenis te komen. Kunt u daar achter staan?

Het artikel, een interview met Dr. David Allen van de TBS (waarvan hier een artikel is overgenomen c.q. vertaald is door mij) is een ‘verdediging’ van de KJV. Dr. Allen blijft, net als het eerdere artikel van de hand van één van zijn collega’s van de TBS, realistisch. De King James wordt door de TBS niet ‘verabsoluteerd’. Naar aanleiding van de vraag over de “King James Only” beweging waarvan ondermeer Peter Ruckman een (sektarische) exponent is zegt hij:

“In die beweging zijn ook mensen die zeggen dat de KJV volmaakt is en dat er geen noodzaak is om terug te gaan naar de grondtekst. Dat zeggen wij natuurlijk niet, de vertalers zelf trouwens ook niet. Wij weten dat de KJV ook zwakke punten heeft, zoals blijkt uit de vertaling van ”kerk” en ”bisschop”, waar dit ”gemeente” en ”ouderling” moet zijn. Ondanks dat beschouwen wij de KJV voorlopig als de meest getrouwe weergave van de grondtekst.”

Hoewel  ik persoonlijk de Staten Vertaling een goede vertaling vind denk ik net als dr. Allen: we moeten een vertaling niet verabsoluteren; het blijft ten slotte mensenwerk. Zo is bekend dat de Staten Vertaling ook fouten bevat. Ik ben dan ook een groot voorstander van het ‘naast elkaar leggen’ van vertalingen.

Herziene Statenvertaling

Ik ben dan ook erg gelukkig in dit opzicht met de Herziene Staten Vertaling. Ik heb vanwege de mooie soepele, slijtvaste, omslag de kunstleren Vivella-editie genomen.

Deze vertaling heb ik inmiddels voor mijzelf als ‘standaard vertaling’ genomen. Jarenlang was de NBG ’51-editie mijn ‘standaard’, maar de HSV is in alle opzichten fijner om te gebruiken. Taalgebruik, voetnoten met weergave van de letterlijke vertaling wanneer nodig, kruisverwijzingen. En, bovenal, getrouw aan de oorspronkelijke tekst. Beter nog dan dat de SV was.

En daarmee komen we op een ‘lastig’ en maar zeer moeilijk tot niet te aanvaarden punt voor sommigen. Want, de ‘oude’ SV was gebaseerd op ‘oude’ versies van de griekse teksten. En daar zaten toch wat onvolkomenheden in. Zo had Erasmus bijvoorbeeld bij het samenstellen van de vroege edities van de tekst niet de beschikking over de volledige griekse teksten en heeft de latijnse tekst ‘terugvertaald’ naar het Grieks – met name in de Openbaringen van Johannes. De bron van de SV vertalers was echter niet alleen Erasmus’ werk, integedeel:

De 1598 versie van Beza en de in 1550 en 1551 verschenen versie van Stephanus zijn de belangrijkste bronnen voor de vertalers van de Engelse King James Version en de Nederlandse Statenvertaling.

De éigenlijke “Textus Receptus” is dan ook helemaal niet de vertaling van Erasmus geweest; de term werd pas voor het eerst toegepast op de edities van de gebroeders Elsevier uit 1624, 1633 en 1641. De in 1637 verschenen Staten Vertaling was hier niet op gebaseerd – enfin, alles bij elkaar een ingewikkelde materie.

We zijn nu zover, eeuwen later, dat we een steeds verfijndere ‘Textus Receptus’ hebben. Druk-, zet- en vertaalfouten die in de loop der eeuwen ontstonden of gemaakt waren zijn steeds verder geminimaliseerd. Met als gevolg dat de basistekst van de Herziene Statenvertaling er één is die, als je dat zo mag zeggen, “superieur” is aan de TR die de statenvertalers van 1637 hebben gebruikt. In ieder geval veruit te verkiezen boven de versies uit die tijd aangezien er de laatste eeuwen een schat aan materiaal is vrijgekomen die er toe leidde dat de tekst steeds beter samengesteld kon worden. En op basis van die tekstcollectie is de HSV samengesteld.

Toch menen sommigen dat de HSV-editie zeer ‘verwerpelijk’ is. Vooral uit de kring van de Gereformeerde Bijbelstichting (GBS) heeft steeds de nodige kritiek geklonken. Zo zag ik ondermeer dat men de HSV ‘afkeurde’ op grond van het feit dat die ‘op zoveel plaatsen afweek van de SV’. Dat soort argumentatie is natuurlijk onwerkelijk.

Sektarisme en afgoderij?

Zoals gezegd waren de SV (en KJV) vertalers uit de de periode 1500-1650  zich zeer wel bewust van het feit dat hun vertaalwerk mensenwerk was. En dat er daarom fouten in hun werk zaten. Géén wereldschokkende fouten wellicht maar toch, ‘foutjes’. Daarnaast is de grondtekst-editie dus steeds verder geoptimaliseerd. En, niet onbelangrijk, ook de (vertaal)kennis en de Bijbelse wetenschap is verder verfijnd. Alsmede de boekdrukkunst! Tot slot kunnen we als ‘amateur bijbelwetenschappers’ met bijvoorbeeld de Strongs-edities van de Heilige Schriften ook zelf wel verifiëren of een vertaling juist gedaan is. De oude Staten Vertaling nemen als uitgangspunt voor toetsing van andere vertalingen gaat dus niet aan. Deze vergelijking gaat mank maar: het is alsof je een pre-productie model van een auto als uitgangspunt neemt voor de toetsing van het uiteindelijke productiemodel.

De SV is een prachtige vertaling. Ik heb ‘m nog steeds, in meerdere varianten (van hele oude tot de ’77-editie). Ook een mooie King James (Scofield editie) is in mijn eigendom. En ik zou er absoluut geen afstand van willen doen. Maar laten we wel zijn, de Staten Vertaling is achterhaald, archaïsch en vaak onbegrijpelijk. Wie dat als de ‘defacto-standaard’ voor toetsing van nieuwere vertaling, op grond van nota bene grotendeels dezelfde -zij het verbeterde- brontekst, wil nemen moet zichzelf eens toetsen.

Wat zijn nu je wérkelijke argumenten om vast te blijven houden aan de Staten Vertaling van 1637? Is het misschien een verkapt commercieel belang? Is het belang gelegen in angst voor het onbekende? Of is het wellicht gewoon op ‘sektarische gronden’? Zoals Aad Kamsteeg, terecht, concludeerde: wie op deze manier om wil gaan met Gods Woord pleegt afgoderij. Want: mensenwerk wordt tot iets ‘goddelijks‘ verheven.

Psalm 97:7, SV – Beschaamd moeten wezen allen, die de beelden dienen, die zich op afgoden beroemen; buigt u neder voor Hem, alle gij goden!