Tag: Woestijn

Israël bij Kades

Prediking/verkondiging gebaseerd op eerdere notities en artikelen van deze site.

Israël’s ongehoorzaamheid bij Kades (Kades Bernea) leidde tot de omzwervingen in de woestijn (of: wildernis). Een ‘geestelijke dood’ als gevolg van ongehoorzaamheid, van zonde.

1 Korinthe 10:11
“Dit is hun overkomen tot een voorbeeld (voor ons) en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is.”

Israëls ervaringen zijn dus een waarschuwing, een les, voor ons als gelovigen.

> Lees de prediking: Israël bij Kades (PDF)
> Beluister of download de audio-opname (mp3) van de dienst

Numeri

In de Griekse vertaling van het Oude Testament is de naam aan dit boek gegeven. Het is afgeleid van het feit dat in het boek Numeri twéémaal het volk werd geteld; één keer aan het begin van het boek, de 2e keer aan het einde.

Tragiek
De Hebreeuwse naam is, vertaald, “In de Wildernis”. En dat drukt ook goed de geestelijke toestand uit van het volk Israël. De wildernis was een dorre en droge plaats, een woestijnachtig gebied. Door hun gedrag, hun ongehoorzaamheid, waren ze daarin terecht gekomen. Het is een tragisch verhaal en staat eigenlijk model voor de verdere geschiedenis van dit uitverkoren volk.

Het boek zou volgens sommigen namelijk ook wel “Mopperen” of, met een oud Nederlands woord, “murmereren” genoemd kunnen worden. Dit omdat er in het boek nogal eens geklaagd wordt door het volk. In Deuteronomium illustreert Mozes dat, wanneer hij de 40-jarige woestijnreis samenvat en zegt tot het volk:
gij mordet in uw tenten en zeidet: omdat de HERE ons haat, heeft Hij ons uit het land Egypte geleid om ons te brengen

Ze waren de slavernij ontvlucht, uit Egypte geleid door God met tekenen en wonderen, en vervolgens zaten ze in hun tenten te mópperen en beweerden: God haat ons en wil ons ombrengen..

In Psalm 95:10,11 lezen we het commentaar van de Here God zelf hierop:
Veertig jaren heb Ik Mij geërgerd aan dat geslacht, Ik zeide: Het is een volk, dwalende van hart, en zij kennen mijn wegen niet. Daarom heb Ik gezworen in mijn toorn: Tot mijn rustplaats zullen zij niet komen!

Numeri is eigenlijk een triest boek; het is het verslag van de ongehoorzaamheid en de gevolgen daarvan. Het is daarom ook een belangrijk boek, ook voor Christenen, omdat het een gééstelijke les bevat voor ons. In het NT wordt dan ook op verschillende plaatsen gewezen op wat er met Israël gebeurde. Zo lezen we in 1 Korinthe 10:11
Dit is hun overkomen tot een voorbeeld (voor ons) en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is.”

Israëls ervaringen zijn dus een waarschuwing, een les, voor ons als gelovigen. We zien door het boek heen ook dat ondanks de ontrouw van de mens, God wel trouw is. Ondanks het, plat gezegd, ongelofelijke gezeur en geklaag van Israël en hun opstandige houding blijft God hen trouw en zorgt voor hen: dag-in dag-uit, 40 jaren lang! Ondanks het dagelijkse manna, water, en overig voedsel (veestapel!) bleef men ondankbaar en mopperden ze dat ze het in Egypte “beter hadden”.

Miriam, zus van MozesNumeri 11:5
Wij denken terug aan de vis, die wij in Egypte aten om niet, aan de komkommers en de meloenen, het look, de uien en het knoflook.

Weigerend in te zien dat ze deze 40 jaar in de wildernis volstrekt aan zichzelf te danken hadden. En daarnaast leek men te zijn vergeten dat het in Egypte niet bepaald een goed leven was voor ze; de zweep, de wrede werklast, de haat,.. tot aan het, door de Egyptische overheersers, doden van hun kinderen toe! Het was niet alleen ‘het gewone volk’ dat klaagde; zelfs Aaron en Miriam (afb., tekenaar onbekend), de broer en zus van Mozes, klaagden en waren jaloers op Mozes (Num. 12).

Indeling van het boek
Het boek Numeri kan als volgt worden ingedeeld:

1. van de berg Sinaï tot Kades;
2. van Kades door de wildernis en terug naar Kades;
3. Van Kades naar de Jordaan

De éérste tocht van Sinaï tot Kades duurde slechts 11 dagen (hoofdstuk 1-12). Dáár kwam het volk in opstand, omdat ze het land Kanaan niet in wilden gaan. Vervolgens werden ze de wildernis ingezonden, veertig jaar lang, en keerden terug naar Kades (13-19).

De teruggekeerden waren de 2e en latere generaties. De éérste generatie, op Jozua en Kaleb na, mocht het land niet ingaan en was inmiddels gestorven in de woestijn. In het derde gedeelte (20-36) trekt men op naar de Jordaan, en gaat het verhaal vervolgens verder in Deuteronomium.

> Zie ook “Israël bij Kades”