Tag: wet

Zeven dagen zult gij arbeiden?

7dagenEen studie die in eerste instantie over een aantal niet verbonden onderwerpen lijkt te gaan maar waar we wel een rode draad in kunnen zien: van de koopzondag naar sabbat, van sabbat naar de wet van Mozes naar de Schepping, de afgoderij van vroeger (Israël) en nu – de “Stinkgoden” (HSV) of “drekgoden” (SV) zoals de Bijbel ze noemt. En de gevolgen van het nalopen van die goden voor de hedendaagse Gemeente van Christus Jezus.

Is er voor de gemeente of kerk binnen afzienbare tijd nog wel plaats en mogelijkheid om (op zondag) samen te komen rondom het Woord van God? Moeten we wel op zondag bijeen komen en niet liever op de sabbat?

Deze studie, PDF-formaat, is te downloaden (rechtstreekse link) via de website van de Stg. BTO Yarah.

> Klik hier

Valse leer

Ik vraag mij vaak af: “Hoe is het mogelijk dat valse leer ingang vindt bij gelovigen”? Op het Bijbelforum wordt daar momenteel ook, zijdelings, over gediscussieerd. In dit (lange) artikel probeer ik aan de hand van een aantal opvattingen een analyse te maken van de aantrekkelijkheid van dwalingen.. en waarom wedergeboren gelovigen “er voor vallen”.

Hebr. 12:2
Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods.

Lees verder ..

De Wet

Ps 119:105
“Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad”

Ps. 119:96,97
“Aan alles, hoe volkomen ook, heb ik een einde gezien, maar uw gebod is onbegrensd. Hoe lief heb ik uw wet! Zij is mijn overdenking de ganse dag.”

Een prediking over ‘De Wet’ (van Mozes), hoe wij daar als gelovigen uit de Genade Tijd mee om (zouden moeten) gaan. Onze positie of houding ten opzichte van de wet is vaak de positie van Paulus, althans: zoals wij denken dat Paulus deze zag: de Wet is ‘afgedaan’, “de Wet veróórdeeld alleen maar”. En dus laten we deze vijf boeken van Mozes vaak maar voor wat ze zijn..

> 20090607 Preekschets, De Wet (PDF)

De Joden!

Het verhaal gaat dat ooit eens Frederik de Grote van Pruisen, een aanhanger van de ideeën van de verlichting, aan een vriend die veel over God sprak vroeg om God te bewijzen. Het antwoord was: “De Joden, Sire!”.

Of het waar is, weet ik niet. Maar het is een niet te ontkennen feit dat het Joodse volk een uniek volk is. Welk ander volk bestaat nog, na bijna 2.000 jaar diaspora? Welk ander volk keert na zoveel jaar terug naar het land waar ze eens uit verdreven zijn? Het doet je afvragen hoe het mogelijk is dat een volk zo sterk is gebleken.. ondanks alle pogroms, de WOII, de huidige terroristische aanslagen en druk om het land op te geven.. Hoe is het toch mogelijk dat zij overeind blijven?

De Messias
Bezig met wat studie in Jesaja en Jeremia, waar we de 70-jarige ballingschap zien, zien we hetzelfde feit. Het volk bleef “overeind” en keerde terug naar haar eigen land onder Ezra en Nehemia. Wat was het dat hun houvast gaf? Wat is het dat hen zo anders maakt dan andere volken? En dan met name de stammen Juda, Benjamin en Levi alsmede een overblijfsel uit de 10 stammen (die volledig geassimileerd zijn in Juda en Benjamin).

Een aantal zaken vallen op:

  1. het onwankelbaar vasthouden -van een deel van het volk- aan God’s Woord, de Wet en de Profeten;
  2. het onwankelbaar vasthouden -van dit deel van het volk- aan de verwachting van de komst van de Messias, het herstel van het Huis van David.

Vooral dat laatste kom je bij de profeten veel tegen. En hier bedacht ik mij opeens: Israël heeft de Messias verworpen. Althans, als volk. Een klein deel van hen bekeerde zich wel tot de Here Jezus’ en zij werden een nieuw volk, samen met de tot geloof gekomen heidenen: de Christenen, het Lichaam van Christus.

Paulus onderwijst, zie ondermeer Romeinen 11, dat het feit dat zij de Messias hadden verworpen, óns behoud is geworden. Doordat zij de Here niet accepteerden ging het Evangelie naar de heidenen, immers (Rom. 11:15)?

Volgend jaar in Jeruzalem
Wat heeft nu de joden de laatste 2.000 jaar “op de been gehouden”? Juist! De verwachting welke zij eerder ook hadden: vasthouden aan God’s Woord en de daarin gedane beloften (bijvoorbeeld de landbelofte), denk aan de bede “volgend jaar in Jeruzalem” bij het Pesach dat men altijd uitsprak.. Maar bovenál: de verwachting van de Messias! Zij verwierpen Messias Jezus. En,.. verwachten de Messias -waarvan zij niet aanvaarden dat Hij reeds is gekomen- daarom nog steeds!

Dat is dan ook het gróte verschil tussen het Judaïsme, mijns inziens, en de “wereldgodsdiensten”. God heeft zich verbonden aan één volk en hen beloften gedaan. Zij hebben zich verbonden aan deze éne God! Ook al hebben zij het verbroken zij kennen de belofte(n) van herstel. En daaraan houden zij vast. Daarom bleven zij als volk “overeind”. Staande op de beloften van hun Heer en God. Door het Verbond apart gezet, geheiligd.

God heeft hen inderdaad bewaard. Hoe? Door Zijn Verbond. Waarvan de Here Jezus zegt dat er geen ‘tittel of jota ter aarde zal vallen’ vóórdat de wereld, de huidige schepping, vergaat (Mat. 5:8). Deze wet ís vervuld -door Christus Jezus’ komst- en daarom buiten werking gesteld (Ef. 2:15) maar moet noodzakelijkerwijs blíjven bestaan om dit Volk aan Haar God te ‘binden’!

We zien het ultieme bewijs hiervan in het herstel van Israël, 1948. Natuurlijk, een seculiere staat die is gevestigd. Maar wel een staat die gevestigd is als gevolg van deze verbondsbelofte. Want waren de (religieuze) Joden niet vasthoudend geweest, door alle eeuwen heen, hadden zij zich niet vastgeklampt aan dit Verbond dat ééns met hen gesloten is, dan was er nu géén (seculiere) staat Israël geweest…

Ezra, Nehemia, Ester

Ezra, Nehemia en Ester gaan alle drie over de geschiedenis ná de Babylonische ballingschap.

EZRA
Met name Ezra (2e deel) en Nehemia zijn aan elkaar gerelateerd. Zij waren tijdgenoten.

De geschiedenis van Ezra, de priester en schrijver, is vastgelegd in het gelijknamige boek. Het boek vertelt over de terugkeer van het volk onder Zerubbabel (een nakomeling van David), de herbouw van de Tempel en de komst -naar Jeruzalem- van Ezra zelf.

Het boek bestaat uit twee onderscheiden delen:

  1. De terugkeer onder Zerubbabel (1-6);
  2. De terugkeer onder Ezra (7-10).

Het boek Daniël heeft -op de achtergrond- een sterke relatie met het boek Ezra. Zo schreef iemand eens “achter het boek Ezra zien we de schaduw van een biddende man”, dat is, uiteraard: Daniël. Hij pleitte voor zijn volk bij de Here en “stond op de beloften”. Naast Daniël was overigens ook Ezechiël één van de naar Babel weggevoerden.

Onder Zerubbabel werd de tempelbouw gestart maar men was niet in staat de herbouw af te maken door de tegenstand van de mensen die waren gaan wonen in het gebied. Onder de regering van Koning Darius werd, aangemoedigd door Haggaï en Zacharia, door het volk weer gestart met de verdere herbouw van de tempel. Ongeveer 20 jaar nadat Zerubbabel de funderingen had gelegd werd de tempelbouw afgerond.

Tussen de éérste (Zerubbabel) en de twééde (Ezra) terugkeer ligt een periode van bijna zestig jaar. Het boek Ester schrijft ondermeer over wat er in die tussenliggende periode gebeurd is. De tegenstand tegen de joden, in Jeruzalem, heeft daarom wellicht een relatie met Haman de Syriër’s poging om de joden uit te roeien.

In het tweede deel van Ezra lezen we over Ezra’s eigen terugkeer naar Jeruzalem. Hij was een afstammeling van Aaron, een priester uit het hogepriesterlijke geslacht. Hij was ook een ‘schrijver’; een aanduiding voor die priesters die verantwoordelijk waren voor het kopieëren van de Heilige Schrift. Ezra’s bediening was voornamelijk gééstelijk. Hij onderwees het volk in de Wet en de aanbiddingsdienst.

NEHEMIA
Nehemia heeft dezelfde historische achtergrond als Ezra (2e deel). Nehemia’s boek begint ongeveer 12 à 13 jaar na Ezra.

Na de Babylonische ballingschap kwamen, in het Perzische Rijk, veel joden op belangrijke maatschappelijke posities terecht. Mordechai, de oom van Ester, was zo’n man, alsmede Nehemia. Hij was de “schenker” van de Koning. Nu denken wij vaak dat dat iemand is die het wijnglas van de Koning vult, maar deze functie was veel belangrijker. Hij was een vertrouwenspersoon van de Koning en verantwoordelijk voor diens’ leven; hij moest er voor zorgen dat de Koning niet het slachtoffer werd van vergiftiging en moest dus zijn leven bewaken. Hij kreeg van deKoning van de Perzen toestemming om naar Jeruzalem te gaan en de stadsmuren te herstellen.

Het boek Nehemia is onder te verdelen in drie delen:

  1. Komst van Nehemia naar Jeruzalem en het herstel van de muur (1-7);
  2. Geestelijke opwekking (8-10);
  3. Herstel van Jeruzalem, herbevolking (11-13).

Eén van de opvallendste “sterke punten” van Nehemia was dat hij in staat was het volk te motiveren de stad in alle opzichten te herstellen. Hij moedigde ze aan, maar dat niet alleen: hij was zelf ook een mede-arbeider, een “meewerkend voorman”. Hij was daarin een voorbeeld voor anderen, omdat hij deze arbeid 12 jaar lang verrichte zonder betaling te accepteren hiervoor (middels heffing van de belasting die hij mócht heffen maar naliet):

Nehemia 5:14
Ook hebben van de dag af, dat koning Artachsasta mij aanstelde tot landvoogd over het land Juda, van zijn twintigste tot zijn tweeëndertigste regeringsjaar, twaalf jaar lang, noch ik, noch mijn broeders het brood van een landvoogd gegeten.

In hoofdstuk 8-9 komen we Ezra tegen.

Nehemia 8:2-4
..En men verzocht de schriftgeleerde Ezra het boek der wet van Mozes, die de HERE aan Israël gegeven had, te halen. Toen bracht de priester Ezra de wet vóór de gemeente, zowel mannen als vrouwen en ieder die het kon begrijpen, op de eerste dag van de zevende maand. En hij las daaruit voor op het plein vóór de Waterpoort..

In die tijd waren de synagogen, in primitieve vorm, reeds in opkomst: leerhuizen waar men samenkwam om de Wet te lezen en God te dienen. Het verklaren en uitleggen van de Wet was één van de functies van de synagogen waarin werd voorzien door de schriftgeleerden – een titel die waarschijnlijk van Ezra’s aanduiding is afgeleid, aangezien hij voor het eerst een ‘schriftgeleerde’ werd genoemd. Onderwijs in de Wet, de Profeten en de Geschriften nam een steeds belangrijker plaats in onder het Joodse volk.

Het onderwijs van Ezra zorgde voor een geestelijke opwekking. Het volk leerde (weer) God te dienen. Door het onderwijs kreeg het geloof van de mensen ‘vaste grond’ in de Schriften en het onderwijs leidde tot schuldbelijdenis. Het besef, en belijden, van zonde en schuld ligt altijd aan ten grondslag aan bekering en opwekking.

ESTER
Het boek Ester is -samen met Ruth- één van de weinige boeken waarin een vrouw een centrale rol speelt; zelfs zodanig dat het boek naar haar vernoemd is. De schrijver van het boek is onbekend. De beschreven gebeurtenissen vonden plaats -zoals eerder gezegd- tussen het éérste en twééde deel van Ezra.

We lezen hier ondermeer over het huwelijk van Ester met Ahosveros, de Koning. Zijn werkelijke naam was Xerxes. Ahosveros is dan ook geen náám maar een titel.

Het verhaal handelt over de Joden, en hun omstandigheden, in de diaspora. Ester’s houding is er een van groot geloof en Godsvertrouwen. Desondanks wordt God’s naam nergens in het boek genoemd. Echter, zoals Matthew Henry zei: “Als God’s naam niet aanwezig is, is zijn vinger dat wel!”.

Deuteronomium

Het woord “Deuteronomium” betekent “2e wet” en is, wederom, door de Griekse vertalers aan het boek gegeven. In het Hebreeuws heet het boek, naar de openingszin, “Dit zijn de woorden”. Het boek bestaat grotendeels uit toespraken van Mozes, die het volk de historie, wet -samengevat- en het Palestijnse verbond voorhoudt. Tot slot lezen we over Mozes’ sterven. De indeling van het boek is dan ook als volgt:

  1. Een samenvatting van de geschiedenis van Israël (1-4);
  2. Een samenvatting van de Wet (5-26);
  3. Instelling van het Palestijnse Verbond (27-30);
  4. Mozes’ dood.

Het éérste deel is een terugblik; het tweede deel een ‘blik naar binnen’; het derde deel een vooruitblik. Het boek is door Mozes op schrift gesteld, uitgezonderd het slot uiteraard. In het NT wordt het boek regelmatig aangehaald.

De terugblik van Mozes, in de eerste hoofdstukken, gaat met name over het treurige gebeuren bij Kades: de ongehoorzaamheid van het volk welke er toe leidde dat ze 40 jaar in de woestijn moesten blijven. Het volk had, op de 12e dag nadat ze waren vertrokken van de berg Sinaï, het beloofde land kúnnen ingaan. Maar door hun ongehoorzaamheid moesten ze 40 jaar in de wildernis verblijven. Wachtend tot .. de hele generatie was overleden!

Het verblijf in de wildernis of woestijn kan dus worden getypeerd als “wachten tot je dood gaat”. De jongere generatie, die bij Kades onder de twintig waren, mochten het land ingaan (toen waren sommigen dus ook al rond de 60 jaar!) mét hun kinderen en kleinkinderen. We zien hier dus dat zonde, letterlijk!, leidt tot “de dood”. In de levens van de hedendaagse Christen leidt zonde tot de gééstelijke dood.

Door het hele boek heen zien we de herhaling van twéé woorden: horen en doen. De Wet vereiste dit; er naar luisteren maar er tevens naar hándelen. De opdracht die het volk meekreeg was duidelijk: het land veroveren. Het land werd hen gegéven, maar ze moesten wel het nodige er voor doen; het werd ze niet in de schoot geworpen. In Kanaan woonden zeven verschillende volken en hun opdracht was deze volken te overwinnen. We lezen zelfs dat deze volken “Groter en machtiger” dan het volk Israël waren. Dit vroeg geloofsvertrouwen van het volk.

Zegen en vloek
Horen en doen: Zegen en vloek. Onlosmakelijk met elkaar verbonden!

Deuteronomium 11:26-30.
Zie, ik houd u heden zegen en vloek voor: zegen, wanneer gij luistert naar de geboden van de HERE, uw God, die ik u heden opleg; maar vloek, indien gij naar de geboden van de HERE, uw God, niet luistert en afwijkt van de weg die ik u heden gebied, door het achterna lopen van andere goden, die gij niet gekend hebt.

Helaas weten we uit de verdere geschiedenis dat het volk regelmatig niet luisterde naar de geboden en wél de ‘andere goden’ achterna liepen. Met alle gevolgen van dien; want: als God zegt dat Hij een (gerechtvaardigde) straf, een vloek, op ze laat rusten voor de afgoderij zál Hij dat ook doen!

Conditioneel
Het Palestijnse Verbond was ‘conditioneel’: er waren voorwaarden aan verbonden. Het verbond was afhankelijk van Israël’s gehoorzaamheid. Het moet daarom goed worden onderscheiden van het verbond met Abraham (= de landbelofte), aangezien dat niet-conditioneel was! Dat betekent ook dat Israël het land zál bezitten, er zál wonen, wanneer de Messias terugkeert.

Sinds 1948 is Israël weer een natie, bewoont zij het land. Daarmee zijn de beloften van God, duizenden jaren later nota bene!, alsnog uitgekomen. Zo zien we dat God áltijd Zijn Woord houdt! Bijna iedereen, ook veel theologen ‘van naam en faam’ had het volk afgeschreven.

Zo zien we hoe zélfs de gelovige -of moeten we zeggen: religieuze?- mens niet met God rekent.. zélfs tot op de dag van vandaag niet. Ondanks dat letterlijke, zichtbare, teken voor onze ogen -het herstel van Israël- weigeren veel zichzelf Christen noemende mensen Israël dat recht, dat zij van Godswege bezitten, om het land te bewonen. Hierin zijn we als Christenen vaak nét zo koppig en ongehoorzaam als het volk Israël door de geschiedenis heen is geweest aangezien we weigeren God’s Woord te accepteren zoals het is.

Leviticus

Eén van de boeken die de meeste Christenen nauwelijks lezen is Leviticus. Genesis en Exodus zijn nog wel redelijk bekend, maar Leviticus? Het, op zijn minst globaal, kennen van dit boek is echter van groot belang. Eerlijk is eerlijk, het is geen “literatuur die lekker wegleest”. Maar aan de andere kant: het hoort bij de Bijbel en dat is niet voor niets!

Leviticus Alle vijf boeken van Mozes (Genesis tm Deuteronomium) vormen één geheel.

Ze beginnen dan ook steeds met een verwijzing naar het voorgaande boek middels het woordje: “En..”. Helaas is dat in onze Nederlandse vertaling (NBV) weggehaald. Deze begint met “De HEER riep Mozes..“. De Engelse, KJV en ASV, begint met: “And Jehovah called unto Moses”. Om aan te geven dat de boeken één geheel zijn. De énige Nederlandse vertaling die dit ook doet is de StatenBijbel: “En de HEERE riep Mozes”… Dit is dan ook de juiste weergave. Zo is, ook vanuit de brontekst, duidelijk dat deze boeken één geheel vormen en als zodanig gezien moeten worden (net als dat de Bijbel uiteraard één geheel vormt).

Leviticus begint waar Exodus eindigt; de Tabernakel is gereed en nu spreekt de Here tot Mozes in de Tabernakel: “En de HEERE riep Mozes, en sprak tot hem uit de tent der samenkomst” (1:1, SV).

De naam van het boek komt van de Griekse vertaling; het betekent “aangaande de Levieten”, maar de instructies in het boek zijn voornamelijk bedoeld voor de priesters die slechts een klein deel van de stam van Levi uitmaakten. Het boek zou daarom net zo goed “Een handleiding voor de Priesterdienst” kunnen heten!

Leviticus en de Christen
Veel Christenen zien de waarde van Leviticus niet. Maar, in de Hebreeën-brief wordt juist duidelijk dat de rituelen van de Wet van Israël een type en geestelijke les zijn voor de gelovige. Alle offers in Leviticus wijzen ons op dat éne offer: Christus! Daarnaast toont het boek hoe een zondig mens tot de Heilige God kan naderen; het sleutelwoord in het boek is dan ook: Heilig.

Leviticus 19:2
Spreek tot de ganse vergadering der Israëlieten en zeg tot hen: Heilig zult gij zijn, want Ik, de HERE, uw God, ben heilig.”

Structuur van het boek
Leviticus kan in vier hoofdthema’s verdeeld worden:

  1. Naderen tot God (1-10)
    De twee éssentiële zaken voor het naderen tot God zijn:
    – Offers (1-7)
    – Priesters (8-10)
  2. Ceremoniële reiniging (11-16)
    God leert Zijn volk dat zij onderscheiden zijn van andere volken. Tot in de kleinste details zijn zij onderscheiden van andere volken, zelfs in het voedsel dat zij tot zich mochten nemen. Er wordt tevens onderscheid onderwezen tussen morele én geestelijke onreinheid.
  3. Israël God’s Heilige volk (17-22)
    Het woord “heilig” komt van [de stam van] het woord dat betekent “apart gezet”. Zie ook onder het 2e punt. Het volk wordt onderwezen in het feit dat er absolute standaarden zijn, gebaseerd op het Heilige karakter van God. Absolute standaarden zijn niet beïnvloedbaar door de mens of de ‘tijdgeest’, zij zijn tevens niet tijd- of cultuur-gebonden!
  4. Feesten en geloften (23-27)
    Náást de wekelijkse sabbat kende Israël zeven ‘feesten‘, inclusief een vasten. De feesten zijn verdeeld over het jaar; de eerste vier in het voorjaar en de vroege zomer, de laatste drie in de herfst. 

In het hele boek klinkt de vooruitblik, het verlangend uitzien, door naar de komst van dat éne Offer: Christus Jezus.

Exodus: Verlossing

Reis ExodusHet boek Exodus is het verslag van de verlossing uit de Egyptische slavernij. De nakomelingen van Abraham die bevrijd worden uit de onderdrukking. Het hele boek is een type van verlossing.

Daarnaast wordt (summier) een soort van ‘reisverslag’ gegeven van de veertig jaren welke het volk in de woestijn doorbracht (klik op de kaart).

Zoals in alle situaties waarbij er sprake is van verlossing zijn aanbidding, gemeenschap en dienst doen aan God uitdrukkingen van de [dankbaarheid voor de] verlossing. Exodus -in het geven van de wet, de verplichtingen en beschrijvingen van de offers, het instellen van de priesterdienst- is niet alleen het boek van verlossing maar, als type, van de condities waarop elke relatie met God berust. Algemeen gesteld kun je zeggen dat Exodus onderwijst dat verlossing noodzakelijk is voor een relatie met God en dat zelfs een verlost volk géén relatie met God kan hebben zonder zich (constant) te reinigen van de zonde.

In de Galatenbrief wordt de relatie uitgelegd tussen de Wet (dat is uiteraard de gehéle wet, en niet alleen de tien geboden!) en het verbond met Abraham. In de tien geboden, die de Wet samenvat, onderwijst God aan het volk Israël zijn ‘eisen’. Het is de Wet die het volk leert dat zij ten opzichte van een Heilig God schuldig staan door hun zonde. Zij zijn door Hem verlost uit de slavernij, maar dat betekent niet dat ze daardoor verlost zijn van hun zondige toestand en staat! De priesterdienst en de offers voorzien in de reiniging en verlossing van deze zonde; een beeld of type van het werk van Christus Jezus.

Naar: inleiding op Exodus, Scofield Study Bible

Exodus

In Exodus wordt het verhaal van Genesis vervolgd. De naar Egypte vertrokken familiestam is inmiddels een groot volk geworden (zie ook het stuk over Tel El-Amarna) en in slavernij geraakt. Exodus laat zien hoe de familie van Jakob een volk werd.

De naam ‘exodus’ is de Griekse naam die in de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament, aan het boek gegeven is en betekent: “uittocht”.

Belang van Exodus
Het belang van het boek Exodus is groot. Een Christen zou zich zeer bewust moeten zijn van de rol van Mozes, de Wet, het ontstaan van het volk Israël.

De Wet
De wet was gegeven aan Israël tijdens hun reis door de Sinaï-woestijn. Deze wet was niet gegeven om hen ‘zalig te maken’ maar, zoals Paulus zegt: “Als tuchtmeester tot Christus” (Gal. 3:24). De Wet leren kennen betekent dan ook dat iemand er alleen maar door ‘gedreven’ wordt tot het kruis! Want geen méns kan de wet vervullen omdát zij heilig en goed is.

Schaduwdienst
In de dienst van Israël zien we veel ‘schaduwen’ oftewel heenwijzingen naar Jezus. Het Pascha (1 Kor. 5:7), het manna (vergelijk Joh. 6:35), het water uit de rots (1 Kor. 10:4).

Structuur van Exodus
Het boek Exodus kan in twee delen, hoofdthema’s, met een onderverdeling naar zeven subthema’s.

I – Verlossing uit Egypte (Hoofdstuk 1-18)

  1. Slavernij
  2. Redding, uitredding (door God, hfdst. 2-4)
  3. Oordel (over Egypte, hfdst 5-10)
  4. Het Pascha (Hfdst 11-13)
  5. De Rode Zee (hfst 14-18)

II – De Wet, de Tabernakel, Priesterdienst (hoofdstuk 19-40).

  1. Wetgeving (hfdst 19-24)
  2. Tabernakel en Priesterdienst (hfdst 25-40)

tien geboden