Tag: Messias

GERECHTVAARDIGD VERKLAARD

Weet U wat dat is, dat je ‘gerechtvaardigd verklaard’ wordt? Wat dat inhoud? Alle gelovigen zijn ‘gerechtvaardigd verklaard’. Dit is een belangrijke, Bijbelse, waarheid. 

gerechtvaardigd

Deze studie/prediking gaat over Romeinen 5, waarin Paulus dit helder uiteenzet. In de studie vergelijken we diverse vertalingen met elkaar om deze belangrijke waarheid goed helder voor onze ogen te stellen.

Er wordt namelijk op dit gebied nogal eens het een en ander beweerd; zo zegt de een dat Jezus niet meer (of minder) was dan ‘een goed voorbeeld dat navolging verdiend’. Anderen bewerend dat Hij ‘de hele wereld gered heeft’, weer anderen zeggen dat alleen zij die tot ‘het verbond’ horen gered zijn of worden, .. maar wat zegt de Bijbel er over? Want dat is onze toetssteen!

> PDF, download

Het “Messiaanse Zegel”

Hiernaast zie je een afbeelding van wat wel het “Messiaanse Zegel” (Messianic Seal) wordt genoemd. Het verhaal achter dit symbool klinkt te mooi om waar te zijn,.. en dat is het dan ook. Het is belangrijk de feiten te kennen achter dit symbool want de ‘messiaanse gelovigen‘ maken zich door het voeren van dit symbool -ten opzichte van de Joden, Christenen en tevens archeologisch en geschiedkundig onderlegde ongelovigen- volstrekt belachelijk op dit moment.

Volgens de diverse “Messiaanse gelovigen” (zoals bijv. de “messiaanse gemeenschap” die samenkomt in Amersfoort, die dit symbool in hun logo voeren) is de herkomst van dit symbool als volgt:

“Recentelijk  gevonden  voorwerpen,  gevonden  in  Jeroesjalajiem  (Jeruzalem),  onthullen de Joodse aard van de gelovigen in de Masjiach (Messias) Jesjoea (Jezus) in de eerste eeuw van de gewone  jaartelling  (de Christelijke Jaartelling). Deze Joodse aard wordt duidelijk uit het embleem dat op de gevonden voorwerpen te zien is. Het  Zegel  bestaat  uit  een  menora  (een  kandelaar)  waarvan  de  voet  van  de standaard van de kandelaar is verweven met de staart van een vis. Aldus ontstaat een Magen Dawied  (Davidsster),  ook wel  ‘een  schild’  genoemd” [..] “Het embleem dat bekend geworden is als: Het Messiaanse  Zegel,  werd  blijkbaar  door  de  gelovigen  in  de Masjiach  (Messias)  in  de eerste  eeuw  van  de Gewone Jaartelling  te Jeroesjalajiem  (Jeruzalem)  gebruikt,  in  de Gemeente die geleid werd door Ja’akov  (Jakobus) ben Joseef (de zoon van Jozef), de halfbroer van Jesjoea (Jezus). Volgens Bob Fischer, president-directeur van Olim Creative Products en co-auteur met – lokaal historicus – Reuven Schmalz van hun boek The Messianic Seal of the Jerusalem Church,  wordt  Het  Messiaanse  zegel  sinds  135  van  de  Gewone  jaartelling  (de Christelijke  jaartelling), de kop  ingedrukt door verschillende  Israëlische groeperingen of instanties,  zoals  het  Israël  Museum  en  Orthodoxe  rabbijnen  in  de  Oude  Stad  van Jeroesjalajiem  (Jeruzalem).” – Wilfred Koerse, “Het Messiaanse Zegel”.

Waarde
Aan het embleem wordt de nodige waarde toegekend; zo zou het dus zo zijn dat de vroege Christelijke kerk, gemeente, in Jeruzalem een dergelijk ‘zegel’ gebruikte en, uiteraard, wordt dit (samenzweringstheorie) volgens de schrijver “de kop ingedrukt” door Israëlische instanties of groepen.

Wat men nu precies denkt te kunnen bewijzen met dit zegel, is de vraag. Wanneer men namelijk schrijft:

“proclameert Het Messiaanse Zegel zelf aan de wereld het  doordringende  Jood-zijn  van  Jezus  Christus  en  de  besliste  Joodse  stichting  en wortels van de kerk gesticht in Zijn naam. [..] “Het Messiaanse Zegel van de Jeruzalem kerk”, vervolgt Fischer, “ontwortelt de wortels van  het  anti-semitisme,  terwijl  het  een  genoodzaakte  boodschap  proclameert  die eenheid  herstelt:  Jood met  Jood  en  Jood met  niet-Jood. De  belangrijkheid  van  deze ontdekking  kan  niet worden geminimaliseerd.

Dan is echter mijn antwoord, of wedervraag: deed het Nieuwe Testament, Gods Woord, dat dan al niet? Daar lezen we toch al over het feit dat de eerste Christelijke gemeente ontstond vanuit Joodse gelovigen en dat er later ‘gelovigen uit de Heidenen’ de Messias gingen volgen?

Wie heeft het ontdekt?
Volgens het verhaal is het zegel ontdekt door een monnik, Otecus. Hij vond meerdere objecten met het bijzondere teken er op. Zoals bijvoorbeeld een vaas. Hoewel hij dus de ontdekker schijnt te zijn, zijn het drie organisaties c.q. bedrijven die de vondst bekend maakten: Olim Creative Products of Tiberias, News About  Israel en Christian  Floral  Delivery. En volgens het eerdergenoemde artikel heeft News About Israël de auteursrechten. Dat doet elke archeoloog een wenkbrauwtje optrekken… want hoe kun je de auteursrechten claimen op een historische vondst van 2.000 jaar oud? Dat kan alléén bij een oorspronkelijk ontwerp dat van jouw hand is! En dát maakt dat ik enigzins sceptisch werd en verder onderzoek ging doen.

Op een forum vond ik al snel een eerste aanwijzing dat er iets mis was:

For instance, the Messianic Seal is said to come from the first century depicting the menora, a fish, and the star of David. It is supposed to symbolize a Messianic link to Israel and Christ. Unfortunately, this seal is a hoax. There were none found archeologically anywhere. It is a manufactured symbol that was designed to sell to Messianics. According to the Israel Antiquities Authority, the Messianic Seal is a fake.

Maar hoe kunnen we nu weten of het inderdaad een nep-symbool is? Eenvoudig. Wie even op Wikipedia kijkt naar één van de meest centrale onderdelen van dit zegel weet genoeg. Voor het eerst werd in de 6e eeuw v.Christus (sporadisch) de ‘Davidsster’ gebruikt om de Joden aan te duiden – door de Babyloniërs, en pas in de 10e eeuw is er de eerste geschreven tekst welke refereert aan de ‘Davidsster’ (de Leningrad Codex). Pas sinds de 17e eeuw gebruiken de Joden de ‘Davidsster’ zelf. Er was, in de tijd van Christus, geen enkele traditie rondom de Davidsster.

Dan komen we bij de ‘vis’, onderaan. Dit symbool werd niet gebruikt door de Joodse gelovigen. Het werd pas ergens in de 1e eeuw, in Rome, gebruikt door de vervolgde Christenen om hun plaats van samenkomst, in de catacomben van Rome, middels het ‘geheime’ vis-teken aan te geven.

De feiten op een rij
Als je de feiten op een rij zet:

  1. vondst of publicatie door commerciële organisaties, die het gebruiken voor handelsdoeleinden en er een auteursrecht op hebben geclaimd – wat alleen mogelijk is bij een oorspronkelijk ontwerp;
  2. de ‘Davidsster’ werd in die tijd niet gebruikt door de Joden zelf, zeker niet breed gebruikt. Het werd overigens wel gebruikt in- en bij andere volken als decoratie of om de koning van Israël aan te duiden (zie eerder mbt de vondst in Babylon);
  3. de ‘Ichtus’-vis. Deze werd gebruikt in Rome door de vervolgde heiden-christenen
  4. de ‘samenzweringstheorie’ die men gebruikt. De Israëlische instanties hebben niets tegen dergelijke Christelijke wortels. Integendeel, zij ontkennen deze helemaal niet. Christelijk toerisme is een belangrijke inkomstenbron voor Israël en daarnaast wordt Israël door Christenen, wereldwijd, financieel en politiek gesteund. Wanneer een dergelijke ontdekking zou worden gedaan en historisch betrouwbaar is, zou men daar dus waarschijnlijk graag gebruik van maken. Verder is het bekend, naar ik veronderstel, dat de Joden altijd hebben gemeend dat het Christendom een ‘Joodse sekte’ was. Dus deze samenzwerings-theorie moeten we naar het rijk der fabelen verwijzen;
  5. onafhankelijk historisch onderzoek naar de vondsten is, voorzover mij bekend, niet gedaan. Er zijn foto’s getoond aan een conservator van een museum, maar niet de originele stukken.

dan kan de conclusie mijns inziens alleen maar als volgt zijn: het is een mooi bedacht symbool maar er is geen enkele historische waarde aan te hechten laat staan dat het überhaupt een historische vondst is. Het is gewoon een falsificatie. Een origineel ontworpen logo —een mooi logo ook— uit de jaren ’80 van de vorige eeuw en wordt gebruikt voor marketing-doeleinden. Maarja,.. dát vertelt men liever niet want dat “verkoopt” de (decoratieve) hangertjes, T-shirts, (wand)kleedjes enz. met dit symbool er op natuurlijk niet!

Naschrift
Ik ging nog wat verder zoeken op internet en vond op deze website de ruiterlijke erkenning dat het een falsificatie is. Desondanks voert men het als logo. De schrijver zegt dat hij na verificatie daar achter kwam.

“Helaas zijn er historische problemen (..) het is alom bekend dat de Davidsster pas sinds de late middeleeuwen een Joods symbool werd (..) de gevonden voorwerpen komen niet overeen met de periode: de lamp is laat hellinistisch (100 v.Chr), de schaal is handgemaakt en uit de Mamalukken-periode (13e-16e eeuw) of zelfs Ottomaans (16e-20e eeuws) en is er later opgeschilderd (..) Het is moeilijk te zeggen wat de motieven zijn om het als antiek te presenteren”.

Ondanks dat dit bekend is, en ook zou moeten zijn bij de “oorspronkelijke promotors”, blijft men vasthouden aan de zogenaamde historische waarde en echtheid van dit symbool

De Evangeliën

Het Oude Testament eindigt met een dreigende vloek, hoewel we dat in onze vertaling(en) niet zo goed terug zien:

Maleachi 3:6 (NBG)
Hij zal het hart der vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban.

In de Engelse vertalingen, bijvoorbeeld de American Standard (ASV) zien we beter wat er werkelijk staat c.q. bedóeld wordt in de (grond)tekst:
And he shall turn the heart of the fathers to the children, and the heart of the children to their fathers; lest I come and smite the land** with a curse.

Er wordt hier gesproken over de komst van ‘de Profeet Elia‘, die dit zal doen; feitelijk lezen we hier dat Elia (naar wij uit de Evangeliën weten wordt hier Johannes de Doper bedoeld) “het hart van de kinderen naar de vaderen terugvoeren” zou zodat de Here niet zou hoeven komen om het land met een vloek (kherem, cherem) te treffen.

Dit woord is inderdaad, letterlijk, te vertalen als ‘de ban’, maar het gaat hier juist om die banvloek welke Israël zou treffen als zij het verbond zouden breken en het land verontreinigen met hun goddeloosheid. Het is namelijk ook te vertalen met “totale vernietiging”, alsmede met “devotie”. Het woord staat voor meer; het betekent (ook) zoiets als “Alles wat God toebehoort”. Zij zouden dus moeten verlaten, wanneer ze ongehoorzaam waren, “wat God toebehoort”: het land Israël (vgl. Deut 7:2, 20:17; Zach 14:10,11).

Lees verder ..

Het Evangelie

BijbelWat is “het Evangelie”? Oftewel: de Boodschap van de Bijbel? Er zijn bibliotheken vol over geschreven. Zelf heb ik bijvoorbeeld een CDRom-set van Ages-software die alleen al duizenden boeken bevat, van de hand van theologen en ‘leken’, over de Bijbel en wat de boodschap van de Bijbel is.

Eén van de stelregels binnen de ICT is dat de bruikbaarheid van een computer programma het tegenovergestelde is van de dikte van de handleiding. Oftewel: hoe minder noodzakelijk de handleiding, hoe dunner, hoe béter het computerprogramma. Als je die regel loslaat op de Christelijke theologie en alle lectuur die dat heeft opgeleverd, zou je bijna gaan denken dat de Bijbel wel een héél gecompliceerd “programma” bevat. Niets is minder waar. Feitelijk kan de kern van God’s Woord in slechts een paar punten worden samengevat.

1. God en de Schepping
Om het de Bijbel, het Evangelie te begrijpen, moeten we beginnen aan het begin: Genesis. In Genesis wordt ons geleerd dat God de Schepper is van alle dingen. In het eerste vers lezen we “In den beginne schiep God de hemel en de aarde”. Hij sprak en het wás er.

De mens werd gemaakt naar het beeld van God. Met als doel Hem te eren en groot te maken. Misschien dat je denkt: “Hoe dan?”. Simpel: de mens, als schepping, máákte God groot! Eenvoudigweg door er te zíjn! Zijn grootheid, plat gezegd “zijn genie”, bléék uit die schepping van de kosmos, alles wat er in was en als kroon hierop: de mens.

God kan niet gezien worden. En dat is -voor veel mensen- vaak een reden om niet te geloven. Maar juist die schepping tóónt Hem:
hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien
(Rom 1:20).

Aan de mens gaf God één gebod, één opdracht of regel:
En de HERE God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.
(Gen. 2:16,17).

Nu kan men zich afvragen hoe God het recht had om de mens een gebod te geven maar is het niet zo dat Hij als schepper van de mens álle recht had zijn regel(s) op te leggen aan de mens? Zoals ook ouders dat doen aan een kind? Regels, een gebod, zijn er niet om de mens dwars te zitten maar om de mens de juiste richting op te sturen! God wilde niet dat de mens ontwétend bleef, maar géén kennis nam van het kwade.

2. De val van de mens
Daarna lezen we in de Bijbel dat de mens deze regel tóch overtrad (Genesis 3) en kennis nam van het kwade, door ‘te eten van de boom’. Hierdoor werden zij “vervloekt”; het overtreden van de regel van God moest leiden tot de uitvoering van de er aan gekoppelde straf: de dood deed zijn intrede. Dit is wat de Bijbel de ‘val van de mens’ noemt; elk mens valt onder die vloek. Het bewijs hiervan? Dat de mens sterfelijk is! Dit is de ‘erfzonde’; de mens erft de sterfelijkheid van zijn (voor)ouders, niemand kan eeuwig leven!

Daarnaast is het duidelijk dat elk mens in veel andere opzichten de regels overtreedt die God stelde in de Wet. God is Goed, de mens is (beïnvloed door het) kwaad, generatie op generatie. Per definitie is dus geen énkel mens meer ‘rechtvaardig’ voor God.

Romeinen 3:23
Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods“.

Hoe kan een Heilige God, die géén kwaad kan verdragen, van een rebelse en opstandige mensheid houden? Welke hoop heeft de mens, die een zondaar is, dan nog? Hoe kan hij nog voor God verschijnen?

3. De Verlossing
Dit dillemma wordt opgelost, beantwoord, in het Nieuwe Testament. In de eerste hoofdstukken van het Evangelie van Matteüs wordt ons verteld dat Christus Jezus, de Messias, de Zoon van God, kwam om de mensheid te verlossen -te redden- van de zonde. Matteüs 1:21 zegt: “Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden“.

De Evangeliën laten zien dat Christus Jezus een perfect, zondeloos, leven leidde. Hij kwam, door een bovennatuurlijke geboorte, naar deze aarde. Hij was op een perfecte wijze gehoorzaam aan God, de Vader. Waardoor Hij de énige mens was welke geschikt was om de mensheid terug te leiden naar God, om als ‘middelaar’ (tegenwoordig zouden we zeggen: be-middelaar) op te treden tussen de mens en God. Om de zonde, de dood, weg te nemen moest hij deze zonde en met name het óórdeel hierover, dragen. Námens ons! Hij wilde de straf wegnemen voor ons, zodat wij weer een relatie met God mochten krijgen en de dood werd overwonnen, en dat deed Hij door zélf de doodstraf -door kruisiging- te ondergaan en vervolgens.. úit de dood op te staan. Daarmee werd de straf “krachteloos” gemaakt; de dood was overwonnen!

4. Het Antwoord
De enige vraag die nu nog rest is: hoe moeten we reageren op het vorenstaande? De vraag is: is nu iedereen gered, zorgt Christus’ dood er voor dat we allemaal “binnen” zijn? Hoeft niemand zich nog zorgen te maken over een oordeel of zonden en de vergeving daarvan?

De overwinning op de dood geldt voor iedereen die dit gelooft, zo zegt de Bijbel in onder andere Rom 3:21-26. Dat impliceert wel dat degeen die het niet gelooft blijft in zijn veroordeelde staat en géén deel heeft aan de overwinning op de dood, ….

De Bijbel maakt het dus zondermeer duidelijk dat alléén zij die geloven in Christus Jezus en zich van hun zonden afkeren, ze ‘belijden’, niet geoordeeld zal worden.

“..dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken der wet, maar door het geloof in Christus Jezus, zijn ook zelf tot het geloof in Christus Jezus gekomen, om gerechtvaardigd te worden uit het geloof in Christus..
(Gal. 2:16)

Alleen hij die stopt met zelf de zonde proberen te overwinnen en ‘zijn leven aan Jezus geeft’ zal dus delen in de overwinning op de zonde en de dood.

Kort samengevat: elk mens is een zondaar, leeft in opstand tegenGod en gaat zijn eigen weg. Iemand moet uiteindelijk de rekening betalen voor deze opstandige, zondige, levensstijl. En je hebt twee keuzes: je betaalt de rekening zelf of.. je accepteert dat Christus Jezus dat gedaan heeft vóór jou. Geef je eigen(wijze) levensstijl dus op, bekeer je (keer je om) naar God en geloof in Christus Jezus en wat Hij heeft gedaan voor je. Doe je dat, dan mag je délen in de overwinning op de zonde en de straf die daarop rust, de dood: je ontvangt ééuwig leven, met Christus Jezus!

Mede nav een artikel van:
William Marshall, Trinity Baptist Church, Sikeston

Jesaja

In een kort stukje iets schrijven over de grote profeet Jesaja is, uiteraard, absoluut géén recht doen aan dit boek. Ik kan in deze samenvatting dan ook alleen maar de hoofdlijnen vermelden.

Het boek, genoemd naar de schrijver, beslaat een lange periode van maar liefst vier Koningen van Juda. Zijn profetische bediening besloeg dan ook een periode van ongeveer 40 jaar, tijdens de 2e helft van de 8e eeuw voor Christus. Zijn naam, Jesaja, betekent “Redding door de Here” of “Redding is de Heer” (Bijbels Woordenboek). Namen in de Bijbel hebben vaak een profetische lading. Zo ook in dit geval; de naam van de profeet is eigenlijk ook hét grote thema van het boek! Jesaja beschrijft niet alleen de redding van het volk uit de handen van de vijand en het herstel van land en volk -door Kores, Jesaja 45:1- maar een veel grótere toekomstige verlossing voor het volk wordt eveneens door hem geprofeteerd; de komst van de Messias, die niet alleen het volk maar de gehele aarde zou bevrijden!

Profeet van het Evangelie
Er is geen boek in het Oude Testament, de Psalmen uitgezonderd, dat zo vaak geciteerd is in het Nieuwe Testament als het boek Jesaja. Hij wordt dan ook wel de Profeet van het Evangelie genoemd. Vanuit het boek Jesaja is het zelfs mogelijk een redelijk gedetailleerd beeld te schetsen van het leven en werk van de Here Jezus zónder de Evangelieën te kennen! Des te opmerkelijker is het dat desondanks een groot deel van het (gelovige, orthodoxe) Joodse volk deze Messias, Christus Jezus, verwierp en nog steeds verwerpt!

Messiaanse Rijk, JesajaJesaja’s profetieën over de Messias, evenals uiteraard de profetieën van de andere profeten over de Messias, zijn allemaal accuraat vervuld. We denken hierbij bijvoorbeeld aan de maagdelijke geboorte, de afstamming van Jesse, de dienstknecht die God’s wil vervuld, de Man van Smarten, en, uiteraard, het Lam dat ter slachting werd geleid. Deze, en andere, profetieën werden door Jesja gedaan ruim 700 jaar voor de Messias daadwerkelijk kwam!

Ook schrijft Jesaja uitgebreid over het komende Messiaanse rijk, waar “de leeuw en het lam samen weiden” (foto).

Structuur van het boek
Het boek Jesaja is te zien in twee delen die duidelijk onderscheiden zijn van elkaar. Zelfs zo duidelijk dat bijbelcritici zelfs van mening zijn dat er sprake is van twéé verschillende schrijvers (en sommigen menen zelfs drie). Deze critici benádrukken de verschillen, die er ontegenzeggelijk zijn, maar verontachtzamen de overéénkomsten, die er óók zijn.

De critici spreken dan ook van “een verzameling van profetische teksten die in de loop van ongeveer drie eeuwen zijn overgeleverd en uiteindelijk als één geheel op schrift zijn gesteld” (Inleiding op Jesaja, NBV-vertaling!). Met deze anotatie wordt het boek Jesaja niet als profetisch woord van God gezien maar als “overleveringen” van een (ongenoemd aantal) profeten of mensen. De Goddelijke inspiratie wordt daarmee terzijde gezet en tevens wordt de suggestie gewekt dat “profetie” pas nádat het e.e.a. had plaatsgevonden werd opgeschreven en vervolgens “ge-antidateerd”. Oftewel; alsof het Woord van God “valsheid in geschrifte” bevat! Bewijzen levert men niet, het is allemaal gebaseerd op “men meent”, “men denkt”, “velen menen”, etc.

In zijn algemeenheid kunnen we stellen dat het boek Jesaja in het éérste deel spreekt over het oordeel van God en in het twééde deel spreekt over de troost die God geeft. Hier ziet hij voorbij de Babylonische ballingschap en verkondigd de terugkomst naar het land als een voorafschaduwing van een nog gróter gebeuren; de toekomstige verlossing door de Messias. Vanuit dit standpunt ziet Jesaja de ballingschap als “iets dat reeds voorbij is” en verheugd zich erover dat dit zo zal zijn, terwijl de ballingschap pas honderd jaar ná zijn leven plaats ging vinden! Zowel in het éérste als twééde deel van Jesaja zien we dit thema terugkeren. In het tweede deel kondigt Jesaja -eerder genoemd- aan dat Kores het volk Israël zal laten terugkeren naar hun land. Hier ziet Jesaja dus bijna 300 jaar in de toekomst. We lezen over de historische vervulling hiervan in II Kronieken en Ezra.

In hoofdstuk 53 lezen we over het lijden en sterven van Christus -naar aanleiding van dit gedeelte predikte Filuppus het Evangelie aan de Ethiopiër, Handelingen 8:34,35). De slothoofdstukken van Jesaja (58-66) gaan over de glorie van- en voor Israël, God’s doel met Zijn volk, waarbij er een sterk contrast is tussen de opstandige ongehoorzamen en de gelovigen.

De “tweedeling” in Jesaja is eenvoudig te onthouden omdat er zich iets wonderlijks voordoet met dit boek: er zijn 66 hoofdstukken, net als het aantal bijbelboeken. Nu telt het Oude Testament 39 boeken. En het Nieuwe Testament 27 boeken. Dit komt precies overeen met de deling van Jesja: de eerste 39 hoofdstukken vormen het éérste deel (het oordeel) en de laatste 27 hoofdstukken het twééde deel (de troost!). Niet alleen komt het aantal hoofdstukken en de verdeling ervan in Jesaja daarmee overeen met het aantal boeken en de verdeling van het Oude- en Nieuwe Testament, óók de thematiek van de inhoud komt overeen! Het Oude Testament is “de wet”, die de mens óórdeelt, het Nieuwe Testament is het Evangelie, dat de mens tróóst en genade schenkt!

Bijbelcritici
Ik wil, tot slot, nog terugkomen op de bijbelcritici. Zij menen met hun kritiek het boek Jesaja te ontkrachten. Dat wil zeggen; men suggereert dat het boek grotendeels pas is geschreven nádat de Babylonische ballingschap een feit was ja zelfs ná de terugkeer van het volk naar Israël tot stand is gekomen. Daarmee ‘afdoend’ aan het Woord van God als zou dit boek niet profetisch zijn. Men ziet echter daarbij iets heel belangrijks over het hoofd. Want als dit boek ná de ballingschap zou zijn samengesteld uit ‘diverse overleveringen’ dan zouden de profetieën aangaande de komst van Christus ook ‘achteraf’ geschreven moeten zijn. En we weten inmiddels -zie bijvoorbeeld de verwijzing naar Filippus- dat dit niet juist is. Het kan mijns inziens niet bestaanbaar zijn dat een deel van het boek “frauduleus” is (achteraf op schrift gesteld, ná de gebeurtenissen die beschreven zijn) en een ánder deel profetieën bevat die minitieus zijn uitgekomen!

Daarnaast is de verdeling van het boek, en de overeenkomst met de Bijbelse boodschap, absoluut niet toevallig te noemen. En verder is de thematiek zo verschillend tussen de beide delen dat daardoor er inderdaad verschillen zijn maar, zoals ook eerder aangegeven, de overéénkomsten daardoor nog duidelijker zijn te zien (bijv. de profetieën aangaande de Messias in zowel het éérste als het twééde deel). En tot slot willen we de critici op het volgende wijzen:

ruim 2700 jaar hebben de Joden én Christenen geloofd dat Jesaja de auteur van het boek was. Dat de profetieën door God bij monde van Jesaja gegeven waren. De Apostelen, de vroege kerkvaders, de Joodse rabbijnen, de Farizeeën.. zouden zij allemaal tekort hebben geschoten in hun kennis van de Wet en de Profeten? Zouden, wanneer Jesaja’s profetieën niet door deze grote profeet zélf, of zijn schrijver(s), op schrift zijn gesteld deze profetieën niet allang als bedrog zijn weggedaan? Het is te zot voor woorden om te veronderstellen dat een dergelijke falsificatie door de schriftgeleerden en Farizeeën zou zijn toegestaan en aan de woorden van fraudeurs zo’n waarde zou worden gehecht!

Bijbelcritici hebben echter maar één doel: de Bijbel “kritisch” benaderen. Voor het begrijpen van God’s Woord echter is één ding noodzakelijk: gelóóf. Door hun houding en kritiek maken zij duidelijk géén geloof te hechten aan God’s Woord. Waarom zou ik, of wie dit ook maar leest, daarom ook maar énige waarde hechten aan hun beweringen?

Bronnen:

  • Survey of the Old Testament, #2, Moody Bible Institute;
  • Bijbels Woordenboek, Dr. L.A. Snijder;
  • Biblija;
  • Nieuwe Bijbelvertaling, 2004, Inleiding op Jesaja

Zie ook: