Tag: Paulus

Opname van de gemeente - Wederkomst van Christus (stockfoto)

Is de Opname van de Gemeente een Bijbelse leer?

Waarom bestrijden mensen de leer of opvatting die er is rondom een “Opname van de Gemeente” eigenlijk? Het is een opvatting namelijk waarvan veel mensen, zo blijkt, menen dat deze absoluut weerlegd en zelfs bestreden moet worden.

Het valt mij altijd weer op, in bijvoorbeeld een recente discussie op Facebook naar aanleiding van een artikel van het CIP, dat mensen er veel aan gelegen is de opvatting als zou er een opname van de gemeente komen fel bestrijden. Soms enigzins beargumenteerd maar meestal, in mijn optiek, met argumenten die onheus zijn, geen stand kunnen houden of door te proberen degeen die de gedachte aanhangt “onderuit” te halen door bijvoorbeeld de manier van bijbeluitleg van de ander te ridiculiseren.

Dat laatste is vaak vrij eenvoudig voor de ‘scherpslijpers‘ want veel gelovigen hebben gewoon een, en dat is helemaal niet negatief bedoeld, “eenvoudig geloof”. Dat wil zeggen: zij geloven wat in de Bijbel staat. Daar is helemaal niets op tegen, integendeel. Maar juist dáár worden ze op aangevallen door mensen die in kennis hen te lijken overtreffen..

De oorzaak is dat veel Christenen zich niet bezig houden met het verdedigen van hun opvatting (Apologetiek) omdat ze de noodzaak er niet van ervaren. Het wordt zelfs door sommigen als “not done” beschouwd, in met name Evangelische kringen. Dat is jammer, want in een voorkomend geval van een discussie over belangrijke onderwerpen kun je dan vaak maar moeilijk uitleggen waaróm je iets geloofd en het kan zelfs, uiteindelijk, er toe leiden dat je bepaalde belangrijke zaken zelfs niet meer gaat geloven. Of juist de meest absurde opvattingen gaat nalopen. Zo is bijvoorbeeld het preterisme weer populair aan het worden! Dan heeft ‘de tegenstander’ zijn doel bereikt, hij brengt gelovigen maar wat graag aan het wankelen, twijfelen. De Bijbel zegt echter dat we vast moeten staan in het geloof!

Wat is geloof? Het is de absolute zekerheid dat onze hoop ook werkelijkheid wordt en het is het bewijs van dingen die wij niet kunnen zien. (Hebreeën 11:1, Het Boek)

WAT IS DE OPNAME VAN DE GEMEENTE?

De opname van de Gemeente van Jezus Christus komen we tegen in 1 Thess. 4:15-18. Daar staat het letterlijk beschreven. Voor de leesbaarheid citeer ik Het Boek:

Opname van de gemeente - Wederkomst van Christus (stockfoto)

Wat wij hier zeggen, is het woord van de Here: wij die bij de terugkeer van de Here nog leven, zullen Hem niet eerder tegemoet gaan dan de gestorvenen. Want als het signaal klinkt, als een van de voornaamste engelen zijn stem laat horen en de trompet van God schalt, zal de Here Zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen de gestorven christenen eerst opstaan en daarna zullen wij die op dat moment nog leven, met hen in de wolken worden opgenomen om de Here in de lucht te ontmoeten en altijd bij Hem te zijn. Met dit nieuws kunt u elkaar troosten en bemoedigen.

TEGENWERPINGEN

Ik citeer/noem een paar tegenwerpingen die ik recent kreeg. Eigenlijk zijn dit hele bekende tegenwerpingen die altijd maar weer aangevoerd worden, vooral de eerste en deze is, zie verder, volstrekt onhoudbaar maar bovenal ook een (bewust gelanceerde) leugen.

Een vinding van de 19e eeuw?

  • G.v.V. – Opname is 19e eeuwse uitvinding, beste man. Noem me 1 kerkvader en waar die het noemt, en ik geloof je.
  • J.P. – Deze opname leer (die ontstaan is in de 19e eeuw) en de gehele hyper eindtijd sensatie erom heen met die films van Hal Lindsey zijn zo belachelijk, waarop het christendom zich zelf niet serieus kan nemen.

Grondtekst

Een bekende tegenwerping is een discussie beginnen over ‘de grondtekst’.

  • N.C. d.B. – het woord dat gebruikt wordt voor het ‘tegemoet gaan in de lucht’. Dit betekent iemand tegemoet komen om hem te vergezellen op zijn laatste stuk van de reis.

Het “context” argument

  • H.C. – je citeert uit 1 Korinthe 15:51-53. Omdat je bij deze tekst geen uitleg geeft, is het mij niet duidelijk waarom je deze gebruikt ter ondersteuning. In de context van dit hoofdstuk behandelt Paulus hiervoor het verschil tussen het lichaam dat we nu hebben en het verheerlijkte lichaam dat we ontvangen bij de wederopstanding. [..] 1 Korinthe gaat erover hoe ons aardse lichaam verandert gaat worden, er wordt met geen woord gerept over een opname in de hemel waar we zullen verblijven. Dat is ook niet de Bijbelse visie. De Bijbelse visie is een toekomstig fysiek bestaan in een nieuw, verheerlijkt lichaam. [..] Je hele bewijsvoering komt op mij meer over als eisegese.

WEERLEGGING

Vinding van de 19e eeuw of .. al onderwezen door de Kerkvaders?

De kerkvaders en vroege christelijke leiders die onomstotelijk spraken over de opname van de gemeente zijn onder andere Irenaeus, Tertullianus, Ephraem van Nisibis (of Pseudo-Ephraem), Cyrillus van Alexandrië. Daarmee is het argument dat het een “19e eeuwse vinding” is van tafel. Jaren geleden heb ik hier een diepgaande studie van gemaakt. Je kunt deze hier downloaden.

https://bijbelcollege.nl/bc2019/downloads/opname_waarheid_of_dwaling.pdf

Ik gaf aan dat het een bewust gelanceerde leugen is. Je kunt daar in dit artikel meer over lezen:

Grondtekst-vragen: harpazó

Als eerste wil ik opmerken dat mensen die schermen met “de grondtekst” zelf vaak de grondtekst (Grieks en Hebreeuws) niet beheersen.

Begint men met de grondtekst te schermen dan is een vraag die je altijd kunt én mag stellen: “Leest U het Bijbelse Grieks en Hebreeuws? Waar hebt U theologie gestudeerd dan?”.

Ze hebben hun argumenten namelijk vaak van ‘horen en zeggen’ of gebruiken een online bron of woordenboek. Maar in de meeste gevallen is het “kopieëren en plakken” van elders.

Veel gelovigen laten zich echter door deze opmerkingen over de grondtekst uit het veld slaan; want immers: de opponent citeert uit de grondtekst en tja, die beheers je zelf niet, dus wat kun je er dan tegenin brengen? Gelukkig zijn er heel veel online “interlinear” Bijbels, woordenboeken en concordanties zoals de Strongs Concordantie. Ik kan iedereen in dat opzicht ook aanraden op zijn minst de Statenvertaling met Strongs-coderingen aan te schaffen.

Een argument tegen het woord “opgenomen” is dat het woord in de grondtekst (harpazó) iets anders zou (moeten) betekenen. Dit is niet juist. Wanneer je een ‘interlinear’ (Strongs) concordantie raadpleegt zul je zien dat het woord dat is vertaald met ‘opgenomen’ juist is vertaald.

https://biblehub.com/greek/726.htm

harpazó: to seize, catch up, snatch away
Original Word: ἁρπάζω
Part of Speech: Verb
Transliteration: harpazó
Phonetic Spelling: (har-pad’-zo)
Definition: to seize, catch up, snatch away
Usage: I seize, snatch, obtain by robbery.

Je zou het zelfs dus kunnen vertalen als “met kracht” weggevoerd of “weggenomen” (als in diefstal).

Context?

Tot slot het argument dat je de context buiten beschouwing laat als we over de Opname van de Gemeente spreken. In geval van de discussie waar ik het over had zo dat de context van 1 Korinthe hoofdstuk 15 zijn. Let ook hier op. Vaak zeggen mensen: “Je moet het wel in de context lezen”. Mijn wedervraag is dan vaak: “Wat is dan volgens jou de context”. Meestal kan de persoon waarmee je in gesprek of discussie bent je die dan niet(!) geven. Het is een soort van ‘stroman-argument’ wat men hier probeert te doen of op zijn minst een mistgordijn optrekken.

Vaak wordt (tevens) gesteld dat de Opname van de Gemeente geen apart gebeuren is, maar samenvalt, of hetzelfde is, als de Wederkomst van Christus. Dat dit één gebeuren zou zijn, is echter, zie ook verder, volstrekt onmogelijk.

De context in 1 Korinthe 15 is: “zij die ontslapen zijn” en het verdriet daarover. Als troost zegt Paulus dan (ik vat even samen): “geen verdriet, er is een troost: zij die al zijn gestorven zullen opstaan en veranderd worden, opgenomen worden in de wolken en ook wij worden samen met hen opgenomen in de wolken”.

Je kan er van willen maken wat je wilt, maar dát is wat er staat en dát is de context. In 2 Thess. legt hij het zelfs nog verder uit, want er zijn er die onrust zijn gaan stoken in de gemeente. Daar zegt hij in hfst 2 dat wij worden ‘verenigd‘ met Hem en dat die vereniging zal zijn (vlak na) de openbaring van de anti-christ.

Daarnaast zijn er diverse andere gedeelten in de Bijbel die de uitleg steunen. Niet alleen 1 Thess. 4, maar ook het eerdergenoemde 1 Kor. 15:35-54. De context is hier het volgende:

1. de vraag “welk lichaam zullen we hebben bij de opstanding”
2. hoe zal dat lichaam dan in de hemelse gewesten komen?

Het antwoord is: we krijgen een verheerlijkt, hemels, lichaam. Hoe dat gebeurt, staat in vers 50-52: in een ‘ondeelbaar ogenblik’ zullen we veranderd worden van een mens met een aards lichaam naar een mens met een hemels lichaam. Dát is (het moment van) de opname!

Ons aardse lichaam zullen we hier achter laten, het zal een lijk zijn want:

“En er zijn hemelse lichamen en er zijn aardse lichamen, maar de heerlijkheid van de hemelse is verschillend, en die van de aardse is verschillend” (1 Korinthe 15:40).

We leven dus, na onze dood of na de opname, verder in ons nieuwe hemelse lichaam, met Christus. Daarover wordt verder uitleg gegeven in de studie die je hier kunt vinden.

Paulus verzint dit niet allemaal. Ten eerste zegt hij dat hij het een en ander ‘met een Woord van de Here’ zegt. Maar ook de Here Jezus noemt het al in de Evangelieën:

In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken. En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben. (Johannes 14:2,3)

“Kom Ik terug en zal u tot Mij nemen”

Laten we eens goed kijken naar de (grond)tekst?
http://classic.net.bible.org/verse.php?book=Joh&chapter=14&verse=3

Onmiskenbaar spreekt de Here Jezus hier over ‘tot zich nemen‘, het één worden, verenigen, van de gelovigen met de Here. Welnu, vaak wordt gezegd dat de wederkomst van Christus, en de opstanding van de doden in Openbaringen 20 samenvalt met 1 Thess. 4 en dat er géén sprake is van een “onzichtbare komst” van Christus.

Laten we vaststellen dat de opname van de gemeente niet zozeer handelt om een “onzichtbare komst” van Christus, maar een zíchtbaar verdwijnen van de gelovigen van deze aarde. De gelovigen gaan daar (heen) waar Jezus is. De gemeente van Christus wordt verénigd met haar hoofd zodat het (als) één “lichaam” is. Dat is ook het gebed van de Here:

“Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U Mij gegeven hebt, omdat U Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging van de wereld” (Johannes 17:24).

Hij wil die heerlijkheid met óns délen, Hij wil dat we mét Hem zullen zijn.

Openbaringen 20:3 zegt:

“En ik zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven; en (ik zag) de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang”.

Grote Verdrukking Openbaring
Jim Padgett, courtesy of Sweet Publishing, Ft. Worth, TX, and Gospel Light, Ventura, CA. Copyright 1984. CC-BY-SA 3.0 (Wikicommons)

Het gaat hier, in Openbaringen 20, om een specifiek benoemde groep: zij die in de verdrukking vanwege hun geloof om het leven zijn gebracht.

De gedachte is hier dat het gaat om mensen die bij de opname (nog) niet gelovig waren, alsnog tot geloof zijn gekomen, en tijdens de verdrukking zijn omgekomen vanwege hun geloof. Immers het gaat hier om hen die het beest en zijn beeld niet aanbaden, dat vergt moed; denk bijvoorbeeld maar eens aan Sadrak, Mesak en Abednego in Daniël 3. Zij werden ook ‘als door vuur heen’ bewaard. Zoals zij werden bewaard worden ook de gelovigen in de verdrukking door God bewaard en beschermd.

In Openbaring 20:4 wordt vervolgens gezegd “De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren. Dit is de eerste opstanding.”.

Dat we hier over twéé verschillende opstandingen lezen laat al zien dat het dus niet zo is dat er sprake is van één, algemene, opstanding der doden zoals in veel kerken wordt geleerd. Als we dit onderkennen zien we ook dat God met de gelovigen een andere weg gaat dan met de (ongelovige) wereld en (tevens) met zijn eigen volk, de Joden – voorzover die niet tot de Gemeente van Christus behoren uiteraard.

Het Nieuwe Testament spreekt duidelijk over deze zaken en laat er geen geheim over bestaan. De opname valt niet samen met de (wereldwijd zichtbare) wederkomst van Christus, en ook niet met de opstanding(en), een komst die tot óórdeel is wanneer Hij zal verschijnen als heerser over deze wereld.

Denk in dit verband ook aan de 10 maagden (Matteüs 25:1-13). Vijf waren er wijs en mochten de bruilofstzaal in, vijf hadden “geen olie in hun lamp”, waren niet voorbereid op de komst van de Here, en mochten niet mee de bruiloftszaal in. Ook hierin kunnen we een duidelijk beeld zien van de opname van de gemeente.

Petrus zegt dat de Here Jezus komt als “een dief in de nacht” (2 Petrus 3:10). Welnu, hoe kun je de komst “als een dief” (in het verborgene, ongezien!) gelijk stellen aan de komst zichtbaar, voor de hele wereld, om het duizendjarig rijk te vestigen? Hierbij moet ik ook denken aan het woord harpazò, het ‘wegnemen (als een dief)’. Petrus duidt hier naar mijn mening op.

Het is dus duidelijk dat de Nieuw-Testamentische context over twéé “komsten” van Christus spreekt: één voor de gelovigen “als een dief in de nacht”, die Hij tot zich zal nemen en zal “wegroven” uit de handen van de satan, en één als Heerser (waarna het Duizendjarig Rijk zal worden gevestigd). Pas ná het duizendjarig rijk zal de 2e, algemene, opstanding der doden zijn en ‘het oordeel’.

Eisegese?

Verder wordt het woord ‘eisegese’ gebezigd. Dat klinkt als een moeilijk woord maar betekent “inlegkunde”. Is het “inlegkunde” was we de basisregels van de Bijbelse Hermeneutiek (de studie van de interpretatie van teksten) gebruiken? Bernard Ramm schrijft in zijn boek (Protestant Biblical Interpretation: a textbook of hermeneutics) dat het een goede gewoonte is de tekst letterlijk te nemen als het letterlijk kan.

Er is geen énkel bezwaar dat te doen als het gaat om de kernteksten met betrekking tot de opname van de gemeente zoals 1 Thes. 4; Johannes 14:2,3; 2 Petrus 3:10 en 1 Kor. 15 (waarin je leest hoe het praktisch vorm krijgt, de manier van transformatie).

WAAROM VERZET MEN ZICH?

Waarom verzetten mensen zich tegen deze gedachte? Waarom bestrijd men deze opvatting?

Laten we wel zijn: stel het is een uitleg van de Bijbel die niet klopt. Wat dan nog? Doet het ook maar iets toe- of af aan de gangbare theologische opvattingen omtrent bekering, wedergeboorte, doop of behoud? Doet het iets af aan de Goddelijkheid van Christus, aan de leer van de drie-eenheid? Helemaal niets! Beschadigd het de Kerk, de gemeente, van Christus? Eveneens niet! Dus waarom dit verzet tegen iets wat letterlijk(!) in de Bijbel staat?

De “opname”-opvatting zou je, in het ergste geval, een “variatie op een thema” kunnen noemen; namelijk de algemene opvatting van de kerken (van de Reformatie) op de wederkomst van Christus. Alhoewel er ook binnen de reformatorische gezindte predikanten zijn die wel degelijk geloven dat de gemeente wordt opgenomen alvorens er een tijd van grote verdrukking losbarst. Daar zie je alleen al aan dat het een gedachte is die de kerken helemaal niet schaadt.

Ik heb deze vraag gesteld. De tegenwerpingen worden dan vaak zwak als in “ik vind het niet bijbels”. Of men doet er het zwijgen toe. Maar wat is er “niet bijbels” aan iets wat we letterlijk kunnen lezen in de Bijbel?

Persoonlijk denk ik dan ook dat het verwerpen van de gedachte aan een opname van de gelovigen met name is ingegeven door angst. Angst om de Here Jezus te moeten ontmoeten op een ‘onverwacht’ moment. Dat Hij komt om ons, als gelovigen, op te nemen op een moment dat je er ‘niet klaar voor bent’ of een moment waar je geen invloed op kunt uitoefenen. En dat terwijl het een troost zo moeten zijn te weten dat Jezus élk moment zou kunnen, en zal kunnen komen, om ons hier weg te halen en te bewaren voor de verdrukking die er gaat komen.

JE HOEFT NIET BANG TE ZIJN

Als je bang bent voor de opname, en nu moet ik toch persoonlijk worden, ben je dan feitelijk niet onzeker over je behoud? Ben je bang achter te blijven omdat je geen geloof of geloofszekerheid hebt? Of denk je wellicht: “Ik weet het allemaal wel maar later, als ik oud ben, dan maak ik het wel in orde met Jezus”. Als je die kant op denkt, vergis je niet. Een opname van de gemeente kan wellicht nog ver weg zijn. Maar je leven kan élk moment afgelopen zijn. Ook daar heb je geen invloed op.

Dit is niet om je bang te maken; zeker niet! Maar waarom weglopen voor een gedachte van een (plotselinge) opname terwijl je niet eens weet of je morgen nog leeft? Je kunt een ongeval krijgen, ziek worden of om welke reden dan ook plotseling overlijden. Ook dán sta je opeens oog in oog met de Here Jezus en dat is iets om helemaal niet bang voor te zijn, integendeel. De troost die de Here Jezus ons wil bieden (met de opname) is immers juist dat we worden weggenomen voordat op aarde, om het eens plat te zeggen, “de pleuris uitbreekt”. De troost die Hij wil bieden aan elke gelovige is ook dat wanneer er ons vóór die tijd iets overkomt, waardoor we zouden moeten sterven voor dat moment, we bij Hem zullen zijn.

Het moment dat je sterft, of het moment van de opname, hebben we zelf helemaal niet in de hand. Waar we héén gaan wel. De Here zegt in Johannes 3:16-18 het volgende:

Want God heeft zoveel liefde voor de wereld dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om de wereld te veroordelen, maar om haar door Hem van de ondergang te redden. Wie zijn vertrouwen op Jezus stelt, wordt niet veroordeeld.

Dat is alles. Geloven in Jezus. Dan hoef je niet bang te zijn voor de dood. Niet bang te zijn voor een Opname van de Gemeente. Want of die nu wel of niet zal komen, hoewel ik geloof van wel, is dan helemaal niet relevant. We hoeven als we in Jezus geloven, in Hem ‘geborgen zijn’, helemaal niet bang te zijn voor de toekomst. “Met dit nieuws kunt u elkaar troosten en bemoedigen”!

Verzoening met God: worden alle mensen behouden?

Worden alle mensen, door oordelen heen, behouden? Is Jezus gestorven voor de gehele schepping en heeft Hij door Zijn dood en opstanding alles met God verzoend?

Tijdens mijn (huidige) theologie-studie aan het Christian Leaders Institute bestudeerde ik recent de ‘gevangenisbrieven’ van Paulus weer. Met als gevolg dat ik toch weer bepaald werd bij die éne tekst (want die kom je dan tegen) en opvatting waar ik in het verleden zo vaak mee bezig ben geweest: de gedachte dat alles en iedereen door Christus met God verzoend wordt. De kerntekst voor deze gedachte is Filippenzen 2:9-11 **

9 Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, 10 opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, 11 en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader!

De alverzoeningsleer wordt ook wel een ‘goed bericht’ genoemd. Maar is hier daadwerkelijk sprake van een goed bericht (Evangelie) of is er sprake van misleiding en leringen van demonen die er toe leiden dat ongelovigen worden afgehouden van het Evangelie van Jezus Christus waarvoor Paulus gevangen zat?

De presentatie is ook als (PDF) download beschikbaar. Klik hier.

_____
** Vertaalaantekeningen bij dit vers (NBG)

Dit is een bewerkt citaat uit Jesaja 45:23. In de Nieuwe Bijbelvertaling staat daar de volgende eed die God doet: ‘Voor mij zal elke knie zich buigen en elke tong zal bij mij zweren.’ In de Griekse vertaling, de Septuaginta, vinden we een licht aangepaste tekst: ‘Voor mij zal elke knie zich buigen en elke tong zal God belijden (of: prijzen)’. Dit laatste citeert Paulus letterlijk in Romeinen 14:11. In Filippenzen 2:10-11 wordt de tekst zo geciteerd dat het nu Jezus Christus is voor wie iedereen zal buigen en wiens heerschappij iedereen zal belijden, tot eer van God de Vader.

Herziene Voorhoevvertaling Telos Bijbel 5e editie weer beschikbaar

Hoe lang bestaat het Nieuwe Testament eigenlijk al?

Hoe lang kennen we de boeken van het Nieuwe Testament, wat zijn de oudste exemplaren? Dit is een niet onbelangrijke vraag want daarmee hangt niet alleen de datering van de boeken samen maar ook de betrouwbaarheid.

Stel, ik zou een boek schrijven over iemand die 150 jaar geleden heeft geleefd. Mijn bronnen: mondelinge overleveringen. Dan zou de betrouwbaarheid er van behoorlijk matig zijn. Maar als ik een boek schrijf over de 2e wereldoorlog, nu zo’n 75 jaar geleden, kan ik nog voldoende mensen spreken en interviewen die deze oorlog meegemaakt hebben. Met andere woorden: uit de éérste hand hun verhalen optekenen, met elkaar vergelijken en zo tot een betrouwbaar verslag komen.

Met de kerstdagen hebben we herdacht dat Jezus is geboren (rond het jaar 4 voor de jaartelling). De eerste verslagen van zijn leven, gebaseerd op onderzoek en eigen ervaring van de geïnterviewden, verschenen rond het jaar 60 (Evangelie van Lucas bijvoorbeeld).

Sommigen ontkennen dit; zij stellen dat “Het Nieuwe Testament veel later is geschreven”, zoals bijvoorbeeld ditzelfde Evangelie van Lucas; het zou volgens sommigen pas uiterlijk rond 130 n.Chr. zijn verschenen. Dan zou Lucas niet eens de schrijver kunnen zijn(!) en zou het boek dus op dat punt al de eerste leugen verkondigen.

Het zou ook verder een onbetrouwbaar boek zijn immers: honderd jaar na dato zijn er nauwelijks nog levende getuigen van het leven van Jezus en als er al een spaarzame, zéér oude, getuige zou zijn, hoe zou die zich nog zo veel en zo precies alles kunnen herinneren? En natuurlijk kun je ook niet de diverse bronnen tegen elkaar afwegen.

COLLECTIES
Het is daarom interessant om te zien dat Ignatius in 115 n.Chr. blijkt te beschikken over een collectie van de Evangeliën en Clemens al in 96 een collectie van de brieven van Paulus had. Dit betekent niets anders dan dat de Evangeliën en de brieven reeds wijdverspreid waren, al voor het jaar honderd.

Fragment brief aan de Romeinen
Oxyrhynchus 209, manuscript of the New Testament, Romeinenbrief, 4e eeuw (Wikipedia)

Daarom ook dat er zoveel kopieën van de Evangeliën en brieven zijn ook al zijn ze op het, maar matig te conserveren, papyrus geschreven. Er waren er zó veel beschikbaar uit de eerste eeuwen na Christus dat deze vroege kopieën van het Nieuwe Testament simpelweg ‘overleefd’ hebben dankzij de massa er van.

INTERN BEWIJS
Daarnaast is er belangrijk ‘intern bewijs’ die de Handelingen, en dus ook het Evangelie van Lucas want dat was het éérste boek dat Lucas schreef, zelfs dateren van voor of rond het jaar 60 n.Chr. Immers: er wordt over de dood van Paulus niets genoemd; het boek stopt bij zijn éérste gevangenschap. Dat was op dat moment de situatie.

Ook wordt niet genoemd dat Paulus weer vrijgelaten was en nog een 4e zendingsreis of zelfs reizen heeft gemaakt. Tot slot wordt ook de verwoesting van de Tempel van Jeruzalem niet genoemd – en dat terwijl dit voor zowel de Joden als de Christenen een (wereld)schokkend gebeuren moet zijn geweest.

Sommigen beweren dat dit ‘tactiek’ van de ‘fictieve’ Lucas zou zijn geweest om geloofwaardiger over te komen als zou deze fictieve schrijver wel degelijk de originele schrijver zijn. Maar dan ga je per definitie uit van boze opzet van een schrijver die overduidelijk dit doel niet heeft. Een schrijver die zichzelf dan ook volstrekt belachelijk zou maken immers: iedereen die die brief ontving of las wíst dat hij Lucas niet was of kon zijn.

Persoonlijk geloof ik eerder dat zij die dergelijke ‘boze opzet’ aan Lucas toe willen schrijven zélf een boze opzet hebben: de geloofwaardigheid van de Bijbel in diskrediet brengen. Er is immers verder helemaal niets en niemand gediend met deze theorie anders dan het ‘afzwakken’ van het Getuigenis van de Bijbel?

Alles bij elkaar genomen, en ik kan in dit stukje natuurlijk lang niet alles benoemen op dit punt, is het zonder twijfel een vaststaand feit dat het Nieuwe Testament, de Evangelieën en de brieven, allemaal zijn geschreven tussen ca. 30-60 n.Chr. Met andere woorden: door de schrijvers zoals Lucas, Paulus e.a. en niet door ghostwriters!

BRIEF AAN DE ROMEINEN
Op dit moment bestudeer ik de brief aan de Romeinen en zo kwam ik er op iets op te zoeken over deze brief. Omdat de inhoud van de brief er toe leidt dat ik wat vraagtekens heb bij een aantal aannames die er over worden gedaan. Daarover later meer (waarschijnlijk).

Door de zoektocht naar informatie kwam ik op een fragment van deze brief en bronnen die melden dat er reeds voor het jaar honderd dus wijdverspreid kopieën van deze brief in omloop waren. Ook in de Bijbel zelf wordt dit genoemd; Petrus schrijft in zijn brief namelijk over de brieven van Paulus(!) en daarnaast wordt ook de opdracht gegeven afschriften van de brieven door te zenden aan andere gemeenten.

Bijzonder is soms de vindplaats van deze oude kopieën. Een antieke vuilstort waar zéér veel oude geschriften werden gevonden, inclusief bijbelgedeelten. Juist door de combinatie met andere oude boeken is het dan des te aannemelijker dat het originele kopieën zijn en geen falsificaties.

Tot slot, het Oude Testament? Reeds in de tijd van Jezus was daarvan de canon vastgesteld en was er zelfs al een Griekse vertaling. Ook deze was wijdverspreid al was het alleen al doordat het Jodendom, de Joden, zelf over de hele toenmalige wereld verspreid waren geraakt. Dat onderwerp stip ik ook aan in deze video.

 

Bouwen met de Buit

De relatie tussen het Oude en Nieuwe Testament in de bouw van de Tabernakel, de Tempel en het ontstaan van de Gemeente is een bijzondere relatie.

Tempel van Jeruzalem - Open Source Wikimedia

Er zijn meer overeenkomsten dan wij op het eerste gezicht denken. Wie was de ontwerper, wie was de bouwmeester? Waarom was de ‘buit’ die gebruikt werd belangrijk voor de Tabernakel en de Tempel én, .. wat was dan de buit in die zin in het geval van de Gemeente?

Jesaja 49:25 (NBG51). Maar zo zegt de Here: Toch worden de gevangenen aan een sterke ontnomen, en ontkomt de buit van een geweldige. Ik zelf zal strijden tegen uw bestrijders en Ik zelf zal uw zonen redden.

Bij het bestuderen van het Oude Testament viel mij, naar aanleiding van de paralel die er is tussen de Tabernakel en de Tempel, iets op. Er werd in beide gevallen gesproken over ‘oorlogsbuit’ die als basis diende voor de bouw. Maar ook het Nieuwe Testament spreekt over ‘buit’…

Daarnaast zijn er nog een paar andere paralellen te zien tussen de Tabernakel en de Tempel. En, er is eveneens een paralel in het Nieuwe Testament.

Deze drie overeenkomsten zijn dermate bijzonder dat verder onderzoek natuurlijk niet alleen interessant is maar ons ook een paar belangrijke geestelijke lessen kan leren. Wat vertelt het Oude Testament, wanneer er gesproken wordt over de Tabernakel en de Tempel, ons over het Nieuwe Testament?

In Exodus 3:20-22 lezen we: 20 Daarom zal Ik Mijn hand uitstrekken en Egypte treffen met al Mijn wonderen die Ik te midden daarvan doen zal. Daarna zal hij u laten gaan. 21 En Ik zal dit volk genade geven in de ogen van de Egyptenaren. En het zal gebeuren dat u, als u weggaat, niet met lege handen gaat. 22 Elke vrouw moet aan haar buurvrouw en aan haar huisgenote zilveren en gouden voorwerpen vragen, en kleren, die u uw zonen en dochters te dragen moet geven. Zo zult u Egypte beroven. – Zie ook Exodus 12:35, 36.

Als je dat leest denk je onwillekeurig “wat raar, waarom moeten de Israëlieten ‘buit’ meenemen van de Egyptenaren?”. Wat heb je aan al dat zilver en goud als je als volk de woestijn in trekt? En wat heeft dat te maken met de Gemeente, de Kerk?

Lees verder (15 pagina’s A4, PDF formaat)

De Betekenis van het Kruis

cross-982103_640Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven als losprijs voor velen – Markus 10:45

Er zijn heel wat mensen die met een kruis om hun hals lopen. Ook veel mensen die helemaal niets met het geloof hebben dragen een kruis. Zo zag ik laatst op internet dat iemand prachtige houten kruizen maakte, schitterend bewerkt. Die verkocht hij via zijn webwinkel. Zijn passie, zoals ze dat noemen, was dan ook niet het Kruis van Christus – maar houtbewerking..

Ook zie je regelmatig mensen die bijvoorbeeld een kruis als tatoeage hebben. Pop- en Rockartiesten lopen ook vaak met een kruis-symbool op hun kleding, op hun hoezen van CD’s of podium-decoratie.

Als Christenen hechten we waarde aan het ‘symbool’. Maar eigenlijk was een kruis niet meer dan een martelwerktuig – een “vloekhout” noemt de Bijbel het zelfs. De Encyclopedie schrijft er dan ook over:

Het kruis is een symbool van schande en vervloeking. Het kruis is dan ook een ‘vloekhout’ dat dood en schande vertegenwoordigt. Het werd gebruikt om mensen de doodstraf te geven.

Toch spreekt de Bijbel regelmatig over het Kruis. Uiteraard! Want het was door de kruisiging dat Christus ter dood werd gebracht. Maar heeft het kruis zelf ook maar enige waarde?

> Lees verder ( download PDF)

Beluisteren? Klik hier onder.

 

GERECHTVAARDIGD VERKLAARD

Weet U wat dat is, dat je ‘gerechtvaardigd verklaard’ wordt? Wat dat inhoud? Alle gelovigen zijn ‘gerechtvaardigd verklaard’. Dit is een belangrijke, Bijbelse, waarheid. 

gerechtvaardigd

Deze studie/prediking gaat over Romeinen 5, waarin Paulus dit helder uiteenzet. In de studie vergelijken we diverse vertalingen met elkaar om deze belangrijke waarheid goed helder voor onze ogen te stellen.

Er wordt namelijk op dit gebied nogal eens het een en ander beweerd; zo zegt de een dat Jezus niet meer (of minder) was dan ‘een goed voorbeeld dat navolging verdiend’. Anderen bewerend dat Hij ‘de hele wereld gered heeft’, weer anderen zeggen dat alleen zij die tot ‘het verbond’ horen gered zijn of worden, .. maar wat zegt de Bijbel er over? Want dat is onze toetssteen!

> PDF, download

Liefde en Respect (I)

1 Timotheüs 5:1-16

Toen Paulus zijn medearbeider Timoteüs achterliet in Efeze, hoofdstuk 1:3-4, liet hij hem achter met een zware taak. Paulus had drie jaar gewerkt in Efeze en uit zijn werk was de grootste Christelijke gemeente ontstaan – we hebben daarover in de studie over de vierde zendingsreis van Paulus ook gesproken.

De taak voor Timoteüs was vooral zwaar omdat hij een jonge broeder was. Misschien een jaar of 30. Als je zo jong bent en je krijgt de opdracht van Paulus:

3 Ik herinner u eraan hoe ik u, toen ik naar Macedonië reisde, ertoe opgeroepen heb in Efeze te blijven om sommigen te bevelen geen andere leer te onderwijzen, 4 zich ook niet bezig te houden met verzinsels en eindeloze geslachtsregisters, die meer twistgesprekken opleveren dan door God gewerkte opbouw in het geloof.

dan is dat een zware klus om te klaren!

Het was dus Timoteüs’ taak om op vooral leerstellig gebied enige orde op zaken te stellen terwijl Paulus naar Macedonië (Griekenland) reisde. Verder in de brief, en daar gaan we nu naar kijken, blijkt dat er niet alleen leerstellig een aantal zaken speelden die aandacht verdienden of waar correctie nodig was.

> klik hier voor de volledige studie (12 Pagina’s, A4)

Tussen de Gevangenschappen

De 4e Zendingsreis van Paulus. Een feit dat maar weinig mensen bekend is, is dat Paulus feitelijk vier zendingsreizen heeft gemaakt. De 4e zendingsreis heeft plaatsgevonden tussen de éérste en de laatste, twééde, gevangenschap in Rome.

In deze studieserie wordt ingegaan op het leven en werk van Paulus met de nadruk op deze periode tussen de gevangenschappen en de 2e gevangenschap en de brieven uit die periode, ook wel de ‘pastorale brieven’ genoemd.

introductie: Powerpoint (in PDF)
Toelichting/studie bij de Powerpoint
De Brief aan Titus en Timoteüs

De brieven worden vanuit deze historische context besproken en zijn dus géén “boekstudies”.

De Wet

Ps 119:105
“Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad”

Ps. 119:96,97
“Aan alles, hoe volkomen ook, heb ik een einde gezien, maar uw gebod is onbegrensd. Hoe lief heb ik uw wet! Zij is mijn overdenking de ganse dag.”

Een prediking over ‘De Wet’ (van Mozes), hoe wij daar als gelovigen uit de Genade Tijd mee om (zouden moeten) gaan. Onze positie of houding ten opzichte van de wet is vaak de positie van Paulus, althans: zoals wij denken dat Paulus deze zag: de Wet is ‘afgedaan’, “de Wet veróórdeeld alleen maar”. En dus laten we deze vijf boeken van Mozes vaak maar voor wat ze zijn..

> 20090607 Preekschets, De Wet (PDF)

Paulus en de doop

Het eerdere artikel over de ‘doopformule’ zorgde er voor dat mijn oog viel op het volgende gedeelte uit de 1e brief aan de Korinthiërs:

1 Korinthe 1:17
Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet het kruis van Christus tot een holle klank te maken.

Naar aanleiding van deze tekst heb ik regelmatig gelezen dat Paulus, “na de handelingen-periode” geen mensen meer doopte. Dat zou zijn roeping niet zijn en, volgens degenen die dit leren, belangrijker nog: de doop zou zijn “afgeschaft” onder Paulus’ bediening. Een gedachte welke met name heerst in de kringen van de ultra- of hyperdispensationalisten en alverzoeners (d.i. alverzoeners die een variant van het ultra-dispensationalisme als basis voor hun opvattingen hebben).

Is het juist, vanwege deze zinssnede, te stellen dat Paulus niet meer doopte? Dan moeten we kijken naar twee zaken:

  1. Wanneer schreef Paulus dit (en doopte hij toen inderdaad niet meer)?
  2. Wat is ‘dopen’ eigenlijk?

1. Wanneer schreef Paulus 1 Korinthe?
De meeste bijbelonderzoekers en leraren zijn het er over eens dat Paulus werkzaam was in Korinthe in 50-52. De gemeente daar kende grote problemen en Paulus schreef hen hierover rond het jaar 54 : de 1e Korinthebrief. Dit was vóór Handelingen 19.

Waarom is dat van belang? In Handelingen 19 lezen we over de 3e zendingsreis van Paulus. Wat deed hij tijdens deze reis? Ik citeer Handelingen 19:1-7:

..geschiedde het, dat Paulus, na door de bovenlanden gereisd te zijn, te Efeze kwam, en daar enige discipelen vond. 2 En hij zeide tot hen: Hebt gij de heilige Geest ontvangen, toen gij tot het geloof kwaamt? Doch zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord, dat er een heilige Geest is. 3 En hij zeide tot hen: Waarin zijt gij dan gedoopt? En zij zeiden: In de doop van Johannes. 4 Maar Paulus zeide: Johannes doopte een doop van bekering en zeide tot het volk, dat zij moesten geloven in Hem, die na hem kwam, dat is in Jezus. 5 En toen zij dit hoorden, lieten zij zich dopen in de naam van de Here Jezus. 6 En toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de heilige Geest over hen, en zij spraken in tongen en profeteerden. 7 En het waren in het geheel ongeveer twaalf mannen.

Het valt dus niet te ontkennen dat Paulus wel dégelijk doopte, ook tijdens zijn zendingsreizen en nádat hij schreef dat het niet zijn roeping was om mensen te dopen maar om het Evangelie te brengen! De bewering dat Paulus dus “later niet meer doopte”, op grond van dit gedeelte uit de eerste Korinthebrief, kan geen stand houden. Zelfs als we zouden stellen dat het hier niet letterlijk staat dat hij hen doopte -en er dus de mogelijkheid is dat één van zijn metgezellen dit deed- moeten we toch op zijn minst concluderen dat hij (a) hen wijst op de doop in de naam van Jezus en (b) deze doop bevestigt door zijn aanwezigheid én de handoplegging (zegening) van de pasgedoopten.

Als Paulus de doop had “afgeschaft” zou hij hen daarover niet hebben verteld, deze niet hebben toegepast en hen na deze doop ook niet de handen hebben opgelegd om ze te zegenen!

2. Wat is ‘dopen’ eigenlijk?
Waarom zei Paulus dan dat hij niet geroepen was om te dopen? De verklaring zit in het dopen zelf; wat ís dat? Dopen = het maken van discipelen. Dat zijn: leerlingen. Paulus doopte dus niet om ‘leerlingen van Paulus’ te maken (vergelijk de twaalf mannen in Handelingen, zij waren “discipelen van Johannes”!). Hij doopte wel, maar het was niet zijn roeping of taak om ‘discipelen’ te maken. Zijn roeping was: verkondiging van het Evangelie. Dat was zijn taak. En door die verkondiging ontstonden gemeenten.

Nadat hij daar vaak een tijd (kort) onderwijs had gegeven, de eerste mensen gedoopt had en de plaatselijke gemeente -als een goed zendeling- institutioneerde door aanstelling van een leider of leiders, trok hij verder. Soms liet hij andere medewerkers achter, om de plaatselijke gemeente verder op te bouwen (Hand. 19:1, 1 Kor. 3:6: Apollos).

In 1 Kor. 1:12, 3:4 zien we dat Paulus zegt tot deze Korinthiërs dat zij “vleselijke mensen” zijn, omdat zij zich beroepen op het “zijn van” Apollos, Paulus, Petrus (Kefas) of.. Christus. Paulus schrijft dan ook in 1 Kor. 1:13-14:

zijt gij in de naam van Paulus gedoopt? Ik ben dankbaar, dat ik niemand uwer gedoopt heb dan Crispus en Gajus; zodat niemand kan zeggen, dat gij in mijn naam gedoopt zijt.

Met andere woorden: met uitzondering van Crispus, Gajus (en het gezin van Stefanus, vers 16) had Paulus niemand gedoopt in Korinthe (nb. eveneens een bevestiging dat hij wel dégelijk doopte!). En waarom was dat van belang? Zodat deze “vleselijk” denkende Korinthiërs niet konden zeggen dat zij “discipelen van Paulus” waren. Zodat ze zich daar niet op konden beroepen (1 Kor. 4:6).

Conclusie
Is 1 Korinthe 1:17 dus een tekst op basis waarvan wij kunnen stellen of beweren dat Paulus “in zijn latere bediening” (die toen nog niet eens aangevangen was, áls die er al is!) niet meer doopte? Het antwoord moet toch duidelijk zijn inmiddels: nee. De tekst toont alleen dat wat er staat, namelijk: dat Paulus niet was gezonden om mensen tot léérling van Paulus -waar ze zich dan ook nog eens op zouden kunnen beroepen- te maken, maar dat hij was gezonden om het Evangelie te brengen. Hij was een evangelist, dát is het punt dat hij wilde maken. Anders te leren is een misvatting met, helaas, vergaande consequenties (ondermeer het valse onderwijs dat “de doop is afgeschaft door Paulus”).