Tag: Opwekking

corona pandemie waar is god

Gebedsgenezing “op afstand” bij Opwekking

De Opwekkingsconferentie ging niet door dit jaar. Want: door corona is het dit jaar niet mogelijk. “Maar voor God is op afstand genezen geen enkel probleem”, aldus Kees Goedhart. Samen met David de Vos en Martin Koornstra leidde hij vanavond de genezingsdienst. Op afstand bad het trio voor tientallen zieke mensen die vanachter hun beeldscherm de gebeden in ontvangst namen. – CIP.

corona crisis ziekte genezing

 

Laat dit eens op u inwerken. Opwekking kon niet doorgaan. Door een ziekte. Een pandemie. Maar, zo claimt men, “God geneest op afstand”. Ziet u de discrepantie?

Met alle respect voor iedereen die gelooft in genezings-bedieningen, maar.. als door een ziekte, welke God beweerdelijk op afstand kan genezen, een conferentie niet door kan gaan, klopt de leer over ‘gebedsgenezing’ dan wel? Immers: waarom zou men dan niet gewoon “op afstand” alle corona-patiënten hebben kunnen genezen, enkele maanden geleden? Dan had de conferentie gewóón door kunnen gaan. Sterker nog: dan waren de mensen massaal naar Opwekking gekomen – want dan hadden mensen kunnen vaststellen dat deze gebedsgenezers met hun leringen de Waarheid hadden gesproken. Massa’s mensen zouden van de waarheid overtuigd zijn geraakt. Of op zijn minst zéér nieuwsgierig zijn geworden.

Te triest voor woorden!

Martin Koornstra, Kees Goedhart, David de Vos. Het zijn mannen die de ‘genezingsbediening’ hebben. Althans, volgens hen zelf. Maar tijdens de corona-crisis, die nog steeds gaande is, hielden ze in de pers wijselijk hun mond. Omdat zij diep van binnen óók wel weten dat wat zij verkondigen een leugen is. Een leugenachtige leer, die geen stand kan houden. Voor de uitbraak van corona hoorde je regelmatig, met name van Koornstra, via onder andere de website van CIP. Maar toen deze pandemie toesloeg was het opeens afgelopen met de ‘genezingsclaims’. Om nu, nu corona weer langzaamaan verdwijnt, mensen het ‘gebedsgenezings-verhaal’ weer op de mouw te spelden?

Het is te bizar voor woorden dat de conferentie niet door kan gaan wegens een virale ziekte, waarover geen ‘genezing’ wordt uitgesproken, en men vervolgens verhaalt van wonderen en tekenen, genezingen van de meest ernstige aandoeningen.

Persoonlijk geloof ik niet in dit ‘gebedsgenezingsmodel’. En daar zijn talloze goede redenen voor. Het niet door laten gaan van Opwekking wegens corona toont overduidelijk het failliet van de gebedsgenezingstheologie. Dat deze theologie geen stand kan houden mag hiermee afdoende bewezen worden geacht. Maar mocht u nog twijfelen. Ik noem een aantal ziekten die nog nooit door gebedsgenezing zijn genezen: diabetes (volksziekte nummer één!), hartfalen, kanker, multiple sclerose, en vele andere medisch objectiveerbare ziekten. Iedereen die beweert dat deze ziekten wél genezen zijn daag ik uit met medisch onderbouwd bewijs hiervoor te komen. Er zijn door de jaren heen zó veel onderzoeken naar gedaan en elke keer is de conclusie: gebedsgenezing heeft niet (aantoonbaar) bijgedragen aan genezing.

Geloof ik niet in wonderen?

Oh ja, zeker wel. Er gebeuren dagelijks wonderen. Als dat nodig is. God kan bijvoorbeeld een wonder of een wonderlijke situatie gebruiken om mensen tot geloof te brengen. Daar ben ik van overtuigd. Maar die wonderen en tekenen zijn niet zomaar even “op afroep” beschikbaar omdat de “gebedsgenezers” het willen of “proclameren”.

We moeten ons zéér goed beseffen: ons lichaam is ‘onder de vloek’. We zijn sterfelijk. Dat sterven komt vaak door ziekte. God heeft ons helemaal nergens beloofd dat wij, ook als christenen niet, hier op aarde een áárdse zegen zouden ontvangen in de vorm van gezondheid, voorspoed, geld en geluk. De wonderdoeners, vaak ook aanhangers van het “welvaartsevangelie” en “kingdom-now” leringen zijn door een simpel maar zeer kwaadaardig virus op hun nummer gezet. Het is te hopen dat ze dat nu éindelijk eens beseffen. Maar mochten zij het zich niet beseffen en nog steeds in hun eigen leugens geloven, dan hoop ik toch dat op zijn minst hun volgelingen het nu zullen zien…?

Lees hier verder over gebedsgenezing

 

 

Relevant zijn..?

INLEIDING

Ik las een brochure van een broeder, Dr. Johnson C. Philip, uit de Vergadering v. Gelovigen uit India (daar zijn door de vroegere Engelse invloed erg veel broeders en zusters die tot ‘de broeders’ oftewel de VvG behoren).

Een opmerkelijk man, hij was wetenschapper en bestudeerde de evolutie intensief. Bij die studie kwam hij tot de conclusie dat de evolutie-theorie niet kon kloppen. Hij kwam tot geloof en werd een voorvechter van het Creationisme. Hij is directeur van de “Brethren Bible School”. Dit even ter inleiding, omdat ik denk dat niemand van jullie hem kent (ik volg hem al een paar jaar en heb een aantal stukken van zijn werk en ander werk wat hij beschikbaar heeft gesteld verwerkt in artikelen van het BijbelCollege).

ANALYSE PROBLEEM

In zijn brochure “What can one person do?” schrijft hij over het feit dat sommige (Christelijke) bewegingen erg populair worden ondanks het feit dat het centrale thema van zo’n beweging niet erg de moeite waard is. Dit stelt mensen die strijden voor ‘een goede zaak’ soms erg teleur, zo zegt hij. En dat is waar. Ik ken veel broeders (voorgangers, evangelisten) en zusters die een leven lang ‘ploegen op de rotsen’ en maar zeer weinig vrucht op hun werk zien. Dit frustreert hen, ze zien naar de kleine kudde, het bescheiden werk, de weinige vrucht –in hun eigen ogen– die hun werk draagt en ze vragen zich af: “Hoe kan dat toch??”.

Dr. Philip constateert, vanuit zijn jarenlange ervaring als ondermeer directeur van de Bijbelschool:

Every activist should understand that even if a given theology, doctrine, principle, or issue is vital for people or society, they will take interest in it only if it has an IMMEDIATE and PRACTICAL application. An activist understands the fundamental issues involved, but people do not. He understands the long-term implications, but people do not. What is more, most people find it difficult to commit themselves to long-term goals. That is why 80% of students in any education system need to be prodded through a system of carrot and stick to make them study. Only about 20% students will have any self-motivation, even in the best school and the most ideal environment. (p.14)

Vertaald/samengevat: mensen zijn, in 80% van de gevallen, alleen geïnteresseerd in die zaken die direct en praktisch toepasbaar zijn. Slechts 20% van de mensen kan de lange-termijn gedachte volgen en is daardoor gemotiveerd. Daarom, zo zegt hij, moet 80% van de studenten dan ook vaak “met wortel en stok” (geweldige uitdrukking!) door een opleiding heen worstelen. Omdat ze het lange-termijn doel, diploma en de vrucht daarvan, een carrière, niet eens kunnen zien.

De afgelopen dagen dacht ik na over wat hij geschreven heeft. In eerste instantie dacht ik: “Hij gaat nu toch niet beweren dat we een soort van laagdrempelig evangelie moeten gaan prediken?”. Maar gelukkig was dat niet het geval..

Dr. Philp schrijft verder: “onmiddellijke behoeftebevrediging zonder te denken aan de toekomst is uitgegroeid tot het heersende ethos wereldwijd” – en dat is iets wat we de afgelopen 20 jaar ook in het Christendom hebben gezien. We hoeven geen namen te noemen of die bewegingen wederom voor het voetlicht te brengen.

Waar het om gaat hier is wat Dr. Philip hier (verder) naar voren brengt:

een publiek overtuigen alleen op basis van ideologie of beginselen, die juist en waar zijn, maar die het publiek niet kan bevatten (–zie eerder, de 80%–) is waar een groot aantal gevechten (–om de zielen–) wordt verloren. Niet omdat de boodschap of de waarheid verkeerd was, maar omdat de boodschap niet werd uitgelegd in het idioom dat de massa begrijpt. De urgentie en het punt van de boodschap werd niet duidelijk gemaakt of was niet voor de hand liggend voor mensen. Anderen -met triviale zaken- krijgen hondsdolle ondersteuning van mensen en ze hebben hen met gemak voor hun zaak gewonnen.

Als voorbeeld noemt hij “de communistische zaak”. Een ideologie die massa’s mensen aansprak omdat deze “direct voordeel” leek te bieden. Zo ook bijvoorbeeld het Fascisme. Werk, geld en eten. Direct voordeel. Een man als Geert Wilders heeft dat ook goed begrepen; roep dingen waar mensen direct mee instemmen, roep dingen waarvan zij ook vinden dat het gebeuren moet, doe “korte termijn beloftes”, liefst ook nog beloftes die appelleren aan “de onderbuik” en de meute loopt juichend (“hondsdol” noemt dr. Philip dat) achter je aan.

Een vlijmscherpe analyse, als je het mij vraag. Vervolgens gaat hij in zijn boekje in op hoe en waar we als Christenen kunnen proberen de boodschap van het Evangelie onder de aandacht te brengen. Tijdschriften, kranten, internet enz., enz. Maar los van de technieken wijst hij ook op iets anders. Zijn “succes” –dwz aandacht voor de boodschap die hij bracht– kwam pas na zo’n 40 jaar “ploegen op de rotsen”. Hij roept de gelovige op om zichzelf toe te wijden en “het verloren grondgebied terug te veroveren”.

Waar ik echter de afgelopen dagen mijn gedachten over heb laten gaan is met name de vraag -die hij in mijn ogen niet beantwoordt namelijk- hoe je de Boodschap van het Evangelie onder de aandacht brengt op een zodanige manier dat die 80% van de mensen die “direct resultaat” zoekt, verwacht, en alleen maar een korte-termijn visie heeft, er door aangesproken wordt. Zijn technieken en suggesties pas ik namelijk zelf al toe, gedeeltelijk. En ik zie daarbij –als je het zo mag noemen– dezelfde “succesratio”.

HET EVANGELIE

De “gemeente-groei beweging” heeft antwoorden gegeven, gevonden, kennelijk. De “massa” (alhoewel dat ook maar relatief is want zoveel zijn het er uiteindelijk niet) is er door aangesproken met als gevolg dat er een aantal ‘mega-kerken’ zijn. Ook in Nederland. Die kerken richten zich zeer nadrukkelijk op het “hier en nu” aspect, maar verliezen daarbij meer en meer het “lange termijn aspect” uit het oog. De boodschap van Redding en Verlossing is ondergesneeuwd, voor zover zelfs nog relevant in hun prediking en werk. Alles lijkt gericht op het “hier en nu”: zo prettig mogelijke kerkdiensten, appellerende aan het gevoel, de “gevoelde noden”, enz., enz. (maar nogmaals: daar hoeven we het verder niet over te hebben nu).

KERNPROBLEEM

In gemeenten en kerken waar wél de nadruk wordt gelegd op de Redding en Verlossing door het bloed van Christus zie je slechts kleine aantallen bezoekers. Dit is dus, als je voorgaande op je laat inwerken, helemaal niet verwonderlijk:

-1- slechts 20% van de mensen kan uit de voeten met een “lange termijn boodschap” (eeuwig leven, toekomst met de Here e.d.);

-2- van die 20% is slechts een klein gedeelte geïnteresseerd in geloof (volgens de huidige statistieken is slechts 2% van de bevolking in Nederland wedergeboren Christen). Zij hebben immers een andere opvatting aangereikt gekregen wat beter past bij de zondige natuur van de mens: de evolutie-theorie. Als ik dan kijk naar bijvoorbeeld de gemeente waar ik zelf toe behoor zie ik dat in de plaats waar deze is gevestigd de maximale omvang van een dergelijke gemeente —in de meest ideale omstandigheden— rond de 40 tot 50 leden zal kunnen zijn. Van gemeenten uit andere grote(re) plaatsen weet en ken ik dezelfde aantallen.

Per saldo zal een (nieuw te stichten) Bijbelgetrouwe gemeente over het algemeen daarom slechts 2% van 20% = 0,4% van de bevolking aan spreken. We missen daarmee als kerken en gemeenten 2% van 80% = 1,6% (hey, toevallig of niet? Samen 2%!) van de mensen. Die kunnen we niet bereiken omdat we kennelijk niet (meer) in staat zijn deze mensen een boodschap te brengen die óók voor het “hier en nu” relevant is!

VROEGER TOEN,…

Zoals jullie wellicht wel hebben gemerkt mag ik graag een beetje in de geschiedenis duiken. Als ik kijk naar predikers als Moody, Spurgeon, de Wesley’s, e.v.a. dan waren deze mannen kennelijk wél in staat “het grote publiek” te bereiken.

Hun boodschap was niet anders dan wat tegenwoordig in veel Bijbelgetrouwe, vaak kleine, gemeenten onderwezen wordt. Wat mij tot de conclusie brengt dat het dus wel degelijk mogelijk moet zijn met de boodschap van de Bijbel, de boodschap van Redding en Verlossing door het bloed van Christus, zónder “toeters en bellen”, de “massa” te bereiken. De opwekkingen (Great Awakening I & II, Nijkerkse beroering, opwekking in Wales e.d.) hebben dit bewezen.

De vraag waar ik nu mee blijf zitten, en nog geen antwoord op heb gevonden, is: hoe vertaal je de Bijbelse boodschap zodanig, dat ook “de massa” hier oren naar krijgt… Want laten we één ding niet vergeten: het gaat hier om zielen die verloren gaan –dag in, dag uit! Oók in Nederland, of moet ik zeggen: Júist in Nederland?

Reageren? Zie het BijbelForum

Ezra, Nehemia, Ester

Ezra, Nehemia en Ester gaan alle drie over de geschiedenis ná de Babylonische ballingschap.

EZRA
Met name Ezra (2e deel) en Nehemia zijn aan elkaar gerelateerd. Zij waren tijdgenoten.

De geschiedenis van Ezra, de priester en schrijver, is vastgelegd in het gelijknamige boek. Het boek vertelt over de terugkeer van het volk onder Zerubbabel (een nakomeling van David), de herbouw van de Tempel en de komst -naar Jeruzalem- van Ezra zelf.

Het boek bestaat uit twee onderscheiden delen:

  1. De terugkeer onder Zerubbabel (1-6);
  2. De terugkeer onder Ezra (7-10).

Het boek Daniël heeft -op de achtergrond- een sterke relatie met het boek Ezra. Zo schreef iemand eens “achter het boek Ezra zien we de schaduw van een biddende man”, dat is, uiteraard: Daniël. Hij pleitte voor zijn volk bij de Here en “stond op de beloften”. Naast Daniël was overigens ook Ezechiël één van de naar Babel weggevoerden.

Onder Zerubbabel werd de tempelbouw gestart maar men was niet in staat de herbouw af te maken door de tegenstand van de mensen die waren gaan wonen in het gebied. Onder de regering van Koning Darius werd, aangemoedigd door Haggaï en Zacharia, door het volk weer gestart met de verdere herbouw van de tempel. Ongeveer 20 jaar nadat Zerubbabel de funderingen had gelegd werd de tempelbouw afgerond.

Tussen de éérste (Zerubbabel) en de twééde (Ezra) terugkeer ligt een periode van bijna zestig jaar. Het boek Ester schrijft ondermeer over wat er in die tussenliggende periode gebeurd is. De tegenstand tegen de joden, in Jeruzalem, heeft daarom wellicht een relatie met Haman de Syriër’s poging om de joden uit te roeien.

In het tweede deel van Ezra lezen we over Ezra’s eigen terugkeer naar Jeruzalem. Hij was een afstammeling van Aaron, een priester uit het hogepriesterlijke geslacht. Hij was ook een ‘schrijver’; een aanduiding voor die priesters die verantwoordelijk waren voor het kopieëren van de Heilige Schrift. Ezra’s bediening was voornamelijk gééstelijk. Hij onderwees het volk in de Wet en de aanbiddingsdienst.

NEHEMIA
Nehemia heeft dezelfde historische achtergrond als Ezra (2e deel). Nehemia’s boek begint ongeveer 12 à 13 jaar na Ezra.

Na de Babylonische ballingschap kwamen, in het Perzische Rijk, veel joden op belangrijke maatschappelijke posities terecht. Mordechai, de oom van Ester, was zo’n man, alsmede Nehemia. Hij was de “schenker” van de Koning. Nu denken wij vaak dat dat iemand is die het wijnglas van de Koning vult, maar deze functie was veel belangrijker. Hij was een vertrouwenspersoon van de Koning en verantwoordelijk voor diens’ leven; hij moest er voor zorgen dat de Koning niet het slachtoffer werd van vergiftiging en moest dus zijn leven bewaken. Hij kreeg van deKoning van de Perzen toestemming om naar Jeruzalem te gaan en de stadsmuren te herstellen.

Het boek Nehemia is onder te verdelen in drie delen:

  1. Komst van Nehemia naar Jeruzalem en het herstel van de muur (1-7);
  2. Geestelijke opwekking (8-10);
  3. Herstel van Jeruzalem, herbevolking (11-13).

Eén van de opvallendste “sterke punten” van Nehemia was dat hij in staat was het volk te motiveren de stad in alle opzichten te herstellen. Hij moedigde ze aan, maar dat niet alleen: hij was zelf ook een mede-arbeider, een “meewerkend voorman”. Hij was daarin een voorbeeld voor anderen, omdat hij deze arbeid 12 jaar lang verrichte zonder betaling te accepteren hiervoor (middels heffing van de belasting die hij mócht heffen maar naliet):

Nehemia 5:14
Ook hebben van de dag af, dat koning Artachsasta mij aanstelde tot landvoogd over het land Juda, van zijn twintigste tot zijn tweeëndertigste regeringsjaar, twaalf jaar lang, noch ik, noch mijn broeders het brood van een landvoogd gegeten.

In hoofdstuk 8-9 komen we Ezra tegen.

Nehemia 8:2-4
..En men verzocht de schriftgeleerde Ezra het boek der wet van Mozes, die de HERE aan Israël gegeven had, te halen. Toen bracht de priester Ezra de wet vóór de gemeente, zowel mannen als vrouwen en ieder die het kon begrijpen, op de eerste dag van de zevende maand. En hij las daaruit voor op het plein vóór de Waterpoort..

In die tijd waren de synagogen, in primitieve vorm, reeds in opkomst: leerhuizen waar men samenkwam om de Wet te lezen en God te dienen. Het verklaren en uitleggen van de Wet was één van de functies van de synagogen waarin werd voorzien door de schriftgeleerden – een titel die waarschijnlijk van Ezra’s aanduiding is afgeleid, aangezien hij voor het eerst een ‘schriftgeleerde’ werd genoemd. Onderwijs in de Wet, de Profeten en de Geschriften nam een steeds belangrijker plaats in onder het Joodse volk.

Het onderwijs van Ezra zorgde voor een geestelijke opwekking. Het volk leerde (weer) God te dienen. Door het onderwijs kreeg het geloof van de mensen ‘vaste grond’ in de Schriften en het onderwijs leidde tot schuldbelijdenis. Het besef, en belijden, van zonde en schuld ligt altijd aan ten grondslag aan bekering en opwekking.

ESTER
Het boek Ester is -samen met Ruth- één van de weinige boeken waarin een vrouw een centrale rol speelt; zelfs zodanig dat het boek naar haar vernoemd is. De schrijver van het boek is onbekend. De beschreven gebeurtenissen vonden plaats -zoals eerder gezegd- tussen het éérste en twééde deel van Ezra.

We lezen hier ondermeer over het huwelijk van Ester met Ahosveros, de Koning. Zijn werkelijke naam was Xerxes. Ahosveros is dan ook geen náám maar een titel.

Het verhaal handelt over de Joden, en hun omstandigheden, in de diaspora. Ester’s houding is er een van groot geloof en Godsvertrouwen. Desondanks wordt God’s naam nergens in het boek genoemd. Echter, zoals Matthew Henry zei: “Als God’s naam niet aanwezig is, is zijn vinger dat wel!”.