Tag: Priesters

I & II Kronieken

Ook I & II Kronieken waren, net als Samuël en Koningen, eerst één boek. De originele naam betekent “journalen” of “dagverslag”. De Kronieken moeten niet verward worden met de “kronieken der koningen van Israël” en de “kronieken der koningen van Juda” (1 Kon 22:39, 46). Dit waren namelijk officiële verslagen, zogenaame “rechtbankverslagen”, van de twee landen.

De Kronieken zijn later geschreven dan Koningen, aan het einde van de Babylonische ballingschap, vermoedelijk door Ezra – priester en schrijver. Veel van wat we in Kronieken lezen vinden we ook in Koningen terug. Echter, vanuit een ánder standpunt:

  1. Koningen: de geschiedenissen vanuit regering/politiek beschouwd;
  2. Kronieken: vanuit de ‘geestelijkheid’ (priesters) beschouwd.

Sommigen beweren dat er tegenstrijdigheden zouden zijn in de boeken maar wanneer we weten dat ze allebei vanuit een verschillende invalshoek zijn geschreven ontdekken we: de boeken vullen elkaar áán. In Koningen staat ‘de Troon’ centraal, in Kronieken ‘de Tempel’.

Het centrale thema van Kronieken is de voorbereiding van de bouw van de Tempel, de bouw er van en de diverse reformaties door de koningen.

Kronieken is als volgt in te delen:

I Kronieken

  1. Genealogie
  2. De regering van David

II Kronieken

  1. De regering van Salomo
  2. De Koningen van Juda tot de Babylonische ballingschap.

De opbouw is daarmee grotendeels gelijk aan Koningen. Werd echter in Koningen de meeste aandacht besteed aan Israël (Tien Stammen), hier ligt overduidelijk de nadruk op Juda. Dat is ook logisch: de Tempeldienst was in Juda (Jeruzalem).

Geslachtsregisters
De aandacht voor de geslachtsregisters kent een goede reden; voor het volk Israël waren deze registers zeer belangrijk. Daarnaast leren ze ons ook iets: God handelt met de méns, niet met volken, (politieke) bewegingen e.d. De Kronieken beginnen eenvoudigweg met de opsomming: “Adam, Set, Enos, Kenan, Mahalalel, Jered, Henoch, Metuselach, Lamech, Noach, Sem, Cham en Jafet…“. De mensen die God verkiest -en Zijn beloften aan deze mensen- staan centraal! Het is dan ook geen complete genealogie van de mensheid. Vanaf Adam tot aan de Stam Juda en het uitverkoren koningshuis van Juda, het huis van David.

Israël kende in die tijd al een soort van bevolkingsregister: “Geheel Israël was in registers opgenomen; zij waren opgeschreven in het boek der koningen van Israël. De Judeeërs werden naar Babel weggevoerd om hun ontrouw.” (1 Kron. 9:1). Wanneer we deze hoofdstukken lezen, áls we ze al lezen!, vinden we dit vaak maar saaie en taaie kost. Al die namen,.. het zegt ons niets.

Troon van David
Maar, zoals gezegd, dienen deze registers een belangrijk doel voor het volk Israël en bovenal is er nog een belangrijke, andere, reden waarom deze registers zelfs in God’s Woord zijn opgenomen! In Matteüs 1 vinden we namelijk het geslachtsregister van Jezus (geredeneerd vanuit zijn menselijke vader, Jozef(*)). Dit was voor de Joden zeer belangrijk omdat Jezus alléén dan de Messias kon zijn wanneer hij een afstammeling, naar de mens, van het huis van David was. En dan is het nóg opmerkelijker het volgende te zien: niet alleen vanuit Jozef -dus naar de mens, of “om de mens tevreden te stellen”- gezien was Jezus afstamming van David, óók Maria stamde uit het huis van David!

In Lukas 3:23 v.v. staat namelijk een ánder, zo op het eerste gezicht, tegenstrijdig geslachtsregister van Jozef. Daar staat dat Jozef de “zoon van Eli” was. Terwijl in Matteüs staat vermeld dat Jozef de “zoon van Jakob” was. Het raadsel wat we hier aantreffen is echter eenvoudig op te lossen: Eli was de vader van Maria. Naar de gewoonte van die tijd echter werd Jozef (Luk. 3:23) “waarvan men meende” dat hij Jezus’ vader was, gerekend tot de huishouding van zijn schoonvader. Vergelijk bijv. 1 Sam 24:17 waar David, die zou gaan trouwen met één van Sauls’ dochters, door Saul als “zoon” gezien wordt.

Een andere opmerkelijkheid in dit verband: Jozef was uit de bloedlijn van Jechonia. Die, hoewel hij recht zou kunnen doen gelden op de troon, deze troon ontzegd was: Jer. 22:29, 30. Maria was uit de lijn van Nathan, een andere zoon van David, die geen rechten konden laten gelden op de troon. Christus Jezus was dus wel degelijk uit het geslacht van David, via Maria, maar had geen rechten op de troon ténzij.. hij gerekend werd als “zoon” van een man die dat wel kon doen: Jozef. Dit toont tévens aan waarom Christus Jezus niet letterlijk een zoon, van vlees en bloed, van Jozef kón en mócht zijn. Was Hij dat wel geweest, dan was het ónmogelijk dat Hij, de Messias, de Troon van David zou kunnen beërven omdat de troon ontzegd was aan deze ‘bloedlijn’. Dit was dan ook de énige manier waarop de Troon van David weer hersteld kon worden!

De profetie is op zeer wonderlijke wijze vervuld in Christus Jezus. In álle opzichten was er een zoon van David die de troon weer kon (kan) opeisen! Naar de mens gesproken was deze weg afgesneden, maar de Goddelijke interventie is en profetie is boven alles, boven alle denken verheven.

Geslachtsregisters saai? Ze zijn de sleutel tot de profetie en het verstaan er van!

Reformaties
In II Kronieken lezen we over diverse reformaties in Juda. Een van de grootste koning-reformatoren was Hizkia (zie o.a. 2 Kron. 29, 30). Men is van mening dat Jesaja een drijvende kracht achter Hizkia’s reformatie was.

Daarnaast mag ook Koning Josia niet onvermeld blijven. Op achtjarige leeftijd werd hij Koning en toen hij 16 jaar oud was “begon hij de Here te zoeken”. II Kronieken vermeldt van hem: “Hij deed wat recht is in de ogen des HEREN en wandelde in de wegen van zijn vader David; hij week niet af, rechts noch links.“. Toen hij twintig jaar oud was liet hij Jeruzalem en Juda reinigen van alle afgoderij, hij hakte persoonlijk de wierrookaltaren van de Baäls om en zelfs in grote delen van Israël hield hij “grote schoonmaak” door de afgodsbeelden en altaren te vernietigen. Hij liet de Tempel herstellen en de wet werd teruggevonden en weer ingevoerd.

Helaas volgden na Josia vier andere koningen die het volk, zowel letterlijk als geestelijk, naar de afgrond voerden middels de afgoderij en rebellie tegen God’s Woord. Het resulteerde in de Babylonische ballingschap.

*) Jozef was uiteraard niet de verwekker van Jezus, maar het recht op de troon was vanuit de mánnelijke lijn. Er was voorzegd dat de Messias de troon van David zou erven, zie ondermeer: Jes. 9:7; Jer. 33:15-17; 25:5; Ps. 132:11; 1 Kron 17:11-14.

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van:

  • Survey of the Old Testament I, Independent Studies, Moody Bible Institute;
  • De Messias in het Oude en Nieuwe testament, door: Jb. Klein Haneveld
  • NET.Bible, 1st edition

Leviticus

Eén van de boeken die de meeste Christenen nauwelijks lezen is Leviticus. Genesis en Exodus zijn nog wel redelijk bekend, maar Leviticus? Het, op zijn minst globaal, kennen van dit boek is echter van groot belang. Eerlijk is eerlijk, het is geen “literatuur die lekker wegleest”. Maar aan de andere kant: het hoort bij de Bijbel en dat is niet voor niets!

Leviticus Alle vijf boeken van Mozes (Genesis tm Deuteronomium) vormen één geheel.

Ze beginnen dan ook steeds met een verwijzing naar het voorgaande boek middels het woordje: “En..”. Helaas is dat in onze Nederlandse vertaling (NBV) weggehaald. Deze begint met “De HEER riep Mozes..“. De Engelse, KJV en ASV, begint met: “And Jehovah called unto Moses”. Om aan te geven dat de boeken één geheel zijn. De énige Nederlandse vertaling die dit ook doet is de StatenBijbel: “En de HEERE riep Mozes”… Dit is dan ook de juiste weergave. Zo is, ook vanuit de brontekst, duidelijk dat deze boeken één geheel vormen en als zodanig gezien moeten worden (net als dat de Bijbel uiteraard één geheel vormt).

Leviticus begint waar Exodus eindigt; de Tabernakel is gereed en nu spreekt de Here tot Mozes in de Tabernakel: “En de HEERE riep Mozes, en sprak tot hem uit de tent der samenkomst” (1:1, SV).

De naam van het boek komt van de Griekse vertaling; het betekent “aangaande de Levieten”, maar de instructies in het boek zijn voornamelijk bedoeld voor de priesters die slechts een klein deel van de stam van Levi uitmaakten. Het boek zou daarom net zo goed “Een handleiding voor de Priesterdienst” kunnen heten!

Leviticus en de Christen
Veel Christenen zien de waarde van Leviticus niet. Maar, in de Hebreeën-brief wordt juist duidelijk dat de rituelen van de Wet van Israël een type en geestelijke les zijn voor de gelovige. Alle offers in Leviticus wijzen ons op dat éne offer: Christus! Daarnaast toont het boek hoe een zondig mens tot de Heilige God kan naderen; het sleutelwoord in het boek is dan ook: Heilig.

Leviticus 19:2
Spreek tot de ganse vergadering der Israëlieten en zeg tot hen: Heilig zult gij zijn, want Ik, de HERE, uw God, ben heilig.”

Structuur van het boek
Leviticus kan in vier hoofdthema’s verdeeld worden:

  1. Naderen tot God (1-10)
    De twee éssentiële zaken voor het naderen tot God zijn:
    – Offers (1-7)
    – Priesters (8-10)
  2. Ceremoniële reiniging (11-16)
    God leert Zijn volk dat zij onderscheiden zijn van andere volken. Tot in de kleinste details zijn zij onderscheiden van andere volken, zelfs in het voedsel dat zij tot zich mochten nemen. Er wordt tevens onderscheid onderwezen tussen morele én geestelijke onreinheid.
  3. Israël God’s Heilige volk (17-22)
    Het woord “heilig” komt van [de stam van] het woord dat betekent “apart gezet”. Zie ook onder het 2e punt. Het volk wordt onderwezen in het feit dat er absolute standaarden zijn, gebaseerd op het Heilige karakter van God. Absolute standaarden zijn niet beïnvloedbaar door de mens of de ‘tijdgeest’, zij zijn tevens niet tijd- of cultuur-gebonden!
  4. Feesten en geloften (23-27)
    Náást de wekelijkse sabbat kende Israël zeven ‘feesten‘, inclusief een vasten. De feesten zijn verdeeld over het jaar; de eerste vier in het voorjaar en de vroege zomer, de laatste drie in de herfst. 

In het hele boek klinkt de vooruitblik, het verlangend uitzien, door naar de komst van dat éne Offer: Christus Jezus.