Tag: Opstanding

Waarlijk, Christus is ópgestaan!

Eén van de meest betwijfelde Christelijke waarheden is dat Christus is opgestaan – wat wij herdenken met Pasen. Het moment voor veel mensen om de meubel- en auto-boulevards te bezoeken, .. om “gezellig te ontbijten” na het eieren zoeken …

Maar wat leert de geschiedenis over Jezus, over Zijn Kruisdood en de Opstanding? Wat is de consequentie van het gebeuren wat wij herdenken?

Hebt u, jij, nog nooit over Pasen nagedacht? Denkt u, jij, dat Jezus een mythe is en de Bijbel een sprookjesboek?

Ben je van mening dat het niet belangrijk is of Christus Jezus wel- of niet is opgestaan uit de dood “zolang Hij maar in je hart is opgestaan”?

Ik daag je uit om bijgaande eens te lezen ..  en ná te denken over de feiten rondom Pasen.

(originele plaatsingsdatum: April 2012)

Datering van de Kruisiging en Opstanding

Het is interessant om te kijken naar de gang van zaken rondom de kruisiging en opstanding. Er is over de kruisiging en de opstanding altijd best veel discussie. Recent las ik nog een artikel dat hier over gaat en dan met name over de (vermeende) discrepantie tussen het Johannes Evangelie en de andere evangeliën. Op Facebook ontstond daarover een gesprek en helaas is Facebook niet het medium om een goede analyse te doen van de situatie en bestaat het gevaar dat je onvoldoende op details in kunt gaan.

En voor je het weet kunnen discussies verhitten, doe je uitspraken waar je spijt van krijgt of niet kunt onderbouwen en krijg je (mogelijk) boze gezichten. Alvorens mij verder in de discussie te vermengen besloot ik dus éérst maar eens terug te gaan naar de bron: de Schriften!

Ik begin bij de vertaalaantekeningen van de NBG bij de (nieuwe) NBV-vertaling: “Het was voorbereidingsdag, en de Joden wilden voorkomen dat de lichamen op sabbat, en nog wel een bijzondere sabbat, aan het kruis zouden blijven hangen. Daarom vroegen ze Pilatus of de benen van de gekruisigden gebroken mochten worden en of ze de lichamen mochten meenemen”.
http://www.nbv.nl/vertaalaantekeningen/?cid=text.John.sec_28

Johannes 18 vertelt over de kruisiging, in vers 28 lezen we:

Zij brachten Jezus dan van Kajafas naar het gerechtsgebouw. En het was vroeg in de morgen; doch zelf gingen zij het gerechtsgebouw niet binnen, om zich niet te verontreinigen, maar het Pascha te kunnen eten“.

Duidelijk is, dat de kruisiging dus plaatsvond op de dag van het Pascha (Pesach), de 14e Nissan. De Joden vieren, herdenken, dan de uittocht uit Egypte:

Deze dag moet voor u een gedenkdag worden. U moet hem vieren als een feest voor de Heere. U moet hem vieren als een eeuwige verordening, al uw generaties door. Zeven dagen moet u ongezuurde broden eten. Meteen op de eerste dag moet u het zuurdeeg uit uw huizen wegdoen, want ieder die iets gezuurds eet, van de eerste tot de zevende dag, die persoon moet uit Israël worden uitgeroeid.
(Exodus 12:14-15)

De Joden moesten een paaslam nemen, dat apart gehouden werd om te worden geslacht op de 14e van de maand Nissan. Paulus noemt in 1 Korinthe 5:6-8 de Here Jezus “ons Paaslam”. De avond voorafgaande aan Pesach hield de Here Jezus, op de 13e Nissan, de Ta’anit b’Chorim met zijn leerlingen, een maaltijd dat het ‘vasten van de eerstgeborene’ afsluit:

En terwijl zij aten, nam Jezus het brood en toen Hij het gezegend had, brak Hij het en gaf het aan de discipelen en Hij zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam. Hij nam ook de drinkbeker en nadat Hij gedankt had, gaf Hij hun die, en zei: Drink allen daaruit, want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.”
(Mattheus 26:26-28)

Daarna volgt dus het slachten van het paaslam en op de eerste dag van de week, de zondag, is dan vervolgens het begin van een feest van zeven dagen, “Het Feest der Eerstelingen”, waar ik eerder hier eens over schreef.

Tempel in de tijd van Jezus

De Tempel van Jeruzalem (reconstructie) waar de gebeurtenissen van de lijdensweek zich grotendeels afspeelden.

Zes dagen voor het Pascha komt Jezus aan in Bethanië, bij Martha, Maria en Lazarus. Hij eet daar met hen, en de volgende dag, 5 dagen voor het Pascha, is de intocht in Jeruzalem. Kort samengevat gebeurde het volgende in deze periode:

  • Za 8e Bethanië (6 dagen voor Pesach, op de zaterdagavond “na” sabbat**)
  • Zo 9e Intocht Jeruzalem (5 dagen voor Pesach), Paaslam (Ex 12:2-6) “in huis genomen”, Tempelreiniging (Lk. 19:45vv).
    (Navolgende dagen: onderwijzingen in de Tempel)
  • Do 13e – Jezus en zijn leerlingen houden Ta’anit b’Chorim.
    (Hiervan is ons Avondmaal afgeleid)
  • Vr 14e Jezus wordt gekruisigd, Pesachmaal (avond)
  • Za 15e Sabbat, vgl. Joh. 19:31, begin Feest van de Ongezuurde Broden
  • Zo 16e Opstanding (Eerstelingenfeest)

**) gezien het feit dat Jezus de Wet hield, kan hij niet op de sabbat zelf gereisd hebben en kwam hij daarom ‘s avonds aan. De HSV aantekeningen onderschrijven dit: “Waarschijnlijk zaterdag, want Pascha begon in dat jaar op Vrijdag”. Ook de andere (Bijbel)commentaren die ik er op nageslagen heb stemmen hiermee overeen.

BIJZONDERE SABBAT
Wat was er bijzonder aan deze sabbat? Het viel (nagenoeg) samen met Pesach. De Opstanding, even bijzonder, valt (dus) samen met het Eerstelingenfeest.

Er is veel gepuzzeld met betrekking tot deze periode, en ik heb me laten verleiden daarin mee te gaan en ook altijd gedacht dat het zo was: vanwege het in Matteüs genoemde ‘teken van Jona’ (Mt. 12:40) is de stelling dat Jezus is gekruisigd op Woensdag. De bewering is dat er sprake is van een ‘dubbele sabbat’. Dit om de chronologie gelijk te laten lopen met Mt. 12:40.

Maar bij nadere bestudering van de Evangeliën moet vastgesteld worden dat dit niet klopt. Een kruising op Woensdag is onmogelijk omdat de Profetische Chronologie van het Paaslam, die we al lezen in Exodus 12, dan verstoord wordt! We laten ons helaas te veel leiden door onze hedendaagse opvattingen soms, als het gaat om dergelijke vergelijkingen. Als je de samenvatting ziet hier boven, 14e-16e zijn dat drie dagen, immers de telling begint al bij de avond tevoren. Zie ook deze uitgebreide uitleg op Refoweb van Prof. dr. M. J. Paul

Dit is een serieus probleem. Zo las ik bijvoorbeeld dat vanwege het feit dat de aankomst in Bethanië zes dagen tevorgen het “niet anders kon zijn” dan dat dit op een vrijdag was, “want Jezus reisde niet op de Sabbat”. Een begrijpelijke misvatting, als je uitgaat van onze manier van rekenen met dagen. Vanuit die redenering kwam men vervolgens op de woensdag als dag van de kruisiging.

Echter, de Joden rekenen anders, die rekenen vanaf zonsondergang als een einde van de dag, oftwel eigenlijk een “nieuwe” dag. Dit zie je al in Genesis: “Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag” (Gen. 1:5). Een dag begint bij de avond er voor!

WAT WAS DE DISCREPANTIE?
Het artikel wat ik eerder noemde wordt verwezen naar Marcus 14:12 waar staat “Op de eerste dag van de ongezuurde broden wanneer ze het Pascha slachten [..]” en dit zou niet kloppen. Als je het in één stuk door leest klopt het inderdaad niet want die eerste dag valt sowieso niet samen met Pascha, de Ongezuurde Broden zijn de dag er na.

In Lukas 22:1 zie je dat dan ook iets anders geformuleerd “Het Feest nu van de ongezuurde broden, dat Pascha heet, was nabij“. En vervolgens in vers 7: “De dag van de ongezuurde broden brak aan, waarop men het Pascha moest slachten”.

De conclusie kan zijn dat er iets niet klopt als je Johannes vergelijkt met Marcus of Lukas. De NET.Bible geeft echter als verklaring:

“The Feast of Unleavened Bread was a week long celebration that followed the day of Passover, so one name was used for both feasts (Exod 12:1-20; 23:15; 34:18; Deut 16:1-8)”.

Bij Lukas 22:7 zien we vervolgens als voetnoot/vertaalopmerking:

“Generally the feast of Unleavened Bread would refer to Nisan 15 (Friday), but the following reference to the sacrifice of the Passover lamb indicates that Nisan 14 (Thursday) was what Luke had in mind (Nisan = March 27 to April 25). The celebration of the Feast of Unleavened Bread lasted eight days, beginning with the Passover meal. The celebrations were so close together that at times the names of both were used interchangeably”.

Met andere woorden: er is geen sprake van tegenstrijdigheid maar “spraakgebruik” waardoor de precisie die wij wensen rondom ‘gescheidschrijving’ er eenvoudigweg niet is. De meest precieze beschrijving vinden we bij Johannes. De andere Evangelisten gebruiken meer het gangbare ‘spraakgebruik’. Daarmee worden ze niet gediskwalificeerd (zoals sommigen dat dan weer graag willen doen).

AVONDMAAL
Doordat het gebruik van Ta’anit b’Chorim vaak wordt verward, door de tegenwoordige lezers, met het “Pascha” is tevens er nog meer onduidelijkheid ontstaan. Het Ta’anit b’Chorim is echter niet de paasmaaltijd; immers, het Paaslam was toen nog niet geslacht. Dat gebeurde de dag er na pas.

Die verwarring lees je bijvoorbeeld al in de Bijbel met Kanttekeningen (o.a. in de editie uit 1957 waarover ik beschik) waar de paasmaaltijd op één lijn wordt gesteld met het gebruik van Ta’anit b’Chorim. Dat kan ook niet, omdat bij de Paasmaaltijd vier keer (en mogelijk indertijd drie keer) een beker rondging. Bij de maaltijd die de Here met de discipelen heeft gaat er twéé maal een beker rond. Een detail dat overigens alleen Lukas vermeld.

Dat, tenslotte, veegt -naast andere redenen- mijns inziens het argument van tafel dat de Evangeliën van Matteüs en Lukas als bron het Evangelie van Marcus gebruiken. Een dergelijk detail zou Lukas namelijk niet zelf hebben verzonnen en toegevoegd! Hij moet dit dus van één van de aanwezigen bij het Avondmaal hebben vernomen. Zoals hij zelf ook aangeeft in het 1e hoofdstuk van zijn Evangelie: “na alles van voren af aan nauwkeurig onderzocht te hebben het geordend voor u op te schrijven”.

WAT DOEN DIE EIEREN HIER?!
Oh, en voordat u boze reacties aan mij stuurt… die eieren? Die slaan net zo weinig op de essentie van Pasen als de oeverloze discussies over de dag en datum van de kruisiging.

God is een maatschappelijke realiteit

In een artikel op De Correspondent las ik een tijd geleden de volgende opmerkelijke uitspraak over de vraag of God bestaat. De vraag werd beantwoord door een jurist, uit India:

De vraag of god wel of niet bestaat, doet er volgens Padmanabham niet toe. ‘Miljoenen Indiërs geloven dat hij bestaat en dus is hij een maatschappelijke realiteit,’ aldus de 43-jarige jurist.

In India kent men vele goden. Een ‘god’ is daar ook iets anders dan wat wij in het westen er onder verstaan. Toch vind ik de uitspraak “God is een maatschappelijke realiteit” een hele rake “typering” van wat God doet in ons leven. En de levens van veel andere mensen.

De geboorte van Jezus

We zijn nu, op het moment dat ik dit schrijf, bijna bij kerst gearriveerd. Het is het moment dat de geboorte van Jezus door heel veel mensen wordt gevierd. Of ze nu willen of niet. Want kerstfeest is het feest van de geboorte van die man die de geschiedenis veranderde.

Regelmatig heb ik van onder meer bekende Nederlanders, maar ook van nog veel meer onbekende Nederlanders, de uitspraak gehoord dat Jezus niet meer dan “een mythe” was. Hij had niet echt bestaan. Maar de feiten zijn niet tegen te spreken. Geschiedenisschrijvers die niets met het Christendom van doen hadden hebben over Hem geschreven. De Bijbel, die toch veel geschiedenis bevat en ook op vele honderden zo niet duizenden punten verifieerbaar juist is, spreekt over Hem.

Op een atheïstisch blog las ik het volgende over de historiciteit van Jezus:

Uit alle documenten over Jezus blijkt dat hun auteurs deze schreven ver na het leven van deze veronderstelde Jezus, op gezag van onbekende auteurs, mensen die Jezus ook nooit ontmoet hadden, of van frauduleuze, mythische of allegorische geschriften.

Dat is echter pertinent onwaar. Zo schreven onder andere de geschiedschrijver Publius Cornelius Tacitus (“Annales”), Thallus (Samaritaanse historicus, rond 54), en ook de Talmoed over Jezus. Zie hier voor uitgebreide informatie. Als zijn leven genoemd wordt, alsmede zijn sterven en -in een aantal gevallen- zijn opstanding, staat ook zijn geboorte vast immers: een mens kan niet hebben geleefd en sterven zonder ooit geboren te zijn. Ik kom hier verderop nog op terug.

Los van dit alles is de Bijbel mijns inziens in dit geval ook een “genoegzame” bron. Kijk bijvoorbeeld naar hoe Lucas zijn verslag begint. Hij vertelt dat hij de feiten gecontroleerd heeft, nagevraagd heeft bij ooggetuigen. Ook al zou dat verslag dertig of veertig jaar later geschreven zijn (wat niet het geval is), toch zijn er nog heel mensen in leven die Jezus hebben gekend. Hij stelt dan ook: “vraag rustig na bij hen wat ik over Jezus schrijf“.

Zoals Paulus schreef waren er, op het moment dat hij zijn brief aan de Korinthiërs schreef, nog heel veel mensen in leven die allemaal “met de hand op het hart” konden getuigen van het leven van Jezus: zijn geboorte, werk en dood.

 “Want voor alle dingen heb ik u overgegeven, het geen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften, en Hij is verschenen aan
(1) Kefas (=Petrus),
(2) daarna aan de twaalven.
(3) Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan 500 broeders tegelijk, van wie het merendeel thans nog in leven is, doch sommigen zijn ontslapen.
(4) Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus,
(5) daarna aan al de apostelen;
(6) maar het allerlaatst is Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene.”
(1 Korintiërs 15:3-8, NBG1951)

Theoloog Geurt Henk van Kooten: „Wat zijn [Paulus] verhaal zo geloofwaardig maakt, is dat hij voor de dood en opstanding van Jezus nog geen discipel was.” (bron).

Het Atheïstische standpunt

Zoals gezegd zou ik nog terugkomen op het atheïstische standpunt. Zij verwerpen namelijk de historische bronnen, de geschiedschrijvers, en Jezus zelf onder andere met de volgende argumenten:

  1. Jezus heeft zelf geen geschriften nagelaten;
  2. de ‘getuigen’ waren volgelingen van Hem;
  3. de geschiedschrijvers leefden “veel later” en zijn daarom niet betrouwbaar.

Ik ga hier graag op in.

ad. 1 – Jezus heeft geen geschriften nagelaten

  • Van andere bekende personen is ook geen geschrift bekend of origineel geschrift nagelaten. Voorbeeld: Mohammed. De Koran werd pas zo’n honderd jaar na zijn dood verzameld/op schrift gesteld. Maar originele geschriften waren van hem niet beschikbaar. Toch twijfelen we niet aan zijn bestaan. Mohammed was, zo staat zelfs op www.dekoran.nl  analfabeet: “ten eerste was de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) ongeletterd”.
  • Jezus’ bediening was niet die van een “schrijver” of “profeet” in die zin dat Hij zaken vastlegde zoals eerdere profeten deden. Dat was ook niet nodig, Hij beriep zich op de reeds geschreven werken (het “Oude Testament”). Hij voegde er niets aan toe, zo zei Hij, maar kwam om die Wet en Profeten te vervullen.

Het nalaten van geschriften is dus niet noodzakelijk.

ad. 2 – de getuigen waren volgelingen van Jezus

Ook dit is dus niet waar, integendeel. Eén van de meest belangrijke getuigen van Jezus, de apostel Paulus, was een fervent tegenstander van de Messiaanse gelovigen en vervolgde hen “tot de dood”. Pas later ontdekte hij de waarheid. Let wel: dat had voor Paulus geen énkele toegevoegde waarde. Hij raakte er zijn status en goede leven mee kwijt. Maar de Waarheid ging hem boven alles en het kostte hem uiteindelijk na een zwaar leven vol vervolgingen, mishandelingen en gevangenschappen, zijn leven.

Daarnaast hebben we dus historische verslaglegging, wat ons bij punt 3 brengt.

ad. 3 – geschiedschrijvers leefden “veel later” en zijn daarom niet betrouwbaar

Ook dit is niet juist. Verschillende geschiedschrijvers leefden tijdens, kort op of vlak na de dood van Jezus. Zij konden dus dezelfde getuigen raadplegen die, bijvoorbeeld, Lucas had geraadpleegd. Daarnaast is de Bijbel uiterst accuraat met het vermelden van diverse Romeinse heersers uit die tijd.

Er wordt geclaimd in dit verband dat er inmiddels “mythevorming” had plaatsgevonden en deze “mythes” als geschiedenis zijn opgeschreven. Zoals aangevoerd schreef één van de geschiedschrijvers al in 54 over Jezus. Dat was ca. 20 jaar na zijn dood. Maar ook als je 50 jaar verder bent is en kan het niet zo zijn dat mythevorming al zulke groteske vormen zou hebben aangenomen – immers, er waren toen over het hele Romeinse Rijk al massa’s christenen.

Stel: de Apostelen en andere getuigen zouden hebben gelogen over Jezus. Zouden ze dan niet allemaal massaal zijn opgepakt door de Joodse leiders en omgebracht? Maar nu komt er iets bijzonders: ook van de Joodse leiders waren er al heel veel die tijdens het leven van Jezus in het geheim hem volgden. Later, na zijn opstanding, deden ze dat openlijk. Dat is ook de reden dat we zoveel details weten over bijvoorbeeld de beraadslagingen van het Sanhedrin rondom de kruisiging..

Juridisch bewijs voor het bestaan van God?

Wie met bovenstaande bewijsvoering naar een rechtbank zou gaan, zou meteen gelijk krijgen. Jezus heeft, historisch gezien, bestaan en geleefd. Daarom ook kom je dit feit in zoveel geschiedenisboeken en encyclopedieën tegen. Daarnaast is er nog een belangrijk getuigenis voor het bestaan van God. De Joden.

Het verhaal gaat dat ooit eens Frederik de Grote van Pruisen, een aanhanger van de ideeën van de verlichting, aan een vriend die veel over God sprak vroeg om God te bewijzen. Het antwoord was: “De Joden, Sire!”.

Maar laten we niet te ver afdwalen 🙂

Eén van de belangrijkste Christelijke leerstelligheden is dat Jezus de Zoon van God was. Als God een Zoon heeft, dan kan het niet anders dan dat God bestaat. Daarom ook doen zoveel mensen, zoals atheïsten maar ook molsims, zo hun best te ontkennen dat Jezus de Zoon van God is. Immers: is Jezus niet de Zoon van God, dan is er ook geen bewijs dat God (YHWH) bestaat. Althans, dan wordt het behoorlijk lastiger om dat te bewijzen,.. De Bijbel stelt immers zonneklaar dat God Zichzelf heeft geopenbaard, getoond aan de mensen, in Zijn Zoon, Christus Jezus (zie Johannes 1:14).

Als in India de mensen de ‘goden’ als rechtspersoon beschouwen omdat deze goden een ”maatschappelijke realiteit” zijn (en in India de juristen deze goden als rechtspersoon vertegenwoordigen zelfs!) hoe is het dan mogelijk dat er aan Jezus nog steeds getwijfeld wordt?

Het is historisch eenvoudig aan te tonen dat Jezus is geboren, heeft geleefd, is gestorven en opgestaan uit de dood. Dat is nooit eerder gebeurd, dat een mens is opgestaan uit de dood. Daarmee verklaarde Jezus, volgens de schriftgeleerde Paulus, God te zijn.

“Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het Evangelie van God, dat Hij tevoren beloofd had door Zijn profeten, in de heilige Schriften, ten aanzien van Zijn Zoon, Die wat het vlees betreft geboren is uit het geslacht van David. Wat de Geest van heiliging betreft, is Hij met kracht bewezen te zijn de Zoon van God, door Zijn opstanding uit de doden, namelijk Jezus Christus, onze Heere”
(Rom. 1:1-4, NBG).

Al zo’n 2.000 jaar is dit -eveneens- een maatschappelijke realiteit. Er zijn, wereldwijd, tientallen miljarden mensen geweest die dit hebben geloofd. En niet zonder reden. En ook vandaag zijn er nog zo’n 2 miljard mensen die belijden Christen te zijn. En waarom? Omdat er zoveel bronnen en getuigen zijn dat het niet vált te ontkennen. Voor de wet staat iets vast als er twéé getuigen zijn. Hier hebben we er veel meer, schriftelijke, onafhankelijke, bronnen die ons allemaal vertellen dat Jezus daadwerkelijk hier op aarde is geweest en is gestorven en opgestaan.

Er is dus, zoals gesteld, op alle vlakken keihard en zelfs “juridisch” bewijs voor het bestaan van Jezus én… daarmee ook het bestaan van God. Want Christus Jezus ís God “in het vlees” (een mensenlichaam) geopenbaard.

Vlees en Bloed?

Joh. 6:50-51, 53 (HSV) Dit is het brood dat uit de hemel neerdaalt, opdat de mens daarvan eet en niet sterft. Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees, dat Ik geven zal voor het leven van de wereld. [..] ezus dan zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als u het vlees van de Zoon des mensen niet eet en Zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in uzelf.

De Bijbel bevat soms onbegrijpelijke delen. Zeker voor de mensen tot wie het bovenstaande gesproken werd was het niet te bevatten wat de Here Jezus hier nu bedoelde. Wanneer je terug kijkt, met de informatie en kennis die we nu hebben, dan kun je met een beetje inzicht in de Bijbel begrijpen wat de Here Jezus bedoelde. Dat is altijd zo, als je terug kijkt. Maar toen wist men nog niet wat er stond te gebeuren, in wat voor een bijzonder moment van de geschiedenis van de wereld men zich bevond.

Zouden wij het hebben begrepen? Stel je eens voor, de zoon van het plaatselijke klussenbedrijf die zegt “Ik ben uit de Hemel gekomen om jullie te redden, als je in mij gelooft zal je voor eeuwig leven. Mijn vlees zal de hele wereld redden”. Ik bedoel dit zeker niet spottend! Maar zouden we hem geloven? Zouden we niet gezegd hebben: “Je bent zeker van de steiger gevallen gisteren?”.

> Lees verder (PDF)

De Kracht van de Heilige Geest

De Heilige Geest neerdalend als een duif
Een duif - vaak gebruikt als (Bijbels) beeld van de Heilige Geest

Er wordt, over het algemeen, veel gesproken over

  • de werking(en) van de Heilige Geest – tekenen, wonderen, e.d.
  • de vruchten van de Heilige Geest – Paulus noemt ze meerdere malen in zijn brieven, we denken aan zachtmoedigheid, liefde e.d.;
  • het werk van de Heilige Geest in z’n algemeenheid – bijvoorbeeld het feit dat iemand tot geloof komt als resultaat hiervan.

Over deze zaken zijn er heel veel uiteenlopende meningen en leringen. Ook over de ‘kracht’ van de Heilige Geest. Er is helaas veel verwarring en onduidelijkheid.

In deze prediking/korte studie wordt ingegaan op dit aspect: de Kracht van de Heilige geest, en wat dit voor ons persoonlijk kan betekenen.

> De kracht van de heilige geest (PDF)
> Audio-opname (mp3)