Categorie: Computers

Gratis programma voor semi-professionele videobewerking

Videobewerking met Linux is gratis. Net als het Operating System zelf. En Gratis betekent niet dat het niet goed is, integendeel. Veel professionele video’s en films worden op Linux machines bewerkt en gemonteerd.

Vorig jaar heb ik over gratis foto en video software voor Windows, MacOS en Linux al eens geschreven in dit artikel. Mijn favoriete videobewerkingssoftware was, indertijd, KDEnlive. Helaas heeft dat programma wat eigenaardigheden en vind ik het toch niet zo gebruikersvriendelijk. Dus ging ik op zoek naar iets anders. OpenShot heb ik meerdere malen een keer geprobeerd, maar het bleef een probleemgeval. Vooral omdat het een hardware driver nodig heeft van Intel en die driver zorgt voor problemen.

FLOWBLADE
Uiteindelijk ben ik terecht gekomen bij FlowBlade. Voordelen? Semi-professioneel, makkelijk in gebruik (als je er even de tijd voor neemt alles te ontdekken) en uiteraard kosteloos. De versie die in Linux Mint wordt aangeboden voor de software manager is achterhaald. Download, bij voorkeur, de nieuwe versie van de officiële website https://jliljebl.github.io/flowblade/.

QUIRKS
Flowblade heeft wat quirks, oftewel eigenaardigheden. Zo kon ik maar moeizaam de functie vinden voor het maken van titels en werkt dit ook een beetje apart (het wordt opgeslagen als afbeelding die je dan weer moet verwerken in je video).

Als je de handleidingen op internet volgt, vind je de functie niet zo snel. Het staat onder de menu-optie “Tools” | “Titler”. Zoals gezegd, maak je een titel aan, dan moet je de opslaan, opnemen op een video-spoor en met de ‘blend’ functie laten samenvoegen met je beeld.

Een andere eigenaardigheid is de instellingen van de video wanneer je gaat renderen. Kies niet voor de standaard instellingen maar pas die aan als je volledig scherm wilt hebben voor je video’s. Zie bijgaande schermprint. Natuurlijk moet de video die je gebruikt wel deze resolutie of beter hebben! Neem je de standaardinstellingen dan krijg je namelijk een video op een (te) klein formaat. Niet meer van deze tijd en niet geschikt voor bijvoorbeeld YouTube.

Los van deze ‘weetjes’ heb ik geen echte nadelen gevonden. Wilde KDEnlive nog wel eens onverwacht crashen, FlowBlade bleef ook na urenlang editen gewoon stabiel draaien en de resultaten zijn (uitgezonder een kleine fout die ik gemaakt heb in de aftiteling) verder prima.

NIEUWE VIDEO
Reden voor mij om naar een ander programma om te kijken was dus dat KDEnlive mij toch niet helemaal beviel. En aangezien ik een nieuwe EP heb gemaakt, moest er ook een videoclip komen voor één van de nummers op het album. Bij deze dus. Want afgezien van websites bouwen, foto’s maken en fietsen en nog veel meer werkzaamheden en hobbies is er nog één grote liefde: de muziek!

Voor de video is gebruik gemaakt van zogeheten ‘stock video’, standaard, in dit geval gratis te gebruiken, video materiaal. Mijn website voor dit muziekproject is te vinden op https://www.solidrockbluesband.com/.

 

 

Share This:

Nieuwe home studio computer bouwen

Voor het opnemen van muziek kun je tegenwoordig het beste een computer, met speciale software, gebruiken. Zelf had ik voor mijn home studio ruim een jaar geleden een PC’tje gebouwd gebaseerd op een mini-ITX met Celeron processor (ASRock Mini-ITX). Dat voldeet, doordat ik Linux gebruikte, uitstekend.

Dezelfde moederborden, de ASRock Mini-ITX, gebruik ik ook voor lichte servers voor mijn bedrijf. Op zo’n server kun je met gemak een paar honderd(!) websites draaien. Het zijn dus prima moederborden die veel kunnen hebben, en zeker zeer geschikt voor file- of webservers.

Een tijd geleden echter heb ik de DAW (Digital Audio Workstation) software geupdate. Van het (open source, gratis) Ardour 4.x naar de commerciële variant er van, Mixbus5. Ardour en Mixbus delen veel broncode met elkaar en zijn ook van dezelfde programmeurs.Je kunt oude Ardour projecten er dan ook in inlezen en bewerken.

Maar helaas, dat trok het systeem niet écht meer. Dat heeft mede te maken natuurlijk met het feit dat je niet alleen een besturingssysteem (Linux) draait, maar ook de desktop-software (Cinnamon) en natuurlijk de studio-software, de DAW.

Gelukkig heb ik veel, inmiddels afgeschreven of uitgefaseerde, oude hardware liggen. Die eigenlijk nog best bruikbaar is, dat wil zeggen: ten dele. Zo had ik een oude PC (waarvan het moederbord kapot was, een oude AMD K6) maar de kast nog prima bruikbaar. Een server waar nog een goed bruikbaar moederbord in zat (Intel DH55HC) met een i3/550 CPU op 3,2Ghz, 16GB RAM en natuurlijk het oorspronkelijke mini-ITX systeem waar ik de (SSD) harde schijf uit ging halen.

Deze drie samenvoegen tot één systeem et voilà! Een snelle, stille, nieuwe computer voor de studio!

Het systeem draait dus op Linux Mint en is nu veel sneller en hapert niet meer (dat was namelijk het probleem: af en toe kwam Mixbus5 met de melding ‘system underrun’ of iets dergelijks en dan stopte de opname en/of audio bewerking). Het liep niet vast, maar de onvoorspelbaarheid maakte het systeem onbetrouwbaar; je wilt niet midden in een opname geconfronteerd worden met zoiets!

Een i3 CPU (dual core, 4 threads) is meer dan voldoende voor Mixbus. Zeker mede doordat er zoveel geheugen in zit en een SSD-schijfje (OZC Trion, een budget SSD) wordt gebruikt draait het allemaal als een zonnetje! Binnenkort nog even een extra koeler er bij (laag dB) zodat de kast beter gekoeld wordt omdat de koeling nu ‘passief’ is. Alhoewel de CPU niet te heet wordt.

Met behulp van pSensor even de CPU performance en temperaturen een uur lang in de gaten gehouden terwijl ik bezig was met wat mixen, testopnames, e.d.

En zo was de (vrije) zondag weer nuttig besteed 🙂

Share This:

Internet via het stopcontact

Wij zijn recent verhuisd. Dat is mooi. Vooral ook omdat ik nu een fijn kantoortje annex werkkamer op de begane grond heb. Alleen één nadeel: het wifi-signaal is te zwak en dan vooral in de werkkamer, waar ik toch goed internet nodig heb (bedrijfsmatig).

De afstand die overbrugd moet worden is te groot en daarbij zitten er te veel muren, wanden enz. in de weg voor een goed signaal. Een wifi-repeater bracht enig soelaas (die had ik nog) maar de verbinding was instabiel. Dat werkt dus niet echt prettig. Helemaal niet als ik daar dan ook nog eens de NAS op wilde aansluiten (via ethernet-aansluiting er op). Een paar bestanden heen-en-weer halen tussen NAS en computer was geen feest..

Jaren geleden leerde ik al de adaptors kennen waarmee je via het stroomnet een netwerkverbinding kon opzetten. Toen waren ze nog niet zo geweldig, volgens veel mensen. In elk geval waren de meningen verdeeld en ervaringen verschilden. Ik had er niet meer aan gedacht. Eén van mijn broers kwam echter dit weekend er mee dat hij nu een setje in gebruik had genomen van TPLink en was er zeer te spreken over. Hij vroeg of ik even wilde testen of het voor mijn woning/kantoor ook geschikt was.

Devolo dLAN 500 Duo (afb: Devolo)

Dus zo gezegd, zo gedaan. En inderdaad: een prima, stabiele, verbinding.

Vandaag dus voor mijzelf ook een setje gehaald bij de MediaMarkt. Zijn set was van TPLink (AV600). Zelf heb ik, omdat MediaMarkt die niet op voorraad had, een set gekocht van Devolo, de dLAN 500DUO.

INSTALLATIE EN GEBRUIK
De installatie is supersimpel.. verbind één van de dLAN 500’s met je router en plug die in het stopcontact. Vervolgens ga je naar de ruimte waar je een LAN-verbinding wilt hebben, plugt daar de 2e in en sluit het apparaat (computer, laptop) er op aan. Klaar! Dat is het! Je hebt in een handomdraai een netwerkverbinding via je in huis aanwezige stroomdraden aangelegd.

Dat is niet eng of gevaarlijk – het is hetzelfde principe als de besturing van bijvoorbeeld lantarenpalen. Die worden ook via een signaal op het net aan- en uitgezet. Wat je nu in huis doet is over het stroomnet een (extra) signaal zetten.

Wat heel fijn is aan deze dLAN 500 is dat hij twéé ethernet poortjes heeft. Daarmee kan ik dus in de werkkamer ook de NAS aansluiten op het netwerk en heb ik geen losse switch meer nodig! Er zijn ook varianten met doorvoer stekkers en wifi geïntegreerd maar dat heb ik allemaal niet nodig. Dit is gewoon voor mij de ideale, simpele, “plug and play” oplossing.

SNELHEID
Intern, in de woning, kan ik snelheden halen van maximaal 350mbps. Maar alleen als ik netwerkverbinging binnen dezelfde groep heb. Zit ik, zoals in mijn kantoor, via een andere groep dan is de interne snelheid maximaal zo’n 150mpbs. Via de website van Devolo kun je (bovenstaande) tooltje downloaden om de zaak wat beter te configureren. Dat kan ik zeker aanraden. Al was het alleen al omdat je dan een wachtwoord kunt instellen op het netwerk(!) en updates kunt binnenhalen.

De externe snelheid (“hoe snel kan je internetten”) is afhankelijk van je aansluiting. Zelf heb ik ADSL dus dat is niet supersnel (maar snel genoeg). Wat ik wel merkte is dat ondanks dat de snelheid niet veel hoger ligt dan bij WiFi (doordat we ADSL hebben en WiFi sowieso al boven die snelheid kan komen binnenshuis) het tóch sneller werkt: een  lagere pingtijd én veel meer stabiliteit (want: bedraad) zorgt hier voor.

De downloadsnelheid is niet zo veel hoger bij bijvoorbeeld een speedtest, maar, de internetsnelheid (laden van een website, downloaden van updates e.d.) gaat wel degelijk met sprongen vooruit. Op zijn minst gevoelsmatig. Maar ook in de praktijk werkt het gewoon beter: kon ik voorheen nauwelijks een video streamen in de werkkamer, nu gaat dat prima, zonder haperingen!

WANNEER WERKT HET NIET
Al met al een hele goede oplossing natuurlijk voor de SOHO-situatie waarin ik zit. Voor ZZP’ers en MKB’ers met een pand met één groepenkast is het dus een perfecte, goedkope en snelle, oplossing om bekabeling in ruimtes te krijgen. Plug gewoon in ruimtes waar je netwerk wilt een apparatje bij en je breidt het netwerk zo in één keer weer uit zonder kabels trekken en veel gedoe.

Het werk niet (goed) als je probeert diverse ruimtes te verbinden die verschillende groepenkasten hebben. Dit omdat deze onderling niet zomaar een verbinding hebben. Daarnaast kan het in woningen waar hele oude electriciteitsbedrading ligt ook wel eens niet zo geweldig werken. Tot slot: verbind altijd met een muurcontact. Via een stekkerdoos wordt door de fabrikanten afgeraden.

SOFTWARE
Zoals gezegd, er is een leuk tooltje beschikbaar voor je computer om het een en ander te configureren en te meten. Deze software is beschikbaar voor Windows, Linux en Apple. Oh, en eerlijk is eerlijk: de software van TPLink ziet er gelikter uit en kan zo op het eerste oog ook een beetje meer. Maar goed, daar was het mij niet om begonnen.

Share This:

Test: Grundig ‘Silver Line’ Hoofdtelefoon (Action)

Wat kun je verwachten als je een hoofdtelefoon koopt onder de 10 euro, bij de Action, van het merk Grundig? In het verleden heb ik van Behringer een hoofdtelefoon voor hetzelfde bedrag gekocht en was daar eigenlijk best wel over te spreken. Van Grundig, de merknaam, verwacht je dat ook die voor zo’n bedrag dus iets redelijks kunnen leveren…

Alhoewel een merknaam niet veel meer zegt tegenwoordig. Zo had ik laatst oordopjes gekocht van Sony (een merk waar ik altijd erg tevreden over ben) en die zijn binnen 2 week in de prullebak beland. Want: allerbelabberdste geluidskwaliteit.

AANLEIDING
Aanleiding voor deze aanschaf was dat de Sennheiser HD202 gebruik in mijn studio’tje op dit moment elders verblijft en ik er zat van was steeds met mijn andere hoofdtelefoon, die ik op de benedenverdieping aan mijn PC heb gekoppeld, op en neer te slepen naar de zolderstudio. Daar komt bij dat de Sennheiser zijn tijd wel heeft gehad. Dus ik zocht een, in elk geval tijdelijke, vervanging die niet veel mocht kosten. Met als gebruiksdoel voornamelijk bij de PC een hoofdtelefoon te kunnen gebruiken voor het volgen van video’s met online cursussen en af en toe wat muziek luisteren.

ACTION
Bij de Action liep ik tegen deze hoofdtelefoon aan. In een lekker opvallende kleur dus die zie je dan ook altijd ‘voor het grijpen’ liggen. Net als het snoer. Kan niet missen dat je dan altijd de juiste in- of uit plugt. Ik had er niet al te hoge verwachtingen van en da’s maar goed ook.

TEST
Ik heb de hoofdtelefoon op twee manieren getest:
1. via deze website;
2. door te luisteren naar een aantal referentie-nummers.

Audiotest via Audiocheck
Volgens de verpakking is de frequency-range 20Hz tot 22Khz. De hoofdtelefoon heeft 40mm drivers, dus gezien de drivers en frequentie zou het alleszins acceptabel moeten zijn, waarbij je natuurlijk de prijs wel in het achterhoofd moet houden.

Uit de test kwamen de volgende resultaten. Waarbij ik moet opmerken dat volgens recente gehoortesten mijn gehoor nog steeds uitstekend is.

  • Low Freq : ~ 50Hz
  • High freq : ~ 17Khz
  • Dynamic Range : -42dB (daaronder hoor je niets verstaanbaars meer)
  • deep bass : no rattle (prima dus)
  • driver matching : 100%
  • wiring, polarity: 100%
  • Binaural : Fantastisch! Ik was hier erg verbaasd over!

Referentie-check
Ik heb de volgende nummers beluisterd als referentie:

  • Bob Dylan – Foot of Pride
  • Stuck In The Middle With You – Stealers Wheel
  • David Gilmour and Rick Wright – Barn Jam 121
  • Squalor Folk – Go
  • The Knack – My Sharona
  • enkele eigen tracks

Met andere woorden: diverse stijlen en periodes. Van de jaren ’60 tot hedendaags.

CONCLUSIES

  • te veel bass (te hard), vlak midden, te weinig hoog, weinig detail in de meeste tracks;
  • goede scheiding links/rechts (Stuck In The Middle With You – Stealers Wheel)
  • goed geluid op gitaar-tracks v.w.b. de gitaar (David Gilmour and Rick Wright – Barn Jam 121)
  • “boomy” geluid bij harde rock (Squalor Folk – Go), stemmen niet erg goed gedefinieerd;
  • mannelijke zangers te veel bas, vrouwelijke zangers stem te ‘dun’;
  • weinig diepte in het geluid;
  • een erg holle klank.

Het gebrek aan diepte laat zich verklaren doordat onder de 50Hz gewoon niets waar te nemen is. Een diep basgeluid zit lager. Voor een goede basweergave zou 40Hz de ondergrens moeten zijn, daaronder krijg je vaak vervorming – vandaar ook het gebrek aan ‘rattle’. Die is er niet omdat de hoofdtelefoon die frequentie gewoon niet weergeeft. De bas die je hoort zit dus boven de 50Hz maar staat wel te hard in verhouding tot de middentonen. De hoge tonen hoor je ook onvoldoende en ook dat is verklaarbaar omdat alles boven de 17Khz nagenoeg onhoorbaar is.

EQUALIZER

Met behulp van de EQ heb ik het geluid, op basis van de referentietracks, aangepast naar een meer ‘vlak’ geluid. Na behoorlijk experimenteren, waarbij soms subtiele aanpassingen best een behoorlijk verschil maakten, ben ik op bovenstaande EQ-settings uitgekomen. Nog steeds niet helemaal perfect uiteraard maar je ziet hier in de instellingen al dat het min of meer aantoont wat ik zeg: te veel laag (dus dat een paar dB naar beneden en gebrek aan midden dus de 2.5-10KHz iets omhoog.

Helaas is de EQ op een computer vaak vrij simpel – het zou mooi zijn als ik nu in één keer alles kon verlagen (geautomatiseerd) en de 3.5 en 5.0 Hz op 0dB kon instellen (dan daalt de rest automatisch mee). Want harder zetten = risico op vervorming. Enfin, vooralsnog moet het zo maar. Zelfs Squalor Folk’s “Go” klinkt nu acceptabel 🙂 En voor wie hen niet kent: luister & kijk hieronder maar eens!

Geschikt als:
– hoofdtelefoon voor (youtube) video’s en eventueel monitoring;

Niet geschikt voor:
– audiofiele luisteraars, mixen van muziek, kritisch luisteren.

Eindoordeel:
Een echte ‘wegwerp’-hoofdtelefoon… de slogan “For a Good Reason” kunnen ze maar beter van de verpakking halen. Tenzij ze hiermee bedoelen dat het geen cent kost 🙂 Ik begrijp eigenlijk niet dat een merk als Grundig zijn naam hier aan verbonden wil hebben. Maar, dat begreep ik ook al niet van de Sony oordopjes.

Wat ik er mee ga doen….
Ik ga proberen met een aantal “DIY hacks” het geluid t.z.t. wellicht nog wat te verbeteren maar zal er niet veel moeite in steken. Vooral omdat het gebrek aan frequentiebereik de hoofdtelefoon nooit écht goed zal maken. Maar mogelijk kan ik de holle klank er wat uit krijgen.

Rating: 2/5 **

Share This:

Lettertypes toevoegen aan LibreOffice voor Linux Mint of Ubuntu

Windows gebruikers krijgen bij de installatie van hun systeem héél veel lettertypes ter beschikking. In Linux is dat iets minder riant. Hoe kun je meer verschillende lettertypes (fonts) toevoegen aan LibreOffice voor Linux Mint of Ubuntu?

Als LibreOffice gebruiker (voor Linux) kun je Word documenten, LibreOffice voor Windows en OpenOffice documenten probleemloos openen en bewerken. Echter, de opmaak gaat soms wel verloren wanneer er specifieke lettertypes worden gebruikt. Los daarvan is de standaard set van lettertypes op Linux beperkt.

Dat is namelijk de crux met lettertypes. Die worden bepaald door wat er in je systeem (Windows of Linux) beschikbaar is. En niet door het Office pakket dat je gebruikt. Wanneer je LibreOffice gebruikt, worden er aan het systeem door LibreOffice wel een aantal standaard lettertypen toegevoegd, zie deze lijst.

De oplossing is eenvoudig. Sluit LibreOffice af, open de ‘terminal’ en vervolgens voer je de volgende opdracht uit:

sudo apt-get install ttf-mscorefonts-installer edubuntu-fonts ubuntustudio-font-meta ttf-oxygen-font-family ttf-xfree86-nonfree

Let op, dit is één opdracht, zonder [enter] er in. Er worden aan het systeem een (groot) aantal fonts toegevoegd.

SOFTWARE MANAGER

Niet iedereen voelt zich prettig bij het werken met de terminal en daar komt bij dat dit lijstje nog lang niet uitgebreid genoeg is voor veel mensen (waaronder ik mijzelf ook reken). Soms wil je namelijk nét dat ene prachtige lettertype.. en dat zit er niet tussen.

In Linux Mint kun je via de Software Manager, via [Menu] -> [Administration] -> [Software Manager] zoeken naar meer fonts.

lettertypes toevoegen in Linux Mint

Type in het zoekvenster [ fonts ] (zonder haken) en kies, bijvoorbeeld, voor een TrueType Font set als TtF-eanigma, waarmee je de beschikking krijgt over héél veel letterypen.

TYPECATCHER

Heb je hier nog niet genoeg aan, dan is TypeCatcher nog een mooie toevoeging! In Linux Mint kun je deze applicatie via de Software Manager toevoegen, maar je kunt ‘m ook downloaden via de website en installeren.

Zie https://launchpad.net/typecatcher. Je kunt daarmee een enorme massa fonts bekijken, downloaden als TTF en (handmatig) toevoegen aan de folder waarin de fonts staan. Meestal ergens onder de map:

/usr/share/fonts/truetype

Dit doen klinkt wellicht niet als iets dat geschikt is voor pas beginnende gebruikers, maar probeer het gewoon, “Google is your friend” en zoek even hoe je dat doet? Linux is nu eenmaal geen Windows, soms moet je iets dieper in het systeem duiken om iets voor elkaar te krijgen (maar anderzijds heb je wel véél meer controle over je systeem!). En .. je leert er van. Je wilt immers niet altijd op het ‘beginnersniveau’ blijven?

TOT SLOT: UPDATE CACHE!

Nu moet je toch echt even het terminal venster openen en de volgende opdracht uitvoeren:

fc-cache -f -v

Dit zorgt er voor dat de ‘cache’ van je systeem bijgewerkt wordt en je daadwerkelijk alle fonts kunt gebruiken in LibreOffice (of welk ander software programma dan ook maar, immers: fonts zijn systeembreed).

Start nu LibreOffice of OpenOffice weer op ét voilà, je hebt een enorme hoeveelheid fonts tot je beschikking!

 

Share This: