Tag: zonde

corona pandemie waar is god

Arjen Lubach: “Waar is God nu?”

corona pandemie ziekte straf van god

Wellicht heb je de video al voorbij zien komen waarin Gert-Jan Segers op deze vraag antwoord probeert te geven. Arjen Lubach daagde onder andere hem uit antwoord te geven op de vraag: “Waar is God nu?”. Want: er is een wereldwijde pandemie gaande. En dat doet veel mensen afvragen: “Waarom gebeurt dit” en “Waarom staat God dit coronavirus toe?”.

christenpesten lubach

Lubach houdt van provoceren. In het bijzonder mensen die een religie aanhangen zoals Christenen en boeddhisten. Hij heeft het niet zo op christenen in het bijzonder. Opgegroeid in een klein dorp in Groningen, in een kerkelijke omgeving, zet hij zich af tegen het geloof. Hij zal daar in zijn ogen legitieme redenen voor hebben. Maar de vraag die hij stelt, is dat een oprechte vraag? En het antwoord van Segers, kunnen we daar wat mee?

Tegenover het geroep van Lubach op Twitter staat de oorverdovende stilte van de gebedsgenezers. Waar zijn ze, nu de nood zo hoog is? Waarom horen we nu niets over wonderlijke genezingen? Als God, volgens de theologie van Koornstra en –volgens eigen zeggen– door zijn bediening zoveel mensen geneest dan zou dat toch juist nú moeten gebeuren, als ultiem bewijs van Koornstra’s ‘bediening’?

En dan zijn er die menen te moeten verkondigen dat de huidige pandemie en natuurrampen zoals de Tsunami’s een “straf van God” zijn op “de zonde” die hier op aarde gedaan wordt. Ook John Piper zegt “God laat het gebeuren” en claimt dat dit met de Goddelijke goedkeuring is…

Wat moeten we toch met al deze geluiden? Wat zegt de Bijbel over deze zaken? In deze korte video (minder dan 10 minuten) ga ik er op in.

> Download de tekst van deze video (PDF)

 

 

De Betekenis van het Kruis

cross-982103_640Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven als losprijs voor velen – Markus 10:45

Er zijn heel wat mensen die met een kruis om hun hals lopen. Ook veel mensen die helemaal niets met het geloof hebben dragen een kruis. Zo zag ik laatst op internet dat iemand prachtige houten kruizen maakte, schitterend bewerkt. Die verkocht hij via zijn webwinkel. Zijn passie, zoals ze dat noemen, was dan ook niet het Kruis van Christus – maar houtbewerking..

Ook zie je regelmatig mensen die bijvoorbeeld een kruis als tatoeage hebben. Pop- en Rockartiesten lopen ook vaak met een kruis-symbool op hun kleding, op hun hoezen van CD’s of podium-decoratie.

Als Christenen hechten we waarde aan het ‘symbool’. Maar eigenlijk was een kruis niet meer dan een martelwerktuig – een “vloekhout” noemt de Bijbel het zelfs. De Encyclopedie schrijft er dan ook over:

Het kruis is een symbool van schande en vervloeking. Het kruis is dan ook een ‘vloekhout’ dat dood en schande vertegenwoordigt. Het werd gebruikt om mensen de doodstraf te geven.

Toch spreekt de Bijbel regelmatig over het Kruis. Uiteraard! Want het was door de kruisiging dat Christus ter dood werd gebracht. Maar heeft het kruis zelf ook maar enige waarde?

> Lees verder ( download PDF)

Beluisteren? Klik hier onder.

 

Hoe zit dat met het oordeel over zonde?

Soms heb je van die kleine discussies op facebook en andere sociale media waarbij je denkt, dat verdient een ‘breder podium’ of ‘dat verdient wat meer verdieping’. Eén van die onderwerpen is “oordelen”. In welk verband? Het feit dat mensen elkaar veroordelen.

Het feit dat christenen erg veroordelend zijn over niet christenen en zeker niet in de laatste plaats over elkaar. Mag dat? Moet dat überhaupt wel? Of,.. moet je alles “in liefde” accepteren? Hoe ver gaat liefde? Wat houdt dat eigenlijk in? In dit artikel beperk ik mij in de eerste plaatst tot het onderwerp ‘zonde van mensen die niet geloven’ en de vraag of je daar iets van mag zeggen en hoe.

AANLEIDING

Aanleiding voor de discussie was een video op youtube, waar een – volgens de reportage – “Christengekkie” werd opgepakt. Een tenenkrommend filmpje overigens maar ik plaats ‘m toch maar voor de volledigheid.

DE DISCUSSIE

Over zo’n filmpje ontstaat dan discussie, uiteraard. Ook onder Christenen.

Een aantal zaken uit de discussie die naar voren kwamen.

1 — waarom zou je niets van homosexualiteit mogen zeggen! Het is een Christen geoorloofd oordeel uit te spreken over de zonde, het is absurd dat je daarvoor opgepakt wordt tegenwoordig;

2 — Jezus zou het net zo hebben gedaan, die zweeg niet over de zonde want Hij dreef de geldwisselaars uit de tempel en veroordeelde de leiders vanwege hun zonde en ongeloof!

3 — Jezus veroordeelde de zondaar niet! Hij heeft de zondaars lief! Jezus zei tegen de overspelige vrouw: Ik veroordeel je niet!

Zijn dergelijk argumenten legitiem? Ze lijken elkaar ook nogal tegen te spreken.

1 — Waarom mag je niets, of juist wel iets, van zonde zeggen?

Vooropgesteld, de Bijbel is heel helder. Zonde = zonde. Echter, .. lees je ook maar érgens in de Bijbel dat bijvoorbeeld de Here Jezus, of de Apostelen, de wereld door gingen en luid schreeuwend de zondaars “hel en verdoemenis” aanzegden?

Laten we eens heel kort kijken naar hoe bijvoorbeeld Paulus het Evangelie verkondigde. We kijken niet naar hoe binnen Israël het Evangelie werd verkondigd immers: dat is niet ‘het model’. Israël was Gods’ verbondsvolk, en zij werden daarom op een andere manier benaderd dan de heidenen.

De eerste échte evangelisatie onder de heidenen was in Handelingen 11:20

“Er waren onder hen echter enkele mannen van Cyprus en uit Cyrene die, toen ze in Antiochië gekomen waren, het woord richtten tot de Grieks sprekenden en de Heere Jezus verkondigden <Strongs 2097: euaggelizo>”

Het verkondigen was, strongs2097: “het Goede Nieuws brengende”. Dat is: het Evangelie verkondigen. Het Goede Nieuws dat Christus was gekomen, gestorven én opgestaan en de zonde had overwonnen.

Er staat niet dat zij luid schreeuwend de mensen daar het oordeel aanzegden over hun zonden, er staat dat zij het Evangelie brachten. Het Evangelie is tweeledig, het is één “slecht nieuws”: iedereen gaat verloren (Rom. 3:23, 6:23). Maar anderzijds “goed nieuws”: je kúnt gered worden van die verlorenheid (Rom. 5:8, Ef. 2:8-9)”.

“Maar God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren” – Rom 5:8.

Je mag, je je móet, dus wel degelijk iets van de zonde zeggen als je spreekt over het Evangelie. Maar, de manier waarop maakt het verschil of de toehoorder wil luisteren en de Heilige Geest door jouw woorden heen kan spreken tot de toehoorder.

Hoe Paulus verkondigde

Daarom gaan we nu verder naar de Apostel van de Heidenen, Paulus. Hij is immers het ‘rolmodel’ als we het over Evangelisatie onder de heidenen hebben. Wat deed Paulus, als hij ergens kwam om te prediken van Christus?

Het éérste wat Paulus deed in de heidense steden was: naar de Joden gaan. Dat waren immers zijn broeders ‘naar het vlees’? Die bracht hij altijd, mits aanwezig, éérst het Evangelie. Daarná ging hij naar de heidenen in een stad of streek.

Handelingen 13:44-47

44 En op de volgende sabbat kwam bijna heel de stad samen om het Woord van God te horen. 45 Maar toen de Joden de menigten zagen, werden zij met afgunst vervuld en spraken tegen wat er door Paulus gezegd werd; zij spraken niet alleen tegen, maar lasterden ook. 46 Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig: Het was nodig dat het Woord van God eerst tot u gesproken zou worden, maar aangezien u het verwerpt en uzelf het eeuwige leven niet waard oordeelt, zie, wij wenden ons tot de heidenen. 47 Zo immers heeft de Heere ons geboden: Ik heb u tot een licht voor de heidenen gesteld, opdat u tot zaligheid zou zijn tot aan het uiterste van de aarde. 48 Toen nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich en prezen het Woord van de Heere, en er geloofden er zovelen als er bestemd waren voor het eeuwige leven.

Handelingen 16:31, 32

31 En zij zeiden: Geloof in de Heere Jezus Christus en u zult zalig worden, u en uw huisgenoten. 32 En zij spraken het Woord van de Heere tot hem en tot allen die in zijn huis waren.

Er zijn meer voorbeelden natuurlijk, maar het is duidelijk: Paulus sprak tot de heidenen het Woord van God, letterlijk “woorden Gods” of “de Woorden van God” (Strongs).

We moeten dus het Woord van God brengen. Maar aan wie? Opmerkelijk is dat het mensen waren die God zoeken of willen aanvaarden. Het is dus, Bijbels gezien, volstrekt zinloos met een “haatdragend” bord op de straat te gaan staan schreeuwen. Dat woord, zie ook eerder, mag en moet wel degelijk over zonde gaan maar vooral: hoe een mens verlost kan worden van de zonde.

2 — Jezus zweeg niet over zonde!

Inderaad, Jezus zweeg (ook) niet over zonde. Maar zoals eerder opgemerkt was die situatie anders. Ten eerste moet opgemerkt worden dat Jezus kwam “voor het verloren huis van Isaël”. Mt. 15:24. Dat huis was, ten tweede, in verval geraakt met name door de leiders van het volk die het volk niet in waarheid en recht hadden geleid en onderwezen. Het is die zonde die de Here met name aan de kaak stelt en hij spreekt hen er op aan. Die leiders noemt hij “wit geverfde graven”.

“Blinde leiders, die de mug uitzift maar de kameel doorslikt. [..] Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u bent als de witgepleisterde graven, die vanbuiten wel mooi lijken, maar vanbinnen zijn ze vol doodsbeenderen en allerlei onreinheid.” — Mt. 23

Dus: Ja! Tegen dat soort leiders ging de Here, als Rabbi (= leraar), wel degelijk tekeer. Maar niet tegen de “zondaars uit het volk”!

3 — Jezus had de zondaar lief!

Inderdaad, Hij had de zondaar lief. Immers, het was die liefde die Hem dreef om te sterven om zodoende de mensen weer tot God te brengen.

Johannes 3:16-18

16 Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 17 Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden. 18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.

Let op wat hier staat: “wie niet gelooft, is al veroordeeld”. Elk mens is al ‘veroordeeld’, veroordeeld tot een leven zonder God, nú en in de toekomst (na dit leven). De enige manier om uit die ‘veroordeelde’ staat te komen is geloven in [het werk van] Christus Jezus en op grond daarvan weer tot God te kunnen naderen, als mens, en gered te worden.

Dat Christus de zondaar lief had betekent dus niet dat de Here alles maar goed vindt en “met de mantel der liefde” wil bedekken. Zonde mag zonde genoemd worden. Immers, hoe zouden mensen die niet overtuigd zijn of raken van hun eigen zonde anders Hem aannemen? Joh. 16:8 zegt duidelijk dat dat werk van de Heilige Geest is en gedaan moet worden. Het is noodzakelijk dat een mens eerst z’n eigen verlorenheid inziet.

jesus-301638_640De Here Jezus’ komst wás het oordeel (Joh. 9:39), het oordeel over deze wereld werd over Hem uitgestort. En verder lezen we dat Hij zegt: “En als iemand Mijn woorden hoort en niet gelooft, veroordeel Ik hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen, maar om de wereld zalig te maken“.

Met andere woorden: dat de Here de overspeligen, tollenaars (collaborateurs) en anderen die openlijk, of in het geheim, in zonde leefden niet het oordeel aanzegde over hun zondige leven is daarom volstrekt logisch. Ze wáren al veroordeeld dus veroordeelde Hij hen niet! Want: zij zijn zonder Hem. Wat Hij deed was ze de weg wijzen úit de zondige staat en toestand waar ze zich in bevonden.

Dat is dan ook wat wij als gelovigen mogen doen, mogen proberen te doen: mensen wijzen op Christus Jezus, op de verlossing die Hij heeft aangeboden. Omdat het oordeel al over Christus is ‘uitgestort’ aan het kruis en Hij dat oordeel al gedragen heeft.

Wij hoeven, wij kúnnen, wij mógen mensen niet veroordelen. Iemand die niet gelooft veroordelen vanwege zijn seksuele gaardheid? Vanwege zijn of haar zondige levenswandel? Hoezo, .. wat is daar de zin van? Zij zijn reeds onder het oordeel en wel onder hetzelfde oordeel als u en ik waren toen wij nog niet geloofden! Of zij, in mijn of uw ogen, “in zonde leven” doet totaal niet terzake. Het is helemaal niet relevant. Hun zonde, voorzover u en ik dat mogen of kunnen beoordelen, is niet groter dan uw en mijn zonde was voor wij tot geloof kwamen!

Als de Here Jezus zegt dat Hij niet gekomen is om de wereld te veroordelen maar om de wereld zalig te maken, wie denken wij dan wel dat wij zijn om dat wél te mogen doen?

Mensen gáán niet verloren, ze zijn al verloren!

Ik ben persoonlijk de mening toegedaan dat “de doden maar de doden moeten begraven” (Mt 8:21, 22). Wij hebben een andere opdracht: het Evangelie verkondigen. De mensen “als brandhout uit het vuur rukken” (Zach. 3:2, Amos 4:11). Want, nogmaals: de mensheid, de mens, is reeds verloren.

Het is niet aan ons om daarom hen nog een trap na te geven maar te wijzen op de ‘reddingsboei’ en hen die toe te werpen: Christus Jezus.


_________
Bronnen/meer informatie
:
http://www.allaboutgod.com/dutch/wat-is-het-evangelie.htm
http://herzienestatenvertaling.nl/
http://classic.net.bible.org/

 

En God zag.. dat het zéér goed was

Van het Bijbelforum:

..kan het niet zo zijn dat de mens niet 100% goed geschapen was, waardoor hij toch tot de zondeval kon komen?

Gen. 1:4 zegt:
“En God zag, dat het licht goed [towb] was”

Oftewel: goed, aangenaam, fijn, blijdschap brengend (enz, zie de link)

Gen. 1:31
“En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer [m@`od] goed [towb]”

De overtreffende trap, die met m@`od wordt aangegeven, wordt vaak gebruikt in die zin wanneer iets zo talrijk wordt bedoeld dat het niet geteld wordt, kan worden, zie deze tekstverwijzingen:
http://net.bible.org/search.php?search=hebrew_strict_index:03966

schepping_adam_evaHet “zeer goed” betrof dus de gehele schepping. De val van de mens was niet alleen de val van Adam en Eva, maar de val van de gehéle schepping. De komst, dood en opstanding van de Here Jezus Christus is dus niet alleen een herstel van de mens maar een herstel van de gehéle schepping, met de mens als eerste — in die zin dat de mens naar de nieuwe mens (her)schapen wordt bij de wedergeboorte (2 Kor 5:17).

Desondanks leeft de mens nog steeds onder de werking van de gevallenheid (van deze schepping); immers: we sterven nog steeds (fysiek). We worden nog steeds ziek, er zijn hongersnoden, plagen, rampen enz. De schepping is nog steeds in gevallen staat!

In Rom. 8 vat Paulus het geheel samen:
19 Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods. 20 Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om (de wil van) Hem, die haar daaraan onderworpen heeft, 21 in hope echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods. 22 Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. 23 En niet alleen zij, maar ook wij zelf, [wij,] die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam. 24 Want in die hoop zijn wij behouden.

Paulus maakt zondermeer duidelijk dat de komst van Christus veel méér betekent, het Verlossingsplan niet alleen ons mensen betreft — integendeel. Maar we zijn wél de eersten die er van kúnnen “profiteren” mits we geloven, als mens want “in die hoop zijn wij behouden“.

Wij mensen zijn verantwoordelijk geweest –en nog steeds– voor de staat en toestand waarin deze aarde en de mensheid is. Pas wanneer de nieuwe hemel en nieuwe aarde gekomen is, is er sprake van de “totale victorie”! Dán is namelijk de oude, vervallen, schepping totaal weggedaan (Openb. 22).

Gods doel was, in tegenstelling wat sommigen menen, namelijk niet om ons te ‘redden van de zonde’ maar Zichzelf te verheerlijken zoals Hij dat ook deed in de tijd van het Oude Testament:

Jubelt, gij hemelen, want de HERE heeft het gedaan; juicht, gij diepten der aarde, breekt uit in gejubel, gij bergen, gij woud met alle geboomte daarin, want de HERE heeft Jakob verlost en Hij verheerlijkt Zichzelf in Israël. – Jes. 44:23.

In 2 Tess. 1:9,10 lezen we over de komst van Christus, wanneer Hij komt om de heerschappij te aanvaarden over de wereld, dan ook:

Dezen [de ongelovigen] zullen boeten met een eeuwig verderf, ver van het aangezicht des Heren en van de heerlijkheid zijner sterkte, wanneer Hij komt, om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden in allen, die tot geloof gekomen zijn; want ons getuigenis heeft geloof gevonden bij u.

De komst van Christus, naar de aarde, was dus zeker niet bedoeld om te zorgen dat u en ik “van onze zonde verlost worden”.. het was bedoeld om de héle schepping te verlossen van de satan’s macht, van zijn heerschappij over deze wereld. Oneerbiedig gezegd is onze verlossing, nu, op dit moment, een “bijproduct” van Gods plan! Maar wel een belangrijk “bijproduct”; Hij kondigt namelijk op die manier aan wat er straks staat te gebeuren, Efeze 3:10, 11:

“..opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden, naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd..

Door de gelovigen, de Gemeente van Christus Jezus, wordt geopenbaard aan de hemelse gewesten -dus ook de tegenstander van God: de satan en zijn engelen- de wijsheid van God!

Zonde, een kwalijke erfenis?

Genesis 3:1-24 – Een tijdje geleden kreeg ik een email met een vraag over de erfzonde. De schrijfster zei, in het kader van de ‘erfzonde’, het volgende:

“ik leef wel ongevraagd op deze aarde en waarom moet ik mezelf dan als de grote zondebok aanwijzen die automatisch onder het begrip zonde valt. Ik heb er toch niet om gevraagd?”

Een duidelijke vraag. Waarom ben ik als mens schuldig aan de zonde, zou ik vallen onder de werking van de zondeval, terwijl ik “niets gedaan heb”, het was immers Adam’s fout, hij zondigde tegen God, en niet ik.

Het is een lastig te beantwoorden vraag ook. Er zijn hele boeken volgeschreven over de ‘erfzonde’ en de gevolgen er van voor ons als mens. Vooral zware theologische bespiegelingen. Dat laatste is aan mij niet besteed, zeker niet wanneer het een dergelijk onderwerp is. Iemand met een duidelijke vraag, op zoek naar een duidelijk antwoord, heeft namelijk niets aan hoogdravende theologie. En dat is nu, vind ik, zo mooi aan de Bijbel. Die gééft een duidelijk antwoord op onze vragen!

> Zonde, een kwalijke erfenis? [PDF]
> Audio (mp3)

Klaagliederen

Klaagliederen, houtsnede Gustave Doré

Het boek ‘klaagliederen’ is een kort, poëtisch, boek en geschreven door de profeet Jeremia. Zoals de naam van het boek aangeeft zijn het’klaagzangen’ over de val van Jeruzalem. Er zijn vijf liederen en de vorm is alfabetisch (in onze vertalingen zie je dat niet terug).

De eerste 22 woorden van de verzen in het éérste lied beginnen allemaal met een letter uit het Hebreeuwse alfabet; ook het tweede en vierde hoofdstuk zijn zo ingedeeld. Het derde hoofdstuk is anders gerangschikt in die zin: de eerste drie verzen beginnen met de éérste letter van het alfabet, de daarna volgende drie met de twééde, etc. Het vijfde hoofdstuk heeft ook 22 verzen, maar daar is deze vorm losgelaten.

Het éérste lied beschrijft de toestand waarin de stad zich bevindt na de Babylonische bezetting. Het twééde lied gaat over de oorzaak van deze bezetting; de zonde van het volk was er aanleiding toe dat God oordeel over hen bracht. Het derde verklaart Gods’ doel met deze toestand:

40 Laten we ons leven onderzoeken en doorvorsen, laten we terugkeren naar de HEER, 41 laten we met onze handen ook ons hart opheffen tot God in de hemel.

God gaf zijn volk straf; een straf die Hij hen meerdere malen had aangezegd wanneer ze niet zouden luisteren naar Zijn geboden. Toch lezen we ook -onverwacht wellicht- opbeurende, positieve, dingen. God wordt gedánkt:

22 Genadig is de HEER: wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen grenzen. 23 Elke morgen schenkt hij nieuwe weldaden. – Veelvuldig blijkt uw trouw! 24 Ik besef: mijn enig bezit is de HEER, al mijn hoop is op hem gevestigd.

In het vierde hoofdstuk lezen we over de verloren glans van Sion (Jeruzalem). Hoe het eens was, en hoe het nu is. In het vijfde hoofdstuk, tot slot, lezen we van Jeruzalem’s smeekbede om genade, om terug te (mogen) keren bij God. Israël had, zo ontdekken we, haar ‘les geleerd’ en berouw.. wat we ook kunnen zien in de klaagliederen is dat God zijn volk inderdaad strafte, maar hier géén plezier in had. Het oordeel werd over hen gebracht zodat ze een kans hadden zich te bekeren.

Het Evangelie

BijbelWat is “het Evangelie”? Oftewel: de Boodschap van de Bijbel? Er zijn bibliotheken vol over geschreven. Zelf heb ik bijvoorbeeld een CDRom-set van Ages-software die alleen al duizenden boeken bevat, van de hand van theologen en ‘leken’, over de Bijbel en wat de boodschap van de Bijbel is.

Eén van de stelregels binnen de ICT is dat de bruikbaarheid van een computer programma het tegenovergestelde is van de dikte van de handleiding. Oftewel: hoe minder noodzakelijk de handleiding, hoe dunner, hoe béter het computerprogramma. Als je die regel loslaat op de Christelijke theologie en alle lectuur die dat heeft opgeleverd, zou je bijna gaan denken dat de Bijbel wel een héél gecompliceerd “programma” bevat. Niets is minder waar. Feitelijk kan de kern van God’s Woord in slechts een paar punten worden samengevat.

1. God en de Schepping
Om het de Bijbel, het Evangelie te begrijpen, moeten we beginnen aan het begin: Genesis. In Genesis wordt ons geleerd dat God de Schepper is van alle dingen. In het eerste vers lezen we “In den beginne schiep God de hemel en de aarde”. Hij sprak en het wás er.

De mens werd gemaakt naar het beeld van God. Met als doel Hem te eren en groot te maken. Misschien dat je denkt: “Hoe dan?”. Simpel: de mens, als schepping, máákte God groot! Eenvoudigweg door er te zíjn! Zijn grootheid, plat gezegd “zijn genie”, bléék uit die schepping van de kosmos, alles wat er in was en als kroon hierop: de mens.

God kan niet gezien worden. En dat is -voor veel mensen- vaak een reden om niet te geloven. Maar juist die schepping tóónt Hem:
hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien
(Rom 1:20).

Aan de mens gaf God één gebod, één opdracht of regel:
En de HERE God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.
(Gen. 2:16,17).

Nu kan men zich afvragen hoe God het recht had om de mens een gebod te geven maar is het niet zo dat Hij als schepper van de mens álle recht had zijn regel(s) op te leggen aan de mens? Zoals ook ouders dat doen aan een kind? Regels, een gebod, zijn er niet om de mens dwars te zitten maar om de mens de juiste richting op te sturen! God wilde niet dat de mens ontwétend bleef, maar géén kennis nam van het kwade.

2. De val van de mens
Daarna lezen we in de Bijbel dat de mens deze regel tóch overtrad (Genesis 3) en kennis nam van het kwade, door ‘te eten van de boom’. Hierdoor werden zij “vervloekt”; het overtreden van de regel van God moest leiden tot de uitvoering van de er aan gekoppelde straf: de dood deed zijn intrede. Dit is wat de Bijbel de ‘val van de mens’ noemt; elk mens valt onder die vloek. Het bewijs hiervan? Dat de mens sterfelijk is! Dit is de ‘erfzonde’; de mens erft de sterfelijkheid van zijn (voor)ouders, niemand kan eeuwig leven!

Daarnaast is het duidelijk dat elk mens in veel andere opzichten de regels overtreedt die God stelde in de Wet. God is Goed, de mens is (beïnvloed door het) kwaad, generatie op generatie. Per definitie is dus geen énkel mens meer ‘rechtvaardig’ voor God.

Romeinen 3:23
Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods“.

Hoe kan een Heilige God, die géén kwaad kan verdragen, van een rebelse en opstandige mensheid houden? Welke hoop heeft de mens, die een zondaar is, dan nog? Hoe kan hij nog voor God verschijnen?

3. De Verlossing
Dit dillemma wordt opgelost, beantwoord, in het Nieuwe Testament. In de eerste hoofdstukken van het Evangelie van Matteüs wordt ons verteld dat Christus Jezus, de Messias, de Zoon van God, kwam om de mensheid te verlossen -te redden- van de zonde. Matteüs 1:21 zegt: “Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden“.

De Evangeliën laten zien dat Christus Jezus een perfect, zondeloos, leven leidde. Hij kwam, door een bovennatuurlijke geboorte, naar deze aarde. Hij was op een perfecte wijze gehoorzaam aan God, de Vader. Waardoor Hij de énige mens was welke geschikt was om de mensheid terug te leiden naar God, om als ‘middelaar’ (tegenwoordig zouden we zeggen: be-middelaar) op te treden tussen de mens en God. Om de zonde, de dood, weg te nemen moest hij deze zonde en met name het óórdeel hierover, dragen. Námens ons! Hij wilde de straf wegnemen voor ons, zodat wij weer een relatie met God mochten krijgen en de dood werd overwonnen, en dat deed Hij door zélf de doodstraf -door kruisiging- te ondergaan en vervolgens.. úit de dood op te staan. Daarmee werd de straf “krachteloos” gemaakt; de dood was overwonnen!

4. Het Antwoord
De enige vraag die nu nog rest is: hoe moeten we reageren op het vorenstaande? De vraag is: is nu iedereen gered, zorgt Christus’ dood er voor dat we allemaal “binnen” zijn? Hoeft niemand zich nog zorgen te maken over een oordeel of zonden en de vergeving daarvan?

De overwinning op de dood geldt voor iedereen die dit gelooft, zo zegt de Bijbel in onder andere Rom 3:21-26. Dat impliceert wel dat degeen die het niet gelooft blijft in zijn veroordeelde staat en géén deel heeft aan de overwinning op de dood, ….

De Bijbel maakt het dus zondermeer duidelijk dat alléén zij die geloven in Christus Jezus en zich van hun zonden afkeren, ze ‘belijden’, niet geoordeeld zal worden.

“..dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken der wet, maar door het geloof in Christus Jezus, zijn ook zelf tot het geloof in Christus Jezus gekomen, om gerechtvaardigd te worden uit het geloof in Christus..
(Gal. 2:16)

Alleen hij die stopt met zelf de zonde proberen te overwinnen en ‘zijn leven aan Jezus geeft’ zal dus delen in de overwinning op de zonde en de dood.

Kort samengevat: elk mens is een zondaar, leeft in opstand tegenGod en gaat zijn eigen weg. Iemand moet uiteindelijk de rekening betalen voor deze opstandige, zondige, levensstijl. En je hebt twee keuzes: je betaalt de rekening zelf of.. je accepteert dat Christus Jezus dat gedaan heeft vóór jou. Geef je eigen(wijze) levensstijl dus op, bekeer je (keer je om) naar God en geloof in Christus Jezus en wat Hij heeft gedaan voor je. Doe je dat, dan mag je délen in de overwinning op de zonde en de straf die daarop rust, de dood: je ontvangt ééuwig leven, met Christus Jezus!

Mede nav een artikel van:
William Marshall, Trinity Baptist Church, Sikeston

Israël bij Kades

Prediking/verkondiging gebaseerd op eerdere notities en artikelen van deze site.

Israël’s ongehoorzaamheid bij Kades (Kades Bernea) leidde tot de omzwervingen in de woestijn (of: wildernis). Een ‘geestelijke dood’ als gevolg van ongehoorzaamheid, van zonde.

1 Korinthe 10:11
“Dit is hun overkomen tot een voorbeeld (voor ons) en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is.”

Israëls ervaringen zijn dus een waarschuwing, een les, voor ons als gelovigen.

> Lees de prediking: Israël bij Kades (PDF)
> Beluister of download de audio-opname (mp3) van de dienst

Deuteronomium

Het woord “Deuteronomium” betekent “2e wet” en is, wederom, door de Griekse vertalers aan het boek gegeven. In het Hebreeuws heet het boek, naar de openingszin, “Dit zijn de woorden”. Het boek bestaat grotendeels uit toespraken van Mozes, die het volk de historie, wet -samengevat- en het Palestijnse verbond voorhoudt. Tot slot lezen we over Mozes’ sterven. De indeling van het boek is dan ook als volgt:

  1. Een samenvatting van de geschiedenis van Israël (1-4);
  2. Een samenvatting van de Wet (5-26);
  3. Instelling van het Palestijnse Verbond (27-30);
  4. Mozes’ dood.

Het éérste deel is een terugblik; het tweede deel een ‘blik naar binnen’; het derde deel een vooruitblik. Het boek is door Mozes op schrift gesteld, uitgezonderd het slot uiteraard. In het NT wordt het boek regelmatig aangehaald.

De terugblik van Mozes, in de eerste hoofdstukken, gaat met name over het treurige gebeuren bij Kades: de ongehoorzaamheid van het volk welke er toe leidde dat ze 40 jaar in de woestijn moesten blijven. Het volk had, op de 12e dag nadat ze waren vertrokken van de berg Sinaï, het beloofde land kúnnen ingaan. Maar door hun ongehoorzaamheid moesten ze 40 jaar in de wildernis verblijven. Wachtend tot .. de hele generatie was overleden!

Het verblijf in de wildernis of woestijn kan dus worden getypeerd als “wachten tot je dood gaat”. De jongere generatie, die bij Kades onder de twintig waren, mochten het land ingaan (toen waren sommigen dus ook al rond de 60 jaar!) mét hun kinderen en kleinkinderen. We zien hier dus dat zonde, letterlijk!, leidt tot “de dood”. In de levens van de hedendaagse Christen leidt zonde tot de gééstelijke dood.

Door het hele boek heen zien we de herhaling van twéé woorden: horen en doen. De Wet vereiste dit; er naar luisteren maar er tevens naar hándelen. De opdracht die het volk meekreeg was duidelijk: het land veroveren. Het land werd hen gegéven, maar ze moesten wel het nodige er voor doen; het werd ze niet in de schoot geworpen. In Kanaan woonden zeven verschillende volken en hun opdracht was deze volken te overwinnen. We lezen zelfs dat deze volken “Groter en machtiger” dan het volk Israël waren. Dit vroeg geloofsvertrouwen van het volk.

Zegen en vloek
Horen en doen: Zegen en vloek. Onlosmakelijk met elkaar verbonden!

Deuteronomium 11:26-30.
Zie, ik houd u heden zegen en vloek voor: zegen, wanneer gij luistert naar de geboden van de HERE, uw God, die ik u heden opleg; maar vloek, indien gij naar de geboden van de HERE, uw God, niet luistert en afwijkt van de weg die ik u heden gebied, door het achterna lopen van andere goden, die gij niet gekend hebt.

Helaas weten we uit de verdere geschiedenis dat het volk regelmatig niet luisterde naar de geboden en wél de ‘andere goden’ achterna liepen. Met alle gevolgen van dien; want: als God zegt dat Hij een (gerechtvaardigde) straf, een vloek, op ze laat rusten voor de afgoderij zál Hij dat ook doen!

Conditioneel
Het Palestijnse Verbond was ‘conditioneel’: er waren voorwaarden aan verbonden. Het verbond was afhankelijk van Israël’s gehoorzaamheid. Het moet daarom goed worden onderscheiden van het verbond met Abraham (= de landbelofte), aangezien dat niet-conditioneel was! Dat betekent ook dat Israël het land zál bezitten, er zál wonen, wanneer de Messias terugkeert.

Sinds 1948 is Israël weer een natie, bewoont zij het land. Daarmee zijn de beloften van God, duizenden jaren later nota bene!, alsnog uitgekomen. Zo zien we dat God áltijd Zijn Woord houdt! Bijna iedereen, ook veel theologen ‘van naam en faam’ had het volk afgeschreven.

Zo zien we hoe zélfs de gelovige -of moeten we zeggen: religieuze?- mens niet met God rekent.. zélfs tot op de dag van vandaag niet. Ondanks dat letterlijke, zichtbare, teken voor onze ogen -het herstel van Israël- weigeren veel zichzelf Christen noemende mensen Israël dat recht, dat zij van Godswege bezitten, om het land te bewonen. Hierin zijn we als Christenen vaak nét zo koppig en ongehoorzaam als het volk Israël door de geschiedenis heen is geweest aangezien we weigeren God’s Woord te accepteren zoals het is.

Exodus: Verlossing

Reis ExodusHet boek Exodus is het verslag van de verlossing uit de Egyptische slavernij. De nakomelingen van Abraham die bevrijd worden uit de onderdrukking. Het hele boek is een type van verlossing.

Daarnaast wordt (summier) een soort van ‘reisverslag’ gegeven van de veertig jaren welke het volk in de woestijn doorbracht (klik op de kaart).

Zoals in alle situaties waarbij er sprake is van verlossing zijn aanbidding, gemeenschap en dienst doen aan God uitdrukkingen van de [dankbaarheid voor de] verlossing. Exodus -in het geven van de wet, de verplichtingen en beschrijvingen van de offers, het instellen van de priesterdienst- is niet alleen het boek van verlossing maar, als type, van de condities waarop elke relatie met God berust. Algemeen gesteld kun je zeggen dat Exodus onderwijst dat verlossing noodzakelijk is voor een relatie met God en dat zelfs een verlost volk géén relatie met God kan hebben zonder zich (constant) te reinigen van de zonde.

In de Galatenbrief wordt de relatie uitgelegd tussen de Wet (dat is uiteraard de gehéle wet, en niet alleen de tien geboden!) en het verbond met Abraham. In de tien geboden, die de Wet samenvat, onderwijst God aan het volk Israël zijn ‘eisen’. Het is de Wet die het volk leert dat zij ten opzichte van een Heilig God schuldig staan door hun zonde. Zij zijn door Hem verlost uit de slavernij, maar dat betekent niet dat ze daardoor verlost zijn van hun zondige toestand en staat! De priesterdienst en de offers voorzien in de reiniging en verlossing van deze zonde; een beeld of type van het werk van Christus Jezus.

Naar: inleiding op Exodus, Scofield Study Bible