Tag: Rots

Waarom werd Petrus ‘rots’ genoemd?

In Matt. 16 lezen we dat één van de discipelen, Simon Bar Jona, van de Here Jezus een nieuwe naam kreeg: Petrus (of: Kefas).

Als eerste moeten we in Matt. 16:18 onderscheiden dat de Here zegt:

“En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen”

In de Bijbelstudie op Petrus kwam naar voren dat hier een ‘spel’ met woorden wordt gedaan; de Here zegt: “jij bent een rots (Petrus) en op deze rots (petra)”.. Het ‘petra’ is de vrouwelijke vorm van hetzelfde woord.

Wanneer hier bedoeld werd dat de Gemeente gebouwd zou worden op de méns Petrus zou de Here hebben kunnen volstaan met: “En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op jou zal Ik mijn gemeente bouwen”. Dat staat er echter uitdrukkelijk niet. Het “petra” verwijst naar het eerdere, de belijdenis van Petrus dat Christus de Zoon van God is. Dat is namelijk de grondslag van de Gemeente van Christus, niet de méns Petrus maar de door God aan hem geopenbaarde wijsheid. Christus is namelijk zelf de hoeksteen (Efeziërs 2:20, 1 Petrus 2:4-8)

Waarom werd hij Petrus genoemd?
Er zijn diverse redenen aan te wijzen of aangewezen waarom de Here aan Petrus een nieuwe naam gaf; zo is er bijvoorbeeld de Katholieke traditie die hier aan relateert dat met de aanwijzing van Petrus als ‘rots der kerk’ de Pauselijke traditie werd ingesteld waarop de kerk gefundeerd zou zijn. Dat hebben we hierboven ook al gezien, echter dat argument kan geen stand houden.

Wel moeten we vaststellen dat Petrus een leidende rol had binnen de gemeente van Christus, een leidende rol die hij al had onder de discipelen; vaak wordt hij als éérste genoemd in opsommingen (Matteüs 10:1-4, Markus 3:16-19, Lukas 6:14-16, Handelingen 1:13). Hij was ook vaak de ‘woordvoerder’ van de apostelen.

Abraham wordt in het Oude Testament ook ‘de rots’ genoemd:

Jes. 51:1,2 “Aanschouwt de rots waaruit gij gehouwen zijt, en de holte van de put waaruit gij gegraven zijt; aanschouwt Abraham, uw vader, en Sara, die u baarde; want Ik riep hem als eenling en Ik zegende hem en vermenigvuldigde hem.”

De naam ‘rots’ (Hebreeuws: Tsur, Grieks: Kefas) was niet een gebruikelijke naam voor mensen, integendeel. Er werden wel vaker namen uit de natuur aan mensen gegeven, maar Petrus (rots) niet. Er moet dus een diepere betekenis in de naam schuilen.

Abraham was de ‘Vader van de gelovigen’ en werd dus ook ‘rots’ genoemd. Een rots, net als Petrus, voor de gelovigen. Op Abraham was het volk Israël niet gebouwd, maar wel uit voortgevloeid. Dat wil zeggen: God verrichte het wonder van het ontstaan van Israël dóór de onvruchtbare Abraham heen! Bij Petrus zien we dit ook! God werkte dóór Petrus heen; bij de éérste pinksterdag ontstond –door de prediking van Petrus- de eerste gemeente in Jeruzalem. Later werden, dóór Petrus heen, de eerste heidenen aan de gemeente toegevoegd.

Aangezien de Here zegt dat de gemeente gebouwd zou worden op zijn petrá, zijn getuigenis, was dit iets wat in de toekomst lag. Deze profetische woorden van de Here, richting Simon Bar Jona, werden ‘bezegeld’ in zijn nieuwe naam: Petrus. En vervuld! Zijn naam was dus een profetische héénwijzing naar wat (nog) ging komen; het ontstaan van de Gemeente van Christus Jezus door de bediening van Petrus.