Tag: zondeval

Zeven dagen zult gij arbeiden?

7dagenEen studie die in eerste instantie over een aantal niet verbonden onderwerpen lijkt te gaan maar waar we wel een rode draad in kunnen zien: van de koopzondag naar sabbat, van sabbat naar de wet van Mozes naar de Schepping, de afgoderij van vroeger (Israël) en nu – de “Stinkgoden” (HSV) of “drekgoden” (SV) zoals de Bijbel ze noemt. En de gevolgen van het nalopen van die goden voor de hedendaagse Gemeente van Christus Jezus.

Is er voor de gemeente of kerk binnen afzienbare tijd nog wel plaats en mogelijkheid om (op zondag) samen te komen rondom het Woord van God? Moeten we wel op zondag bijeen komen en niet liever op de sabbat?

Deze studie, PDF-formaat, is te downloaden (rechtstreekse link) via de website van de Stg. BTO Yarah.

> Klik hier

En God zag.. dat het zéér goed was

Van het Bijbelforum:

..kan het niet zo zijn dat de mens niet 100% goed geschapen was, waardoor hij toch tot de zondeval kon komen?

Gen. 1:4 zegt:
“En God zag, dat het licht goed [towb] was”

Oftewel: goed, aangenaam, fijn, blijdschap brengend (enz, zie de link)

Gen. 1:31
“En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer [m@`od] goed [towb]”

De overtreffende trap, die met m@`od wordt aangegeven, wordt vaak gebruikt in die zin wanneer iets zo talrijk wordt bedoeld dat het niet geteld wordt, kan worden, zie deze tekstverwijzingen:
http://net.bible.org/search.php?search=hebrew_strict_index:03966

schepping_adam_evaHet “zeer goed” betrof dus de gehele schepping. De val van de mens was niet alleen de val van Adam en Eva, maar de val van de gehéle schepping. De komst, dood en opstanding van de Here Jezus Christus is dus niet alleen een herstel van de mens maar een herstel van de gehéle schepping, met de mens als eerste — in die zin dat de mens naar de nieuwe mens (her)schapen wordt bij de wedergeboorte (2 Kor 5:17).

Desondanks leeft de mens nog steeds onder de werking van de gevallenheid (van deze schepping); immers: we sterven nog steeds (fysiek). We worden nog steeds ziek, er zijn hongersnoden, plagen, rampen enz. De schepping is nog steeds in gevallen staat!

In Rom. 8 vat Paulus het geheel samen:
19 Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods. 20 Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om (de wil van) Hem, die haar daaraan onderworpen heeft, 21 in hope echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods. 22 Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. 23 En niet alleen zij, maar ook wij zelf, [wij,] die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam. 24 Want in die hoop zijn wij behouden.

Paulus maakt zondermeer duidelijk dat de komst van Christus veel méér betekent, het Verlossingsplan niet alleen ons mensen betreft — integendeel. Maar we zijn wél de eersten die er van kúnnen “profiteren” mits we geloven, als mens want “in die hoop zijn wij behouden“.

Wij mensen zijn verantwoordelijk geweest –en nog steeds– voor de staat en toestand waarin deze aarde en de mensheid is. Pas wanneer de nieuwe hemel en nieuwe aarde gekomen is, is er sprake van de “totale victorie”! Dán is namelijk de oude, vervallen, schepping totaal weggedaan (Openb. 22).

Gods doel was, in tegenstelling wat sommigen menen, namelijk niet om ons te ‘redden van de zonde’ maar Zichzelf te verheerlijken zoals Hij dat ook deed in de tijd van het Oude Testament:

Jubelt, gij hemelen, want de HERE heeft het gedaan; juicht, gij diepten der aarde, breekt uit in gejubel, gij bergen, gij woud met alle geboomte daarin, want de HERE heeft Jakob verlost en Hij verheerlijkt Zichzelf in Israël. – Jes. 44:23.

In 2 Tess. 1:9,10 lezen we over de komst van Christus, wanneer Hij komt om de heerschappij te aanvaarden over de wereld, dan ook:

Dezen [de ongelovigen] zullen boeten met een eeuwig verderf, ver van het aangezicht des Heren en van de heerlijkheid zijner sterkte, wanneer Hij komt, om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden in allen, die tot geloof gekomen zijn; want ons getuigenis heeft geloof gevonden bij u.

De komst van Christus, naar de aarde, was dus zeker niet bedoeld om te zorgen dat u en ik “van onze zonde verlost worden”.. het was bedoeld om de héle schepping te verlossen van de satan’s macht, van zijn heerschappij over deze wereld. Oneerbiedig gezegd is onze verlossing, nu, op dit moment, een “bijproduct” van Gods plan! Maar wel een belangrijk “bijproduct”; Hij kondigt namelijk op die manier aan wat er straks staat te gebeuren, Efeze 3:10, 11:

“..opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden, naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd..

Door de gelovigen, de Gemeente van Christus Jezus, wordt geopenbaard aan de hemelse gewesten -dus ook de tegenstander van God: de satan en zijn engelen- de wijsheid van God!

Zonde, een kwalijke erfenis?

Genesis 3:1-24 – Een tijdje geleden kreeg ik een email met een vraag over de erfzonde. De schrijfster zei, in het kader van de ‘erfzonde’, het volgende:

“ik leef wel ongevraagd op deze aarde en waarom moet ik mezelf dan als de grote zondebok aanwijzen die automatisch onder het begrip zonde valt. Ik heb er toch niet om gevraagd?”

Een duidelijke vraag. Waarom ben ik als mens schuldig aan de zonde, zou ik vallen onder de werking van de zondeval, terwijl ik “niets gedaan heb”, het was immers Adam’s fout, hij zondigde tegen God, en niet ik.

Het is een lastig te beantwoorden vraag ook. Er zijn hele boeken volgeschreven over de ‘erfzonde’ en de gevolgen er van voor ons als mens. Vooral zware theologische bespiegelingen. Dat laatste is aan mij niet besteed, zeker niet wanneer het een dergelijk onderwerp is. Iemand met een duidelijke vraag, op zoek naar een duidelijk antwoord, heeft namelijk niets aan hoogdravende theologie. En dat is nu, vind ik, zo mooi aan de Bijbel. Die gééft een duidelijk antwoord op onze vragen!

> Zonde, een kwalijke erfenis? [PDF]
> Audio (mp3)

Het Evangelie

BijbelWat is “het Evangelie”? Oftewel: de Boodschap van de Bijbel? Er zijn bibliotheken vol over geschreven. Zelf heb ik bijvoorbeeld een CDRom-set van Ages-software die alleen al duizenden boeken bevat, van de hand van theologen en ‘leken’, over de Bijbel en wat de boodschap van de Bijbel is.

Eén van de stelregels binnen de ICT is dat de bruikbaarheid van een computer programma het tegenovergestelde is van de dikte van de handleiding. Oftewel: hoe minder noodzakelijk de handleiding, hoe dunner, hoe béter het computerprogramma. Als je die regel loslaat op de Christelijke theologie en alle lectuur die dat heeft opgeleverd, zou je bijna gaan denken dat de Bijbel wel een héél gecompliceerd “programma” bevat. Niets is minder waar. Feitelijk kan de kern van God’s Woord in slechts een paar punten worden samengevat.

1. God en de Schepping
Om het de Bijbel, het Evangelie te begrijpen, moeten we beginnen aan het begin: Genesis. In Genesis wordt ons geleerd dat God de Schepper is van alle dingen. In het eerste vers lezen we “In den beginne schiep God de hemel en de aarde”. Hij sprak en het wás er.

De mens werd gemaakt naar het beeld van God. Met als doel Hem te eren en groot te maken. Misschien dat je denkt: “Hoe dan?”. Simpel: de mens, als schepping, máákte God groot! Eenvoudigweg door er te zíjn! Zijn grootheid, plat gezegd “zijn genie”, bléék uit die schepping van de kosmos, alles wat er in was en als kroon hierop: de mens.

God kan niet gezien worden. En dat is -voor veel mensen- vaak een reden om niet te geloven. Maar juist die schepping tóónt Hem:
hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien
(Rom 1:20).

Aan de mens gaf God één gebod, één opdracht of regel:
En de HERE God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.
(Gen. 2:16,17).

Nu kan men zich afvragen hoe God het recht had om de mens een gebod te geven maar is het niet zo dat Hij als schepper van de mens álle recht had zijn regel(s) op te leggen aan de mens? Zoals ook ouders dat doen aan een kind? Regels, een gebod, zijn er niet om de mens dwars te zitten maar om de mens de juiste richting op te sturen! God wilde niet dat de mens ontwétend bleef, maar géén kennis nam van het kwade.

2. De val van de mens
Daarna lezen we in de Bijbel dat de mens deze regel tóch overtrad (Genesis 3) en kennis nam van het kwade, door ‘te eten van de boom’. Hierdoor werden zij “vervloekt”; het overtreden van de regel van God moest leiden tot de uitvoering van de er aan gekoppelde straf: de dood deed zijn intrede. Dit is wat de Bijbel de ‘val van de mens’ noemt; elk mens valt onder die vloek. Het bewijs hiervan? Dat de mens sterfelijk is! Dit is de ‘erfzonde’; de mens erft de sterfelijkheid van zijn (voor)ouders, niemand kan eeuwig leven!

Daarnaast is het duidelijk dat elk mens in veel andere opzichten de regels overtreedt die God stelde in de Wet. God is Goed, de mens is (beïnvloed door het) kwaad, generatie op generatie. Per definitie is dus geen énkel mens meer ‘rechtvaardig’ voor God.

Romeinen 3:23
Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods“.

Hoe kan een Heilige God, die géén kwaad kan verdragen, van een rebelse en opstandige mensheid houden? Welke hoop heeft de mens, die een zondaar is, dan nog? Hoe kan hij nog voor God verschijnen?

3. De Verlossing
Dit dillemma wordt opgelost, beantwoord, in het Nieuwe Testament. In de eerste hoofdstukken van het Evangelie van Matteüs wordt ons verteld dat Christus Jezus, de Messias, de Zoon van God, kwam om de mensheid te verlossen -te redden- van de zonde. Matteüs 1:21 zegt: “Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden“.

De Evangeliën laten zien dat Christus Jezus een perfect, zondeloos, leven leidde. Hij kwam, door een bovennatuurlijke geboorte, naar deze aarde. Hij was op een perfecte wijze gehoorzaam aan God, de Vader. Waardoor Hij de énige mens was welke geschikt was om de mensheid terug te leiden naar God, om als ‘middelaar’ (tegenwoordig zouden we zeggen: be-middelaar) op te treden tussen de mens en God. Om de zonde, de dood, weg te nemen moest hij deze zonde en met name het óórdeel hierover, dragen. Námens ons! Hij wilde de straf wegnemen voor ons, zodat wij weer een relatie met God mochten krijgen en de dood werd overwonnen, en dat deed Hij door zélf de doodstraf -door kruisiging- te ondergaan en vervolgens.. úit de dood op te staan. Daarmee werd de straf “krachteloos” gemaakt; de dood was overwonnen!

4. Het Antwoord
De enige vraag die nu nog rest is: hoe moeten we reageren op het vorenstaande? De vraag is: is nu iedereen gered, zorgt Christus’ dood er voor dat we allemaal “binnen” zijn? Hoeft niemand zich nog zorgen te maken over een oordeel of zonden en de vergeving daarvan?

De overwinning op de dood geldt voor iedereen die dit gelooft, zo zegt de Bijbel in onder andere Rom 3:21-26. Dat impliceert wel dat degeen die het niet gelooft blijft in zijn veroordeelde staat en géén deel heeft aan de overwinning op de dood, ….

De Bijbel maakt het dus zondermeer duidelijk dat alléén zij die geloven in Christus Jezus en zich van hun zonden afkeren, ze ‘belijden’, niet geoordeeld zal worden.

“..dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken der wet, maar door het geloof in Christus Jezus, zijn ook zelf tot het geloof in Christus Jezus gekomen, om gerechtvaardigd te worden uit het geloof in Christus..
(Gal. 2:16)

Alleen hij die stopt met zelf de zonde proberen te overwinnen en ‘zijn leven aan Jezus geeft’ zal dus delen in de overwinning op de zonde en de dood.

Kort samengevat: elk mens is een zondaar, leeft in opstand tegenGod en gaat zijn eigen weg. Iemand moet uiteindelijk de rekening betalen voor deze opstandige, zondige, levensstijl. En je hebt twee keuzes: je betaalt de rekening zelf of.. je accepteert dat Christus Jezus dat gedaan heeft vóór jou. Geef je eigen(wijze) levensstijl dus op, bekeer je (keer je om) naar God en geloof in Christus Jezus en wat Hij heeft gedaan voor je. Doe je dat, dan mag je délen in de overwinning op de zonde en de straf die daarop rust, de dood: je ontvangt ééuwig leven, met Christus Jezus!

Mede nav een artikel van:
William Marshall, Trinity Baptist Church, Sikeston

Structuur van Genesis

De structuur van Genesis kan als volgt worden weergegeven of samengevat:

I. De vroege historie van het menselijke ras (hoofdstuk 1-11)

  1. Schepping
  2. Val van de mens
  3. Zondvloed
  4. Ontstaan van de volken

II. De historie van Abraham en zijn nakomelingen (hoofdstuk 12-50)

  1. Abraham (geroepen door God, vanuit Ur, Irak)
  2. Izak
  3. Jakob
  4. Jozef

Dit is de meest eenvoudige, gestructureerde, weergave.

I.1 – de Schepping
Hoofdstuk 1 beschrijft de schepping in grote lijnen, een schetsmatige weergave. Hoofdstuk 2 gaat op details in. De detaillering beschrijft, uiteraard, de schepping van de mens want: de Bijbel is het verhaal van de verlossing van de mens.

De Bijbel is geen studieboek voor wetenschappers. Een bioloog of wiskundige zal hier géén exacte wetenschap vinden. Maar tévens moet vastgesteld worden: de Bijbel is niet in strijd met de wetenschap!

Een ander belangrijk punt om te onthouden is dat er regelmatig wordt herhaald dat God alles schiep “naar zijn aard” (Gen. 1:11, 12, 21, 24, 25). Onbekend is waar de limiet of grens is van deze ‘aard’ (= soort) van planten en dieren. De méns is een onderscheiden schepping, met geen énkele relatie tot een andere soort behalve dat de mens deze eerdergeschapen flora en fauna dient te beheren. In hoofdstuk 1:26vv wordt het feit van de schepping van de mens beschreven en in hoofdstuk 2 worden de details ingevuld.

De mens is geschapen ‘naar Gods beeld’ dat betekent met diverse eigenschappen die de dieren niet hebben: liefde, moreel besef, etc.

I.2 – de Zondeval
In het derde hoofdstuk van Genesis wordt beschreven hoe de mens zich afkeert van zijn Schepper door Hem ongehoorzaam te zijn. Het bevat -in een notedop- een uitleg of redegeving van alles wat daarná volgt in de Bijbel! Het is overduidelijk dat de slang hier een werktuig van de satan is; vgl. Openb. 12:9

De drie elementen welke een rol speelden in de verleiding van Eva zien we altijd weer wanneer gesproken wordt over het satanische rijk (1 Joh 2:15-17)

  1. de begeerte ‘van het vlees‘ (egoïsme, zelfzucht)
  2. de begeert van ‘de ogen‘ (wat je ziet, wil je hebben)
  3. een ‘hovaardig‘ leven of houding (hoogmoedigheid).

Het waren deze drie elementen die de satan ook inzette toen hij de Here Jezus wilde verleiden (vlees => het eten; zich ‘van de tempel werpen’ => hoogmoedigheid door zijn macht te misbruiken; de ogen => alle rijken van de wereld laten zien en aanbieden).

In Genesis 3:15 wordt de profetie gegeven dat Christus zal komen. In Romeinen 5:12-21 wordt uitgelegd, door Paulus, waarom Christus kwam en hóe Hij deze ‘zondeval’ teniet heeft gedaan.

De bedekking, door dierenvellen, symboliseert of illustreert het ‘plaatsvervangend sterven’ dat door de zonde noodzakelijk werd; om de zonde te bedekken moest er bloed gestort worden, moesten er offers worden gebracht. Tótdat dat éne, grote, offer was gebracht.

I.3 – de Zondvloed
In Genesis 6 zien we dat het menselijke ras totaal ‘gedegenereerd’ was geraakt; er was echter één mens die genade vond bij God: Noach. Na de zondvloed is het éérste wat Noach doet: God een offer brengen!

De zondvloed is één van de verhalen in de Bijbel welke het meest ‘bestreden’ wordt. Ondanks het feit dat hier een verslag wordt gegeven van dit gebeuren, er wereldwijd vele ‘zondvloedverhalen’ zijn én in het Nieuwe Testament -ook door de Here Jezus zelf- deze gebeurtenis bevestigd wordt. Petrus zegt dat zij die dit gebeuren ontkennen dit ‘willens en wetens’ doen en zij het oordeel over zichzelf halen daarmee.

I.4 – het ontstaan van de Volken
Alle volken en rassen die we in deze tijd kennen zijn afstammelingen van de zonen van Noach. Alle volken, zoals ze in de oudheid bestonden en bekend waren, worden genoemd in Genesis 10. Het is tegenwoordig niet meer mogelijk alle huidige volken daarop terug te voeren maar in grote lijnen wel:

  1. Jafet => Europeanen, Indo-Europeanen;
  2. Sem => Aziatische en Semitische volken;
  3. Cham => Afrikaanse volken (*), Kanaanieten e.a..

II.1 – Abraham

Abraham, door God Abram genoemd, is de meest belangrijke persoon in Genesis. In de overige Bijbelboeken wordt hij 115 keer genoemd. In het Nieuwe Testament wordt hij als hét Oud Testamentische voorbeeld genoemd van ‘redding door geloof’. Zijn hele leven stond in het teken van geloof.

Twee zaken illustreerden zijn leven:

  1. de tent => het nomadenbestaan;
  2. het altaar => de dienst aan God.

Toen brak hij vandaar op naar het gebergte ten oosten van Betel, en hij spande zijn tent, met Betel tegen het westen en Ai tegen het oosten, en hij bouwde daar een altaar voor de HERE en riep de naam des HEREN aan. (Genesis 12:8)

Abraham’s leven stond in het teken van het lóslaten van alle aardse banden (woonplaats, huis, familie) en het bínden aan de Here God. Abraham was een rechtvaardige, niet vanwege ook maar iets wat hij zelf had gedaan maar omdat hij gelóófde. Alléén geloof rechtvaardigd een mens en in Abraham zien we hiervan dé illustratie.

God sluit zijn verbond met Abraham, en Izak ‘erft’ dit verbond.

II.2 – Izak

Abraham’s geloof werd ernstig op de proef gesteld toen hij de opracht kreeg ‘om zijn zoon te offeren’ (Gen. 22).

Noot: we kijken hier heel vreemd tegenaan vanuit onze huidige, westerse, maatschappij en wereldopvatting. We moeten echter niet vergeten dat in díe tijd -en ook later- het offeren van kinderen veelvuldig voorkwam! Juist hier laat God zien aan Abraham dat Hij niet is als de goden van de volken rondom en geen barbaarse (kinder)offers verlangt!

De Apostel Paulus schrijft daarom in Rom 4:16-25, ondermeer, dat het geloof van Abraham er voor zorgde dat hij een vader van vele volken werd. Want hij bleef tegen alle menselijke wijsheid in geloof en vertrouwen houden dat zijn vrouw, die onvruchtbaar was, en hij, die inmiddels ook geen kinderen meer kon verwekken, tóch een zoon zouden krijgen.

Toen hij die zoon gekregen had was hij zelfs bereid deze te ‘offeren’ aan God, als God dat zou eisen, in de verwachting dat zijn zoon door God zou worden opgewekt uit de dood

Hebr. 11:17-19
17 Door het geloof heeft Abraham, toen hij verzocht werd, Isaak ten offer gebracht, en hij, die de beloften aanvaard had, wilde zijn enige zoon offeren, 18 hij, tot wie gezegd was: Door Isaak zal men van nageslacht van u spreken. Hij heeft overwogen, dat God bij machte was hem zelfs uit de doden op te wekken, 19 en daaruit heeft hij hem ook bij wijze van spreken teruggekregen.

Figuurlijk gesproken kreeg hij hem dan ook terug ‘uit de dood’. Hij vertrouwde er op dat God zélf zou voorzien in een (plaatsvervangend) offer. De vader die bereid was zijn zoon te offeren en de zoon die bereid was gehoorzaam te zijn -aan zijn vader- tot de dood, zien we hier niet een illustratie van het Evangelie (Rom. 8:32, Joh. 3:16)?

II.3 – Jakob

Jakob’s leven is het voorbeeld van wat Paulus schrijft in Galaten 6:7
Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten. Want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten.

Zijn naam betekent “hielenlichter”; iemand die een ander probeert te ‘tackelen’ om zodoende op oneerlijke wijze die ander te verdringen of te overwinnen. Dat was wat Jakob probeerde te doen door de zegen, het eerstgeboorterecht, van zijn broer Ezau te stelen. Zijn leven is tevens een illustratie dat het niet zo is dat het doel de middelen rechtvaardigd. Integendeel. God zegende Jakob niet omdát hij oneerlijk was geweest, maar dánkzij! Hij heeft in zijn leven de zure vrucht van zijn oneerlijkheid dan ook moeten accepteren. God bevestigde (desondanks) dat Hij via Jakob de verlosser zou laten komen en dat Jakob de erflijn en belofte van Abraham en Izak kreeg. Niet vanwege zijn eigen (wan)gedrag maar omdat God het aan Abraham beloofd had (Gen 26:2-5).

II.4 – Jozef

De laatste belangrijke persoon in Genesis is Jozef. In zijn leven vinden we veel paralellen met het leven van de Here Jezus, reden waarom hij vaak als een type van Jezus wordt beschouwd. Hij was geliefd door zijn vader God, gehaat door zijn broeders (Israël!), in een put gestopt (voor door achtergelaten), verkocht voor zilverlingen (net als Jezus werd verkocht/verraden), vals beschuldigd, gevangen gezet maar vervolgens verhóógd en,.. hij huwde een “heidense bruid” (beeld van de gemeente). Maar bovenal werd hij een bron van zegen en troost voor velen. Jozef’s leven is een illustratie van Rom. 8:28:
Wij weten nu, dat [God] alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn.

Hoewel Jozef het éérstgeboorterecht kreeg, en zelfs een dubbel deel (in/door zijn zonen) werd de Verlosser niet uit zijn bloedlijn geboren maar uit Juda.

Slotopmerkingen
In Genesis zien we de lijn van de Verlosser. We zien dat Hij ‘het zaad van de vrouw‘ was. Vervolgens zien we een verbijzondering van deze belofte via Abraham, Izak, Jakob en Juda. In de latere boeken van het Oude Testament wordt dit verhaal verder gevolgd: het handelen van God met Zijn uitverkorenen.

_____
*) dit heeft er toe geleid, met name in het verleden, dat sommigen op basis van de vervloeking -door Noach- van Cham hebben gemeend dat slavernij en apartheid gerechtvaardigd zou zijn. Uiteraard is dit niet juist want ook de Kanaanieten en andere volken in het oude Midden-Oosten waren nakomelingen van Cham.